Levend erfgoed heeft ruimte nodig | Verslag
Hoe kunnen erfgoedgemeenschappen hun praktijken blijven beoefenen en doorgeven in een veranderende omgeving? Tijdens de internationale workshop Safeguarding Living Heritage in Urban Contexts van FLAME (European Centre for the Safeguarding of Living Heritage) in Antwerpen op 12 en 13 oktober stond de relatie tussen immaterieel erfgoed en stedelijke ontwikkeling centraal. De workshop en een veldbezoek aan de Reuskens in Borgerhout leverden inzichten op die ook relevant zijn voor erfgoedgemeenschappen in muziek en podiumkunsten.
Enkele dagen eerder, op 9 oktober, stond een gelijkaardige vraag centraal op de studiedag Levende erfgoedplekken. Van Napels tot Brugge in Leuven, georganiseerd door de Vlaamse UNESCO Commissie. Ook daar klonk de overtuiging dat een plek betekenis krijgt door wat mensen er doen, weten en doorgeven, en dat levende erfgoedpraktijken op hun beurt plekken nodig hebben om te kunnen blijven bestaan. Inzichten uit beide bijeenkomsten brengen we in dit verslag samen.
Levend erfgoed koppelen aan ruimtelijke planning
Muziek- en podiumpraktijken hebben plekken nodig om samen te komen en te oefenen, sociale netwerken, materiaal en infrastructuur, en mogelijkheden om kennis en vaardigheden door te geven. Stedelijke veranderingen, nieuwe regelgeving, stijgende kosten of het verdwijnen van geschikte locaties kunnen die mogelijkheden onder druk zetten. Tegelijk dragen erfgoedpraktijken bij aan ontmoeting, sociale samenhang en het leven in een buurt. Erfgoedzorg en ruimtelijke planning hoeven dus geen gescheiden werelden te zijn.
De tweedaagse workshop werd begeleid door María Claudia López Sorzano. Zij coördineerde de totstandkoming van UNESCO’s Guidance Note on Safeguarding Intangible Cultural Heritage in Urban Contexts. De guidance note is gebaseerd op onderzoek in Singapore en Bogota en biedt praktische richtlijnen om levend erfgoed en praktijken van erfgoedgemeenschappen te integreren in duurzame stedelijke ontwikkeling en ruimtelijke planning. De centrale vraag van de workshop was: Hoe kunnen beleid en gemeenschappen samen zorgen voor omstandigheden waarin erfgoedpraktijken kunnen blijven leven?
Een stedenbouwkundig masterplan bevat een visie op de toekomst en brengt ecologische, functionele, sociaaleconomische en erfgoedstructuren met elkaar in verband. Immaterieel erfgoed kan in elk van deze structuren een rol spelen. Een erfgoedpraktijk kan tegelijk een sociale functie, een economische betekenis, een relatie met de openbare ruimte en een ecologische dimensie hebben.
Een geïntegreerde benadering voorkomt dat immaterieel erfgoed als een afzonderlijke culturele activiteit wordt beschouwd. María Claudia bracht een voorbeeld mee van Singapore: de Heritage Activation Nodes van de National Heritage Board, waarbij lokale gemeenschappen samen met stedenbouwkundigen en relevante organisaties projecten opzetten om het lokale erfgoed te vieren en promoten. De projecten focussen per buurt op het creëren van plekken, programma’s en mensen.
Ook in Bogotá, het tweede vertrekpunt van de guidance note, krijgt levend erfgoed een plaats in de stadsplanning. María Claudia lichtte dit voorbeeld toe op de studiedag Levende Erfgoedplekken in Leuven. Bewoners helpen er mee bepalen welke plekken en gebruiken belangrijk zijn, onder meer via een participatieve inventaris. Bij de herinrichting van wijken worden traditionele markten behouden en wordt er ruimte voorzien voor winkels die ambachtelijke producten uit de streek verkopen. Zo krijgen erfgoedgemeenschappen en hun immaterieel erfgoed een plek in de nieuwe stad.
