CEMPER op het SIBMAS-symposium in Reykjavik
SIBMAS is als internationale organisatie voor bibliotheken, musea, archieven en documentatiecentra voor de podiumkunsten (Société Internationale des Bibliothèques et Musées des Arts du Spectacle) voor CEMPER een belangrijke internationale netwerkpartner. We delen graag enkele inspirerende inzichten vanop het recentste symposium in Reykjavik.
Het symposium van 2025 in Köln en Düsseldorf was voor CEMPER een aanleiding om, na COVID-19 en personeelswissels, de contacten te hernieuwen. Voor het symposium in Reykjavik (8‑10 juni 2026) diende collega Staf Vos een presentatievoorstel in met als titel From Pilot Projects to Sustainable Practice: Safeguarding Artistic Legacies in Flanders. Omwille van de bredere relevantie werd deze geïntegreerd in een rondetafelsessie met discussie: Crisis, Care, and Continuity in Cultural Collections (9 juni).
Het thema van het symposium was namelijk Shifting Grounds, een verwijzing naar het IJslandse seismische landschap. Het is een metafoor voor instabiliteit, maar ook voor de dynamiek en veerkracht bij erfgoedinstellingen die zich staande houden te midden van wereldwijde transformatie.
Erfgoedcollecties evolueren bijvoorbeeld van fysieke verzamelingen naar data‑infrastructuren. Kennis blijkt kwetsbaar, betoogde Aristide M. LaVey van de Jerome Robbins Dance Division van de New York Public Library. De afbouw van traditionele documentatiemethoden, zoals het publiceren van danskritiek en het systematisch verzamelen van persknipsels, leidt tot een gefragmenteerd landschap van verspreide online bronnen. Er is wel een netwerk van databases en platformen, maar vaak commercieel afgeschermd en zonder integratie op één fysieke of digitale plaats.
Des te belangrijker wordt het dat experten – gespecialiseerde theater- of dansarchivarissen – de representativiteit van de podiumkunstencollecties garanderen. Zij kunnen dan, zoals dansarchivaris Libby Smigel van de Library of Congress Music Division, actief op zoek naar getuigenissen over dans- en muziekpraktijken op blogposts en fora. Of ze kunnen programma’s opzetten met gecentraliseerde webarchivering en web crawling, zoals haar collega Melissa Wertheimer doet met de Performing Arts Web Archive Collections. Performatieve cultuur circuleert steeds vaker online, waardoor instellingen met uiteenlopende profielen hiermee aan de slag gaan. Deze instellingen geven ook uiteenlopende antwoorden op de ethische vragen die zich bij deze aanpak stellen. Veel van deze initiatieven zijn lid van het IIPC en/of werken samen met Archive-It.
Artificiële intelligentie (AI) helpt bij transcriptieprojecten en maakt nieuwe onderzoeksvragen mogelijk die veel rekenkracht vergen. Doug Reside van de Billy Rose Theatre Division van de New York Public Library deelde hoe hij vrijwilligers en technologie inzette bij de transcriptie van de traditionele ‘fichebakken’ die een schat aan informatie zijn. Clarisse Bardiot van de Université Rennes 2 wil met haar ERC-onderzoeksprogramma From Stage to Data enorme corpussen digitaal archiefmateriaal van het Festival d’Avignon analyseren, niet alleen programmaboekjes maar ook audiovisueel materiaal.
Tegelijk blijft AI biased omdat het zijn modellen enkel traint op de dominant aanwezige data. Thomas Thorausch en Susanna Foellmer van het Deutsches Tanzarchiv Köln vroegen zich af wat podiumerfgoedspecialisten kunnen doen om die bias te corrigeren. AI-projecten reduceren complexe kennis ook vaak tot meetbare data en analyse van beelden. Vooral lichamelijke kennis kan slechts gedeeltelijk in data worden omgezet. Een Deens project met Anna Lawaetz van de Deense Koninklijke Bibliotheek koppelde een workflow voor verwerking van born-digital dansarchief aan workshops met kunstenaars om die ontbrekende dimensies te verkennen.
