Muziekpublique: Muziek- en danstradities levend houden vanuit Brussel
Midden in Brussel werkt Muziekpublique al ruim 20 jaar aan het levend houden van muziektradities van over de hele wereld. Met concerten, een label, festivals en een eigen academie verbindt de organisatie artiesten, gemeenschappen en publiek rond levende erfgoedpraktijken. Wij gingen in gesprek met Evi van Thienen, coördinatrice van de Academie van Muziekpublique. Ook de medewerkers pers, communicatie en multimedia, en die van het label Muziekpublique, haakten af en toe aan. We spraken over de rol die Muziekpublique opneemt in het doorgeven van traditionele muziekpraktijken in de stedelijke context van Brussel, over de waarden en keuzes die daarbij centraal staan, en over uitdagingen en kansen voor dit erfgoed in beweging.
Van vaste plek tot nomadische werking met vaste waarde
Muziekpublique werd in 2002 opgericht door Peter van Rompaey, vandaag nog altijd artistiek en zakelijk leider, als reactie op een gebrek aan structurele ondersteuning voor traditionele muziek. Veel muzikale tradities bleven in Brussel vaak onder de radar, ook al waren ze volop aanwezig in de stad. “Ons doel is het promoten en verspreiden van traditionele muziek (en in mindere mate dans) en dat doen we aan de hand van drie pijlers: het label, de academie en de concertwerking.”
Jarenlang vond Muziekpublique onderdak in het Theater Molière in Elsene, dat uitgroeide tot een warme ontmoetingsplek voor artiesten en publiek. “Het Molière was echt ons huis”, vertelt een label-medewerker. “We hebben er heel veel concerten georganiseerd. Het publiek wist: als je traditionele muziek wil horen, dan moet je daar zijn.”
Toen het theater gesloten werd voor renovatie, moest Muziekpublique op zoek naar nieuwe plekken. “We leiden nu een nomadisch bestaan”, aldus de medewerker van het label. “Dat is soms lastig, maar het heeft ons ook flexibel gemaakt. We spelen nu op onverwachte plekken: kerken, tuinen, culturele centra, zelfs bij mensen thuis. Daardoor bereiken we een ander publiek en brengen we de muziek letterlijk dichter bij de stad.” Dat past wonderwel bij de missie van de organisatie: tradities levend houden door ze te delen, overal waar mensen samenkomen.
De organisatie groeide uit tot een internationaal referentiepunt. Hoewel ze in Brussel en Vlaanderen werken voor een eerder nichepubliek, is Muziekpublique wereldwijd bekend om haar unieke combinatie van label, academie en concertwerking.
Geen wereldmuziek
Muziekpublique wordt vaak met de term ‘wereldmuziek’ geassocieerd, maar de organisatie gebruikt deze term zelf bewust niet meer. “De term wereldmuziek wordt meestal gebruikt om muziek aan te duiden die niet westers is. Het is dus een vorm van exotisme”, legt een label-medewerker uit. “Zelf promoten wij ook muziek die haar wortels heeft in België of Europa, die dan weer folk wordt genoemd, naast muziek met traditie buiten Europa, die even goed folk zou kunnen worden genoemd. Al die rijkdom en diversiteit aan tradities reduceren tot wereldmuziek is bijzonder verarmend.”
Muziekpublique spreekt liever over traditionele muziekpraktijken: levende praktijken die geworteld zijn in gemeenschappen en via orale overdracht worden doorgegeven. Het doel is om die praktijken te versterken en nog zichtbaarder te maken, niet om ze te vermengen of te commercialiseren. “We trachten elke traditie zo goed mogelijk in haar eigen kracht en context te tonen”, zegt een label-medewerker. “Fusion is geen strategie voor ons. Er bestaan al veel plekken waar traditionele muziek wordt gemengd met pop of jazz. Dat mag uiteraard bestaan, maar dat is niet onze rol.”
