Home Nieuws De poesje speelt verder: over samenwerking en eig…

De poesje speelt verder: over samenwerking en eigenaarschap | Verslag

Hoe geef je een eeuwenoude podiumpraktijk door aan volgende generaties? De Antwerpse poesjenellenspelers gingen samen met verschillende erfgoedorganisaties op zoek naar antwoorden. Dit gesprek leidde tot een tentoonstelling, een festival, een opleiding voor nieuwe spelers én een nieuwe dynamiek tussen de verschillende groepen. Voor andere beoefenaars kan dit project inspiratie bieden om naar buiten te komen, samenwerkingen aan te gaan en zelf richting te geven aan de manier waarop ze hun erfgoed presenteren. 

Beginnen bij de mensen die de praktijk dragen

Het Antwerpse poesjenellentheater is een eeuwenoude vorm van stangpoppentheater. De voorstellingen zitten vol humor, volksverhalen, maatschappijkritiek en herkenbare situaties uit het dagelijks leven. De spelers, die zichzelf schaviezen noemen, geven deze traditie door door samen te spelen, verhalen te vertellen en de kneepjes van het vak aan elkaar te leren.

Het MAS, Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en het Letterenhuis hebben poppen, teksten en affiches van de poesjenellentraditie in hun collectie. In 2024 kwamen zij voor het eerst samen met een ambitie om hun collecties opnieuw tot leven te brengen en de poesje een toekomst te geven. Dit eerste overleg groeide uit tot een projectgroep onder de naam De poesje speelt verder, getrokken door ErfgoedLab Antwerpen en versterkt met Werkplaats immaterieel erfgoed, Erfgoedstudies van de Universiteit Antwerpen en CEMPER. 

Een belangrijke eerste stap was luisteren naar de spelers zelf. CEMPER bracht samen met studenten Erfgoedstudies van Universiteit Antwerpen hun noden, waarden en praktijken in kaart. Wat betekent het poesjenellentheater voor hen? Wat zijn de kansen en uitdagingen bij het doorgeven van deze traditie? 

Uit dit onderzoek kwamen onder meer de behoefte aan meer zichtbaarheid en de vraag hoe nieuwe spelers hun weg naar het theater kunnen vinden naar voren. Die vragen vormden het trajectpunt voor het verdere traject. 

Naar buiten komen, op je eigen manier

Voor de poesjenellenspelers werd zichtbaarheid een belangrijk onderdeel van het traject. Ze namen niet alleen deel aan activiteiten die anderen voor hen organiseerden, maar gingen ook zelf aan de slag om hun traditie aan een breder publiek te tonen. 

Eén van de resultaten hiervan was de tentoonstelling De poesjenellen hangen (‘t) uit in de Nottebohmzaal van Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. De spelers namen zelf de rol van curator op zich. Ze selecteerden objecten uit erfgoedcollecties en uit hun eigen verzamelingen en vertelden de verhalen achter de poppen en de traditie. ​“Ik kan daar uren over vertellen”, aldus één van de spelers die als gids optrad. 

Ook tijdens het festival De poesjenellen pakken uit, in april 2026, traden de Antwerpse groepen samen naar buiten. Een veelgehoorde reactie van de bezoekers was: ​“Ah, de poesje, bestaat dat nog?” 

Daarnaast bood de Schaviezenschool nieuwe spelers de kans om het vak te leren en met een eigen voorstelling kennis te maken met het publiek. Eén van de nieuw-opgeleide schaviezen zei hierover achteraf: ​“Het is een eer om schavies te mogen zijn, ik hoop dat ik dit nog heel lang mag blijven doen.” 

Ook middelbare scholen werden bij het traject betrokken. Vijf Antwerpse scholen kregen de uitnodiging om een eigen poesjenellenstuk te maken, van het verhaal tot de poppen en de decors. Erfgoedpartners en poesjenellenspelers ondersteunden de leerlingen daarbij met workshops en materiaal uit historische collecties. De jongeren werden gestimuleerd om vanuit deze traditie hun eigen verhalen te vertellen. 

Samenwerken zonder je eigenheid te verliezen

In het project hebben verschillende poesjenellentheaters samengewerkt. Elke groep heeft een eigen geschiedenis, repertoire en manier van werken. Ze vonden elkaar rond een gedeelde vraag: hoe zorgen we ervoor dat de poesje ook in de toekomst gespeeld blijft worden? 

