Dans- en draaiorgels
Mechanische muziekinstrumenten hebben in West-Europa een belangrijke rol gespeeld in de muziekgeschiedenis. In de voorbije drie eeuwen heeft men zeer uiteenlopende types mechanische muziekinstrumenten in alle mogelijke groottes vervaardigd, gaande van eenvoudige tabakssnuifdozen met een speelwerk over automatische piano’s tot metershoge en -brede dans- en kermisorgels. Sommige instrumenten zijn typerend voor bepaalde landen: muziekdozen — met hun precisiemechanisme — werden vooral in Zwitserland vervaardigd, orchestrions en kermisorgels in Duitsland, kermisorgels in Frankrijk, straatorgels in Nederland en dansorgels in België. Vaak worden nog nieuwe instrumenten ontdekt, waarbij de vindingrijkheid van de fabrikanten steeds weer in het oog springt.
Dansorgels kenden vooral in België en het zuiden van Nederland vanaf ca. 1900 een ongeziene populariteit. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met de danscultuur en het kermisvertier uit het begin van de 20e eeuw. Met firma’s als Mortier en Decap was ons land toonaangevend in de constructie ervan. Na de Eerste Wereldoorlog zou de massale productie van bijna alle mechanische muziekinstrumenten geleidelijk afnemen, behalve die van de straat- en dansorgels. Vlaanderen staat tot vandaag nog steeds prominent op de kaart van de (dans)orgelbouw, dankzij een aantal firma’s die de voorbije decennia hun vakkennis verder hebben ontwikkeld en de nodige technische vernieuwingen hebben geïntroduceerd.
Collecties en archieven
Ook het Brusselse Muziekinstrumentenmuseum heeft een collectie mechanische muziekinstrumenten. Een deel daarvan wordt onder de titel Musicus Mechanicus tentoongesteld als deel van de vaste opstelling van het museum. Je kan virtueel door de ruimte wandelen.
Op de website van de Kring van Draaiorgelvrienden vind je een overzicht van Nederlandse musea met mechanische muziekinstrumenten.
Immaterieel erfgoed
CEMPER ging in gesprek met restaurator Jolien Paeshuys. Zij ging in de leer bij Arthur Prinsen om orgelboeken handmatig te componeren, te tekenen en te kappen.
Nog actieve bouwers/bouwateliers
Aloïs Decap startte in 1902 met het bouwen van orgels. De familie is nog steeds actief in de fabricatie en renovatie van dansorgels, op het originele adres in het hart van Antwerpen-Noord.
Frans Decap breidde de onderneming van zijn vader Aloïs uit door in 1933 een aparte fabriek in Herentals op te richten. De familie bouwt er nog steeds nieuwe orgels en zet ook in op het samengaan van orgelvakmanschap met de geavanceerde technologische innovaties van vandaag.
Vier generaties van de familie Verbeeck werkten in dit familiebedrijf. Er worden zowel dans‑, straat- als concertorgels gemaakt en gerestaureerd. De administratie is gevestigd in Sint-Job-in-‘t‑Goor, de werkplaats in Loenhout.
Alberic Godderis liep in 2007 stage bij orgelbouwer Verbeeck. Nadat hij in het restauratieatelier van Museum Speelklok (Utrecht) werkte, zichtte hij in 2020 zijn eigen draaiorgelatelier op aan de Belgische kust, waar naast de restauratie van oude, ook nieuwe instrumenten en orgelboeken gemaakt worden.
Op de website van de Kring van Draaiorgelvrienden vind je een overzicht van bouwers en restaurators in Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en de Verenigde Staten.
Leestips
De collectie Ghysels. Orgelcollectie is een brochure van de Vlaamse Overheid, Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (2016) met een beschrijving van de collectie van Jef Ghysels.
Luister- en kijktips
Videast Philip Vanoutrive laat de draai- en dansorgelcultuur in Vlaanderen zien, met o.a. Frans Wouters (Sus Cavo), Café des Orgues (Herzele), en de bouwers Mortier en Decap.
Radio 2 ging in de zomer van 2021 op zoek naar het orgel van de Zwarte Kat uit Aalst. Een zoektocht die hen naar Japan bracht.
De documentaire The Sound of Belgium brengt de geschiedenis van de Belgische elektronische muziek in beeld. De documentairemakers starten hun verhaal met dansorgels op kermissen en een bezoek aan Decap.
In het kader van haar meester-leerlingtraject rond het kappen van orgelboeken, werkte Jolien Paeshuys samen met de makers van The Sound of Belgium voor een korte documentaire over orgelboeken en het maakproces.
Praktijkvoorbeelden
Elke twee jaar wordt het Open Belgisch Kampioenschap Orgeldraaien georganiseerd in een andere stad. Op die manier worden de instrumenten en draaiers zcihtbaar voor nieuwe publieken.
Walter Hus componeert nieuw werk en arrangeert klassiekers uit de techno en new beat voor een Decap dansorgel en andere muziekautomaten. Aan de hand van nieuw repertoire zorgt hij voor valorisatie van deze orgels. Zijn werk leidde bovendien tot met de Amerikaanse jazzgitarist Pat Metheny (The Orchestrion Project). Voorbeelden kan je hier beluisteren:
- The Age Of Love on Decap Organ by Walter Hus;
- TheAttic HusRemi DEF;
- The Silk Road Sonata, met de Chinese Erhu meester Guo Gan;
- Metheny/Hus/Decap in New York.
In Nederland werkten orgelman Zico van Pareen en producer en DJ Jarreau Vandal samen aan een performance waarin moderne beats en eeuwenoude orgelklanken elkaar vonden.