Home Nieuws Topstuk in de kijker: Judith ende Holifernes

Topstuk in de kijker: Judith ende Holifernes

In 1577 schreef de Roeselaarse rederijker Robert Lawet Twee schoone spelen van de vroome vrauwe Judith ende van Holifernes. Het Bijbelse verhaal over de weduwe Judith die de Assyrische generaal Holofernes onthoofdde was een geliefd thema in de dramatiek. Lawets toneelspel is de oudste overgeleverde versie van het stuk. Het is bovendien een vroege getuigenis van de uitwisseling tussen de religieuze literatuur en die van de rederijkers in de 16de eeuw.

Den eersten boeck van Lawets toneelspel wordt sinds 1892 bewaard in Museum Plantin-Moretus. In 2014 werd het erkend als Vlaams topstuk. Wij gingen langs bij het museum waar Zanna Van Loon, conservator Oude Drukken en Handschriften, ons meer vertelde over het handschrift.

Het Judith-thema was geliefd in de dramatiek

Het verhaal van Judith en Holofernes heeft heel wat beeldhouwers, schilders, componisten, dichters en toneelschrijvers geïnspireerd. In de Nederlanden begint de literaire traditie van het Judith-thema vrij laat. De vroegst mogelijke aanwijzing voor het bestaan van een toneelbewerking ervan is een spel van nabugodonosor ende olifernus, vermeld in de lijst boucken vanden spelen ghespecifiert elc bij zonder, opgenomen in de inventaris der bezittingen van het ghulden enden autare van sente kathelynen ter hoeyen te Gent, 1532.

De rederijkers schrokken er in de 16de eeuw niet voor terug om een eerder wrede uitwerking van het verhaal van Judith te brengen. Dat blijkt ook uit volgend verhaal: Ter gelegenheid van de [Blijde] Intrede van de Spaanse kroonprins Filips II in augustus 1549 in Doornik werd een spektakel voorbereid. Daarbij werden drie onderwerpen uit het Oude Testament voorgesteld. Om het feest imposant te maken waren de organisatoren volgens een anekdote op het idee gekomen om de rol van Holofernes te laten spelen door een ter dood veroordeelde. Zijn tegenspeelster deelde hem enkele slagen toe en hakte hem dan het hoofd af met een kromzwaard. Bij het zien van het bloed week het publiek terug, maar Filips II glimlachte en wendde zelfs het hoofd niet af. Het kan zijn dat dat niet waar is, maar het is wel een fijne anekdote om te vertellen.”

Of die anekdote nu waarheidsgetrouw is of niet, het verhaal van Judith en Holofernes scheen met zijn realistische scènes en kleurrijke tegenstellingen te kunnen voldoen aan de zin voor spektakel in de 16de eeuw. Twee toneelstukken, overgeleverd uit die periode, zijn er getuigen van: het toneelspel van Lawet uit 1577 en Tspel van Judith, dat door de Hasseltse rederijkerskamer De Roode Roos in 1624 werd opgevoerd.

Judith with the head of Holofernes, Cristofano Allori (ca. 1530) | Publiek domein, via Wikimedia Commons

Robert Lawet en zijn handschriften

Robert Lawet was lid van de Roeselaarse rederijkerskamer De Zeegbare Herten. Een aantal handschriften van hem is bewaard gebleven. De Koninklijke Bibliotheek heeft er een achttal; en wij bewaren het eerste deel van de vroome vrauwe Judith ende Holifernes. Dat stuk is een autograaf, wat betekent dat Lawet het handschrift zelf geschreven heeft. Hij heeft het dan ook ondertekend met zijn spreuk Al qwaelcke ghewedt’. In de vroegmoderne periode hadden veel mensen hun eigen motto. Dat van Plantin was bijvoorbeeld Labore et Constantia, hard werk en standvastigheid’.

Als je naar het manuscript van de vroome vrauwe Judith ende Holifernes kijkt, zie je meteen dat het een nette versie is. Er staan weinig fouten in. Het is ook erg goed gestructureerd. De namen van de personages staan in rode inkt en de toneeltekst in zwarte inkt. Het manuscript bevat enkel de tekst van het toneelspel. Er staan geen regieaanwijzingen in of informatie over kostuums of decors.”

