Erfgoedsprookje voor als het licht uitgaat
Er was een tijd waarin de musea in Vlaanderen (en België) onderkomen waren, waar ze nauwelijks wisten wat tot hun collectie behoorde of in welke staat die zich bevond. Waar af en toe wel eens een stuk verdween. Er was een tijd waarin erfgoed in kerken, verenigingszalen en andere lokalen en zolders opgestapeld lag, wachtend op betere tijden. Er was een tijd waarin veel cultureel waardevols verdween omdat niemand de reflex had om het te bewaren.
Die donkere tijden waren voorbij. Dankzij de gestage groei en professionalisering van de erfgoedsector, mogelijk gemaakt door de opeenvolgende decreten, kwam daar verandering in. Collecties werden geïnventariseerd, beschreven en ontsloten. Erfgoed vond zijn weg naar culturele archieven en erfgoedbibliotheken alwaar het eveneens professioneel bewaard en ontsloten werd. Erfgoed dat zich buiten de erfgoedinstellingen bevond, kon rekenen op ondersteuning van een aantal landelijke dienstverleners en van de lokale erfgoedcellen zodat het eveneens de zorg, aandacht en bescherming kreeg die het verdiende. Ook immaterieel erfgoed werd erkend, gedocumenteerd en geborgd.
Kortom: cultureel erfgoed werd niet langer aan zijn lot overgelaten. Het werd bewaard, onderzocht, ontsloten, doorgegeven, getoond en bewonderd. Erfgoed werd levend gehouden.
Die tijden zijn voorbij. Alle instellingen die cruciaal zijn voor de werking van CEMPER, alsook CEMPER zelf, worden gekortwiekt: het Letterenhuis, het AMVB en de culturele archieven, de erfgoedbibliotheken, de bovenlokale musea en archieven. Idem dito voor alle organisaties waarmee we jarenlang innig samenwerkten: de andere landelijke dienstverleners, de Werkplaats Immaterieel Erfgoed, de erfgoedcellen, de landelijke amateurkunstenorganisaties, Circuscentrum, Kunstenpunt.
Het gaat niet over de tegenstelling tussen ‘makers/kunstenaars’ en ‘intermediaire structuren’. Want ‘makers/kunstenaars’ creëren erfgoed. Maar wat gebeurt er met dat erfgoed als de ondersteuning van erfgoedcellen en dienstverleners wegvalt? Wat gebeurt ermee als musea, archieven en erfgoedbibliotheken hun opdrachten niet langer naar behoren kunnen uitvoeren? Wie zorgt er dan voor dat wat vandaag wordt gemaakt, ook morgen nog bestaat, wordt bewaard, onderzocht en doorgegeven?
Waarom eerst decennialang investeren in de opbouw en professionalisering van de erfgoedsector om die dan in één pennentrek in zeer grote problemen te brengen?
Hoe dan ook: CEMPER blijft zich in de mate van het mogelijke inzetten voor het erfgoed van muziek en podiumkunsten binnen de buitensporige beperkingen die ons en onze sector opgelegd worden.
Ook interessant
Maak kennis met Helena Liégeois
Verslag | Algemene Vergadering van de UNESCO-Conventie van 2003 en accreditatie voor CEMPER
Besparingen amateurkunsten treffen ook erfgoedwerking