Bharatanatyam in Vlaanderen: een levende traditie van flexibiliteit en respect
Dans leeft op het snijvlak van traditie en vernieuwing. Dat geldt des te meer wanneer er verschillende culturele contexten gecombineerd worden. Hoe breng je een Indiase danstraditie naar Vlaanderen, zonder haar essentie te verliezen en toch relevant te blijven voor een hedendaags Vlaams publiek?
Voor Antonia Volodina is dat geen theoretische vraag, maar een dagelijkse praktijk. Zij brengt al jaren Bharatanatyam met passie en respect voor de Indiase traditie, terwijl ze tegelijk onderzoekt hoe deze kunstvorm kan spreken binnen een Vlaamse context.
“Bharatanatyam kan worden gezien als een traditionele, oude kunstvorm, maar voor mij is het iets levends – het wordt nu gebracht, het ademt, beweegt en blijft groeien door de contexten waarin het wordt gebracht”.
Bharatanatyam als rode draad
Antonia danst al sinds haar kindertijd Bharatanatyam, een klassieke Zuid-Indiase dansstijl. Haar eerste stappen zette ze in de repetitieruimte bij haar moeder, die zelf de liefde voor deze dans ontdekte na eerst andere stijlen te hebben beoefend. “Ik zat vaak bij haar repetities, keek mee, en op een dag mocht ik zelf meedoen. Mijn mama is me ook altijd blijven trainen. Altijd.”
Wat begon als een hobby groeide uit tot een bewuste keuze. “Op een bepaald moment beslis je: wil ik dit blijven doen? Voor mij is het altijd deel gebleven van wie ik ben.” Antonia omschrijft Bharatanatyam als iets dat meebeweegt met de fases in haar leven. Soms is het de veilige basis waar ze naar terugkeert, soms de prikkel die haar uitdaagt. “Bharatanatyam is een rode draad in mijn leven. Soms een comfortzone, soms net de uitdaging waar ik naar terugkeer.”
Vandaag geeft Antonia naast taalles aan de KU Leuven ook dansles in Mechelen en Antwerpen, vaak aan kleine groepjes of individueel. Haar leerlingen zijn meestal kinderen en jongeren, soms met een Indiase achtergrond, soms zonder. Naast het lesgeven treedt ze ook op binnen de Indiase gemeenschap – op festivals, vieringen en culturele evenementen – maar ook daarbuiten, in kleinere voorstellingen, tijdens lezing-demonstraties of met cross-culturele artistieke producties.
Overdracht en traditie
Voor Antonia is transmissie van Bharatanatyam veel meer dan het doorgeven van danspassen en ritmes. “In India is Bharatanatyam verweven met muziek, taal en hindoeïsme. Je vertelt verhalen gelinkt aan een specifieke cultuur, gevuld met symboliek. Hier moet ik dat allemaal in één les samenbrengen, omdat die specifieke culturele context hier meestal ontbreekt.”
Hoewel haar leerlingen vaak kinderen zijn met een Indiase achtergrond, betekent dat niet automatisch dat ze de culturele bagage meebrengen die met deze dansvorm geassocieerd wordt. “Veel kinderen kennen bijvoorbeeld de namen van de hindoegoden niet, of weten niet dat je stil moet zijn tijdens een gebed.”
Wat in India vanzelfsprekend parallel loopt – dans en muzieklessen, religieuze rituelen, culturele kennis – moet zij hier actief aanvullen. Lesgeven in Vlaanderen voor Antonia betekent dus dat ze soms ook optreedt als cultureel vertaler. Ze helpt leerlingen – of ze nu uit de diaspora komen of niet – begrijpen dat ze deelnemen aan een levende kunstvorm, geworteld in een rijke en oude traditie. “Je krijgt iets mee dat generaties lang is doorgegeven. Jij bent de volgende schakel. Dat besef wil ik meegeven.”
