Home Praktijkwijzer Interactieve visualisaties maken

Interactieve visualisaties maken

Via interactieve visualisaties kunnen gebruikers digitale collecties op verschillende manieren ontdekken. Ze kunnen erin verdwalen, verassingen tegenkomen en zelf verbanden of patronen ontdekken die anders verborgen zouden blijven. Tegelijk blijft een visualisatie een middel, geen doel op zich. Haar kracht ligt niet in de technologie zelf, maar in de manier waarop ze bezoekers helpt een collectie te begrijpen, te verkennen en in context te plaatsen. Een goede visualisatie vertrekt daarom vanuit een verhaal, een vraag of gebruikersbehoefte. Wanneer ze doelgericht worden ingezet, kunnen interactieve visualisaties digitale erfgoedcollecties toegankelijker, betekenisvoller en aantrekkelijker maken voor een breed publiek. 

Voorbeeld van een netwerk binnen Archiving Heaviness

Waarom interactieve visualisaties?

Steeds meer erfgoedcollecties zijn online beschikbaar. Dat is een positieve evolutie: kunstwerken, archiefstukken en historische objecten worden toegankelijker voor een breed publiek. Mensen die zich moeilijk naar een erfgoedinstelling kunnen verplaatsen, krijgen op die manier toch de kans om collecties te ontdekken. Tegelijk maakt een digitale ontsluiting erfgoed voor iedereen beschikbaar, los van tijd en plaats. Ze vormt bovendien geen vervanging van een fysiek bezoek, maar kan de nieuwsgierigheid prikkelen en bezoekers aanzetten om de collectie ook ter plaatse te verkennen. 

Erfgoedorganisaties kiezen vaak om een digitale versie van hun collectie beschikbaar te stellen via een databank of beeldbank, waar de gebruikers gericht kunnen zoeken naar specifieke items. Voor mensen die een doel voor ogen hebben bij het bezoeken van de databank werkt dat systeem prima. Ze kunnen gerichte zoektermen ingeven om te vinden waar ze naar op zoek zijn. 

Het schoentje begint echter te wringen bij gebruikers die toevallig op de site terechtkomen en eerder vrijblijvend willen rondkijken. Ze willen dan misschien eenvoudigweg rondsnuisteren in de digitale collecties. Zonder voorkennis is het moeilijk om te weten bij welke zoektermen je moet beginnen. Bovendien krijgen occasionele gebruikers hiermee geen overzicht van de collectie. Achter die zoekbalk kan dus een enorm rijke collectie zitten, maar zonder aanknopingspunten blijft die voor veel bezoekers grotendeels verborgen. (Hall & Walsh, 2015)

Visualisaties bieden een waardevol alternatief voor de lege zoekbalk. Ze kunnen gebruikers een overzicht van de collectie geven, die anders mist. Een tijdslijn toont bijvoorbeeld wanneer objecten tot stand gekomen zijn of een kaart toont waar ze vandaan komen. In één oogopslag krijgt de gebruiker dus een beeld van de omvang, spreiding en samenhang van een collectie. (Dörk et al., 2019; Hall & Walsh, 2015)

Visualisaties kunnen echter meer doen dan de metadata van de collectie-items verbeelden. Ze kunnen ook verhalen vertellen, niet alleen over de objecten, maar ook de mensen erachter, de context waarin ze ontstonden en de verbindingen die tussen de items gelegd kunnen worden. (Davis et al., 2016)

Van statisch naar interactief

De echte meerwaarde van visualisaties zit in hun interactiviteit. Een statische visualisatie biedt voornamelijk een overzicht, terwijl een interactieve visualisatie de bezoekers uitnodigt om de collectie actief te verkennen. Zo krijgen gebruikers de mogelijkheid om zelf verbanden te leggen, patronen te ontdekken en informatie vanuit verschillende invalshoeken te benaderen. (Hall & Walsh, 2015)

Er zijn verschillende manieren om visualisaties interactief te maken. Via filters kunnen gebruikers de collectie verkennen op basis van criteria zoals periode, plaats, maker of techniek. Door het sorteren van gegevens, kunnen patronen zichtbaar worden die in een klassieke databank minder snel opvallen. De mogelijkheid om in- en uit te zoomen geeft gebruikers de mogelijkheid om een breed overzicht te krijgen of net aangewakkerd te worden om dat ene object in detail te bekijken op de visualisatie. Daarnaast is het belangrijk dat gebruikers vanuit de visualisatie op een eenvoudige manier kunnen doorklikken naar extra informatie, zoals een beschrijving of informatiefiche van een collectie-item. Ten slotte is het aangewezen om ook binnen de visualisatie een zoekfunctie bij te voegen. Zo kunnen gebruikers met een specifiek doel voor ogen onmiddellijk de informatie vinden waar zij naar op zoek zijn. (Dörk et al., 2019)

De verschillende interactiemogelijkheden zorgen voor een ervaring die verder gaat dan het raadplegen van een databank. Bezoekers kunnen de collectie op eigen tempo en volgens hun eigen interesses ontdekken, zonder dat ze vooraf moeten weten waar ze naar op zoek zijn. Dat maakt de visualisaties erg geschikt voor bezoekers die eenvoudigweg willen rondkijken en zich laten verrassen. 

