Home Nieuws Het IAML-congres in Thessaloniki, een verslag

Het IAML-congres in Thessaloniki, een verslag

Tussen 28 juni en 3 juli 2026 woonden ongeveer 300 muziekbibliothecarissen, -archivarissen en -documentbeheerders het jaarlijkse IAML-congres in Thessaloniki bij. Ook CEMPER was van de partij. Het is immers belangrijk om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen en good practices binnen de muziekinformatiesector. We leren graag bij uit projecten en ervaringen van anderen. In deze bijdrage lichten we thematisch een aantal casussen, lezingen, ontwikkelingen en bezorgdheden toe. 

© Jelke Joosen

Samenwerkingen, verjaardagen en R-projecten

IAML (International Association of Music Libraries, Archives and Documentation Centres) is de internationale vereniging van muziekbibliotheken, ‑archieven en ‑documentatiecentra die werd opgericht in 1951. De vereniging zet zich in voor het bewaren en ontsluiten van zowel materieel als immaterieel muzikaal erfgoed over de wereld. Dit doet ze onder meer door samenwerking tussen muziekbibliotheken, ‑archieven en ‑documentatiecentra te versterken, projecten van deze instellingen te ondersteunen en faciliteren, het vaktijdschrift Fontes Artis Musicae uit te brengen en jaarlijks een internationaal congres voor haar leden te organiseren. Daarnaast zijn internationaal samengestelde werk- en/​of studiegroepen rond bepaalde thema’s doorheen het jaar actief (online) en organiseren de landelijke branches eventueel zelf ook aparte bijeenkomsten. 

Van 28 juni tot 3 juli deelden leden van de IAML-vereniging in de Thessaloniki Concert Hall resultaten van hun onderzoek, praktijkvoorbeelden en gaven ze standen van zaken over hun dagelijkse werking of bepaalde projecten tijdens lezingen. Daarnaast werden er meer praktische werk-/studiegroepen georganiseerd. Tijdens de congresweek vindt ook de Algemene Vergadering plaats. Traditiegetrouw maken de congresgangers tijdens de openingssessie op maandagochtend kennis met de muziek en het muzikale erfgoed van het gastland. Dat wordt tijdens de week verder aangevuld met verschillende avondconcerten en bezoeken/​rondleidingen op woensdagnamiddag. Dit jaar bestaat de IAML 75 jaar en de nationale branch IAML Griekenland 10 jaar. Dat werd tijdens de openingsreceptie gevierd met taart. 

Het ontstaan van de IAML is nauw verweven met andere initiatieven die na de de Tweede Wereldoorlog groeiden vanuit de bezorgdheid over het verloren, beschadigde, getransporteerde erfgoed dat in vele bibliotheken en archieven berustte. De idee om hiervoor internationaal samen te werken en kennis uit te wisselen vanuit de muziekwereld en de specifieke vakdomeinen, geeft vorm aan verschillende conferenties eind jaren 1940 en stilaan wordt de basis voor de oprichting van de IAML gelegd. Het eerste IAML-congres wordt trouwens in Parijs door de UNESCO in 1951 georganiseerd. IAML is net zoals CEMPER een door de UNESCO geaccrediteerde niet-gouvernementele organisatie. 

Het 75-jarig bestaan van IAML werd gevierd met taart | © Symvoli Ltd.

In de schoot van de IAML en in samenwerking met andere (internationale) organisaties, werden vier organisaties opgericht met het oog op het repertoriëren van het muzikaal erfgoed. Dit zijn de zogenaamde R‑projecten, met elk een eigen juridische zetel én met ondersteuning van het IAML-netwerk en de in 1927 opgerichte International Musicological Society (IMS). Die bewuste R‑projecten zijn: 

