“Het is onvoorstelbaar dat in een klein taalgebied zo’n rijkgevuld oeuvre is gemaakt”
Oude platen heropvissen en via deejaysets, mixtapes en compilaties opnieuw onder de aandacht brengen: het is een mooie vorm van erfgoedbewaking. Over dat soort herwaardering van ons muzikaal patrimonium hadden we een gesprek met Richard De Muijnck, bezieler van Harde Smart: “Muziek doorgeven is een daad van liefde.”
Richard De Muijnck, als deejay luisterend naar de naam No Sleep Richy, is een kind van de hiphopcultuur. Dat mag je bijna letterlijk nemen, want de Gentenaar zag het levenslicht in 1976. Dat is amper drie jaar nadat Kool DJ Herc met zijn block party’s in de Bronx in New York het vuur aan de lont van die cultuur stak.
Toen de jonge Richard begon te skaten, rolde hij vanzelf in de uit Amerika overgewaaide subcultuur. Omdat hij studeerde aan de kunstschool en graag tekende en schilderde, viel hij niet alleen voor het deejayen, maar ook voor het graffitispuiten. Samen met rappen en breakdansen zijn dat de vier disciplines die bij hiphop horen. Richard sloot zich bij het hiphopcollectief NRC aan. Onder de naam DHL toverde hij met draaitafels en spuitbussen.
In 1995 werd DHL betrapt op het illegaal bekladden van muren. De boete die Richard daarvoor kreeg, verhinderde hem een jaar lang nieuwe platen te kopen. Dat bracht hem tot een inzicht: misschien was het toch veiliger om volledig op de passie van het deejayen te focussen? Die switch kwam er niet onder druk van het thuisfront, benadrukt hij. “Hoewel je zou kunnen stellen dat ik niet het makkelijkste pad gekozen heb, heeft mijn moeder me altijd gesteund in alles wat ik deed. Door dik en dun”, lacht hij, terwijl we vertrekkend vanuit het treinstation Gent-Dampoort langs het Handelsdok wandelen voor een goed gesprek.
WU-TANG TURA
Toen de nineties op hun laatste beentjes liepen, lanceerde Richard mee het Brick9000 platenlabel. Het bracht veelal maxi’s met instrumentale tracks uit. Richard amuseerde zich met het ontwerpen van hoezen, stickers en T‑shirts. “Allemaal in de ware DIY-mentaliteit”, mijmert hij. Een zakelijke succes werd het niet, maar fun was het zeker.
“In die tijden waren we volledig georiënteerd op de Amerikaanse hiphop en de funk- en soulsamples die ze daar gebruikten”, vertelt Richard. “Het heeft jaren geduurd voor ik doorkreeg dat er ook bij ons goede funky muziek in de eigen taal is gemaakt. Hoewel Ik voel me goed van Johan Verminnen een van mijn eerste plaatjes ooit was, begon het me pas veel later te dagen dat zich hier in de Lage Landen een groot braakliggend terrein van drumbreaks en samples bevond.”
In een eerder interview haalde Richard het voorbeeld aan van Voorbij, een nummer van Will Tura uit 1984. De beat en de donkere analoge synthesizerklanken in die song zouden niet misstaan in een track van Wu-Tang Clan. “Ik begon Nederlandstalige platen te ontdekken die genegeerd of onvoldoende gewaardeerd werden, wat ik heel vreemd vond. Neem nu de eerste elpee van Magenta uit 1974. Dat was een ware ontdekking: een rauwe plaat die van de eerste tot de laatste noot zeer de moeite is.”
Geschiedenisles
Met wapenbroeder van het eerste uur Michaël De Wilde aka Micha Marva vormde Richard het duo Harde Smart. Samen begonnen ze te grasduinen in vinyl van eigen bodem en lieten ze het publiek met hun vondsten kennismaken via mixtapes en deejaysets.
“Hiphop is een geschiedenisles”, zei Michaël De Wilde ooit. Die gevleugelde woorden raakten de kern. Samplekunst is een vorm van eerbetoon én erfgoedbewaking. In die geest wil Harde Smart dan ook werken. “Via de Amerikaanse hiphop heb ik veel soul en funk leren kennen”, getuigt Richard. “Op die manier kwam ik zelfs bij Zuid-Amerikaanse muziek uit, want die deejays gingen hun samples werkelijk óveral halen. Ik heb me er eens in verdiept: je kunt niet geloven hoe gelaagd die beats zijn. Hoe vaak is Funky Drummer van James Brown niet gesampeld? In die drumtrack zit gevoel en zelfs iets avant-gardistisch, dat kun je met een computer niet bereiken. Ik vind dat echt geniaal.”
