Golden River Music - het verhaal van een uitgeverij van bladmuziek
Golden River Music is een Belgische uitgeverij van bladmuziek. Dat die sector de laatste decennia een aantal moeilijke tijden heeft gekend, lijkt een understatement. Ooit was bladmuziek nochtans zowat het enige geheugen van onze muziekgeschiedenis; het is dankzij geschreven of gedrukte partituren dat een groot deel van onze muziekcultuur bewaard is gebleven.
De laatste decennia groeiden de mogelijkheden om bladmuziek makkelijk en goedkoop te reproduceren: door fotokopie, scan, foto … En dat zette de uitgeverijen enorm onder druk.
Toch blijven partituren, zowel gedrukt als digitaal, een essentieel onderdeel in de muziekbeleving en ‑uitvoering en is er zodoende nog altijd toekomst voor de muziekuitgevers. Dat bewijst Golden River Music dat zowel nationaal als internationaal haar plaats in de markt van de bladmuziek heeft verworven. Hoe dat tot stand kwam, vertellen oprichter Rik Vercruysse, professioneel hoornist bij diverse orkesten, en zakelijk medewerker Ingrid Verbelen.
Van orkest naar uitgeverij
Hoe kwam je als professioneel muzikant op het idee om zelf bladmuziek uit te geven?
“Ik speelde als hoornist bij diverse orkesten, onder meer het Nieuw Belgisch Kamerorkest, de Muziekkapel van de Gidsen, de Filharmonie van Vlaanderen, het BRT Filharmonisch Orkest, l Fiamminghi, Prima La Musica, de Beethoven Academie …
De opdrachten waren er wel, maar toch was het alsmaar moeilijker om als muzikant een vast contract bij een orkest te krijgen. Als muzikant ging ik een onzekere toekomst tegemoet.
Daarom zocht ik naar iets om op terug te vallen, een andere bron van inkomsten. In eerste instantie kwam ik in de muziekschool terecht om les te geven. Ik schrok wel, want het leek of de tijd daar was blijven stilstaan: de opgelegde werken voor de eindexamens waren nog grotendeels dezelfde als die uit de tijd toen ik er op de schoolbanken zat!
Stilaan groeide het idee om zelf bladmuziek uit te geven, om een nieuw repertoire aan te bieden. Zo is Golden River Music ontstaan. De naam van de uitgeverij verwijst naar de streek waar ik ben opgegroeid: Beveren-Leie. Aan de Leie bloeide vroeger de vlasindustrie en door het roten van het vlas kreeg de rivier een geelgouden gloed.
Aanvankelijk richtte ik me op muziek voor koperblazers, want dat was mijn muzikale biotoop. Een aantal initiatieven heeft ons geholpen bij de groei van de uitgeverij. Bij het herdenkingsjaar van Adolphe Sax (1814 – 1894) werden er tal van muziekwedstrijden georganiseerd en daar konden wij op inspelen met ons aanbod.
Zo groeide onze naambekendheid: die wedstrijden werden beoordeeld door internationaal samengestelde jury’s die naderhand onze partituren mee naar hun land namen.
In Frankrijk hebben we veel gehad aan de Conféderation Musicale de France. Bij dit verbond zijn zowat alle Franse fanfares, koren, orkesten … aangesloten. Zij organiseren wedstrijden per instrument en per speelniveau. Ieder jaar vroegen ze aan ons om materiaal hiervoor op te sturen en ieder jaar werd er muziek van onze uitgeverij gekozen. Die werken worden opgelegd aan alle muzikanten van Frankrijk die mee willen doen aan die wedstrijden. En dan spreken we natuurlijk van een veel grotere afzetmarkt dan Vlaanderen of België. Zo kregen we voet aan wal in Frankrijk.
Door de groeiende belangstelling in ons product was het nodig om twee extra medewerkers aan te werven. We werken met een klein geïnspireerd team van vier mensen.”
Samenstellen van een fonds
Hoe stel je als muziekuitgeverij een fonds van componisten, arrangeurs en composities samen?
“We hebben daar lang over zitten piekeren maar konden uiteindelijk toch onze niche vinden. Hafabra is een belangrijke markt voor bladmuziek, maar die is al gedekt door grote uitgeverijen, zoals Hal Leonard uit de Verenigde Staten. Zij maken bewerkingen en arrangementen voor deze orkesten en kunnen die promoten met opnames, video’s en dergelijke meer. Dat zijn investeringen die wij niet kunnen maken. Voor symfonieën en andere stukken voor groot orkest is onze markt dan weer te klein.
Voor kleinere ensembles zagen wij wel mogelijkheden: een houtblaaskwintet, koperkwintet, saxkwartet, klarinetkwartet, fluitkwartet, hoornkwartet, trombonekwartet … Voor die ensembles wilden we kwalitatieve composities en bewerkingen uitgeven.
Daar komt heel wat bij kijken, want om een bewerking te mogen maken van een beschermd werk, moet je toestemming krijgen en dat kan lang, zeer lang duren. De rechten op die composities zitten bij de grote maatschappijen en elke aanvraag moet doorheen een mallemolen. Eens we die rechten hebben, kunnen we arrangementen bestellen. Hiervoor doen we een beroep op Belgische arrangeurs. Maar uiteindelijk loonde het wel: onze arrangementen van Brothers en Gabriel’s Oboe van Ennio Morricone uit de film The Mission werden een groot succes.