Tijdens de eerste bijeenkomsten leerden de spelers elkaar beter kennen. Sommigen kenden elkaar voordien slechts oppervlakkig. Door samen rond de toekomst van hun praktijk te werken, ontstond ruimte om ervaringen uit te wisselen en gezamenlijke plannen te maken. De tentoonstelling en het festival maakten die samenwerking zichtbaar. De spelers konden eigen verhalen vertellen en tegelijk laten zien dat ze deel uitmaken van een bredere traditie. Dat betekent niet dat alle verschillen verdwijnen of dat iedereen op dezelfde manier moet werken. Juist doordat verschillende groepen hun eigenheid behouden, kunnen ze elkaar aanvullen en van elkaar leren. 

De resultaten van De poesje speelt verder zijn te vinden in de zichtbaarheid bij een breder publiek door de tentoonstelling, het festival en de opleiding, maar ook in de dynamiek die tussen de spelers is ontstaan. De verschillende groepen blijven elkaar ontmoeten. Er is meer contact en er zijn nieuwe mogelijkheden om samen na te denken over de toekomst van het poesjenellentheater. Het traject heeft de onderlinge verbondenheid versterkt. ​“We hebben nieuwe vrienden gemaakt, dat is ook heel belangrijk”, aldus één van de spelers tijdens het laatste projectoverleg. 

Erfgoedorganisaties als partners

Bij De poesje speelt verder werkten de spelers samen met verschillende erfgoedorganisaties. Die partners brachten kennis, ondersteuning, poppen en documenten. ErfgoedLab Antwerpen ondersteunde de samenwerking en de ontwikkeling van initiatieven. CEMPER bracht de noden en praktijken van de spelers in kaart en blijft een aanspreekpunt voor vragen over het doorgeven en borgen van het poesjenellentheater. 

De samenwerking vertrok vanuit een belangrijk principe: de spelers kennen hun eigen praktijk en bepalen de richting van de toekomst ervan. De organisaties ondersteunen waar dat nodig is, maar nemen de praktijk niet van hen over. 

De relatie tussen de spelers en de erfgoedorganisaties wordt ook na het project verdergezet. Eén van de spelers is sindsdien vrijwilliger in het depot van het MAS om de poppen in de collectie te herstellen en onderhouden. Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience maakt een doorstart in het scholenproject, samen met de spelers, waardoor dit schooljaar opnieuw vijf scholen kennis zullen maken met de poesjenellentraditie. 

Hoe nu verder?

Ook na de zichtbare projectactiviteiten blijft de vraag hoe de poesjenellenspelers hun traditie willen en kunnen doorgeven relevant. CEMPER blijft met hen in gesprek en begeleidt hen bij de voorbereiding van een aanvraag voor de Inventaris Vlaanderen van het immaterieel cultureel erfgoed. 

Zo’n aanvraag biedt een aanleiding om samen stil te staan bij de praktijk: Wat maakt het poesjenellentheater betekenisvol? Welke kennis, vaardigheden en verhalen willen de spelers doorgeven? Wat is daarvoor nodig, en welke uitdagingen zien ze voor de toekomst? Het sluit aan bij wat er in het project De poesje speelt verder al is gegroeid.

Een plaats op de Inventaris Vlaanderen kan helpen om de praktijk zichtbaarder te maken en aandacht te vragen voor het belang van het doorgeven ervan. Het is geen eindpunt, maar een nieuw beginpunt voor nieuwe acties om de praktijk te borgen. 

Wil je met je eigen muziek- of podiumpraktijk aan de slag? CEMPER denkt graag mee over vragen rond het doorgeven, documenteren en zichtbaar maken van je praktijk, en over mogelijke stappen om haar toekomst mee vorm te geven. 

Ook interessant

02 nov 2026

Terugblik op CEMPER connect: Onbevangen Erfgoedzorg

Op 20 oktober 2026 vond onze jaarlijkse netwerkdag CEMPER connect plaats. Ontdek de verslagen van alle sessies.
Lees meer
27 okt 2026

Passie binnen circusfamilies | Erfgoeddag 2027

In het kader van Erfgoeddag 2027 vertelt Bert Loenders hoe passie tot uiting komt bij circusduo Bert & Fred. 
Lees meer
22 okt 2026

Tongerse bladmuziekcollecties opnieuw beschreven in RISM

In de zomer van 2026 verbeterde CEMPER beschrijvingen van Tongerse bladmuziekcollecties in RISM.
Lees meer
12 okt 2026

Schrijfdag circustechieken: Geef meer zichtbaarheid aan circus

Om circustechnieken meer zichtbaarheid te geven, organiseren Circuscentrum, Circusplaneet en CEMPER op 30 november 2026 een schrijfdag. 
Lees meer