Soft-erotisch
Een eerste mixtape met vondsten van Harde Smart, in 2013 op Soundcloud gezet, had als doel de hiphopscene omver te blazen en te tonen dat de funky breaks niet enkel over de oceaan te rapen waren. In die mixtape In vol ornaat – 22 meisjesnamen staan Linda van Will Tura en Jennifer Jennings van Louis Neefs zusterlijk naast Katinka van Neerlands Hoop en Sandra van Ronnie Tober. Daarop volgde IVO breekt, met 48 breaks in een klein uur, waar onder meer John Terra, Daan Broos, Luk Bral, Martine Bijl en Hugo Raspoet de revue passeerden.
Voor de mixtapes werkte Harde Smart rond thema’s, zoals ook ‘soft-erotisch’ (Breekt hartjes). “En altijd met een beetje een absurde twist”, lacht Richard. “We hadden een blinde luisteraar die ons geregeld per mail om details vroeg. Hij had door dat onze mixes een flow hadden, het waren niet zomaar wat nummers achter elkaar gezet. Thema, groove, tempo: dat alles moest één geheel vormen. Niet iedereen beseft dat we er heel veel werk in steken, maar die jongen dus wel.”
Harde Smart in actie
Mediasteun
Harde Smart kreeg een boost toen collega-muzikanten (Halve Neuro, Jimmy ‘Bobby Ewing’ Dewit) en mediamensen de aandacht vestigden op de mixtapes. “Belpopkenner Jan Delvaux kwam bij me thuis op bezoek en hielp ons een eerste biootje te schrijven. Journalist Ben Van Alboom postte een mix van ons op social media, wat ertoe leidde dat het op één dag meer dan duizend keer beluisterd werd. Jonas Boel schreef een stuk over ons in Knack Focus. Het is te danken aan die mensen, die ons een duwtje in de rug gaven, dat we wat rimpelingen in het water hebben kunnen veroorzaken.”
Het zorgde ervoor dat de vinylarcheologen Richard de Muijnck en Michaël De Wilde de stap naar platenreleases konden zetten. In 2019 verscheen op het label Sdban een eerste verzamelalbum met onontdekte parels, onder de titel Flemish & Dutch Grooves from the 70’s. “Je moet zo’n plaat zien als de gekuiste versie van wat we op Soundcloud deden.”
Geen rariteitenkabinet
De meeste artiesten voelden zich gevleid dat Harde Smart songs van hen opdelfde. “Zelfs een grote naam als Raymond van het Groenewoud vond het een eer”, vertelt Richard. “Enkel een tweetal Nederlandse artiesten, onder wie Herman van Veen, gaf geen toestemming. Ze wilden geen deel zijn van wat ze als een rariteitenkabinet beschouwden, terwijl het dat net niét was. Aan zo’n compilatie gaat een grondige studie vooraf, de groove moet helemaal juist zitten.”
Het is heel verleidelijk om obscure tracks als een gimmick te behandelen. Zeker met oude Nederlandstalige nummers wordt vaak gelachen. “Daar doen wij dus niet aan mee. Ik kan alleen maar liedjes gebruiken die ik écht goed vind. Gelukkig heb ik met de jaren een heel brede smaak ontwikkeld. Wij willen echt wel een positief verhaal brengen. Op de Nederlandstalige muziek wordt, zeker in de progressieve hoek, vaak neergekeken. Ik wil tonen: dat zijn onze grondstoffen, dat is onze humus. Laat ons daar toch een beetje fier op zijn. Belgen hebben al zo weinig chauvinisme in zich. Omhels toch dat erfgoed!”
