De poesje speelt verder
Het Antwerps poesjenellentheater is een levendige vorm van stangpoppentheater die ontstond in de 16de eeuw. Vandaag zet een kleine groep gedreven spelers de kunstvorm verder. De voorstellingen zitten vol humor, volksverhalen en herkenbare dagelijkse situaties.
Met het project De poesje speelt verder bundelen ErfgoedLab Antwerpen, MAS, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Letterenhuis, Universiteit Antwerpen (opleiding Erfgoedstudies), Werkplaats immaterieel erfgoed, CEMPER en de huidige poesjenellenspelers hun krachten. Het doel? Samen manieren zoeken om dit Antwerpse theatererfgoed levend te houden, voor en door nieuwe generaties.
Noden en waarden
Van september 2024 tot maart 2025 bracht CEMPER, in samenwerking met de Universiteit Antwerpen (opleiding Erfgoedstudies), de noden, waarden en praktijken van de huidige poesjenellenspelers in kaart. Hier vind je het volledige onderzoeksrapport .
Op basis van deze bevindingen richtte ErfgoedLab Antwerpen een werkgroep op met actieve poesjenellenspelers. Ook CEMPER schoof mee aan tafel. Deze werkgroep werkte stap voor stap aan oplossingen voor concrete uitdagingen, zoals het aantrekken van nieuwe spelers en het vergroten van de zichtbaarheid van het poesjenellentheater.
Collecties dichter bij de praktijk brengen
Ook de erfgoedcollecties rond het poesjenellentheater kregen een nieuwe rol. Het MAS, de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en het Letterenhuis onderzoeken welke objecten uit de collectie ook écht iets kunnen betekenen voor hedendaagse poppenspelers.
Een deel van de collectie zou kunnen uitgroeien tot een echte ‘poppenbibliotheek’: een plek waar hedendaagse spelers en andere groepen met historische poesjenellenpoppen aan de slag kunnen.
De samenwerking met de poppenspelers bracht ook nieuwe vormen van betrokkenheid bij de collecties met zich mee. Zo werkt één van hen nu als vrijwilliger mee in het depot van het MAS, waar hij helpt met het onderhoud en de zorg voor de poesjenellenpoppen. Zo komt de kennis en ervaring uit de levende praktijk rechtstreeks van pas bij het bewaren van het erfgoed.
Nieuwe spelers aantrekken
Een traditie blijft alleen leven als ze wordt doorgegeven. Daarom startte op initiatief van de poesjenellenspelers, met ondersteuning van ErfgoedLab Antwerpen en OPENDOEK, de schaviezenschool.
En met succes: zes poppenspelers rondden het traject af en brachten op het festival De poesjenellen pakken uit hun eigen voorstelling: De sterken bakker. Eén van de nieuwe schaviezen verwoordde achteraf mooi wat het voor hem betekende: “Het is een eer om schavies te mogen zijn, ik hoop dat ik dit nog heel lang mag doen.” De schaviezenschool krijgt een vervolg. Na een jaar pauze staat een nieuwe editie gepland voor het najaar van 2027.
Poesjenellen op school
Wat gebeurt er als de eeuwenoude poesjenellen de taal van de jeugd spreken? Vijf scholen gingen de uitdaging aan. Leerlingen maakten kennis met het poesjenellentheater door eerst een voorstelling bij te wonen. Daarna gingen ze zelf aan de slag. Tijdens een workshop van een poppenspeler van gezelschap FroeFroe maakten ze hun eigen poppen en ontwikkelden ze een eigen voorstelling. Ze namen elementen uit de eeuwenoude traditie mee en gaven er een eigen invulling aan, vanuit hun leefwereld en de stad van vandaag. De traditie krijgt zo nieuwe stemmen en nieuwe verhalen. Het resultaat kan je zien in onderstaande documentaire.
De samenwerking smaakte voor alle partijen naar meer. De poesjenellenspelers zullen tijdens schooljaar 2026 – 2027 het scholenproject verderzetten en zo nog meer kinderen en jongeren laten kennismaken met deze Antwerpse traditie.
Meer zichtbaarheid en een groots toonmoment
Het project kreeg in april 2026 een feestelijke afsluiter met een groot poesjenellenfestival. Alle Antwerpse poesjenellengroepen kregen de kans om hier een voorstelling te spelen en hun werking aan een breed publiek te tonen. Het enthousiasme was groot en de meeste voorstellingen waren in een mum van tijd uitverkocht.
Daarnaast cureerden verschillende spelers, onder begeleiding van ErfgoedLab Antwerpen, een tentoonstelling in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. De tentoonstelling trok ongeveer 3000 bezoekers. De spelers namen zelf de rondleidingen voor hun rekening en vertelden met trots het verhaal van het poesjenellentheater, van vroeger tot vandaag. Zo stonden niet alleen de collectie en de objecten centraal, maar vooral ook de mensen die de traditie vandaag in leven houden.
Het festival werd daarmee meer dan een toonmoment: het bracht spelers, publiek, erfgoedorganisaties en nieuwe generaties samen en liet zien dat poesjenellentheater vandaag nog springlevend is. Dat bleek ook uit de reacties van bezoekers. Een van de meest gehoorde reacties was veelzeggend: “Ah, de Poesje, dat bestaat nog?” Dit toont hoe belangrijk het was om deze traditie meer zichtbaar te maken.
Samen verder
De poesjenellenspelers hebben de smaak van het samenwerken duidelijk te pakken. De verschillende acties binnen het project hebben nieuwe contacten, ideeën en energie opgeleverd. Ook na het project met ErfgoedLab Antwerpen willen de spelers verder bouwen op die dynamiek. “Het smaakt naar meer”, aldus één van de spelers.
Naast de verderzetting van het scholenproject willen de spelers graag een aanvraag indienen voor de Inventaris Vlaanderen van het Immaterieel Cultureel Erfgoed. CEMPER zal hen hierin ondersteunen. Een opname in de Inventaris is geen eindpunt maar een nieuwe stap in het zorgen voor een duurzame toekomst van de traditie. We zullen de groep daarom regelmatig blijven samenbrengen om samen na te denken over mogelijke acties. Hoe kunnen kennis en vaardigheden blijven doorstromen? Hoe zorgen we ervoor dat nieuwe spelers hun plek vinden? Hoe kunnen collecties en documentatie de praktijk ondersteunen? En hoe houden we de traditie herkenbaar én open voor nieuwe invullingen?
Zo heeft het project De poesje speelt verder niet alleen het poesjenellentheater in de kijker gezet, maar vooral mensen bij elkaar gebracht en nieuwe ideeën doen ontstaan. De spelers hebben de smaak van het samenwerken te pakken en willen samen verder bouwen op wat tijdens het project in gang is gezet. Zo blijft de poesjenellentraditie zich ontwikkelen, met ruimte voor nieuwe spelers, nieuwe verhalen en nieuwe generaties.