  • RISM (Répertoire International des Sources Musicales, 1952) opgericht met als doel wereldwijd een uitgebreid repertorium samen te stellen van gedrukte muziekbronnen tot 1800 en muziekhandschriften tot 1945;
  • RILM (Répertoire Internationale de Littérature Musicale, 1966), dat een uitgebreid repertorium samenstelt van wereldwijd verschenen muziekpublicaties, van boeken en tijdschriften over online publicaties tot doctoraats- en andere thesisse);
  • RIPM (Répertoire International de la Presse Musicale, 1980) was oorspronkelijk enkel een geannoteerde retrospectieve index van muziektijdschriften uit de periode 1800 – 1950, maar inmiddels is het werkingsgebied uitgebreid tot het digitaliseren van de tijdschriften;
  • RIdIM (Répertoire International d’Iconographie Musicale, 1971) dat door classificeren en catalogiseren een toegangsportaal wil zijn tot iconografische bronnen die met muziek verband houden. 

RILM vierde tijdens het congres zijn 60e verjaardag. Zdravko Blažeković, directeur van RILM, schetste in zijn lezing uitgebreid de oprichting en de geschiedenis van de werking van dit R‑project. Aan de hand van een reeks spraakmakende foto’s benadrukte hij het belang van registratiestandaarden en catalografie in een internationaal samenwerkingsverband. Zijn lezing verklaarde ook de Franse naamgeving van de projecten en toonde aan dat musicologie de eerste humane wetenschap was, waar men op een gestandaardiseerde manier ging beschrijven. Het belang hiervan werd door muziekuitgever Bärhenreiter opgepikt en ging onder andere met RILM een partnerschap om MGG Online te ontwikkelen. Blažeković benadrukte ook het feit dat RILM vanaf het begin aandacht had voor meerdere taalgroepen. Hiervoor werden intern ook speciale features ontworpen zoals bijvoorbeeld een letterbol voor de tikmachine die Romeins schrift in Cyrillisch schrift kon omzetten. Voor het congres in Thessaloniki had men het schitterende idee om in de congreszak een waaier te voorzien waarvan iedereen gretig gebruik maakte in de zalen waar de koeling niet optimaal was. 

RISM viert volgend jaar zijn 75e verjaardag. Die gaat echter ook gepaard met een transformatie van de organisatie. Door het wegvallen van een deel van de financiering van de Duitse overheid, was de organisatie genoodzaakt om de laatste twee jaar te werken aan een oplossing waarbij de gratis toegang tot de databank gegarandeerd kan worden. De constructie van een consortium (naar voorbeeld van het IIIF-Consortium) biedt momenteel een oplossing. De toekomst hiervan werd toegelicht in de RISM-sessie op 2 juli, waarbij ook teruggeblikt werd op het ontstaan van RISM binnen de eerder geschetste context van internationale samenwerking. We kunnen het belang van dergelijke gratis digitale infrastructuur op basis van internationale standaarden niet genoeg benadrukken. Ook CEMPER is vanuit zijn verleden hieraan schatplichtig. Resonant kon indertijd immers gebruik maken van deze databank om een groot deel van het muzikaal erfgoed in samenwerking met Alamire Foundation, MATRIX en Studiecentrum voor Vlaamse muziek te registreren. 

Een aantal lezingen behandelden ook samenwerkingsverbanden die zich eerder ​‘lokaal’ situeren of interinstitutioneel worden opgestart. 

Paula Quint, hoofd van de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Den Haag, schetste het verhaal van de Muziekverdieping waar een gedeelde leeszaal drie muziekcollecties raadpleegbaar maakt voor het publiek en meteen zo ook de grootste openbaar toegankelijke muziekcollectie van Nederland is. Die collecties zijn afkomstig van de bibliotheek van het Haags conservatorium, de muziekafdeling van Bibliotheek Den Haag en de rijke archief- en bibliotheekcollectie van het Nederlands Muziek Instituut (NMI, nu onderdeel van de Haagse Gemeentebibliotheek). In de leeszaal met openkastensysteem heb je directe toegang tot bladmuziek, opnames, muziekhistorische naslagwerken en literatuur. De kwetsbare werken bevinden zich in voornamelijk in het depot van het NMI maar kunnen via de gemeenschappelijke balie worden opgevraagd. Daarnaast is er een ruimte voor concerten en/​of expo’s en zijn er drie repetitieruimtes. Momenteel wordt nog hard gewerkt om de collecties digitaal te verbinden waarbij drie systemen met verschillende classificatiesystemen, terminologieën en indexen samen moeten komen en waarbij Marc 21 als standaard soelaas moet bieden. Eens dit werk af is, of op zijn minst al verder staat, kan de lezer zelfstandiger het opzoekingswerk verrichten en komt er voor het personeel meer tijd vrij om andere erfgoedtaken weer op te nemen. 