Verbijsterde artiesten
Als Richard artiesten contacteert van wie ze werk willen gebruiken, is het soms duidelijk dat de interesse hen compleet overvalt. “Ik vroeg aan Lamp, Lazerus & Kris of ze een idee hadden waarom we een liedje van hun op onze plaat wilden zetten. ‘Omdat wij de eersten in kleinkunst waren die een elektrische gitaar gebruikten?’, was hun gok. Ik antwoordde: ‘Nee, omdat de drums zo lekker hard waren afgemixt.’ Ze begrijpen niet altijd waarom we een nummer selecteren. André Van Der Veken kwam zelfs totaal uit de lucht gevallen toen we hem aan Jimmy herinnerden. Hij was de plaat die hij in 1978 had uitgebracht helemaal vergeten! Toen hij van de verbijstering was bekomen, zei hij simpelweg: ‘Doe maar jongens!’ En dan was er nog Daan Broos die met Dapokaster in 1975 een album uitbracht, maar daarna totaal uit beeld verdween. ‘Het leven kwam er tussen’, zei hij als verklaring tegen mij.”
Bij Magenta was het zelfs zo dat de band, door de herontdekking via Harde Smart, terug ging optreden. “Ja, ze trokken zelfs opnieuw volle zalen, tot drummer Marc Segal stierf. Als zo’n band als Magenta terug bij elkaar komt en gestimuleerd wordt om bezig te blijven, is dat uiteraard leuk. Hun werk staat er ook nog altijd, hun teksten zijn zelfs vandaag nog actueel. Maar het is zeker niet onze bedoeling om artiesten terug te lanceren. Het enige dat we beogen, is de muziek in ere houden.”
De groep Magenta (hier op een foto uit de jaren 70) beleefde dankzij Harde Smart een revival
Zwangere Guy
Na de seventies met Vol. 1 dook Harde Smart in 2024 in de eighties voor de tweede compilatie Harde Smart Volume 2: Flemish & Dutch Grooves From The 80’s. “Die tweede Harde Smart-release was radiovriendelijker. Om die reden had ik gehoopt dat die iets gretiger door de radio omarmd zou worden. Het is toch wel leuk als zo’n vergeten nummer nog eens op een zender als Radio 1 komt. Het moeten niet altijd dezelfde klassiekers uit De Komplete Kleinkunstkollektie-cd’s zijn die de ether halen. Ik vind het vooral voor de artiesten zelf een beetje jammer dat altijd naar dezelfde bekende liedjes wordt teruggegrepen. Hun rijke oeuvre wordt grotendeels over het hoofd gezien. Neem nu Raymond van het Groenewoud. Op onze eerste Harde Smart-release stond Ze weet niet wat ze doet. Een geil, uitstekend nummer. Slechts weinig mensen kennen dat. Ik begrijp niet waarom dat niet vaker gespeeld wordt. Je mag gerust mensen pleasen, maar verras ze af en toe ook eens. Zeker de echte muziekliefhebbers kunnen dat wel appreciëren.”
Het mooist denkbare compliment is uiteraard als een sample daadwerkelijk zijn weg vindt naar een hiphoptrack. “Zo heeft Zwangere Guy een flard uit een mixtape van ons gehaald: een stukje Erik Van Neygen, gevolgd door een fragment uit Mijn eerste grote liefde, een nummer uit een Nederlandstalige plaat over vampieren van de Duitse zanger Udo Lindenberg. Daarrond bouwde Zwangere Guy de track Stoned & beneveld op. Als een loop herhaalde hij de gezongen zin ‘en ik voelde me stoned en beneveld door jouw aanwezigheid’ door het nummer. Hij heeft dat een totaal nieuwe vibe gegeven, het resultaat is bijzonder cool. ‘Thanks to Harde Smart’, staat er op de release vermeld. Dat een vergeten nummer op die manier een tweede leven krijgt, dat is bijzonder mooi.”
Shazam op Lowlands
Harde Smart haalde al interessante deejayopdrachten binnen. “Dat bewijst dat we een gevoelige snaar hebben geraakt toen we onze focus naar Nederlandstalige muziek verlegden. Ik had die impact echt niet verwacht. Plots konden we op Festival Dranouter staan. Het moet zijn dat mensen onze frisse insteek konden smaken. ’t Hof van Commerce heeft ons al een paar keer gevraagd om voor en na een optreden van hen te draaien. Dan sta je voor 7 à 8000 mensen. Dat is goed, want daar is het ons tenslotte om te doen: die muziek zo wijd mogelijk verspreiden. We werden zelfs gevraagd door het Nederlandse festival Lowlands. Vóór het optreden van de Jeugd van Tegenwoordig mochten wij obscure nummers uit de jaren 60 en 70 draaien. De headliner die avond was Billie Eilish. Dan kun je alleen maar zeggen: bedankt dat wij daar ook mochten staan. Wat wel grappig was: toen ik daar stond te draaien, zag ik mensen met de app Shazam in de weer. Benieuwd naar wat ik nu weer had bovengehaald. Drie uur aan een stuk stonden ze daar de nummers op te zoeken. Mensen hebben vaak geen idee dat er zoveel bijzondere songs in onze moedertaal zijn gemaakt.”