Kermiscultuur is verbonden met plaatsen
Na een voorstelling van de richtlijnen en methoden om als erfgoedwerkers met stedenbouwkundigen in gesprek te gaan, bespraken we de case van kermiscultuur. Steve Severeyns (foorkramer en voorzitter van Verdediging der Belgische Foorreizigers, een beroepsvereniging die opkomt voor de belangen van kermismensen in Vlaanderen) bracht de kermiscultuur in Vlaanderen naar voren als voorbeeld van een erfgoedpraktijk die nauw verbonden is met specifieke plaatsen, tijdstippen en lokale gemeenschappen.
Een kermis is meer dan een verzameling attracties. Ze brengt een tijdelijk dorp tot stand op een plein of markt, vaak op een locatie en datum die historisch met de plaats verbonden zijn. De jaarlijkse kalender, de samenwerking met lokale besturen en de vertrouwdheid met een plek maken deel uit van de praktijk. Tegelijkertijd staat deze traditie onder druk. Openbare ruimte wordt schaarser, regelgeving verandert, steden evolueren en klimaatverandering stelt nieuwe eisen. De Antwerpse Sinksenfoor, die naar de rand van de stad verhuisde en waartegen juridische stappen werden ondernomen, illustreert de spanning tussen de voortzetting van een traditie en andere aanspraken op de stedelijke ruimte.
De centrale boodschap was dat een dergelijke spanning niet uitsluitend met regelgeving of ruimtelijke planning kan worden opgelost. Er is dialoog nodig tussen erfgoeddragers (in dit geval: kermisexploitanten) of beoefenaars, lokale besturen, buurtbewoners en andere gebruikers van de openbare ruimte. Het (opnieuw) integreren van kermissen in stadscentra vraagt om wederzijds begrip en om beleidskeuzes die de voorwaarden creëren waaronder de praktijk kan blijven bestaan.
Een gelijkaardige spanning kwam aan bod op de studiedag Levende Erfgoedplekken, met het Jemaa el-Fnaplein in Marrakesh. Het plein, deel van de werelderfgoedsite van de medina en zelf erkend als immaterieel erfgoed, dankt zijn karakter aan verhalenvertellers, muzikanten, artiesten en verkopers. Bij de herinrichting werd rekening gehouden met hun noden, onder meer via aangepast en verplaatsbaar meubilair. De spreker, Ahmed Skounti, benadrukte hoe complex het evenwicht is in een sterk toeristische omgeving. Voor ons bleef vooral de vraag hangen hoe beoefenaars zelf zeggenschap kunnen houden over de plek waar hun praktijk zich afspeelt, net zoals bij een kermis op een stadsplein.
Een plaats op de Inventaris Vlaanderen (of de UNESCO-lijst) van immaterieel erfgoed (Kermiscultuur in België en Frankrijk werd in 2024 toegevoegd aan de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van UNESCO) kan lokale besturen helpen om het belang ervan te begrijpen, maar erkenning alleen volstaat niet. Preventie, vroegtijdige dialoog en kennis van wat er lokaal leeft, zijn nodig om conflicten te vermijden voordat ze escaleren.
Een slaapplek voor De Reuskens van Borgerhout
Tijdens een veldbezoek op de tweede dag van de workshop maakten we kennis met De Reuskens van Borgerhout. Wat begon als een traditie met vier reuzen, groeide vanaf 2012 uit tot een veel ruimer initiatief. Met Maak je eigen reus kregen groepen en verenigingen de kans om zelf een reus te creëren. Inmiddels zijn er ongeveer honderd nieuwe reuzen bijgekomen. De kracht van deze werking zit niet alleen in de jaarlijkse parade op straat. Het samen maken, organiseren en begeleiden van activiteiten brengt mensen bij elkaar en biedt ruimte om verhalen en betekenissen met elkaar te delen. De traditie vormt zo een vertrekpunt voor gemeenschapsvorming.
Plekken om samen te komen zijn hierin belangrijk. Een repetitieruimte, atelier, opslagplaats, een ontmoetingsplek, of een combinatie daarvan is vaak een noodzakelijke voorwaarde om een praktijk levend te houden. De vzw De Reuskens komt samen in Borgerhub, waar de reuzen een slaapplek hebben die toegankelijk is voor buurtbewoners. Dat draagt bij aan de magie en het verhaal rond de reuzen, en helpt de traditie levend te houden.