De Academie: leren van levende meesters
De Academie van Muziekpublique, opgericht in 2006, is één van de drie pijlers van de organisatie. Elk jaar volgen cursisten er les in traditionele zang, dans en instrumenten: flamencodans, qanun, oud, kora, flamencogitaar, viool in de Balkanstijl, Occitaanse dansmuziek, en meer. “Onze lessen vertrekken voornamelijk vanuit de orale traditie”, vertelt Evi. “De meeste leerkrachten doen geen beroep op partituren of examens. De leraar speelt of zingt, de leerlingen luisteren, herhalen en voelen het ritme.” De communicatiemedewerker vult aan: “Het is een bewuste keuze. Ten eerste blijft het zo trouw aan de wortels van deze muziektradities, en ten tweede verlaagt het de drempel. Je hebt geen notenleer nodig om te beginnen.”
De lessen vinden plaats in het Maria-Boodschaplyceum (Mabo) in Brussel. De docenten zijn stuk voor stuk actieve muzikanten, vaak afkomstig uit de gemeenschappen waar de muziek is ontstaan. “Ons cursusaanbod is divers, en trekt bijgevolg cursisten aan die voor uiteenlopende redenen les komen volgen. Ik kan niet in naam van de meer dan 800 leerlingen spreken, maar ik heb het gevoel dat sommige cursisten een les starten die hen dicht bij hun roots brengt, terwijl anderen net nieuwsgierig zijn naar een instrument, klank of traditie waar ze niet mee zijn opgegroeid. En dat is net het mooie: je hoeft niet uit een bepaalde gemeenschap te komen om met respect en passie te beginnen leren.”
“De academie brengt mensen in contact met muziektradities waar ze anders misschien niet meteen mee zouden kennismaken”, vertelt Evi. Ze geeft het voorbeeld van een huiskamerconcert van Mamadou Drame, waar twee personen uit het publiek zo onder de indruk waren dat ze meteen dachten: ‘Wij willen echt graag kora leren spelen’. Tot hun verbazing ontdekten ze dat dat gewoon kon. “Ze hebben diezelfde avond nog met Mamadou gepraat en meteen afgesproken wanneer ze konden beginnen met de lessen.”
Aan de Academie wordt ook flamencodans gegeven | © Caroline Lessire
Muziekpublique als ecosysteem
De academie staat niet los van de andere activiteiten van Muziekpublique. Integendeel: docenten zijn vaak ook artiesten die optreden in de concertreeks of platen opnemen bij het label. “Alles is met elkaar verbonden”, zegt Evi. “Een leraar die een nieuw ensemble vormt, kan later ook geprogrammeerd worden op één van onze festivals. Zo is onze bedoeling om muzikanten te ondersteunen op artistiek, administratief en logistiek vlak.”
Muziekpublique organiseert jaarlijks tientallen concerten en twee eigen festivals. Het Living Room Festival brengt muziek naar Brusselse woonkamers, terwijl Hide & Seek artiesten laat spelen op verborgen plekken in de stad. “We brengen muziek letterlijk waar mensen wonen en leven”, zegt een pers- en communicatiemedewerker.
Daarnaast heeft Muziekpublique een eigen label, dat albums uitbrengt van artiesten als Elias Bachoura (Belgisch-Syrische oudspeler), Peixe e Limão (Italiaans-Belgisch trio tussen folk, klassiek en jazz) en JAWA, dat het soefi-erfgoed van Aleppo herinterpreteert.
Bij elk concert of project wordt er context geboden. “Er is altijd een korte presentatie”, zegt een pers- en communicatiemedewerker. “We vinden het belangrijk dat het publiek weet wat ze horen: waar de muziek vandaan komt, welke verhalen erachter schuilen. Dat gebeurt op het podium, maar ook in onze brochures en online communicatie.”
"Er is altijd een korte presentatie." | © Caroline Lessire
Muziek in scholen
Naast de lessen en concerten trekt Muziekpublique ook naar scholen. “Een aantal van onze docenten geeft workshops in kleuter- en lagere scholen”, vertelt Evi. “We hebben onlangs een project gedaan in een school voor bijzonder onderwijs, waar bijna alle klassen een workshop konden volgen. De reacties waren ontzettend positief.”
De aanpak verschilt per groep. “De lesgevers stemmen de inhoud af met de school, afhankelijk van de noden van de leerlingen. Soms werken ze rond imitaties en ritme, soms bouwen ze samen een klein optreden op. De lesgevers zijn gewend om zich flexibel op te stellen.”