Heel af en toe wordt Harde Smart voor een verkeerde gelegenheid geboekt. “Zo stonden we eens op de Grote Markt in Brussel, als opwarmers voor Liliane Saint-Pierre. Bleek dat ze verlangden dat we enkel bekende Nederlandstalige liedjes zouden opleggen. Dat is uiteraard niet waar wij voor staan. Als we een deejayset doen en we krijgen carte blanche, dan jagen we er op een half uur makkelijk 40 platen door. We lassen fragmenten aan elkaar. En soms spelen we een single op 33 toeren af: moet allemaal kunnen.”
"De beste vondsten staan niet op YouTube of Spotify" - Harde Smarts eerste compilatie (2019, Sdban)
Veel crap doorworstelen
De vraag is natuurlijk: hoe bots je steeds weer op die obscure juweeltjes?
“Oog hebben voor B‑kantjes. Heel belangrijk is: open-minded zijn en je nederig opstellen. En ook: bereid zijn om heel wat rommel te trotseren om uiteindelijk één schat te vinden. Soms krijg ik via via een lading platen, onlangs nog van mensen van productiehuis Woestijnvis. Zeven dozen. Daar zit zoveel crap tussen dat je er moedeloos van zou worden.”
Ik las ergens dat je, zeker in het begin, dingen op het spoor kwam door op YouTube te verdwalen?
“Ja, dat klopt. Ik moet wel zeggen dat de beste vondsten niet op YouTube of Spotify staan. Het is toch vooral zaak rommelmarkten, tweedehandszaken en kringwinkels af te schuimen. We zijn ook vaste klant bij Music Mania en Vinylkitchen in Gent en bij Chelsea Records in Antwerpen. Soms gaan we snuisteren in platenwinkels in Rotterdam. Intussen zijn we al zo’n 12 jaar in de diepte aan het zoeken. De unieke trouvailles worden stilaan zeldzaam, maar heel soms gebeurt het nog: iets aantreffen waar we het bestaan niet van afwisten. Het is onvoorstelbaar dat in zo’n klein taalgebied zo’n rijkgevuld oeuvre is gemaakt.”
Je hebt duidelijk een voorliefde voor muziek uit de jaren 60, 70 en 80. Wat heeft die wat hedendaagse producties missen?
“Dat we er 40, 50, 60 jaar later nog naar luisteren, zegt dat al niet genoeg? Het haar op je armen moet omhoog komen: dat is het criterium. De eerste elpee van Madou uit 1982, zoiets bezorgt me kippenvel. Ik luister ook wel naar Eefje de Visser en dat is best goed, maar het is toch niet hetzelfde. Dat is louter persoonlijke appreciatie, ik wil daar eigenlijk geen waardeoordeel over vellen. Het enige dat ik voor ogen heb, is liedjes die ik mooi vind bundelen en delen. Intussen hebben we de lat wel zo hoog gelegd dat we nu niet meer kunnen afkomen met halfzachte dingen. Ik ga enkel aan de slag met nummers waar ik zelf achter sta. Zelfs kritische muziekfans moeten, als ze bereid zijn om te luisteren natuurlijk, overtuigd geraken van de kwaliteit van wat we presenteren.”
"Hiphop is een geschiedenisles" - Richard De Muijnck bij zijn platenkast | © Hendrika De Maesschalck
Vorige zomer verscheen bij RE:, een imprint die het Nederlandse Excelsior Records in het leven riep om bijzondere popculturele erfgoedstukken te belichten, Dromen zijn vervlogen – De Vlaamse onderstroom 1980 – 1988. Een verzamelaar van Vlaamse new wave in onze taal. De Nederlandse samensteller Niek Hilkmann heeft in zijn zoektocht naar geschikte songs ook bij jou aangeklopt. Hoe kwam hij bij jou terecht?
