Home Nieuws CEMPER op Body of Work 2026

CEMPER op Body of Work 2026

Van 25 april tot 13 mei 2026 kon je in STUK - Huis voor dans, beeld en geluid de tweede editie van het festival Body of Work bijwonen. Onder de titel Re:pertoire lag de focus dit jaar niet op het hernemen van één iconisch danswerk zoals in de editie van 2025, maar op een zowel brede als diepgaande reflectie over de kansen en uitdagingen bij de omgang met danserfgoed. CEMPER was erbij en selecteerde enkele opvallende thema’s. 

Drops of Dance & Friends, Dansstroom | © Staf Smets

Repertoire: divers en dynamisch

In de wereld van dans, muziek en theater bedoelen we met repertoire doorgaans die werken die op het repertoire’ kunnen blijven of komen, en dus heropgevoerd kunnen worden. Dit soort repertoire was natuurlijk ook dit jaar aanwezig op Body of Work in de voorstelling van Alain Platel’s iconische Out of Context of de herneming van THE DOG DAYS ARE OVER door Jan Martens en GRIP

Maar het festival wilde meer zijn dan een feest van oude hedendaagse’ choreografieën. Het exploreerde ook een meer antropologisch begrip van repertoire’ waarin dit gezien werd als het geheel aan technieken, werkwijzen, achterliggende ideeën en verhalen die nodig zijn om dans de toekomst in te dragen. 

Dit brede repertoirebegrip was zowel zichtbaar op het podium met voorstellingen in verschillende dansstijlen (zoals die van Mohamed Toukabri) maar ook naast het podium in verschillende workshops over uiteenlopende elementen van repertoire zoals danscreatie of de transmissie van dans naar een ongeschoold publiek. 

Een mix van dit alles bood het project Dansstroom, dat zijn culminatiepunt kende tijdens het openingsweekend van het Body Of Work-festival. Dansstroom — een samenwerking tussen STUK, Danspunt en CEMPER — nodigde vijf niet-professionele groepen uit om in het repertoire van hun keuze te duiken, onder begeleiding van een ervaren coach. Op het einde van de rit, op 25 en 26 april, kwamen ze allen tweemaal samen voor een toonmoment op het podium in STUK. Dit toonmoment presenteerde het publiek een brede waaier aan dansrepertoires: van Zuid – Indiase klassieke dans, over klassiek ballet tot tapdans en fragmenten uit het werk van Alain Platel en Frank Van Laeke, Sidi Larbi Cherkaoui en Ugo Dehaes. 

De stem van de choreograaf, maar vooral van het publiek en de dansers

Maar danserfgoed is meer dan het repertoire zelf. Het gaat ook om reflecteren en terugblikken, ook naar wat nooit meer terugkomt. Traditioneel komen daarbij vooral de choreografen aan het woord. Zo lanceerde choreograaf Alain Platel tijdens het festival zijn boek Een tachtiger die zeventig wordt

Als tegengewicht maakte STUK in een boeiende expo plaats voor herinneringen en verhalen van danspubliek en dansers, twee groepen die onderbelicht zijn in de geschiedenis en archieven van de dans. Het publiek kreeg een stem via een collectief archief: van ticketjes en posters tot getuigenissen en kunstwerken geïnspireerd door de ervaring van een voorstelling. In luisterhoekjes hoorde je dan weer de Body of Work podcast, waarin dansers delen wat het vraagt om repertoire door te geven en op te voeren. 

Documentatie als ‘extractie’ of als ‘zorg’?

Op het tweedaagse symposium Re:wind — Expanding Documentation klonk de vraag wat die groeiende aandacht voor documentatie met dans en performance doet. 

Tijdens dit symposium door STUK, Life Long Burning en Counterpoint KU Leuven, stelden verschillende sprekers de vraag hoe dans wordt vertaald, bemiddeld, verspreid, doorgegeven en getransformeerd door documentatie, en hoe documentatie de betekenis, geschiedenis en het verdere leven van dans (na de performance) vormgeven. 

Documentatie als tool voor extractie 

Tijdens de opening van het symposium werden de functies en invloeden van documenteren in de huidige maatschappij onder de loep genomen. Myriam Van Imschoot (danscriticus, onderzoeker, dramaturge en kunstenaar) opende het symposium met de vraag: waarom documenteren we eigenlijk? 