Een ander inspirerend voorbeeld van interinstitutionele samenwerking kwam aan bod in een sessie waar verschillende onderzoekers vertelden over hun onderzoek naar de Oostenrijkse componist Erich Wolfgang Korngold. De sessie werd door Paul Sommerfeld (Library of Congress) op ludieke wijze ​“Korngoldfest” gedoopt, daarmee werd meteen de positieve toon gezet voor rapportering waarbij samenwerking en onderhoud van goede contacten als essentieel naar voor werden geschoven. Korngold componeerde klassieke muziek, maar hij was tevens een van de eerste internationale componisten die succes kende in Hollywood. Hij is voornamelijk bekend voor zijn scores voor de film The Adventures of Robin Hood (1938). In het begin van zijn carrière reisde hij heel Europa door, maar in de tweede helft van zijn leven woonde en werkte hij voornamelijk in de Verenigde Staten. Bijgevolg zijn delen van zijn archief op verschillende plaatsen terug te vinden, het overgrote deel was deel van het archief van Warner Bros. en wordt momenteel bewaard in de Library of Congress. In de presentaties van Sommerfeld (Library of Congress), Johannes Gall en Silke Reich (Korngold-Werkausgabe, Frankfurt am Main) kwam aan bod hoe metadata niet alleen als beschrijvingstool optreedt, maar ook linken tussen verschillende delen van het archief in de verf kan zetten. Daarnaast vraagt ook de aard van het materiaal net om die linken, want wat is in het geval van een filmscore het eigenlijke ​“object”? De afgewerkte film waarin de score geïntegreerd is? De muziekopname? De directiepartij? Is de muziek een attribuut van de film, of omgekeerd? De waarde ligt hierbij niet in de beschrijving van individuele items of bestanden, maar in de relatie daartussen. En zeker wanneer deze onderdelen niet op éénzelfde locatie te vinden zijn, stijgt het belang van interinstitutionele, en hier dus ook internationale, samenwerking. Want hoewel de Library of Congress het grootste deel van Korngolds archief beheert, beschikken zij niet over de tijd en mankracht met specifieke expertise om het archief met al haar complexiteiten volledig te beschrijven. Het goede contact tussen de sprekers onderling heeft dus gezorgd dat de Duitse collega’s bij Korngold Werkausgabe konden rekenen op hulp van Sommerfeld bij identificatie van en onderzoek naar materiaal dat zich fysiek op een ander continent bevond. 

Samenwerking, eender op welk niveau, blijft essentieel voor behoud, ontsluiting, onderzoek en gebruik van muzikaal erfgoed. Dat uit zich op verschillende vlakken gaande van gemeenschappelijke standaarden, gedeelde databanken tot (internationale) netwerken. Toch stellen we ook enkele uitdagingen vast. De IAML heeft zelf een bevraging gedaan over hoe men als medewerker in een muziekbibliotheek of muziekarchief bijblijft of zich bijschoolt in het vakgebied. Hierbij kwam men tot de conclusie dat overal ter wereld opleidingen in dit specifieke vakgebied op de helling staan omwille van besparingen. Een netwerkorganisaite als de IAML zal zeker nodig blijven voor kennisuitwisseling. 

De Nederlandssprekende delegatie op het IAML-congres | © Jelke Joosen

AI

Het zal niemand verbazen dat ook op de IAML lezingen werden gegeven met Artificiële Intelligentie als hoofdthema. Enerzijds gebruiken onderzoekers en catalografen steeds vaker AI-tools om materiaal te verwerken en beschrijven, maar binnen het domein van muziek zijn het ook de archiefvormers en muzikanten die gebruikmaken van AI bij de creatie van hun materiaal. Over één ding zijn de meeste onderzoekers het eens: er moet altijd sprake zijn van een human in the loop. 

