Home Nieuws Bottom-up werken en participatie in Schouwburg Ko…

Bottom-up werken en participatie in Schouwburg Kortrijk

Uit gesprekken met beoefenaars van transculturele muziek en podiumkunsten blijkt dat zij drempels ervaren bij de toegang tot podiumkansen in Vlaanderen. Vanuit die vaststelling wilde CEMPER bij enkele cultuurhuizen langsgaan om te kijken hoe zij ruimte geven aan deze praktijken. Op aanraden van cult!, het netwerk van cultuurhuizen, gingen we in gesprek met Amin Srasra, programmator participatie en opkomend talent bij Schouwburg Kortrijk

'Vrouwentongen' in Schouwburg Kortrijk

Aandacht voor praktijken en hun context

Amin is naast programmator ook danser en choreograaf. Die achtergrond bepaalt mee hoe hij naar muziek en podiumkunsten kijkt. Voor hem staat de context rond een danspraktijk centraal: niet enkel hoe iets wordt gemaakt, maar ook welke codes en technieken daarbij worden ingezet, en vanuit welke noodzaak dat gebeurt. 

Daarom kijkt hij scherp naar hoe makers omgaan met stijlen en technieken van buiten hun eigen praktijk en hoe ze die integreren in hun werk. Wanneer dansers werken met codes die niet tot hun eigen dansstijl behoren, zonder die eerst goed te beheersen of begrijpen, zie je dat meteen. Dan voel ik dat er diepgang ontbreekt op het podium.” 

Met codes in dans bedoelt Amin de afspraken, technieken en gevoeligheden die eigen zijn aan een bepaalde dansstijl. Volgens hem ontstaan er spanningen wanneer die codes ingezet worden zonder voldoende voorkennis. 

Zich verdiepen in zulke danscodes gaat voor Amin dan ook verder dan enkel een techniek onder de knie krijgen. Je moet een dansstijl niet enkel beheersen, maar ook begrijpen”, zegt hij. Ga bijvoorbeeld eens praten met beoefenaars van de stijl die je wil gebruiken en leer bij over het verhaal achter de dans.” 

Die aandacht voor context maakt dat hij in zijn programmatie transculturele muziek en podiumkunsten niet als aparte categorie benadert. Doordat de schouwburg inzet op het uitreiken naar gemeenschappen; ruimte en tijd maakt voor participatie; en actief werkt aan publieksverbreding, krijgen transculturele muziek en podiumkunsten een plaats in de programmatie, zonder ze in een apart hokje onder te brengen. 

Die houding krijgt vorm in twee bewegingen: eerst bottom-up vertrekken vanuit wat er leeft in de stad, vervolgens door projecten participatief uit te werken met de betrokkenen. 

Bottom-up werken: signalen vanuit de stad

Voor Amin begint bottom-up werken bij wat er leeft buiten de muren van de schouwburg, vanuit een signaal uit de stad: een vraag, behoefte of initiatief dat nog geen duidelijke vorm heeft. 

Dan komen wij in beeld,” zegt hij, en onderzoeken we wat we voor hen kunnen doen.” Dat onderzoek volgt geen vast stappenplan, maar verloopt via luisteren, aftasten en samen voorstellen formuleren. Het vraagt tijd en aanwezigheid. Bottom-up werken is tijdrovend”, zegt Amin. Maar door iedereen een stem aan tafel te geven, creëer je een gedeeld eigenaarschap over het project.” 

Participatie: hoe signalen vorm krijgen

Wanneer een signaal vanuit de stad wordt opgepikt, krijgt het binnen Amins werking vorm door participatie. Hij werkt met gevestigde én nieuwe makers uit verschillende disciplines — muziek, dans, theater en circus — die participatie bewust inzetten in hun artistieke praktijk. Dat kan gaan van trajecten met groepen en samenwerkingen met niet-professionele deelnemers tot het openstellen van het artistiek proces. 

Amin neemt daarin een actieve rol op. Hij ontvangt van makers een idee voor een nieuw project, trekt samen met hen de stad in, gaat in gesprek en volgt trajecten mee op. Ik ben Amin van de Schouwburg die projecten start’, zo kennen de mensen mij”, glimlacht hij. 