De verschillende interactievormen leveren verschillende voordelen op (Dörk et al., 2019; Hinton & Whitelaw, 2010; Whitelaw, 2015):

  • Persoonlijke ontdekking: Elke gebruiker kan de collectie op zijn eigen manier ontdekken. Dankzij de verschillende interactiemogelijkheden kunnen ze inzoomen op de onderwerpen die zij interessant vinden. 
  • Grotere betrokkenheid: De optie om zelf door de collectie te navigeren, zorgt voor een actievere gebruikerservaring. Daardoor blijven bezoekers vaak langer geboeid dan bij een traditionele zoekinterface. 
  • Nieuwe inzichten: Door gegevens op verschillende manieren te combineren en te ordenen, worden patronen en relaties zichtbaar die anders verborgen zouden blijven voor de gebruiker. 
  • Meer context en betekenis: Objecten worden niet langer voorgesteld als losse records in een databank. Door objecten te plaatsen op een tijdslijn, kaart of netwerk krijgen bezoekers meer inzicht in hun context. Zo groeit het begrip voor de individuele items en de collectie als geheel. 

Inspirerende voorbeelden

Interactieve visualisaties worden vandaag al op verschillende manieren ingezet binnen de erfgoedsector. Hieronder volgen enkele voorbeelden die inspiratie kunnen bieden om zelf met eigen collecties aan de slag te gaan. 

Het project REG⋅ARTS Registre d’inscription à l’École des beaux-arts de Paris – 1813 – 1968, brengt de studenten van de Parijse kunstacademie in kaart aan de hand van verschillende interactieve visualisaties. Bezoekers kunnen navigeren door de tijd, relaties tussen de kunstenaars ontdekken via een netwerkvisualisatie en doorklikken naar individuele informatiefiches over de studenten. Bij die fiches is bovendien steeds een scan van het oorspronkelijke inschrijvingsregister beschikbaar. Het project toont hoe het archiefmateriaal toegankelijker kan worden gemaakt en tegelijk nieuwe inzichten kan opleveren door onderlinge relaties tussen personen zichtbaar te maken. 

Het Museum of Modern Art in New York maakt gebruik van interactieve visualisaties om de collectie vanuit verschillende perspectieven te ontsluiten. Binnen Connecting Artists tonen netwerkvisualisaties hoe kunstenaars met elkaar verbonden zijn via steden waar ze woonden, kunstopleidingen die ze volgden of tentoonstellingen waar ze hun wek voorstelden. Daarnaast brengt de visualisatie Mapping Artists’ Lives de levensloop van kunstenaars in beeld met een combinatie van een tijdslijn en kaart. Door verschillende visualisatietypes met elkaar te verbinden, kunnen bezoekers makkelijk schakelen tussen een algemeen overzicht en de context van een individuele kunstenaar. 

De Mucha Foundation koos voor een meer verhalende aanpak. Via een interactieve tijdslijn op hun pagina koppelen ze de belangrijkste werken van Alphonse Mucha aan gebeurtenissen uit zijn leven en aan de bredere historische en geopolitieke context. De visualisatie helpt bezoekers om de chronologie van zijn oeuvre te begrijpen. Daarnaast toont het de manier waarop artistieke productie beïnvloed kan worden door maatschappelijke ontwikkelingen. Vanuit de tijdslijn kunnen gebruikers telkens doorklikken naar uitgebreide informatie over de afzonderlijke werken. 

Ten slotte is er het project Archiving Heaviness. Dat onderzoekt de erfgoedwaarde van Roadburn, een muziekfestival. Tijdens de editie van 2025 kregen bezoekers er de kans om betekenisvolle objecten van de vorige editie te laten digitaliseren. Die werden vervolgens gepresenteerd op het platform van Archival Consciousness via een tijdslijn en netwerk. Gebruikers kunnen voortdurend schakelen tussen beide perspectieven en aanvullende informatie. Dit project toont hoe participatieve erfgoedwerking en interactieve visualisaties elkaar kunnen versterken: bezoekers kunnen via erfgoedstukken die ze zelf aanreikten de grotere collectie verkennen die de relaties tussen de items tonen. 

Tools

Om zelf aan de slag te gaan met interactieve visualisaties hoef je niet noodzakelijk over uitgebreide programmeerkennis te beschikken. Er bestaan heel wat toegankelijke tools waarmee erfgoedorganisaties kunnen experimenteren, afhankelijk van hun doelstellingen, beschikbare expertise en technische mogelijkheden. Sommige toepassingen laten toe om zonder programmeerkennis interactieve visualisaties te maken, andere vereisen meer technische kennis, maar bieden dan weer meer flexibiliteit. 