Reeds op de eerste dag van het congres vond er een uitgebreid AI-panel plaats, met als hoofddoel het algemeen begrip te vergroten. Vragen die aan bod kwamen: Wat kan AI, en wat kan het absoluut niet? Wie is er verantwoordelijk? Heeft het nut om prompts te documenteren als eenzelfde prompt op verschillende tijdstippen verschillende output genereert? Kan eender wie Large Language Models (LLM’s) gebruiken op dezelfde manier? Net die vraag naar een beter begrip van Artificiële Intelligentie, maar ook de nadruk op het nut van thematische achtergrondkennis en het belang van verantwoordelijkheid maakt dat menselijke aanwezigheid onmisbaar is. In dit panel was vooral ruimte voor discussie en uitwisseling van ervaringen, met een heel rake insteek: we moeten goed nadenken waarvoor we AI willen gebruiken, want als we LLM’s gebruiken om teksten te schrijven, maar ook om ze te lezen, waar liggen onze persoonlijke passies en interesses dan nog? 

Aan Cambridge University Library ontwikkelden ze als pilootproject een Hub waarin niet-technische gebruikers cultureel-erfgoeddata kunnen analyseren met behulp van een verschillende tools. Hierbij moet volgens sprekers Anna Pensaert en Amelie Roper ook zeker goed worden bestudeerd welke output AI-tools genereren, om op basis daarvan hun methodologie aan te passen. De hub moet enerzijds een gecontroleerde – veilige – plek zijn om tools uit te testen, anderzijds biedt het een community waarin ervaringen kunnen worden uitgewisseld. Het hoofddoel blijft dan om deze tools te integreren in een menselijke workflow. 

Wanneer het aankomt op ​‘AI-created music’ komt al snel een kritiek punt aan bod: deze term is veel te breed, en in de praktijk ook veel te vaag. De manier waarop AI invloed heeft gehad op de creatie van muziekmateriaal kan zo hard verschillen, dat de term in zichzelf nietszeggend is, en in de traditionele catalografie zijn er nagenoeg geen velden waarin de vorm en mate van bijdrage voldoende kan worden beschreven. In hun lezing pleiten Nurhak Tuncer en David Reed daarom om metadata zodanig uit te breiden dat het een beschrijving wordt van het maakproces, waarbij de mate van interactie met een AI-systeem goed wordt gedocumenteerd. Dat maakproces wordt veelal beschreven door muzikanten op hun eigen website, dus zij ijveren ook om dat materiaal als bron te nemen en te linken aan beschrijvingen. Florian Iochem ging in zijn lezing ook verder op die maakprocessen, waarbij een belangrijke vraag naar voor kwam: waarom gebruiken componisten AI methodes? Een vraag die op dag één ook al in het AI-panel aan bod kwam. 

Maatschappelijke thema's: identiteit, inclusie, onderdrukking

Muziekbibliotheken en –archieven blijven hun best doen om aan diversiteit en inclusie te werken. Dat getuigden ook verschillende lezingen, al waren die eerder onder verschillende clusters te vinden (toegankelijkheid en publiekswerking, identiteit, onderzoek naar niet-klassieke muziekgenres …). 

Zoi Angelopoulou en Andres Plemmenos spraken over het Resonance project van de Music Library Lilian Voudouri (Griekenland) waarbij men onderzocht hoe bibliotheken – en specifiek muziekbibliotheken – inclusiever kunnen werken voor gehoorgestoorden en doven. Hiervoor werd samengewerkt met Liminal, een onderzoeksinstelling/​steunpunt dat werkt rond toegankelijkheid en inclusie bij de Griekse cultuurorganisaties. Via workshops en trainingen met én voor zowel horenden als gehoorgestoorden en doven creëerde men een gemeenschap waar ervaringen konden worden gedeeld. 