Lawet ondertekende het stuk met ‘Al qwaelcke ghewedt’ en de datum 22 april 1577 | © Peter Maes

Lawets toneelspel

Lawets toneelspel over Judith en Holofernes bestaat uit acht taferelen gescheiden door een pausa. Het opent heel typisch, in rederijkerstrant, met het optreden van twee zinnekens (allegorische figuren), Hoverdich Voornemen en Swerels Belusten, man en vrouw, die na een korte echtelijke en realistische discussie besluiten hun taak te vervullen, namelijk koning Nabugodonosor te helpen om de vrede te verzeeren in groote twisticheyt’.“ Het verloop van de verschillende taferelen kan je lezen in Het Judith-thema in de Nederlandse letterkunde. De rederijkersperiode (Musschoot, 1972, pp. 9 – 12).

Het spel van de vroome vrauwe Judith ende Holifernes wordt door de auteur zelf een spel van zinnen’ genoemd (folio 2), maar moet in de eerste plaats als bijbelspel gezien worden, in het licht van de voortgezette traditie van het middeleeuws mysteriespel, een dramatische voorstelling van een onderwerp uit de Bijbel. Ook het vrij grote aantal personages (29) wijst in die richting. De eerder losse bouw, een aaneenschakeling van aparte taferelen, verbindt het rederijkersstuk met de middeleeuwse toneelvorm.

De hoofdpersonages zijn heel stereotiep en verschillen hierdoor nauwelijks van de allegorische figuren in de eigenlijke moraliteiten. Judith verschijnt als personificatie van het goede. Holofernes is slechts een afschaduwing en pion van Nabugodonosor, de uitverkorene onder zijn generaals, aan wie hij het uitvoeren van zijn krijgsplannen kan toevertrouwen. Nabugodonosor zelf is weinig meer dan een verpersoonlijking van de ondeugd hoveerdicheyt’. Hij wil den coninck ende god // vander ganscher eerde’ (vers 300) zijn. Zijn dienaar Vaago spreekt hem toe als coninck ende god’ of godlick coninck’. Holofernes noemt Nabugodonosor god over al de werelt vercooren’ (folio’s 10v-11). De moraal van het stuk bestaat er dus in dat zo’n hooghartige godslastering en zonde moet en zal gestraft worden.

De werken van Lawet kenmerken zich door didactische en dramatische elementen. Zijn toneelspel over Judith en Holofernes is het enige overgeleverde stuk waarin didactische scènes ontbreken. Toelichtend-uitleggende personen komen er niet in voor. De vier scènes-apart met de zinnekens* vertonen zelfs sterk komische trekken. 

* Een scène-apart met de zinnekens betekent dat deze allegorische figuren zich distantiëren van de hoofdhandeling. Ze zijn onder elkaar, ze worden niet door andere personages gehoord.

Eerste scène van de zinnekens met hun namen in rode en toneeltekst in zwarte inkt | © Peter Maes

Museum Plantin-Moretus

Het handschrift is in de 19de eeuw aangekocht door Max Rooses, de eerste conservator van het museum. Hij kocht drukken aan om het uitgeversfonds te vervolledigen en gaf af en toe geld uit aan waardevolle manuscripten. Het is mede dankzij Rooses dat we nu een grote collectie middeleeuwse en vroegmoderne handschriften hebben.”

Twee schoone spelen van de vroome vrauwe Judith ende van Holifernes: den eersten boeck werd gedigitaliseerd en is raadpleegbaar via de DAMS-databank.

Bronnen en literatuur

Ook interessant

23 apr. 2024

“Gentse volksliedjes hebben een grote verbindingskracht”

Folkmuzikant Wim Claeys zingt samen met de Stemband liedjes in het Gents dialect. Het kinderkoor kreeg een plaats op het Register van Inspirerende Vo…
Lees meer
16 apr. 2024

"We doen toverlantaarnshows zoals die in de periode 1820-1920 kunnen geweest zijn"

In hun vrijetijd voeren Dominique Santens en Philippe Khazzaka, samen met twee collega’s, toverlantaarnshows op. Wat is een toverlantaarn juist?
Lees meer
26 feb. 2024

Jef Van Boven maakt reconstructie van veelhoekig virginaal van Karest uit 1548

We nemen je mee in het verhaal van Jef Van Boven en het bouwproces van zijn laatste virginaal.
Lees meer
20 feb. 2024

Topstuk in de kijker: Grisildis gedicht en liederen

In 1517-1518 verzamelde Antonius Ghijselers 25 van zijn gedichten en liederen in een handschrift. Dat werd in 2007 erkend als Vlaams topstuk.
Lees meer