Ze introduceerde het idee van de documental footprint, naar analogie met de ecologische voetafdruk: de sporen die toelaten om te handelen, te herinneren en betekenis te geven. Tegelijk wees ze op de beperkingen van dominante institutionele vormen van documentatie, die niet altijd afgestemd zijn op het efemere karakter van podiumkunsten. 

Voortbouwend op de filosoof Maurizio Ferraris schetste ze daarna een spanningsveld: Volgens Ferraris bestaan we als sociale objecten’ via documenten. Erkend worden betekent vaak ook geregistreerd worden. Die gedachte maakt zichtbaar hoe documentatie zich kan bewegen tussen twee uitersten, die elk hun eigen risico’s meebrengen: 

  • overdocumentatie, waarbij een obsessief of veelvoudig registreren kan leiden tot controle of zelfs de uitsluiting van bepaalde groepen;
  • onderdocumentatie, waarbij een gebrek aan documenten kan leiden tot onzichtbaarheid of een gebrek aan rechten. 

In beide gevallen werd duidelijk dat documenten mee bepalen wie zichtbaar wordt, wie erkenning krijgt en wie toegang heeft tot bepaalde rechten of middelen. Documentatie is in die zin geen louter technische of administratieve handeling, maar een praktijk die ook sociale en institutionele gevolgen kan hebben. 

In een online contributie droeg Tino Sehgal (choreograaf, gekend voor het maken van dansen voor een museumsetting) bij aan het gesprek vanuit een productieve tegenstrijdigheid. Hij vertelde hoe hij vanuit een jeugd waarin industrie en consumptie centraal stonden, is gekomen tot een radicale weigering van de logica van het object en het archief. 

Documentatie riskeert voor hem te vaak het werk zelf te worden en de ervaring van de performance te verdringen. Zijn praktijk draait net om aanwezigheid: performance moet verdwijnen om als performance te kunnen bestaan. Hoewel de sporen van zijn werk voor hem mogen verwijden, kan dans volgens Tino wel blijven verder leven in de lichamen van dansers, in de repetities en in de impact die een voorstelling heeft gecreëerd. 

Zijn uitgesproken terughoudendheid tegenover documentatie roept tegelijk vragen op, vragen die onder andere in de presentatie van Mar* Szydlowska aan bod kwamen: 

  • Wie kan zich veroorloven om niet te documenteren?
  • Welke rol speelt de economische en institutionele context hierin? 

Mar* Szydlowska (choreograaf, performer en filmmaker) focuste op de vertaling van dans naar audiovisueel werk en stelde dat filmen nooit neutraal is. De camera registreert niet enkel, maar interpreteert en beïnvloedt: ze brengt keuzes met zich mee rond kadrering, perspectief, timing en creëert daarmee een eigen performativiteit. 

Ze stelde kritische vragen: 

  • Wie staat achter de camera?
  • Wordt de performance gediend, of het beeld?
  • Wat gebeurt er met de relatie tussen maker en performer?
  • Wat met de toegang tot de middelen om te kunnen documenteren?
  • Is een professionele documentatie van werk een weerspiegeling van de kwaliteit van dat werk? 

Daarnaast problematiseerde ze de taal van documentatie, met termen als vastleggen’ (to capture) die een vorm van extractie impliceren. 

De tweede dag van het symposium had ook speciaal aandacht voor het navigeren van digitale platformen en de documentatie die we daar terugvinden. Digitale documentatie kan praktijken toegankelijk maken voor mensen die niet bij een livemoment aanwezig kunnen zijn, maar online circulatie maakt materiaal ook kwetsbaar voor hergebruik zonder context, toestemming of bronvermelding. Zeker in tijden van AI en platformcultuur wordt de vraag urgenter: van wie zijn de stemmen, lichamen, bewegingen en beelden waarop nieuwe systemen worden gebouwd? 

Documenteren als onderdeel van het creatieproces: een zorgende relationele praktijk 

De kritische vragen over documentatie betekenden niet dat documenteren tijdens het symposium enkel als risicovol werd benaderd. Dezelfde sprekers die wezen op mogelijke spanningen rond registratie, toe-eigening, zichtbaarheid en toegang, lieten ook zien hoe documentatie in hun eigen praktijk een andere rol kan opnemen. 

Wanneer met zorg gedaan, kan documenteren ook een manier zijn om aandacht te geven aan wat tijdens, rond en na het maken ontstaat: herinneringen, gesprekken, lichamelijke kennis, relaties en veranderende betekenissen. 