De relationele en ethische dimensie van archiveren krijgt vandaag meer aandacht. Archieven draaien niet enkel op technische expertise, maar zijn ook plekken van vertrouwen, zorg en onderhandeling. Een Catalaans onderzoeksproject met Laura Ars van het Museu de les Arts Escèniques in Barcelona bevroeg schenkers over de motivaties en emoties bij schenkingen. Alexandra Beraldin, die artistieke processen voor het Festival d’Avignon digitaal wil archiveren, merkte dat archiefvormers bij digitale archieven veel bezorgder zijn om de privacy-garanties door onderzoekers of instellingen dan bij papieren archieven. Er is wel voldoende beschermende wetgeving, maar het juridische jargon ervan is vaak heel intimiderend. Ook elders kwamen ethische vragen naar voren rond consent, representatie en machtsverhoudingen, bijvoorbeeld in de manier hoe Frederieke Van Wijk probeert om te gaan met de circuscollecties van het Allard Pierson in Amsterdam.
Ten slotte maakte het rondetafelgesprek Crisis, Care, and Continuity in Cultural Collections duidelijk dat erfgoedwerking in de podiumkunsten overal plaatsvindt onder druk van beperkte middelen, politieke veranderingen en organisatorische kwetsbaarheid. Crisis is geen uitzondering, maar een structurele toestand. Die crisissfeer is tegelijk ook relatief: in Bangladesh is de crisis veel fundamenteler en bedreigender dan in Praag, en in Praag is het politieke draagvlak lastiger dan in Vlaanderen. Maar overal “hangt continuïteit af van individuen die méér doen dan hun formele opdracht, en van fragiele ‘networks of care’ die breken wanneer iemand met een job stopt. Bewaring is dan niet enkel een technische kwestie, maar ook een vraagstuk op vlak van arbeid, politiek en ethiek”, stelde LaVey in een nabespreking van het symposium.
Vroeger namen de grote internationale instellingen het werk over van de kunstenaars, al gebeurde dit pas nadat ze (bijna) overleden waren. Nu doen ze, als gevolg van besparingen, meer aan “outreach” zodat ze podiumkunstenaars of erfgenamen een groter deel van het werk zélf kunnen laten doen. Dit moet dan wel vroeger, tijdens hun carrière. In het algemeen verschuift de aandacht overal van wat de Duitsers Nachlass noemen – de traditionele nalatenschap na het overlijden – naar Vorlass – overdracht tijdens het leven. Naast de negatieve reden hiervoor (in de instellingen wordt de spoeling te dun) is er ook een positieve: de nood om in overleg met kunstenaars of gemeenschappen te bepalen wat hun nalatenschap kan zijn, in plaats van het te veronderstellen of te projecteren. Daarbij speelt ook nog de digitale urgentie, want papier overleefde vaak makkelijker de tijd dan digitale informatie.
Daarom was er ook interesse voor het semi-gedecentraliseerde en complementaire dienstverlenende model uit Vlaanderen. We deelden onze analyse dat de grote afhankelijkheid van overheidssubsidies voor basiserfgoedzorg de internationale podiumsector erg kwetsbaar maakt. Hoe kunnen overheden erfgoedzorg subsidiëren zonder dat het een centraliserings- en canoniseringsmachine wordt? Hoe vermijden we de ‘projectenval’ — het ad hoc uitdelen van projectsubsidies die doorgaans te selectief en beperkt zijn om voldoende verschil te maken? Hoe kunnen we precies bepalen voor welk erfgoedwerk rechtstreekse subsidies nodig zijn, en welke stappen meer gediend zijn met een grassroots DIY-aanpak, al dan niet met professionele begeleiding?
Het SIBMAS-netwerk bestaat vooral uit collectiebeherende instellingen, maar hier en daar werd toch een dienstverlenend of outreachend initiatief vermeld. CEMPER had voordien al contact met enkele van die organisaties, maar hoopt de zeldzame dienstverlenende initiatieven zonder collectieverzamelend oogmerk in de toekomst meer doorgedreven in kaart te kunnen brengen met de hulp van dit internationale netwerk.
Slotconclusie van de aanwezigen: internationaal samenwerken is de toekomst!
Ook interessant
Flamenco als thuiskomst
Verslag | Algemene Vergadering van de UNESCO-Conventie van 2003 en accreditatie voor CEMPER
CEMPER op Body of Work 2026