Home Nieuws Topstuk voorgesteld: Verzamelhandschrift werken G…

Topstuk voorgesteld: Verzamelhandschrift werken Guilliam Caudron

Guilliam Caudron sr. (ca. 1586-ca. 1636) en zijn zoon Guilliam Caudron jr. (1607-1692) waren belangrijke literaire figuren in Aalst. Ze waren beiden verbonden aan de rederijkerskamer van Sint-Catharina en schreven vele werken. Het stadsarchief van Aalst bewaart verschillende werken en vertalingen van vader en zoon Caudron, waarvan enkele unieke afschriften. In 2014 werd een van die verzamelbundels erkend als Vlaams Topstuk. 

Rederijkerskamer Sint-Catharina

Legenden vertellen dat de rederijkerskamer van Sint-Catharina al in 1107 ontstond. Als belangrijkste bewijs wordt het chronogram in de zinspreuk aMor VInCIt gebruikt, maar er zijn geen bronnen die dit kunnen bevestigen. Bovendien was Aalst in die periode nog geen stad. (De Smet & Maesschalck, 2021; D’Hondt, 1908) 

De eerste vermelding van toneelspel in Aalst vinden we terug in de rekeningen voor de H. Sacramentsprocessie van 1413: er werd bier geschonken aan ​“den gheene die int spel ghingen in mannen van apostelen ende santen [=heiligen]”. Er was echter nog geen sprake van een georganiseerd gezelschap. Daarvan vinden we pas een vermelding in 1421, wanneer ​“ghesellen vander stede” een spel opvoerden op de markt. Nadien werden deze gezellen regelmatig in de stadsrekeningen vermeld. In de loop van de 15de eeuw groeiden ze uit tot een belangrijk toneelgezelschap. Al bleven zij niet de enige amateurs, want er ontstonden ook diverse ​“ghesellen vander straeten” (tijdelijke buurtgenootschappen). (D’Hondt, 1908; Het Ontstaan en Opkomst, z.d.) 

De term ​‘rethorike’ werd in Aalst voor het eerst gebruikt in de stadsrekening van 1464: de ​“ghesellen vander rethorike vander stede” kregen een toelage voor hun deelname aan de ommegang. Drie jaar later ontvingen ze een vergoeding om hun Sint-Catharinafeest te vieren. Toch krijgen ze pas in de stadsrekeningen van 1481 de naam ​“ghesellen vander rethorike int gulde van Ste Kathelinen”. Onder die naam nam de kamer deel aan verschillende wedstrijden, zoals het landjuweel te Antwerpen (1496), een wedstrijd van De Corenbloem in Brussel (1562) en een refreinwedstrijd in Antwerpen (1574). (Het Ontstaan en Opkomst, z.d.; Van Bruaene, 2004) 

Door oorlogen, innames door (Spaanse) soldaten, religieuze twisten … had de kamer betere en slechtere tijden. Vanaf het laatste kwart van de 16de tot het einde van de 17de eeuw kenden De Catharinisten een glorietijd. Guillam Caudron sr. en jr. speelden toen een toonaangevende rol in de kamer. In die periode werden in het guldenboek verscheidene leden ingeschreven die afkomstig waren van andere steden (o.a. Dendermonde, Boom en Brussel), zelfs uit het noorden (o.a. Amsterdam, ​‘s‑Hertogenbosch en Rotterdam). (De Meyer, 1998; Vernaeve, 1987) 

Guilliam - ook Willem of Guilielmus - Caudron

Guilliam Caudron sr. werd wellicht in Dendermonde geboren rond 1586 en overleed in Aalst rond 1636. Hij was getrouwd met Margareta Ivain en had acht kinderen, waarvan de tweede Guilliam jr. heette. Caudron sr. was een van de Raadsheren van het Land van Dendermonde. In 1603 werd hij ingeschreven in het guldenboek van de Catharinisten. Caurdon sr. liet in 1613 Justus de Harduwijns eerste werk, de sonnettenbundel De weerliicke liefden tot Roose-mond, met een inleidende opdracht van zijn hand verschijnen. Pas in de 20ste eeuw verschenen in druk ook volledige werken van Caudron sr. met de uitgaven van Nabugodonosor en de Rosimonda-vertaling door Keersmaekers. (Barnard, 1986; De Catharinisten, 1984; De Maeyer, 1949; Keersmaekers, 1957 en 1960; Uyttersprot, 1991; Vernaeve, 1987) 

Guilliam Caudron jr. werd in Aalst geboren op 26 januari 1607. Al op 22-jarige leeftijd werd hij notaris en procureur bij de schepenenbank van Aalst. In 1682 werd hij ereprocureur, tot aan zijn overlijden op 15 januari 1692. Guilliam Caudron jr. trouwde twee keer. Eerst met een mevrouw Lejeune uit Aat en later met Catharina Francesca Limnander, met wie hij zes kinderen had. Het enige werk van Caudron jr. dat in druk verscheen, is Het Leven van de Groote Catharina van Alexandrien, gelauwerde Maegd en Martelaresse, dat bijna tachtig jaar na zijn overlijden werd uitgegeven door Judocus D’Herdt. (De Maeyer, 1949; De Meyer, 1998; Uyttersprot, 1991) 