Philomeen Lelieveldt, conservator bij het Haags Gemeentearchief voor de Collecties Nederlands Muziek Instituut, ging in op de dekolonisering en lichtte in haar lezing toe hoe door de deelname aan het Nederlandse nationale project Metamorfoze over dekolonisatie, een aantal nieuwe perspectieven over de eigen collecties naar boven kwamen. Met specifieke middelen kon NMI unieke opnames van Nederlands-Indonesische muzikanten digitaliseren. Daarnaast werd door de inventarisatie van bepaalde archieven gerelateerd aan het culturele leven in Indonesië tijdens de Nederlandse kolonisatie, nieuw onderzoek mogelijk gemaakt. 

Laikin Dantchenko en Jack Nighan van Indiana University haalden die notie van dekolonisatie ook aan, waarbij ze ijveren om voor Oekraïense artiesten in hun archieven van de Oekraïense namen en spelling de voorkeursterm te maken. Wanneer het niet alleen gaat om gebruik van specifieke termen, of het enkel belichten van het perspectief van de onderdrukker, maar een taal in haar geheel als vorm van onderdrukking optreedt, zien zij die omslag van voorkeurstermen als een vorm van rectificatie. Daarbij willen ze niet de Russische of westerse spellingen verwijderen, deze blijven raadpleegbaar als alternatieve naam of spelling, maar door dit te doen hopen ze culturele uitwissing van (historisch) onderdrukte gemeenschappen tegen te gaan. 

Philippa McKeown-Green van the Auckland University of Technology sprak dan weer over het feit dat de notie van copyright een heel westers gegeven is, waar bijvoorbeeld de Māori in Nieuw-Zeeland niet noodzakelijk een boodschap aan hebben. Hoewel de intentie tot inclusie welbedoeld kan zijn, is het desalniettemin nog steeds belangrijk om de autonomie van de makers te respecteren. Daarnaast blijft er de vraag in welke mate de makers ook effectief toegang zouden hebben tot wat van en over hen wordt gepreserveerd, of wanneer hun materiaal wordt gebruikt om Large Language Models te voeden. 

Het IAML-congres vindt elk jaar elders in de wereld plaats. Dat geeft de onderzoekers, muziekbibliothecarissen en –archivarissen uit de ​‘brede’ regio de kans om het congres bij te wonen. Zoals eerder gemeld, krijgt het muzikaal erfgoed van het gastland ook ruime aandacht. Een aantal lezingen behandelde dan ook de werking van Griekse instellingen met voornamelijk 19e-20e-eeuwse klassieke muziekbronnen, gaande van ontsluiting tot publiekswerking en storytelling. Daarnaast kwamen heel wat onderzoeks- en digitaliseringsprojecten over Grieks-Byzantijnse gezangen aan bod, projecten die zowel in Griekenland als in Cyprus of Sicilië lopen. 

Ook interessant

25 aug 2026

Partituren, tijdscapsules en een documentaire: Ictus bewaart het erfgoed van Georges-Elie Octors

De geannoteerde partituren van Georges-Elie Octors vormden het vertrekpunt van het nalatenschapsproject door Ictus ensemble.
Lees meer
22 jun 2026

Verslag | Algemene Vergadering van de UNESCO-Conventie van 2003 en accreditatie voor CEMPER

Tijdens de 11e General Assembly van de UNESCO-Conventie van 2003 werden we officieel geaccrediteerd als niet-gouvernementele organisatie.
Lees meer
19 jun 2026

Archiefdoorlichting voorjaar 2026

Dit voorjaar begeleidden AMVB, CEMPER en meemoo GOOD COMPANY, Hathor Consort, Ultima Vez en Werkplaats Walter om beter voor hun archief te zorgen. 
Lees meer
18 jun 2026

CEMPER op Body of Work 2026

Onder de titel Re:pertoire lag de focus van Body of Work 2026 op een brede en diepgaande reflectie over de kansen en uitdagingen bij de omgang met da…
Lees meer