“Via Soundcloud. Het contact ontstond dus online. Het bewijst dat het internet niet alleen voor porno- en gokverslaafden een walhalla is, maar ook voor muziekliefhebbers. (lacht) Niek begon vragen te stellen over nummers die ik daar geüpload had, zoals Dromen zijn vervlogen van Peter Praet. Ik hielp hem ook aan tracks van Mensen Blaffen en Kamiel. Niek is een echte archivaris die diep graaft. Hij ging zelfs op zoek naar demo’s die nooit officieel zijn uitgebracht, zó ver ging hij. Dromen zijn vervlogen is eigenlijk een vervolg op De toekomst laat me koud, een compilatie van Nederlandstalige new wave uit Nederland waarvoor ik overigens ook enkele nummers leverde. Die compilaties doen het redelijk goed. Als je daar 500 tot 1000 exemplaren van weet te verkopen, ben je break-even.”
Een Nederlander die zo’n grote interesse in Vlaamse muziek toont, is tamelijk ongewoon.
“Dat klopt. Het is goed dat dat kan. Ik heb trouwens sterk de indruk dat Nederland trotser is op zijn muzikale patrimonium. Zelf heb ik altijd een goed gevoel gehad als ik in Nederland kwam. Ik ontmoet er vaak mensen met een heel open ingesteldheid. We hadden eens een set in Eindhoven en na ons kwam een omaatje drum-‘n‑bass draaien. Geweldig!”
Jullie gaan dus ook wel geregeld in Nederland op platenjacht?
“Ja, maar zoals ik al zei, wordt het steeds moeilijker om waardevolle platen te vinden. Mijn Harde Smart-partner Michaël De Wilde is intussen gestopt, omdat de combinatie met zijn job en gezin te lastig werd, maar we houden contact. Soms gaat hij nog weleens mee naar een deejayset. Alleen had ik Harde Smart nooit kunnen opstarten. Dat onze zoektocht moeizamer wordt, heeft volgens mij ook wel meegespeeld in zijn beslissing om te stoppen. Ik vrees een beetje dat de catalogus waar we op kunnen teren uitgeput geraakt, dat de bronnen stilaan opdrogen. Of we moesten echt op zoek gaan naar demo’s en andere huisvlijt. Waar ik wél nog een toekomst in zie, is linken leggen tussen artiesten en compilaties maken die verschillenden decennia overspannen. De nadruk meer leggen op de context, op de thema’s.”
Hoe groot is jouw eigen platencollectie?
“Ik schat zo’n 11.000 platen. Ik ben net een deel aan het verkopen, trouwens. Ik ga niet op Discogs checken hoeveel je voor een plaat kan vragen. Wat ze voor míj persoonlijk waard is, is het enige dat telt. De eerste single van Lamp, Lazerus & Kris, De Peulschil, kost nu 75 euro, terwijl ik er destijds een halve euro voor heb betaald. Ook platen van Della Bosiers zijn nu ineens duur geworden.”
Van welke platen zul je nooit afscheid kunnen nemen?
“Sommige Nederlandstalige platen koop ik telkens opnieuw. Zo heb ik al drie of vier versies van The Scratchin’ Zwaantjes van Urbanus en Jean Blaute. Die song zit zo knap in elkaar. Zelfs de instrumentale versie, met Kris Kastaar als scratcher: wauw! Ik bezit ook drie verschillende uitgaven van Ze noeme mij de Juul Kabas, de bekendste single van Juul Kabas. Soms, als ik meerdere exemplaren van een plaat heb, geef ik er eentje cadeau aan iemand. Muziek doorgeven is een daad van liefde. Mensen die je platen schenken, beschouw ik als goede mensen. In 1993 gaf iemand mij een plaat van Kraftwerk. ‘Luister daar eens naar’, zei hij. Ik ben hem er nog altijd dankbaar voor.”
“Wat ik ook nog koester: de singleversie van Stad van Wim De Craene uit 1976. Wondermooi. Dat was de B‑kant van de single Marcellino. Het is een heel ander, rijker gearrangeerd nummer dan de akoestische uitvoering die drie jaar eerder op zijn debuutalbum was verschenen. Eigenlijk zouden ze dat nummer in die versie moeten heruitbrengen. Ik heb het leren kennen via een Nederlandse maat. Dat is best grappig, als je er bij stilstaat: ik kom net als Wim De Craene uit het Gentse en raak er pas via een omweg langs Nederland mee in contact.”