Caudron jr. werd in 1627 ingeschreven in het guldenboek van de Catharinisten. Later, zeker in 1671, was hij factor van de kamer. Hij stond bekend als de ​“gelaurierden poëet” vanwege zijn vele onderscheidingen. Hoewel veel tijdgenoten hem prezen, zijn latere theatercritici het daar niet helemaal mee eens. De Meyer (1998) stelt dat ​“Caudrons werken volgens moderne kwalificaties niet getuigen van originaliteit, maar meestal aanpassingen of bewerkingen zijn. Dit moet echter in de tijdgeest van de rederijkers gezien worden, die een begrip als ​‘imitatio’ positief evalueerden. De meeste critici zijn het erover eens dat hij vrij bombastisch en langdradig schrijft. Daarentegen wordt hij wel geprezen voor zijn zuiverheid aan taal en het vermijden van bastaardwoorden. De grootste appreciatie gaat uit naar zijn gelegenheids- en vooral spotgedichten”. (De Meyer, 1998; Uyttersprot, 1991) 

Verzamelhandschriften

In het Stadsarchief van Aalst worden verschillende werken bewaard onder de naam Caudron. Er wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de vader en zoon, wiens werken samengebundeld zijn. Omdat beide heren dezelfde naam en kenspreuk (​“Const verheught”) gebruikten, en omdat niet bij elk werk vermelding wordt gemaakt van de auteur, is het moeilijk om het auteurschap van de werken met zekerheid vast te stellen. (De Meyer, 1998) 

Een van de verzamelhandschriften (nr. 167) uit het stadsarchief werd in 2014 erkend als Vlaams topstuk. De bundel heeft een halfleren band die wellicht 18de-eeuws is. Het handschrift zelf is 17de-eeuws, maar niet alles is door dezelfde hand geschreven. Het verzamelhandschrift bevat volgende werken (Barnard, 1986; De Catharinisten, 1984; Houtman, 1974; Keersmaekers, 1957; Uyttersprot, 1991): 

  • Na 39 onbeschreven folio’s staat een spel zonder titel, dat in de inliggende inhoudstafel (in modern schrift) Nabugodonosor wordt genoemd. Dit bijbelstuk wordt toegeschreven aan Caudron sr. en beslaat 29 bladzijden.
  • Na nog eens drie onbeschreven folio’s volgt, ook zonder titel, Het spel van David. Het is een drama in drie delen (samen 32 bladzijden) dat wordt toegeschreven aan Caudron sr. Aan het begin staat in de marge (met andere hand) ​“het spel van David staet hier naer & is verbetert & ghespelt by de Catharinisten int jaer 1682”. Aan het einde van het stuk staat geschreven: ​“Gheregistreert by my onderschreven gulde-broeder vande Camere vande H maghet Catharina den tweeden derden ende andere daghen vande maent Septembris 1639. P. van Hecke”.
  • Daarna komt het Vertoog der Hoog-heldelijcke Roomsche daden uijt-gevrocht bij Horatius Cocles, Caius Mutius Schevola ende Manhaftige Clelia (opgevoerd in 1688). Bij de lijst van personages wordt dit ook het Spel van Schevola genoemd. Het is een spel in vijf delen (92 bladzijden) dat wordt toegeschreven aan Caudron jr. 
  • Dan volgt Cesars Val (opgevoerd in 1680), een tragedie in vijf delen (90 bladzijden), met veel wijzigingen. Het vijfde deel is een korte toog van een gevecht en een slotmonoloog van Brutus. Het werk wordt toegeschreven aan Caudron jr. 
  • Het volgende stuk is Sauls vall’ tot Davids klemm’ (opgevoerd in 1682), een bewerking van Het spel van David door de zoon. Hij breidde het stuk uit tot vijf delen (68 bladzijden). 
  • Het laatste stuk in het verzamelhandschrift is Het spel vande Passie ende het Lyden Jesus Christi (opgevoerd in 1680 – 1681), een adaptatie van Den Lydenden ende Stervenden Christus (1651) van Joannes de Condé door Caudron jr. Het bestaat uit vijf delen (116 bladzijden). 
  • Na een onbeschreven folio staat de titel Rosimonda Treurspel Uyt het Latijn vanden Eerw. ende gheleerden p. Zevecote Augi. int Vlamsche overghestelt bij Guilliame Caudron Dicht-stelder der camere vande h. Catharina tot Aelst. De tekst van het stuk zelf is echter niet opgenomen. De rest van de bundel, nog 172 folio’s, is onbeschreven gebleven. 