Bij Myriam Van Imschoot kwam die benadering duidelijk naar voren. Voor haar hoeft documentatie niet noodzakelijk te leiden tot fixatie of bewaring in klassieke zin. Ze kan ook ruimte maken voor orale overdracht, experiment, verdwijning, transformatie en meerstemmigheid. In dat verband verwees ze naar Oral Site, een initiatief waarin orale overdracht en experiment centraal staan en dat uitgroeide tot een multimodaal platform voor documenteren door kunstenaars. 

Een tweede voorbeeld dat Myriam aanhaalde waarin dit relationele aspect een grote rol speelt, is de YouYou Groep. Daar wordt documentatie benaderd als een collectief proces dat vertrekt vanuit een groepsgeest met roterend leiderschap. Gastvrijheid, samenkomen en samen eten maken deel uit van de manier waarop kennis circuleert. Documentatie werd er omschreven als ruminatie: een proces van verteren, herkauwen en transformeren, met de maag als metafoor voor geheugen en betekenisgeving. Die metafoor laat toe om documenteren niet alleen te begrijpen als ordenen of bewaren, maar ook als een proces waarin materiaal tijd krijgt en betekenis onderweg kan verschuiven. 

Mar* Szydlowska vulde dit aan vanuit haar eigen praktijk en introduceerde hoe zij als cameravrouw documenteren ziet als zorgende praktijk: camerawork as carework. De aanwezigheid van de camera — en vooral het samen terugkijken naar beelden — zorgt voor reflectie op het creatieproces, maar ook op de combinatie van werk en privéleven als kunstenaar. Zo wordt de documentatie tegelijk een vorm van reflectie, zorg en waardecreatie. 

Ook tijdens de rest van het symposium kwamen verschillende bijdragen aan bod die elk, vanuit een eigen praktijk, documentatie benaderen op deze manier: als onderdeel van hun creatieproces. 

  • Anouk Llaurens presenteerde Poetic documentation of lived experience en Replays op Oral Site, waar ze de diverse perspectieven onderzoekt die het erfgoed van hen die zijn geraakt door het werk van Lisa Nelson vormgeven.
  • Anneleen Keppens en Mar* Szydlowska vertelden over het documentatieproces tijdens de creatie van Blue Moon Spring en de potentie ervan als vorm van zorg.
  • Julie De Meester (Damaged Goods) deelde haar ervaring als redacteur van het boek Let’s Not Get Used To This Place, een publicatie over 10 jaar werk van Meg Stuart.

Alle sprekers deelden een onderliggende overtuiging: documentatie is geen sluitstuk, maar een doorlopend gesprek met het werk — en met elkaar. Het wordt deel van het creatieproces, via het filmen van repetities, het verzamelen van notities en beelden, en het samen bekijken van materiaal om het werk beter te begrijpen. 

Bij het documenteren als zorgende praktijk wordt ook gepleit voor niet-lineaire en open vormen van documentatie als tegengewicht tegen de klassieke benaderingen. Benaderingen waarin er ruimte wordt gemaakt voor: 

  • interviews: Doe je ogen dicht en denk aan je creatie. Wat zie je?” bij Mar* Szydlowska;
  • herinterpretatie, zoals het doorgeven van een solo via geheugen bij Anouk Llaurens op Idocde — international documentation of contemporary dance;
  • meerstemmigheid en fragmentatie;
  • het aanvaarden van lacunes en frustraties als inherent aan elk documentatieproces;
  • geen focus op aboutness, maar op context, alles wat er rond de dans gebeurt. 

Naast deze documentatievormen, werden ook verschillende presentatiemethodes besproken die kunnen tegemoetkomen aan het relationele en zorgende karakter van documenteren: 

  • een boek als momentopname én als uitnodiging tot dialoog, waarbij redactioneel heen-en-weergeschuif het materiaal de kamer in brengt;
  • archieven als dynamische systemen die verbindingen zichtbaar maken;
  • installaties zonder hiërarchie in beelden, niet-enkelvoudig, waarbij je een ruimte binnentreedt en beweegt. 

Hoe benoem en faciliteer je initiatieven om te documenteren?

Begrippen als community, archief, traditie, dans, podiumkunst, erfgoeddrager of doelgroep zijn vaak nuttig voor beleid en bemiddeling, maar sluiten niet altijd aan bij hoe mensen hun eigen praktijk ervaren en benoemen. Sommige betrokkenen wijzen die termen zelfs expliciet af. 

