‘Inclusie avant la lettre’: een nalatenschapsproject van theatermaakster Greet Vissers
Greet Vissers is regisseur en auteur. Sinds de jaren 80 pioniert ze in het inclusief theatermaken. Zo maakt ze voorstellingen niet alleen vóór maar ook mét specifieke doelgroepen, zoals kinderen en jongeren, personen met een beperking en mensen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond.
Vissers start haar carrière bij Theaterwerkgroep Kopspel begin jaren 80. Hier zet ze haar eerste stappen in het inclusief theatermaken. In 1985 staat ze mee aan de basis van theatergroep STAP, een theater voor acteurs met een beperking. In 1992 richt ze samen met Jo Roets jeugdtheatergezelschap Blauw Vier (nu Laika) op. Hier werkt ze met professionele acteurs aan voorstellingen voor kinderen en jeugd — “volwassen theater voor kinderen”. Tot 2000 is ze de huisregisseur en artistiek leider. Daarna werkt Vissers voornamelijk als freelancer voor gezelschappen, zowel in Vlaanderen (zoals HETPALEIS) als in Duitsland (zoals Das Rheinische Landestheater Neuss). Vanaf 2007 ontwikkelt ze een inclusieve creatiemethode met anderstalige nieuwkomers. Dit mondt uit in de oprichting van creatieplatform kunstZ in 2012. Daarnaast werkt ze inclusief met kinderen en jongeren. In 2018 vindt ze een woord om haar methode van gezamenlijk creëren te benoemen, vanaf dan spreekt ze over ‘assemblage’. Naast haar werk als regisseur en auteur, is Vissers ook actief in het onderwijs. Zo was ze onder meer verbonden aan de drama-afdeling van Fontys Eindhoven en de Kunsthumaniora Gent en Antwerpen. Sinds 2011 is ze gastdocent aan de Toneelacademie Maastricht.
In 2023 ontving Vissers subsidies binnen de subsidielijn pilootprojecten kunstenerfgoed. Hiermee kon ze een jaar lang aan de slag met haar nalatenschap. Haar inclusieve creatiemethode of assemblage staat hierin centraal. Via het project Inclusie avant la lettre wil de theatermaakster deze methode borgen en doorgeven aan een volgende generatie makers, dramadocenten en geïnteresseerden. Zo hoeven ze niet van nul te beginnen bij het ontwikkelen van een eigen methode, maar kunnen ze inspiratie opdoen uit afgeronde projecten en leren uit Vissers’ ervaringen. Het pilootproject bestond uit twee luiken: het inventariseren en overdragen van het archief aan het Letterenhuis en het opstellen van een digitaal platform waarop de assemblage-techniek gedocumenteerd wordt.
Inventaris en overdracht van het archief
Vissers startte het pilootproject met het in kaart brengen van haar archiefmateriaal. Aan het begin van haar carrière werkte de theatermaakster voornamelijk analoog. Van in het begin bewaarde ze haar persoonlijke notitieboeken en documenten van voorstellingen zoals scripts, foto’s, schetsen van decors, recensies, subsidiedossiers … In totaal telt haar papieren archief ongeveer 17 strekkende meter aan materiaal. Dit bewaarde ze in 120 dozen die in 5 kasten in haar garage stonden. Na verloop van tijd werkte Vissers meer en meer digitaal. Ook dit materiaal bracht ze in kaart. Hiervan waren sporen te vinden op verschillende externe harde schijven, op laptops en in mailboxen.
Eens duidelijk waar al het materiaal zich bevond, werd het papieren archief geïnventariseerd en overgedragen aan het Letterenhuis te Antwerpen. Renée Ryckx, naast stagiaire bij het Letterenhuis ook gediplomeerde theater‑, film- en literatuurwetenschapper en schoondochter van Vissers, maakte in het kader van haar opleiding archivistiek een inventaris en nieuwe ordening voor het fysieke archief. Op het hoogste niveau maakte ze een opdeling tussen artistiek werk, professionele activiteiten, receptie en theaterdocumentatie. Het artistiek werk werd verder opgedeeld volgens de verschillende creatieve processen in het oeuvre van Vissers. Zo maakte ze voorstellingen met specifieke doelgroepen (inclusief theater), voorstellingen voor kinderen (kinder- en jeugdtheater) en voorstellingen voor volwassenen (volwassenentheater). Binnen deze categorieën kan je de stukken per voorstelling terugvinden. De notitieboeken vormden een aparte categorie omdat deze chronologisch geordend zijn in plaats van per voorstellingstype of creatief proces. Professionele activiteiten werden verder opgedeeld in coaching, docentschap en oprichter theatergezelschap. Hier werd gekozen voor een opdeling volgens functies of activiteiten van de archiefvormer. Dit kwam gedeeltelijk overeen met de ordening die Vissers zelf al had aangebracht in haar archief. De volledige inventaris kan geraadpleegd worden via de catalogus van het Letterenhuis. In haar thesis Van scène naar systematiek. Over het documenteren van creatieve processen in de podiumkunsten, aan de hand van het archief van Greet Vissers gaat Renée dieper in op het proces van het opstellen van de inventaris.