Een ander handschrift (nr. 168) begint met Caudron seniors Nederlandse vertaling (1622) van het Latijnse treurspel Rosimunda van Jacob Van Zevecote. Daarna volgen de treurspelen Alcamene en Menalippe en het Vertoog van de gemartelde van Maximinus, die toegeschreven zijn aan Caudron jr. Dat laatste werk is een onvolledig treurspel dat het Leven der Groote Catharina dramatiseert. De spelen worden gevolgd door gelegenheidsgedichten (waaronder spot- en lofdichten) en negen liederen, toegeschreven aan Caudron jr. (Barnard, 1986; De Meyer, 1998; Houtman, 1974)

In een ander manuscript (nr. 169) staat J. Cesar, een bewerking van Cesars Val. De tekst wordt afgesloten met Amor vincit 1711 2 april. Daarna volgt de Latijnse tragedie Chosroes en de vertaling ervan. Daarnaast bewaart het stadsarchief een los handschrift (nr. 170) met de Passie Christi (1721), dat eveneens teruggaat op de tekst van De Condé. Achteraan staan de bezettingen voor de vertoningen in 1721, 1738 en 1751. Tot slot bewaart het stadsarchief een autograaf (nr. 166) van De Groote Katharina, een berijmde levensbeschrijving van de heilige Catharina door Caudron jr. (Barnard, 1986; De Maeyer, 1949; De Meyer, 1998; Houtman, 1974) 

De toneelwerken van Caudron sr. en jr. zijn typische voorbeelden van de (vroege) renaissancetragedie in de Zuidelijke Nederlanden. (Barnard, 1986) 

Bronnen en literatuur 

  • Barnard, B. (1986). Winkler Prins lexicon van de Nederlandse letterkunde. Elsevier.
  • Courteaux, F. (1971) De Koninklijke aloude Rederijkerskamer ​“De Catharinisten”. Het Land van Aalst, 23(6).
  • De Catharinisten. (1984). De Catharinisten 1959 – 1984: Beknopte leidraad tot de tentoonstelling Belfortzaal 22 tot 30 december 1984.
  • De Maeyer, A. (1949). Willem Caudron 1607 – 1692. Het Land van Aalst, 1(3), 79 – 85.
  • De Meyer, K. (1998). Willem Caudron jr.: leven der Groote Catharina van Alexandrien. Een vergeten epos?. Katholieke Universiteit Leuven. 
  • De Smet, E., & Maesschalck, J. (2021). 600 jaar Catharinisten: Liefde voor toneel en taal in Aalst. Uitgeverij Flying Pencil. 
  • D’Hondt, V. (1908). Geschiedenis van het Tooneel te Aalst en bezonderlijk van de Koninklijke Rederijkkamer ​“De Catharinisten”. Drukkerij P. Van Schuylenbergh-Luca.
  • Houtman, E. (1974). Inventaris van het oud archief van de stad Aalst. 
  • Het Ontstaan en Opkomst van de Rederijkerskamers in de Zuidelijke Nederlanden. (z.d.). 
  • Keersmaekers, A. (1957). Guilliam Caudron Sr.: Nabugodonosor: ingeleid en toegelicht. Handelingen Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, 11, 69 – 108. https://​doi​.org/​1​0​.​2​1​8​2​5​/​k​z​m​.​v​1​1​i​0​.​20623
  • Keersmaekers, A. (1960). De vertaling door Guilliam Caudron sr. (1622) van Jac. Zevecotius’ Rosimunda-tragedie (1621). Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oostvlaanderen, 1955(1), 49 – 104. 
  • Van Bruaene, A.-L. (2004). De Catharinisten. Repertorium van rederijkerskamers in de Zuidelijke Nederlanden en Luik 1400 – 1650. Geraadpleegd via DBNL (KB, nationale bibliotheek).
  • Uyttersprot, M. (1991, 5 mei). 1891 – 1991 jubileumviering : 100 jaar herinrichting. Koninklijke Aloude Rederijkerskamer De Catharinisten.
  • Vernaeve, W. (1987). Dat Boeck vande guldebroeders ende Gulde Susters van dat Broerscap van der heiliger Maghet Kathelijne van Aelst. Het Land van Aalst, 39(4 – 5), 153 – 250. 

Met dank aan de medewerkers van Stadsarchief Aalst. 

Ook interessant

07 aug 2026

Topstuk voorgesteld: La fleur des chansons

Prof. em. Henri Vanhulst vertelt over 'La fleur des chansons', een bundel met liederen van Orlandus Lassus, gedrukt door Petrus II Phalesius in Antwe…
Lees meer
01 jul 2026

De serpent terug op de kaart

Na een opleiding als tubaspeler ontdekte Berlinde Deman de serpent, een voorloper van de tuba uit de 16de tot 19de eeuw.
Lees meer
29 apr 2026

Hoe bewaar je de lange geschiedenis van je rederijkerskamer? Een studiedag over archiveren en digitaliseren

Op 25 april 2026 kwamen leden van het Verbond van Kamers van Rhetorica samen voor een dag vol theorie en praktische tips over archiefzorg. 
Lees meer
24 feb 2026

Vanessa Peeters over het erfgoedproject rond de collectie Jop Pollmann

De erfgoedbibliotheek van het Brussels conservatorium verwierf de collectie liedboeken van Jop Pollmann.
Lees meer