Amin haalt een recent theaterproject aan als een goed voorbeeld hoe bottom-up werken en participatie elkaar versterken. Het sociaal artistiek theatergezelschap Unie Der Zorgelozen kwam bij Schouwburg Kortrijk aankloppen met een vraag. Een groep vrouwen met een migratieachtergrond had contact opgenomen met Unie der Zorgelozen omdat ze theater wilden maken, maar niet wisten hoe daaraan te beginnen. 

Amin ging eerst luisteren en bracht in kaart wat nodig was om te kunnen starten: een veilige plek om samen te komen, tijd om te werken, artistieke begeleiding en iemand die het geheel kon coördineren. 

Het vertrouwen groeide stap voor stap. In het begin waren de vrouwen heel gesloten,” zegt hij, daarna leerden ze mij kennen.” Die tijd nemen om een veilige plek te bieden, is volgens Amin een noodzakelijke voorwaarde in participatief en bottom-up werken. Zo geef je ruimte aan overdracht. 

De voorstelling uit dit project, Vrouwentongen, kreeg naast een toonmoment op scène ook een plek binnen het Kortrijkse festival Caring is Sharing. Dit is een project rond zorg en empathie en een samenwerking tussen Schouwburg Kortrijk en cultuur- en zorgorganisaties. Ook na het toonmoment bleven de vrouwen de schouwburg gebruiken als plek om samen te komen. Dat is wat je wil bereiken als open huis. Dat de mensen durven binnenkomen. Als die drempel eenmaal verlaagd is, komen ze nadien gemakkelijker terug.” 

Zorg en gastvrijheid als basis

Zorg en gastvrijheid zijn voor Amin kernbegrippen in zijn werkwijze. Hospitality is heel belangrijk”, zegt hij. Hoe je iemand ontvangt en op zijn gemak stelt, kan bepalen of iemand blijft komen of niet.” Dat zit vaak in kleine dingen: tijd maken, aanwezig zijn, misverstanden uitspreken wanneer ze ontstaan. Daarnaast is het volgens hem belangrijk om niet alleen te kijken naar het eindresultaat, maar ook naar wat er onderweg gebeurt. Wie neemt het woord? Wie haakt af en waarom? 

Hoe kwetsbaar deze opgebouwde relaties zijn, werd extra zichtbaar tijdens de verbouwing van de schouwburg. Zonder vaste fysieke plek blijken relaties en trajecten fragieler en verwateren eerder opgebouwde banden. Gemeenschappen uitnodigen zonder passende omkadering werkt niet, hebben we nu gemerkt.” Een veilige, toegankelijke plek is geen detail, maar een voorwaarde om dat opgebouwde vertrouwen ook te behouden. 

Programmatie zonder hokjes

Bij het invullen van het programma kijkt het team van Schouwburg Kortrijk bewust naar de labels die ze gebruiken om voorstellingen en concerten te presenteren. Algemene categorieën die werk vooral als anders’ markeren, worden vermeden. 

Het label wereld’ wordt binnen de schouwburg bijvoorbeeld niet meer gebruikt om muziek en podiumkunsten te categoriseren. Dat label brengt alles samen wat als anders’ wordt gezien. Dan wordt het één hoop”, zegt Amin. Wat onder die noemer valt, wordt vaak eerst beoordeeld op de herkomst, en pas daarna gewaardeerd als muziek of dans.” 

De keuze om algemene labels achterwege te laten, vertaalt zich ook concreet in hoe er over de programmatie wordt gecommuniceerd. Zo werd het toerende muziekproject Raï Roots, Hommage à Ahmed Zergui aangekondigd zonder extra beschrijvende labels. Het was gewoon raï-muziek”, kadert Amin. We hebben de muzikanten hun ding laten doen. Het publiek leert het kennen door het te beleven.” 

Actief drempels verlagen voor het publiek

De keuzes die Schouwburg Kortrijk maakt rond publiek en prijszetting sluiten nauw aan bij hoe het huis omgaat met labels in de programmatie. Zoals transculturele praktijken niet onder een aparte noemer worden geplaatst, worden ook jonge of minder bekende makers niet vooraf gekaderd als een aparte categorie. In beide gevallen gaat het om dezelfde vraag: hoe toon je werk zonder het te markeren als anders”, nieuw”? 

