Home Praktijkwijzer Wat documenteer je?

Wat documenteer je?

Je hoeft niet alles vast te leggen. Integendeel, afbakening helpt om haalbaar en duurzaam te documenteren. Met behulp van een overzichtelijke lijst helpen we graag bij het maken van keuzes.

Wat wil je documenteren?

Gaat het om het creatieproces, om werkwijzen of lesmethodes? Wil je speel- of uitvoeringstechnieken vastleggen, maaktechnieken of vormen van overdracht? Misschien focus je op een concreet kunstwerk: een choreografie, muziekstuk, scenografie, regieconcept, of ongeschreven tekst.

Je kunt ook het bredere verhaal documenteren: het oeuvre van een kunstenaar, een (auto)biografie, of de impact van een opvoering op het publiek. Ook gewoonten, gebruiken, context en publieksbeleving rond een voorstelling kunnen waardevol zijn om vast te leggen.

Wat documenteer je al?

Daarnaast is het zinvol om na te denken over wat je misschien al documenteert – bewust of onbewust. Misschien maak je repetitieopnames voor intern gebruik, schrijf je notities op, verzamel je feedback van publiek of leerlingen, of deel je je werkprocessen op sociale media.

Dat zijn allemaal vormen van documentatie die spontaan ontstaan. Door daar bewust naar te kijken, kun je bepalen wat waardevol is om te bewaren, uit te diepen of beter te structureren.

Elders in deze praktijkwijzer vind je enkele aandachtspunten die je kunnen helpen bepalen waarom, voor wie en hoe je duurzaam kan documenteren, zodat het resultaat vindbaar, raadpleegbaar en betekenisvol blijft voor toekomstige gebruikers.

Een waaier van deelaspecten om te documenteren

Hieronder vind je verschillende deelaspecten die je zou kunnen vastleggen, geclusterd per type of focus. Bij elk cluster krijg je uitleg en tips.

1. Een proces

  • Werkwijze
  • Creatieproces
  • Lesmethode
  • Repetities
  • Besluitvorming

Hier draait het om het procesmatige: hoe wordt er gewerkt, geleerd of gemaakt? Dit soort documentatie is waardevol voor overdracht, reflectie of hergebruik. Denk aan repetitieverslagen, logboeken, schema’s, interviews met makers of opnames van workshops.

Tips voor het documenteren van een proces:

  • Werk met een dagboek of proceslogboek.
  • Laat makers of lesgevers reflecteren via audio of video.
  • Leg keuzes en wisselwerkingen vast (bijvoorbeeld tussen regie en scenografie).
  • Noteer of maak filmoefeningen, opdrachten, werkvormen.

2. Een technische vaardigheid

  • Maaktechniek
  • Speel- of uitvoeringstechniek
  • Vakmanschap

Hier ligt de nadruk op de technische kant van een praktijk: hoe wordt er gespeeld, gezongen, gebouwd of bewogen? Het gaat vaak om impliciete kennis die moeilijk te vatten is, maar essentieel is voor overdracht of borging.

Tips voor het documenteren van een technische vaardigheid:

  • Gebruik video om handelingen, technieken of bewegingen vast te leggen. Voor transmissie is vooral de methode participatief filmmaken’ aangewezen (Focus Vakmanschap).
  • Voeg uitleg of annotaties toe voor context.
  • Werk eventueel met slow motion, close-ups of voice-over.

3. Een eindproduct (of een aspect ervan)

  • Podiumkunstwerk
  • Choreografie
  • Scenografie
  • Regie
  • Instrument, decor, kostuum … 
  • Ongeschreven tekst
  • Het onderliggende artistieke concept

Soms wil je het werk zelf documenteren — in zijn geheel of in onderdelen. Dit kan gaan om een concrete uitvoering, een partituur, regieaanwijzingen of het onderliggende artistieke concept.

Tips voor het documenteren van een eindproduct:

  • Documenteer niet alleen het eindresultaat, maar ook eerdere versies of schetsen.
  • Leg titels, beschrijvingen, intenties en bronnen vast.
  • Werk met video, foto, tekst, of een combinatie.
  • Denk aan annotaties, plattegronden, cue sheets, enz.

4. Gebeuren voor en naast het podium

  • Ontvangst
  • Publieksbeleving
  • Beleving performers
  • Gewoonten en gebruiken
  • Impact
  • Context

Als je je zuiver richt op het documenteren van een eindproduct, verlies je wellicht de logistieke, emotionele, sociale en ruimtelijke context uit het oog. Wat gebeurt er nog allemaal tijdens of in de marge van een uitvoering of praktijk? Wat betekent het voor beoefenaars en publiek? Wat zijn de gewoonten en sociale rituelen eromheen?

Tips voor het documenteren van wat voor en naast het podium gebeurt:

  • Interview toeschouwers en/​of deelnemers.
  • Verzamel affiches, reacties, recensies of publieksverslagen.
  • Breng de ruimere context in beeld: plaats, tijd, betrokkenen.

5. Loopbaan of nalatenschap

  • Oeuvre
  • Carrière
  • (Auto)biografie

Je brengt het grotere traject van een kunstenaar, gezelschap, erfgoedgemeenschap of vakpersoon in beeld. Je documenteert evoluties, invloeden, sleutelmomenten en persoonlijke verhalen. Dat kan bijdragen aan erkenning, contextualisering en overdracht.

Tips voor het documenteren van een loopbaan:

  • Verzamel bestaande interviews, foto’s, artikels, werkfragmenten.
  • Werk chronologisch of thematisch.
  • Gebruik formats zoals tijdlijnen, portretten, , podcasts of de klassieke (auto)biografie.
  • Stimuleer zelfdocumentatie (zoals zelfinterviews) of vertelprojecten.
  • Een ervaren vragensteller, auteur of ghostwriter kan je helpen.

In de steigers: CEMPER werkt een toegespitst aanbod uit over het in beeld brengen van een loopbaan of het doorgeven van een nalatenschap, waartoe uiteraard ook de voorgaande deelaspecten uit deze lijst kunnen horen. Kom later nog eens kijken!

Meer over documenteren

Waarom (niet) documenteren?

Waarom zou je willen documenteren? Het antwoord hierop bepaalt je aanpak, je doelgroep en je prioriteiten.
Lees meer

Voor wie documenteer je?

Vooraleer van start te gaan met een documentatietraject, is het cruciaal om stil te staan wie je ermee wil bereiken.
Lees meer

Hoe ga je documenteren?

Hoe kies je een geschikt medium, format en methode om te documenteren?
Lees meer