De tijd per week is ook beperkt. Meestal heeft ze slechts één uur per groep, wat haar dwingt om keuzes te maken. “Je kunt niet alle nuances meegeven zoals je zou willen of zoals ze in India kunnen doen. Dan beslis je: wat is nu het belangrijkste?” Soms betekent dit dat leerlingen een vereenvoudigde versie leren, maar altijd met het besef dat ze deel uitmaken van een traditie met een lange geschiedenis.
Dialoog vormt een essentieel onderdeel van haar lessen. Met gevorderde leerlingen gaat ze in gesprek: Wat mag er veranderen, wat blijft behouden? Waarom is een dans ingekort? Welke keuzes maken we samen?
“Soms merk ik dat leerlingen bang zijn om iets aan te passen, net omdat ze niet willen afwijken van ‘de traditie’. Anderen gaan de andere kant op en willen alles aanpassen. Beide houdingen zijn boeiend. Het gaat erom dat je als leerkracht hen helpt bewust te kiezen en begrijpen waarom je iets verandert, opnieuw vanuit de danstraditie.”
Ook voor haar eigen ontwikkeling blijft die dialoog onmisbaar. “Ik heb veel geluk gehad met docenten die zowel diepgeworteld in de techniek en stijl zijn als open van geest. Dat maakt dat ik zelf ook blijf leren.”
Het leerproces gebeurt, zoals in India, grotendeels mondeling en via fysieke ervaring: het lichaam moet de bewegingen eerst begrijpen. Toch maakt Antonia ook gebruik van hulpmiddelen. Haar moeder ontwikkelde bijvoorbeeld een cursus met getekende ‘stokmannetjes’ voor de ‘Adavus’, de basisbewegingen. “Dat is een geheugensteuntje voor wie iets vergeten is.”
Video’s gebruikt ze spaarzaam in haar lessen. “Het gemak van video is dat je het altijd kan terugkijken. Maar soms leunen leerlingen daar te veel op, en dan verdwijnt het oefenen uit het hoofd en lichaam. In deze dansvorm is het juist enorm belangrijk dat je je hoofd én lichaam traint in onthouden. De video kan niet in jouw plaats optreden.”
Publiek en context
Maar hoe breng je nu een dansvorm over die diepgeworteld is in een andere culturele context, aan een publiek dat die achtergrond niet kent?
Voor Antonia is dat telkens opnieuw een afweging. “Bij gewone optredens geef ik bijna altijd uitleg. Dat is voor mij een onderdeel van het optreden – een apart nummer bijna. Ik schrijf er een tekst voor, leer die van buiten, en voeg handgebaren toe. Mensen ervaren dat soms als poëzie.”
Toch kiest ze er soms ook voor om niets uit te leggen. Op festivals bijvoorbeeld, of bij korte optredens, laat ze de dans voor zich spreken. “Maar zelfs zonder uitleg voelen mensen dat er achter bepaalde bewegingen iets meer schuilgaat.” Soms leidt dat tot verrassende reacties. Na een voorstelling waarin ze geen toelichting gaf over een dansstuk over de natuur en de god Shiva, kwam er een toeschouwer naar haar toe. “Ze zei: jij hebt iets gedaan over god en over de natuur. En dat klopte ook, wat een verrassing! Ze had dat er helemaal zelf uitgehaald.”
Ook de achtergrondkennis van het publiek speelt een grote rol in hoe zij de dans ervaren. In een yogaschool treft ze toeschouwers die al iets meer vertrouwd zijn met Indiase cultuur en ook bereid zijn naar een langer stuk te kijken. Op een zomerfestival in Mechelen werkt juist het verrassingselement: “Mensen lopen rond, zien plots Bharatanatyam, en denken: wow, wat is dat?”