Een belangrijk instrument daarin is het Cubo-systeem. Door een abonnementsformule waarin gebruikers onbeperkt toegang hebben tot bepaalde delen van het programma, verlaagt de schouwburg bewust de financiële drempel voor publiek. Dat stimuleert mensen om werk te ontdekken dat ze anders misschien niet zouden kiezen. 

Het effect daarvan is concreet. Zalen zitten sneller vol, ook bij makers die nog geen grote naam hebben. Voor het publiek betekent dit dat onbekend werk niet gepresenteerd wordt als een risico, maar als een volwaardige keuze binnen het programma. Jonge makers aan de andere kant krijgen de kans om voor vollere zalen op te treden. 

Amin benoemt daarbij ook de realiteit van het publiek. Het traditionele publiek van de schouwburg is, zoals hij zelf zegt, vaak wit, grijs en middenklasse. Tegelijk verschilt het publiek sterk per voorstelling. Door prijszetting en spreiding slim in te zetten, probeert de schouwburg die publieksmix te verbreden. 

Gastvrijheid, privilege en openheid

Doorheen de werking en visie van Schouwburg Kortrijk keert één idee steeds terug: een open en gastvrij huis zijn. Voor Amin krijgt die openheid vorm via participatief en bottom-up werken. Gastvrijheid begint niet wanneer iemand een ticket koopt, maar wanneer een huis bereid is om signalen van buitenaf ernstig te nemen. Dat kan betekenen dat mensen het gebouw binnenstappen zonder meteen deel te nemen aan een voorstelling. 

Die vorm van gastvrijheid vraagt dat een cultuurhuis zich niet alleen binnen zijn muren organiseert, maar ook daarbuiten aanwezig is. Amin benadrukt dat je als huis naar mensen toe moet gaan: luisteren, relaties opbouwen en pas daarna voorstellen doen. 

In dat proces speelt bewustzijn rond privilege een belangrijke rol. Niet iedereen vertrekt vanuit dezelfde positie of voelt zich vanzelfsprekend welkom in een cultuurhuis. Dat maakt de vraag wie er aan tafel zit, en wie niet, onvermijdelijk. Het is gemakkelijk om een stem te zijn van de onderdrukten zonder dat zij ook mee aan tafel zitten.” 

Door als cultuurhuis naar buiten te treden, relaties op te bouwen en participatieve processen te begeleiden, ontstaat een context waarin ook transculturele praktijken ruimte krijgen om te groeien en zich duurzaam te ontwikkelen. Zo wordt een cultuurhuis ook een plek waar relaties worden opgebouwd en praktijken zich verder ontwikkelen in wisselwerking met hun stedelijke omgeving. 

In die zin laat de werking van Schouwburg Kortrijk zien hoe cultuurcentra, door ruimte te maken voor ontmoeting en proces, bijdragen aan het borgen van immaterieel erfgoed binnen muziek en podiumkunsten. 

Dit praktijkvoorbeeld maakt deel uit van onze reeks over Muziek en podiumkunsten tussen culturen. In 2025 en 2026 interviewt CEMPER verschillende (ondersteuners van) beoefenaars binnen de muziek en podiumkunsten die actief zijn in de overdracht van erfgoed tussen culturele contexten.

Ook interessant

22 jun 2026

Verslag | Algemene Vergadering van de UNESCO-Conventie van 2003 en accreditatie voor CEMPER

Tijdens de 11e General Assembly van de UNESCO-Conventie van 2003 werden we officieel geaccrediteerd als niet-gouvernementele organisatie.
Lees meer
18 jun 2026

CEMPER op Body of Work 2026

Onder de titel Re:pertoire lag de focus van Body of Work 2026 op een brede en diepgaande reflectie over de kansen en uitdagingen bij de omgang met da…
Lees meer
17 jun 2026

Verslag ontmoetingsmoment voor muziek en podiumkunsten met roots buiten België

Op 8 juni 2026 brachten we erfgoeddragers van verschillende praktijken samen voor een uitwisseling van inzichten, ervaringen en noden. 
Lees meer
10 jun 2026

Het geheugen als archief: de nalatenschap van Luc Brewaeys

In het kader van een pilootproject verzorgde de Luc Brewaeys Foundation digitale partituren en interviews met personen die nauw betrokken bij Brewaey…
Lees meer