Visualisatietools voor niet-programmeurs 

Voor organisaties die snel willen experimenteren met interactieve visualisaties zijn gebruiksvriendelijke platformen, zoals Flourish en Tableau een goede keuze. Met deze tools kunnen datasets op een eenvoudige manier worden omgezet in interactieve grafieken, kaarten en dashboards, zonder dat er code geschreven hoeft te worden. Via een grafische interface kunnen gebruikers data importeren, visualisaties vormgeven en vervolgens publiceren of insluiten via een website. 

Deze tools zijn bijzonder geschikt om metadata uit een collectie op een aantrekkelijke manier te presenteren. Denk bijvoorbeeld aan een kaart die de geografische spreiding van een collectie toont, een tijdslijn met objecten uit verschillende periodes of een dashboard waarin bezoekers zelf kunnen filteren op maker, materiaal of plaats. 

Voorbeeld: Via Tableau kon Robert Chapple een analyse maken van de Ierse artefacten die opgeslagen zijn in The British Museum. 

Voorbeeld: BBC maakte gebruik van de ​‘photo slider’ van Flourish om een foto van de Smithfield Market uit het verleden te vergelijken met een recent beeld. 

Wie eerder een verhaal wil vertellen dan een volledige collectie wil visualiseren, kan gebruikmaken van de tools van Knight Lab. Aan de hand van een eenvoudig Google Sheets-sjabloon kunnen gebruikers onder meer interactieve tijdslijnen of kaarten maken. Daarbij kunnen ook afbeeldingen, video’s en andere media worden toegevoegd. Gebruikers kunnen dan via slides doorheen het verhaal gaan. Deze aanpak leent zich uitstekend om bijvoorbeeld de geschiedenis van een componist, muziekvereniging, podium of collectie-item stap voor stap te presenteren. 

Voorbeeldtijdlijn van Knight Lab over ​‘Women in computing’

 

Het voordeel van deze tools is hun toegankelijkheid. Ze maken het mogelijk om relatief snel een kwalitatieve visualisatie te ontwikkelen. Daardoor zijn ze ideaal om ideeën te testen of een eerste project op te zetten. Daar staat echter tegenover dat de mogelijkheden voor vormgeving en interactie eerder beperkt zijn. 

JavaScript-libraries

Voor organisaties die meer controle willen over hun visualisatie om die volledig af te stemmen op hun collectie of website, bieden JavaScript-libraries meer mogelijkheden. In tegenstelling tot bovenstaande tools zijn dit geen toepassingen met een grafische interface, maar softwarebibliotheken waarmee ontwikkelaars zelf interactieve visualisaties kunnen bouwen. 

Een belangrijk voordeel van deze libraries is de uitgebreide documentatie en grote gebruikersgemeenschap. Daardoor zijn er heel wat voorbeelden, handleidingen en uitbreidingen beschikbaar. Die maken de ontwikkeling en het onderhoud van een project een stuk makkelijker. 

Leaflet is een populaire library voor interactieve kaarten. Ze is erg geschikt om geografische informatie te visualiseren. Die zou je bijvoorbeeld kunnen inzetten om de geografische verspreiding van een collectie te tonen of om te visualiseren op welke plekken een muzikant optrad. 

Voor meer complexe datavisualisaties wordt D3.js vaak gebruikt. Die biedt een grote hoeveelheid mogelijkheden om interactieve grafieken, tijdslijnen, kaarten en netwerken op maat te ontwikkelen. Dat maakt D3.js geschikt voor projecten die bepaalde relaties of patronen willen laten zien aan de gebruiker. 

Voor netwerkvisualisaties is Gephi een interessante tool. Dat is een desktopprogramma waarmee je netwerken kan analyseren en vormgeven. Zo kunnen er verbanden tussen personen, organisaties, evenementen en collectiestukken onderzocht en getoond worden. De resultaten kan je vervolgens via Retina publiceren, een webapplicatie om netwerken online te presenteren. Om ze op je eigen webpagina te tonen, moet je ze via een iframe toevoegen. Dat wil zeggen dat je een externe pagina weergeeft op je eigen website. 

Als je de resultaten rechtstreeks in je website wil integreren, is Sigma.js een goede optie. Deze JavaScript-library maakt het mogelijk om grote netwerken interactief te presenteren. Bezoekers kunnen knoppen selecteren, verbindingen verkennen, zoeken naar specifieke personen of organisaties en vrij door het netwerk navigeren. Op die manier ontstaat een dynamische gebruikerservaring waarin de visualisatie het vertrekpunt wordt voor verdere exploratie van de collectie.

JavaScript-libraries vragen doorgaans meer technische kennis en ontwikkeltijd dan de out-of-the-box-tools. Daar staat echter meer vrijheid op vlak van ontwerp, functionaliteit en integratie tegenover. Voor erfgoedorganisaties die interactieve visualisaties als een structureel onderdeel van hun digitale collectie willen inzetten, vormen ze dan ook een krachtig en toekomstgericht alternatief. 

Bronnen en literatuur