Ook tijdens festivals groeit de aandacht voor kinderen en gezinnen. “Bij het Hide & Seek Festival hebben we dit jaar voor het eerst geopend met een familieconcert”, vertelt een pers- en communicatiemedewerker. “Een Ghanees collectief speelde in een opvangcentrum van het Rode Kruis. Het was ongelooflijk om te zien hoe sterk die muziek werkte — kinderen, ouders, iedereen was geraakt. Zulke momenten tonen hoe universeel muziek kan verbinden.”
Erfgoedzorg in actie
Zonder zichzelf als erfgoedorganisatie te labelen, doet Muziekpublique aan actieve erfgoedzorg. Ze documenteren, ondersteunen en dragen levende tradities over.
Evi vertelt over Mamadou, een docent die de Mandingo-traditie uit West-Afrika doorgeeft. “Zijn overgrootvader heeft deze cultuur en muziek vanaf de jaren 1950 over de hele wereld verspreid. Mamadou vindt het belangrijk om deze traditie voort te zetten. Als griot van vader op zoon beschouwt hij zichzelf als een essentiële schakel in de overdracht van zowel de kora als de cultuur van zijn volk. Ik denk dat meerdere leerkrachten die motivatie delen.”
Sommige leerkrachten gaven al les, en vinden bij Muziekpublique een structuur die hen op administratief en logistiek vlak ondersteunt, en hen via haar kanalen en netwerk helpt om promotie te maken voor het lesaanbod. De organisatie zorgt zo niet alleen voor artistieke zichtbaarheid, maar ook voor werkgelegenheid en professionele erkenning. “De academie wordt een plek waar ze hun praktijk delen op hun eigen voorwaarden, die in het reguliere muziekonderwijs veel minder vanzelfsprekend zijn,” aldus Evi.
"Mamadou vindt het belangrijk om de traditie van zijn overgrootvader voort te zetten." | © Caroline Lessire
Uitdagingen: toegankelijkheid, communicatie en steun
Toegankelijkheid is een blijvende uitdaging. “We willen dat iedereen zich welkom voelt”, zegt Evi. “Maar niet iedereen weet de weg te vinden, zowel naar de lessen als naar de concerten. Dit heeft voor een groot deel te maken met het feit dat we op dit moment geen vaste vestiging meer hebben, en hierdoor inboeten op vlak van zichtbaarheid. Ook vragen we docenten om zelf hun lessen en concerten bekend te maken.”
De missie blijft om zoveel mogelijk mensen in contact te brengen met traditionele muziek, maar dat is niet eenvoudig. “We proberen natuurlijk om een zo divers mogelijk publiek aan te trekken, en daarom werken we samen met andere verenigingen, zoals MetX”, aldus een pers- en communicatiemedewerker. Die samenwerking en publiekswerking ziet hij als wezenlijker dan louter persaandacht en sociale-mediaposts. “Dat is een balans die we moeten zoeken: het is belangrijker om een leuke beleving te geven dan dat te exploiteren voor communicatie. Het moet wel integer blijven. Het doel is om het naar buiten te brengen, zodat meer en meer mensen beseffen: ‘wow, er is een enorme rijkdom aan muziek in Brussel omdat hier zoveel gemeenschappen samenwonen’. Dat is onze taak — en tegelijk blijft het belangrijkste nog altijd de beleving op het moment zelf.”
Daarnaast is er de structurele onzekerheid van subsidies. “De academie is grotendeels zelfbedruipend dankzij inschrijvingen”, zegt een pers- en communicatiemedewerker, “maar onze festivals en projecten hangen af van projectsubsidies. We krijgen steun van de Vlaamse Gemeenschap en andere fondsen, maar het blijft elk jaar spannend.”
De meertalige context maakt het extra complex. “We worden gesteund door zowel de Vlaamse als de Franse Gemeenschap”, legt een pers- en communicatiemedewerker uit. “De Vlaamse overheid vraagt terecht aandacht voor Nederlandstalige publiekswerking, maar dat is niet eenvoudig in een grotendeels Franstalige stad. We doen ons best — onze communicatie is drietalig, en we programmeren ook Vlaamse artiesten zoals Toasaves, die het repertoire van Wannes Van de Velde herinterpreteren — maar het blijft een evenwichtsoefening.”