Zo nam het First Waves-project deel aan een sessie rond community driven archiving’, maar opende het de presentatie meteen met een duidelijke kanttekening: We do not claim to represent just a one-sized community, nor are we an archive. Community is an identity pushed onto us.” Daarmee verzetten ze zich tegen het idee van één homogene gemeenschap met één afgelijnde archiefvorm. Dat idee werd niet alleen in vraag gesteld, maar ook benoemd als een bron van wantrouwen tegenover klassieke archiefinstellingen. 

Ook Anne Krul van het Archival Textures-project gaf aan dat haar collectie vroeger moeilijk onderdak vond binnen bestaande archieven. Het materiaal overspant verschillende culturele bewegingen en laat zich daardoor niet eenvoudig onderbrengen binnen één homogene categorie.

Participatief werken vraagt daarom meer dan enkel doelgroepen betrekken binnen bestaande formats. Soms moeten ook de formats, termen en categorieën zelf mee veranderen. Wie op een inclusieve en betekenisvolle manier wil documenteren, moet bereid zijn om het hokjesdenken los te laten. 

Vooraleer je kan nadenken over de manieren waarop je wil documenteren en welke terminologie je gebruikt, stelt zich vaak ook een heel praktische vraag: hoe maak je documentatieprojecten mogelijk? Parallel aan de sessie rond community driven archives volgde CEMPER ook een werksessie rond het opzetten van ondersteuning voor documentatieprojecten. Daar kwamen vragen aan bod zoals: Welke strategieën kunnen we ontwikkelen om initiatieven op individueel en collectief vlak beter te ondersteunen? Hoe maken we tools voor documentatie breder beschikbaar? En hoe brengen we makers, organisaties en beleid samen aan tafel rond documenteren? 

“Dank u, kunstenaars”: Documentatie om te herbeleven, te delen en te bedanken

In dezelfde ruimte als de expo en podcast herinneren beelden van de videoreeks Archive Stories van Denise Luccioni ons aan die andere functies van documenteren: het vastleggen van de persoonlijke verhalen van verschillende kunstenaars introduceert niet enkel een nieuw publiek in hun wereld maar is ook een manier om deze makers te bedanken. 

In haar videoreeks neemt Denise de kijker mee doorheen vijftig jaar leven en werken in de podiumkunsten, met nieuwe videoportretten van kunstenaars, zoals Steve Paxton en Trisha Brown. Het zijn vertellingen in de eerste persoon enkelvoud’, van een professional die een ontdekkingsreiziger is geworden, in een poging om het artistieke werk en de spirit van de makers en persoonlijkheden te vangen én vrij te laten. Deze tour de force toont het belang van verhalenvertellers die met archiefmateriaal, gegronde kennis en persoonlijke herinneringen een web kunnen weven tussen artiesten, archieven en publiek. 

Archive Stories in de expo Re:collect | © Joeri Thiry / STUK

Met deze editie bracht Body of Work een rijk en zorgvuldig samengesteld programma samen. Voorstellingen, toonmomenten, gesprekken, workshops, expo, podcast, films, boeken en symposiumsessies keken elk op hun manier naar repertoire: als werk dat opnieuw op scène kan staan, maar ook als kennis, ervaring en herinnering die door dansers, makers en publiek wordt doorgegeven. 

Ook interessant

26 jun 2026

Van circusvoorstelling tot levend archief

Met de Voorstelling 'Mèlic' legt If Circus verbindingen tussen lokale brei- en textieltradities en circus.
Lees meer
19 jun 2026

Archiefdoorlichting voorjaar 2026

Dit voorjaar begeleidden AMVB, CEMPER en meemoo GOOD COMPANY, Hathor Consort, Ultima Vez en Werkplaats Walter om beter voor hun archief te zorgen. 
Lees meer
09 jun 2026

Bottom-up werken en participatie in Schouwburg Kortrijk

Op aanraden van cult! gingen we in gesprek met Amin Srasra, programmator participatie en opkomend talent bij Schouwburg Kortrijk. 
Lees meer
26 mei 2026

Onderzoek van meemoo naar av-erfgoed in muzieksector afgerond

Hoeveel av-materiaal is er in de muzieksector te vinden? Meemoo zocht het uit!
Lees meer