Ze vindt het belangrijk om te kunnen loslaten dat niet iedereen alles zal begrijpen. Als artiest wil ze ook steeds een stuk de magie van het ontdekken bewaren. “Sommige mensen vinden het gewoon mooi. Dat is ook oké. Je kunt niet alles meegeven. Maar het kijken is anders als er al een connectie is, of een openheid vanuit iets wat ze kennen.”
Praktische en commerciële overwegingen spelen hier natuurlijk ook een rol. Op festivals wordt vaak gevraagd om optredens van tien minuten. “Tien minuten is eigenlijk te kort, maar soms moet je het aanvaarden om er toch bij te kunnen zijn. Dan is het een glimp, maar dat kan op zichzelf ook heel mooi zijn. Het is opnieuw loslaten dat het publiek met die glimp zijn eigen beeld zal vormen.”
Omdat Bharatanatyam in Vlaanderen nog vaak volledig onbekend is, moet ze dus ook zelf haar publiek opbouwen en bekendheid creëren voor de stijl. “Als ik zeg: ik doe nu een voorstelling zonder meer, dan heb ik geen publiek omdat mensen niet weten wat ze gaan zien, dus geen tickets kopen. Zeker buiten de Indiase context moet je dat zelf creëren. Dat vind ik soms een moeilijk gegeven omdat dat zeer intensief is.”
Gelukkig kan ze op dit vlak ook rekenen op het netwerk van dansers in België en de omliggende landen. “Het delen van elkaars workshops of optredens op sociale media is een enorme hulp om die bekendheid omhoog te krijgen. Het bevestigt dat communitygevoel .” Vele Bharatanatyamdansers in de Benelux hebben niet altijd de kans om regelmatig met een leerkracht te trainen en dienen dus zelf die link met de traditie te onderhouden. Wanneer er zich dus de opportuniteit aanbiedt dat een artiest uit India op bezoek komt voor workshops of een optreden, reizen dansers al snel de grens over om die te grijpen.
Vernieuwing
Als danseres van een diep in de Zuid-Indiase cultuur gewortelde kunstvorm is Antonia zich bewust van het spanningsveld waarin ze zich beweegt. “Ik kies er heel bewust voor om nauw verbonden te blijven met de traditie en met de specialisten en artiesten in India. Dat contact is voor mij essentieel om mijn werk met respect en integriteit te blijven doen.”
Ze volgt daarom lessen bij leerkrachten in India, leest, bekijkt opnames en zoekt feedback bij collega’s, zowel in India als België. “Blijven bijleren en uitwisselen met ervaren dansers die weten wat Bharatanatyam inhoudt, is voor mij een vorm van eerbied voor de dans. Je kan nooit zeggen: nu ken ik het, dus ik mag alles doen.”
Als erfgoeddrager van een levende traditie voelt Antonia zich dus ook verantwoordelijk voor de beeldvorming van Bharatanatyam bij het Belgische publiek. “Het is misschien een kunst met een lange geschiedenis, maar je brengt ze vandaag, voor mensen hier en nu. Dan leeft dat en ben jij verantwoordelijk om bij een publiek, dat het misschien voor de eerste keer ziet, het juiste beeld te scheppen. Doe je klassieke Bharatanatyam zonder aanpassingen? Dan is het dat. Meng je het met andere vormen, noem dat dan ook zo. Anders geef je een verkeerd beeld.”
Het label fusion dekt voor haar vaak de lading niet om interactie met andere stijlen te benoemen: “Een echte vermenging vraagt veel meer moeite dan zomaar twee dansen samenbrengen. Het is het resultaat van veel denk- en probeerwerk waarin je beide stijlen laat spreken in een nieuwe eenheid. Dans naast elkaar kan mooi zijn, maar dat is geen fusie.” Voor haar is het benoemen van wat je brengt deel van de erkenning voor de dansstijl en rijke geschiedenis: duidelijk maken of iets klassiek, hybride of experimenteel is.