Stilaan vonden we onze weg naar de grote uitgevers zoals Faber en Hal Leonard en bouwden we een vertrouwensband op met hen. Intussen hebben we een hele reeks arrangementen ‘Pop, Film, Musical’ in ons fonds en dat loopt zeer goed.
Daaraan gekoppeld hebben we ook het fonds ‘Classical Wind Editions’ met bewerkingen van klassieke stukken voor blazersensembles en bieden we daarnaast ‘Traditionals’ en kerstmuziek aan … Met dit aanbod in onze cataloog kunnen we een ensemble zo goed als alles aanbieden om een volledig en gevarieerd programma voor concerten samen te stellen.
Voor al onze arrangementen streven we naar kwaliteit. De bewerkingen van bijvoorbeeld Steven Verhaert worden wereldwijd gespeeld in Chicago, door het Concertgebouworkest in Amsterdam, in Parijs … Dat wil toch wel wat zeggen.
Ook voor de originele composities staat kwaliteit altijd voorop. Het werk van Luk Callens werd onlangs vertolkt door Manu Mellaerts, trompettist van onder meer het orkest van De Munt; geen makkelijke muziek, maar wel zeer mooi. En dat loopt intussen zeer goed. Al is het soms wat afwachten vooraleer een compositie aanslaat bij de muzikanten.
Ook onze historische uitgaven krijgen veel aandacht, onder andere in de uitgavenreeksen Brave Belgians, Collection Herman Jeurissen, Argentine Composers en Steven Verhaert Brass Series.
Voor onze uitgeverij is de verhouding ongeveer 60% arrangementen en 40% originele composities. En – afgezien van de zaken die we voor het muziekonderwijs ontwikkelen – maken we meer dan 75% van onze omzet in het buitenland. Niet alleen in Europa, maar over de hele wereld: Japan, Oceanië, Noord‑, Centraal- en Zuid-Amerika, Europa – behalve Rusland en China. Daar hebben we nog nooit iets verkocht. Terwijl er daar toch een grote markt moet zijn. Ik vermoed dat daar veel illegaal gedrukt wordt.
Een andere en belangrijke markt is het muziekonderwijs; we bieden veel pedagogische boeken aan. We hebben zelfs – als een van de weinigen – een cursus notenleer voor volwassenen.”
Onuitgegeven schatten heruitgeven
Jullie hebben ook plannen voor (her)uitgaven van muziek uit eigen land.
Ik ben altijd al zeer geïnteresseerd geweest in historisch muziekerfgoed. In de conservatoriumbibliotheken van Brussel, Antwerpen of Gent ligt zoveel prachtige muziek! Dat materiaal moet opnieuw worden uitgegeven, zo niet wordt het vergeten. Componisten als Peter Cabus, Herman Roelstraete, Victor Legley … hun muziek wil ik graag opnieuw onder de aandacht brengen. Het opzet is om die muziek professioneel en digitaal uit te geven, misschien zelfs deels als facsimile vergezeld van een begeleidende wetenschappelijke duiding van zowel het werk als de componist.
Als die composities auteursrechtenvrij zijn, is dat een voordeel. Zo niet klaren we de rechten met de nabestaanden; die verwelkomen vaak dat de muziek van hun ouders of grootouders opnieuw gespeeld kan worden.
We verdelen ook de de Graupner Complete Editions: een wetenschappelijke uitgave van de muziek van Christoph Graupner door het Christoph-Graupner-Gesellschaft en Florian Heyerick, die zich specialiseerde in het oeuvre van deze componist.
Een ander project rond muziekerfgoed dat ik wil aanpakken, is oude methodieken uitgeven. België heeft daarin een grote traditie; we hadden vioolscholen, celloscholen, pianoscholen allemaal ontwikkeld door grote componisten. Terwijl we nu vooral teruggrijpen naar Franse methodieken. Het zou zonde zijn mocht dat erfgoed verdwijnen. We herontdekken voortdurend goed materiaal hiervan.
Ook in onze uitgeverij pakken we het erfgoed aan; naar aanleiding van onze nieuwe site ben ik onze bladmuziek uit het verleden aan het digitaliseren, opfrissen en heruitgeven. Ook die muziek krijgt zo een nieuw leven.
Printen en kopieën
Het uitgeven van muziek is een vak apart. Wat speelt er allemaal mee?
“Het zetwerk, de bladspiegel is het allerbelangrijkste. Die kijken we zorgvuldig na. Er bestaat al veel software die het makkelijk maakt om een goed leesbare partituur te maken. Mijn ervaring als spelend muzikant is hierbij een enorm voordeel; ik voel aan wat een partituur nodig heeft.