Toch voelt de organisatie zich erkend. “Onze waarden worden gewaardeerd”, zegt een pers- en communicatiemedewerker. “We kregen zelfs een verhoging van onze structurele subsidie. Maar de algemene culturele middelen dalen, dus de toekomst blijft onzeker. Dat motiveert ons des te meer om te tonen dat deze werking belangrijk is voor het welzijn van mensen in de stad.”
Dromen en toekomstvisie
Evi kijkt met ambitie naar de toekomst. “Ik zou graag meer tijd hebben om naar de noden van onze lesgevers te luisteren: wat hebben ze nodig om hun traditie nog beter door te geven? We willen ook meer jamsessies en ontmoetingen organiseren, zodat leerlingen en docenten samen kunnen spelen en leren.”
Ook het educatieve luik wil ze uitbreiden. “De workshops in scholen zijn erg succesvol, maar het budget is beperkt. Vaak moeten we nee zeggen omdat de subsidies op zijn. Het zou mooi zijn om dat structureel te kunnen verankeren.”
Daarnaast droomt het team van meer documentatie en zichtbaarheid. “We zouden graag filmen en verhalen delen, om te tonen wat deze tradities inhouden”, zegt Evi. “Peter droomt zelfs van een reeks documentaires. Dat vraagt middelen, maar het zou een krachtige manier zijn om het belang van deze muziek te tonen. Muziekpublique is vandaag al een ecosysteem, maar het kan nog groeien. We willen de brug blijven vormen tussen artiesten, publiek en erfgoed.”
"We willen ook meer jamsessies en ontmoetingen organiseren." | © Caroline Lessire
De kracht van een levend netwerk
Wat we van Muziekpublique kunnen leren, is dat het doorgeven van tradities — ook die met een herkomst buiten België — gebaat is bij een ecosysteem waarin verschillende pijlers elkaar versterken.
Een organisatie die inzet op lespraktijk, podiumwerking, productie en educatie tegelijk, creëert niet alleen zichtbaarheid, maar ook duurzaamheid. De academie, het label en de concertwerking vormen samen een netwerk waarin muzikanten, leerlingen en publiek elkaar voortdurend inspireren en versterken.
Binnen dat netwerk krijgen lesgevers autonomie om hun lessen op hun eigen manier vorm te geven. Ze bepalen zelf wat en hoe ze doorgeven, vanuit hun ervaring en verbondenheid met de muziek. Dat zorgt voor een levendige diversiteit aan aanpakken, stijlen en stemmen en voorkomt dat tradities verstarren in één vastgelegde vorm.
Tegelijk laat Muziekpublique zien hoe belangrijk het is om nieuwsgierigheid te wekken: door muziek te brengen op verschillende plekken. Tradities leven pas echt wanneer ze gedeeld worden en mensen geraakt worden door iets wat ze nog niet kennen.
“Het mooiste moment,” besluit Evi, “is wanneer iemand na een concert zegt: ‘Ik wist niet dat deze muziek bestond, maar ik wil ze leren spelen’.” Dat is waar het bij Muziekpublique om gaat: nieuwsgierigheid wekken, deuren openen, en zo de cirkel van overdracht levend houden.
Dit praktijkvoorbeeld maakt deel uit van onze reeks over Muziek en podiumkunsten tussen culturen. In 2025 en 2026 interviewt CEMPER verschillende beoefenaars binnen de muziek en podiumkunsten die actief zijn in de overdracht van erfgoed tussen culturele contexten.
In dat kader organiseren we op 8 juni 2026 een uitwisselingsmoment waarbij erfgoeddragers die zich bewegen tussen twee culturen met elkaar in gesprek gaan. Ze delen hun ervaringen over werken binnen én tussen verschillende contexten, over het spanningsveld tussen traditie en vernieuwing, over overdracht, documentatie en nog veel meer.
Ook interessant
Verslag van het MACCH/MERIAN-Congres 2026
‘In goede handen’ en ‘Stadslandschap’: Thema’s Open Monumentendagen 2026
35 keer vrouwen op Wikipedia | Vrouwendag 2026