Bezoek aan Sdban
Als we na onze wandeling terug bij station Gent-Dampoort arriveren, stelt Richard voor om even verderop bij platenfirma NEWS binnen te springen. Daar houdt Stefaan Vandenberghe kantoor, de labelmanager van Sdban, het huis waar de Harde Smart-compilaties onderdak vonden. Het label Sdban is gespecialiseerd in het heruitbrengen van Belgische muziek uit de jaren 60 en 70. Zo schonk het ons al mooie heruitgaven van Koen De Bruyne (wijlen de broer van Kris, een voortreffelijk jazzpianist), Open Sky Unit (Luikse jazzband uit de jaren 70) en Yamasuki (een cultproject van muziekproducer Jean Kluger en Daniel Vangarde, de vader van Daft Punk-lid Thomas Bangalter). De bekendste releases van Sdban zijn ongetwijfeld Funky Chicken en Funky Chimes, compilaties van vergeten, maar uitmuntende funky en groovy Belgische muziek uit de jaren 70.
Voor de compilaties van Harde Smart staat Stefaan Vandenberghe in voor het clearen van de muziekrechten. Hij moet dus op zoek naar de eigenaars van de songs om hun toestemming te vragen. Voor een mixtape is dat niet altijd nodig, maar als zo’n oud nummer op een verzamelaar terechtkomt, is dat wél een vereiste. Stefaan merkt, net als Richard de Muijnck, dat artiesten heel verbaasd kunnen reageren als ze plots aan hun werk van vervlogen tijden worden herinnerd. “Artiesten zijn soms aangenaam verrast dat ze na 50 jaar nog eens iemand aan de lijn hebben die interesse toont in hun muziek. Ze zijn dankbaar dat ze nog eens gehoord worden en aandacht krijgen.”
Maison du Jazz
Ons gesprek komt zo op muziekerfgoed en hoe ermee om te gaan. Stefaan geeft het VRT-muziekarchief als voorbeeld. “Ze bewaarden alles, wat uiteraard positief is, alleen hadden ze er het lumineuze idee gehad om enkel de audio bij te houden. Ze bezitten dus wel alle singles, maar niet de hoesjes. Die plaatjes staan allemaal in standaard bruin karton in de rekken geschikt. Ik vind dat onvoorstelbaar: zo ben je toch een deel van het verhaal kwijt. Dat is zo’n gemiste kans! Je krijgt dat niet meer rechtgezet.”
Stefaan, die ook actief is als deejay Dr. Lektroluv, heeft zich ook al weleens afgevaagd wat hij later met zijn eigen vinylcollectie moet doen. “Ik kan het mijn kinderen niet aandoen om hen op te schepen met 60.000 platen. Moet ik ze dan verkopen? Dat vergroot het gevaar dat zo’n collectie uit elkaar getrokken wordt. Er zou een instantie moeten bestaan waar je ze aan kunt schenken. In Luik heb je Maison du Jazz, een documentatiecentrum met Jean-Paul Schroeder als conservator. Het zou interessant zijn één centrale plek te hebben waar verzamelingen samenkomen. De collectie van Juul Anthonissen, de bekende en betreurde promotor en programmator van jazz, staat ergens goed bewaard en dat is oké. Maar misschien kun je er méér mee doen en de platen op een of andere manier openstellen voor publiek?”
Richard merkt op dat hij op rommelmarkten soms op platen botst waar een stempel op staat van de voormalige Mediatheek in Gent. Stefaan knikt. “Nog zoiets: hoeveel collecties van vrije radio’s zijn niet versnipperd geraakt? Pas nu, veel te laat, beseffen we dat we dingen verloren hebben laten gaan. In dit digitale tijdperk hebben fysieke dragers zeker nog hun plaats en waarde. Maar je moet de ruimte hebben én de financiële middelen om zo’n verzameling te stockeren en te onderhouden.”
Tekst door Peter Van Dyck
Ook interessant
Rataplan: Thuis in de living
De YouYou Groep in Brussel: stemmen die verbinden
Maak kennis met Bauke Verschueren