We hebben nog de begintijd van de muzieknotatie-software meegemaakt. Toen kregen wij vaak partituren voorgeschoteld die je niet wilde spelen. Die zagen er zo lelijk uit! Ook al was dat goede muziek, je verloor de zin om dat te spelen. Een partituur die goed leest, speelt makkelijker, die nodigt uit tot een vertolking. Als de verdeling over maten in orde is, dan speelt dat ritmisch makkelijker, dan zie je ook beter de melodische lijnen.
Voor onze uitgaven heb ik een soort draaiboek opgemaakt voor de componisten en arrangeurs met onze huisstijl: die bepaalde lettertypes, die muziekfonten, dat soort bindingen, met die marges, die paginagrootte …
Onze oude uitgaven reviseer ik allemaal en maak ik klaar voor onze digitale catalogus.”
De gedrukte bladmuziek die jullie verdelen, is print on demand.
“Inderdaad. We hebben een wel kleine stock van een tiental exemplaren van elke partituur maar meestal wordt er op bestelling gedrukt. Onze uitgaven voor muziekscholen worden wel door een drukker verzorgd.”
En digitale partituren?
“We hebben die boot een tijdlang afgehouden omdat de beveiliging van digitaal materiaal te zwak was. Maar intussen leveren we volop digitaal materiaal, ook al wordt er nog altijd illegaal gekopieerd, want 100% waterdichte beveiliging is er niet. Onze digitale partituren worden verkocht met een gemarkeerde licentie aan de koper en met een (digitaal) watermerk.
Toch heeft papieren bladmuziek nog altijd een toekomst, bijvoorbeeld bij historische uitgaven. Muziekbibliotheken hebben die uitgaven graag op papier.”
Muziekuitgeverijen voeren al decennialang strijd tegen illegale kopieën, zowel fysieke als digitale.
“SEMU, de belangenbehartiger van muziekuitgeverijen, is daarmee bezig. Zij hebben bijvoorbeeld een regeling uitgewerkt voor het muziekonderwijs: elke leerling betaalt bij het begin van het schooljaar een klein bedrag waarmee iedereen vrij kan kopiëren op school, met uitzondering van de pedagogische boeken en de handboeken. In Vlaanderen heeft bijna elke muziekschool zich aangesloten bij deze regeling, in Wallonië slechts een tiental. Zulke oplossingen komen zowel ons als het muziekonderwijs ten goede.”
Manu Mellaerts en Tom Hoornaert spelen Martin’s Song van Luk Callens,
een uitgave van Golden River Music
Sociale media
Muziekuitgeverijen noch componisten of arrangeurs komen aan bod in de media. Hoe maken jullie je aanbod bekend bij geïnteresseerden, hoe zorg je ervoor dat muzikanten jullie vinden?
“Door zeer aanwezig te zijn op alles wat het internet te bieden heeft: sociale media, YouTube, nieuwsbrieven … en de website uiteraard. We zenden wekelijks een nieuwsbrief uit naar 15.000 adressen wereldwijd. En we sprokkelen nog dagelijks adressen want we bieden op de site een aantal items gratis aan waarbij de mensen zich kunnen inschrijven op onze nieuwsbrief.
Muzikanten wereldwijd vinden ons als ze op zoek gaan naar een repertoire dat wij aanbieden: wie bijvoorbeeld een arrangement van de Beatles voor een ‘woodwind quintet’ zoekt, komt al snel op onze site terecht.
We leveren ook digitaal marketingmateriaal aan handelaren en grote verdelers wereldwijd: pdf’s, mp3’s … Die zetten ons werk op hun site en op die manier worden onze uitgaven eveneens verspreid. We leveren ook aan winkels van bladmuziek, al zijn die er steeds minder.
Op ons YouTube-kanaal staat intussen al behoorlijk wat materiaal. Je kunt er veel didactisch materiaal vinden en we plaatsen regelmatig nieuwe opnames van zowel originele werken als arrangementen. Momenteel hebben we drie opnamedagen gepland voor een veertigtal werken voor klarinet en piano. De opnames gebeuren in de Odolphuskapel in Dendermonde, een cultuurkapel waar geregeld concerten georganiseerd worden; een zeer goede opnamelocatie! We willen ons kanaal uitbreiden met zoveel mogelijk repertoire. Maar het blijft telkens een afweging of we dit soort investering op een verantwoorde manier kunnen doen.
Ik ben lid van meer dan 3000 groepen rond muziek op Facebook en dagelijks post ik onze filmpjes op 20 à 30 van die groepen, verspreid over alle instrumenten. Ook op die manier komen muzikanten bij ons terecht. En van tijd tot tijd betaal ik voor campagnes die gericht zijn op bepaalde doelgroepen.
Als je het internet goed gebruikt, kun je er toch in slagen je bedrijf op de kaart te zetten. Een voordeel is dat muzikanten op je website niet alleen de producten vinden die ze zochten, maar ook andere muziekstukken waaraan ze misschien niet meteen dachten, vaak stukken die we al jarenlang in ons fonds hebben en die zo opnieuw aandacht krijgen.”
Ook interessant
Circuscentrum zet circus op de online kaart tijdens Wikithon op circusfestival Smells Like Circus
Wikipedia-schrijfsessie voor Internationale Vrouwendag 2026
Soundwest: Aan de slag met je muziekarchief?