Naast het blijven bijleren zoekt Antonia ook dialoog op met kunstenaars die, net als zij, zoeken naar een balans tussen traditie en vernieuwing binnen verschillende culturele contexten. Die uitwisselingen gecombineerd met haar uitgebreide kennis van de stijl, zijn haar kompas tijdens creatieve oefeningen.
Eén van de meest uitdagende experimenten, was haar samenwerking met een klassiek westers orkest. “Omdat Bharatanatyam zo gelinkt is met Zuid-Indiase klassieke muziek, was dat een heel moeilijke samensmelting. Plots moest ik als danser ook de muzikale laag meegeven aan een orkest zonder voorkennis.” Voor dit experiment vroeg ze daarom advies aan een Indiase muzikant die gespecialiseerd was in cross-culturele samenwerkingen. Het hielp haar om muzikaal overeind te blijven, al botste ze op de beperkingen van tijd en middelen. “Met een orkest van veertig man krijg je maar twee repetities. Meer is niet haalbaar. Dan kan je niet alles uitwerken wat je zou willen.”
Uitdagingen en toekomst
Een groot struikelblok om Bharatanatyam een plaats te blijven geven binnen de Vlaamse context is het vinden van financiële ondersteuning. “Ik denk dat het voor iedereen zwaar is om subsidies te krijgen, maar als je met een niche bezig bent, dan weet je op voorhand dat het moeilijk gaat worden. Binnen bepaalde contexten wordt er vaak verwacht dat je toch dingen gratis doet of dat je het project voor een stuk zelf financieel trekt. Op die manier is het niet lang houdbaar om projecten te blijven doen die connectie maken met de Vlaamse context.”
Naast het vinden van financiële steun denkt Antonia ook na over het documenteren van haar creatieproces. Voor haar is dat een manier om beslissingen en denkprocessen niet te verliezen, maar later opnieuw te kunnen raadplegen en verdiepen. In een recent project met artiesten uit binnen- en buitenland werd dat onmisbaar: door de beperkte repetitiemomenten moet elke stap in het proces ook achteraf bruikbaar blijven. Hoe verzamel je materiaal uit verschillende bronnen? Hoe zorg je dat opnames bij herneming nog steeds raadpleegbaar en duidelijk zijn? En hoe vertaal je zulke praktijken naar inzichten voor toekomstige samenwerkingen? Met deze vragen stapte ze naar CEMPER, waar ze begeleiding en advies krijgt rond het proces en de methodologie van documenteren.
Toch is voor Antonia Bharatanatyam brengen in Vlaanderen geen onmogelijke opdracht maar een creatieve uitdaging. Haar kracht ligt in de manier waarop ze Bharatanatyam laat groeien hier: geworteld in traditie, maar steeds open voor nieuwe ontmoetingen en invloeden. Ze zoekt feedback van ruimdenkende artiesten en blijft in contact met docenten en danscollega’s in India. Tegelijk laat ze zich niet vastzetten door een vastomlijnd beeld van wat deze dansstijl zou moeten zijn.
Dit praktijkvoorbeeld maakt deel uit van onze reeks over ‘Muziek en podiumkunsten tussen culturen’. In 2025 interviewt CEMPER verschillende beoefenaars binnen de muziek en podiumkunsten die actief zijn in de overdracht van erfgoed tussen culturele contexten.
Als afsluiter organiseren we een uitwisselingsmoment waarbij erfgoeddragers die zich bewegen tussen twee culturen met elkaar in gesprek gaan. Ze delen hun ervaringen over werken binnen én tussen verschillende contexten, over het spanningsveld tussen traditie en vernieuwing, over overdracht, documentatie en nog veel meer.
Ben je geïnteresseerd om deel te nemen of op de hoogte te blijven? Neem dan zeker contact met ons op!
Ook interessant
Soundwest: Aan de slag met je muziekarchief?
Zeven generaties in archiefdozen: het nalatenschapsproject van Circus Ronaldo
Topstuk voorgesteld: Liber Boonen