Een gedeelde plek waar verschillende groepen elkaar ontmoeten, bevordert bovendien de uitwisseling en verkleint het risico dat één groep de traditie voor zichzelf opeist. In september 2026 besliste het stadsbestuur om de locatie van Borgerhub, waar ook de reuzen verblijven, te verkopen.
De vzw De Reuskens beschouwt zichzelf als een nomadische vereniging en ziet mogelijkheden om elders opnieuw te aarden. Daarvoor is wel een plek nodig in de buurt, met een duidelijke band met de lokale gemeenschap en ruimte voor de reuzen om te slapen tot de volgende stoet zich aandient. De voorzitter gaat hierover met een wensenlijstje in gesprek met het Antwerpse stadsbestuur.
Erfgoedsite en erfgoedpraktijk hebben elkaar nodig
De studiedag in Leuven was het tweede luik van een internationaal traject over het beheer en de ontwikkeling van erfgoedsites. Elke case en elke werksessie draaide dan ook rond een concrete plek, zoals een begijnhof, een plein, een molengebied, een abdij of een kunstencentrum. Van daaruit werd de verbinding gezocht met de tradities en gemeenschappen die er leven. De workshop in Antwerpen vertrok vanuit de andere richting: vanuit praktijken die een plek nodig hebben om te kunnen blijven bestaan. Beide bewegingen vullen elkaar aan en vertrekken van dezelfde vraag: hoe krijgen mensen en hun praktijken een volwaardige plaats in het beheer en de ontwikkeling van een plek?
Het vertrekpunt van de Leuvense studiedag was een pilootproject in het Brugse Begijnhof. Voor het nieuwe masterplan van deze werelderfgoedsite werden bouwhistorisch en bouwfysisch onderzoek verbonden met onderzoek naar de geschiedenis, het immaterieel erfgoed van de plek en de betekenis die bewoners en andere betrokkenen eraan geven. Het project toonde ook waar zo’n geïntegreerde aanpak op botst. Architecten, stadsplanners, opdrachtgevers, onderzoekers en erfgoedwerkers spreken elk hun eigen “taal”. Bovendien is het beleid vaak verdeeld over verschillende instanties. Werken met gemeenschappen vraagt daarnaast tijd, middelen en de bereidheid om onderweg bij te sturen, eerder dan vooraf vastgelegde resultaten.
Ruimte om te blijven groeien
De workshop in Antwerpen en de studiedag in Leuven maakten duidelijk dat levend erfgoed niet losstaat van de omgeving waarin het wordt beoefend. Wie muziek- en podiumpraktijken wil blijven ondersteunen, moet daarom ook aandacht hebben voor de plekken, netwerken en infrastructuur die ze mogelijk maken. Door erfgoedgemeenschappen vroegtijdig te betrekken bij stedelijke ontwikkeling, kunnen beleid en planning bijdragen aan een stad waarin tradities niet alleen een plaats krijgen, maar ook ruimte om te groeien en te veranderen.
Meer lezen?
- KIEN (Kenniscentrum immaterieel erfgoed Nederland) schreef een brochure: Ruimte voor immaterieel erfgoed: Hoe integreer je immaterieel erfgoed in gemeentelijk omgevingsbeleid?
- Steve Severeyns vertelde in een interview aan de collega’s van Histories hij onderhandelt met steden en gemeenten.
- Guidance Note Safeguarding intangible cultural heritage in urban contexts
- Van Brugse proeftuin naar internationale UNESCO-dialoog: achtergrond bij het Brugse pilootproject (Vlaamse UNESCO Commissie)
- Bruges Recommendations on Integrated Heritage Approaches
- Levend erfgoed verbindt: terugblik op twee inspirerende dagen (Vlaamse UNESCO Commissie)
Ook interessant
Passie binnen circusfamilies | Erfgoeddag 2027
Tongerse bladmuziekcollecties opnieuw beschreven in RISM
Dwi Mekar: een familie die Balinese dans laat bloeien