Een groot voordeel bij het opstellen van deze nieuwe ordening en inventaris, was dat Renée vertrouwd was met het werk van Vissers en ook regelmatig met haar in gesprek kon gaan over het archief. De nieuwe structuur werd op verschillende momenten afgetoetst bij de theatermaakster en bijgestuurd waar nodig. Zo kwamen ze samen tot een ordening die de werkwijze van Vissers reflecteert. Zelf zei de theatermaakster hierover: “Archiveren is ook een creatief proces. Zalig, dat opruimen ook creatief kan zijn.”
Ook het grootste deel van Vissers digitale archief werd aan het Letterenhuis geschonken. Hoewel hierin grotendeels dezelfde documenttypes zijn terug te vinden, behoorde dit niet tot de focus van de stage van Renée. Dit deel van het archief wordt momenteel verwerkt door het team van de archiefinstelling. Later zal dit worden toegevoegd aan de inventaris. Ook het audiovisueel materiaal dat gedigitaliseerd werd voor het project, wordt hierin opgenomen. Af en toe stoot Vissers nog op nieuw materiaal om over te dragen aan de archiefinstelling: zo bekijkt ze of er een selectie van haar mails aan het digitale archief kan worden toegevoegd en wordt er nagedacht over het overdragen van het organisatiearchief van kunstZ. Een deel van het digitale materiaal ging verloren door een oude laptop die niet meer teruggevonden werd.
Een digitaal platform voor Vissers’ werkmethode
Het tweede luik van het project bestond eruit een digitaal platform te ontwikkelen om de assemblagemethode voor inclusief theatermaken te documenteren. Samen met een team bestaande uit audiovisueel artiest Mario Leko (die ook Vissers’ artistiek partner was in verschillende van haar projecten), grafisch vormgever Charissa Plasmans (Studio Kuurjeus) en websiteontwikkelaar GewoonBen zocht Vissers naar een manier om haar methode te documenteren en te presenteren op een digitaal platform. Al snel werd het idee om het platform op te bouwen rond een tijdlijn van Vissers’ carrière of rond enkele kapstokvoorstellingen losgelaten. In plaats daarvan werd gekozen voor thematische clusters.
In totaal werden er tien clusters vastgelegd rond thema’s die bepalend waren voor de werkmethode van Vissers: assemblage, maskers, schaduwspel, co-creatie, impro, groepsdynamiek, inspiratie, communicatie, meertaligheid en docu. De eerste zes hiervan zijn reeds uitgewerkt en raadpleegbaar op het digitaal platform Inclusie avant la lettre in de leeszaal van het Letterenhuis (zowel in het Nederlands als in het Engels). De overige vier zijn nog in ontwikkeling en zullen dit najaar verschijnen.
Bij het uitwerken van het digitaal platform, stootte het team ook op enkele problemen. Op al het beeldmateriaal dat gebruikt werd, gelden zowel auteurs- als portretrechten. Het in kaart brengen van alle rechthebbenden en het individueel verkrijgen van hun toestemming, zou te tijdrovend zijn geweest. Daarbovenop stellen acteurs zich in verschillende filmpjes en audiofragmenten kwetsbaar op. Het gaat namelijk om improvisaties, repetities, interviews met kinderen … De vraag werd dus gesteld of je dit privacygevoelig materiaal wel vrij wil delen op het internet. Om deze redenen werd er gekozen het platform enkel raadpleegbaar te maken in de leeszaal van het Letterenhuis, waar het sowieso gearchiveerd zou worden en deel zou uitmaken van het archief van Greet Vissers. Op deze manier zal het voornamelijk onderzoekers, theatermakers en geïnteresseerden aantrekken en kan er beroep gedaan worden op de uitzondering op het auteursrecht voor archiefinstellingen. Ook voor onderwijs geldt er een uitzondering op het auteursrecht. Er wordt momenteel onderzocht of de website eventueel met studenten Drama gedeeld kan worden.
Een tweede probleem dat opdook is de onderhoudskost van een website. In de projectbegroting werd rekening gehouden met de ontwikkelingskosten, maar niet met de uitgaven voor het online houden van deze website, zoals webhostingskosten en onderhoudskosten. Door enkel een offline archiefversie te bewaren in het digitale depot van het Letterenhuis, zou ook deze kost wegvallen wanneer het platform klaar is om gearchiveerd te worden.
Een terugblik op het project
Hoewel het pilootproject officieel afliep in het najaar van 2024, werkt Vissers verder aan haar nalatenschap. Dankzij deze subsidie kon Vissers de juiste mensen inschakelen en vergoeden voor hun werk, maar één jaar bleek te kort om de volledige nalatenschap in kaart te brengen, te documenteren en te delen met geïnteresseerden. Ze concludeert dat het belangrijk is om gefaseerd te werk te gaan, voldoende tijd uit te trekken om de verschillende delen van je nalatenschap te verwerken en je te laten omringen door mensen met de juiste kennis. Een tip die ze geeft aan kunstenaars die aan de slag willen met hun nalatenschap is: “Begin er niet alleen aan. Splits je nalatenschap op, bekijk wat elk deel nodig heeft, en omring elk stuk met de juiste mensen.”
Ook interessant
Haha humor: van variété tot cabaret | Erfgoeddag 2026
TRACKS-dag: de kunst van het bijhouden en weggooien
Circus Wikithon