De goochelmicrobe doorgeven
Vakkennis rond goochelkunst circuleert vaak binnen kleine kringen. Wat gebeurt er als die kennis heel bewust één-op-één wordt doorgegeven? Dit artikel zoomt in op het meester-leerlingtraject van Koenraad Ronsmans en Joppe Bossuyt. In een gesprek gingen we dieper in op wie zij zijn als goochelaar, hoe het traject ontstond en wat ze samen deden en leerden.
Twee personen, één gedeelde praktijk
Joppe Bossuyt groeide op met goochelen: zijn vader is één van de weinig professionele goochelaars in België. Daardoor was goochelen in zijn kindertijd vanzelfsprekend aanwezig. Er bestaan beelden waarop hij al spelenderwijs trucs uitvoert. Tijdens zijn tienerjaren verwaterde die interesse, tot hij rond zijn achttiende opnieuw werd gegrepen door de fascinatie. Een eerste optreden op een tuinfeest van een vriend werd een kantelpunt: “Dat was mijn vuurdoop. Sommige dingen werkten, andere niet, maar het was vooral heel leuk om te doen. Daarna begon de bal te rollen.” Via optredens, ontmoetingen en samenwerkingen groeide zijn praktijk langzaam. De stap naar zelfstandige opdrachten als goochelaar naast zijn hoofdberoep viel vlak voor de coronaperiode. Hierdoor werd hij meteen geconfronteerd met onzekerheid en stilstand, maar hij bleef bouwen aan ervaring en netwerk.
Koenraad Ronsmans kende een klassiek beginverhaal dat veel goochelaars delen: “Ik kreeg een goochelboekje van Sinterklaas toen ik tien was en ik wist meteen: dit ga ik later doen.” Op twaalfjarige leeftijd stond hij al op het podium. Doorheen zijn carrière ontdekte hij dat goochelen niet alleen een artistieke praktijk is, maar ook een onderneming: “Het is een dienst die je verkoopt. Dat zakelijke inzicht verandert je kijk op het vak.” Vandaag kan hij van goochelen leven, maar dat was niet altijd een makkelijke zoektocht. Met zijn bedrijf Promagic bouwde hij een stevige praktijk uit en creëert hij via opdrachten op evenementen ook werk voor andere goochelaars, onder wie Joppe.
"Hoe meer je erin duikt, hoe meer je beseft dat je eigenlijk nog maar het topje van de ijsberg ziet", vindt Joppe
Tijd voor overdracht
De samenwerking tussen beide goochelaars ontstond vanuit gezamenlijke opdrachten en oefensessies. Joppe had veel aan de sessies die Koenraad met andere goochelaars organiseerde. Ze maakten hem scherp bewust van de gelaagdheid van het vak. Zoals hij het zelf verwoordt: “Je denkt dat je al veel weet, maar hoe meer je erin duikt, hoe meer je beseft dat je eigenlijk nog maar het topje van de ijsberg ziet.”
Koenraad en Joppe leerden elkaars werkwijzen beter kennen en merkten dat er een meerwaarde zat in een intensievere samenwerking. De meester-leerlingbeurs gaf hen de ruimte om tijd vrij te maken voor overdracht en verdieping, iets dat in een praktijk die sterk afhankelijk is van optredens niet vanzelfsprekend is. De verwachtingen bij de start waren ambitieus maar open: veel kennis uitwisselen, verdiepen en toewerken naar een eindshow, waarin Joppe laat zien wat hij van Koenraad heeft geleerd.
Organisch en stapsgewijs
Hoewel Koenraad een lessenreeks had uitgeschreven voor de subsidieaanvraag, werd die structuur al snel losgelaten. De samenwerking kreeg een organisch en stapsgewijs karakter, waarbij telkens werd gekeken naar wat op dat moment nodig was. “Iedereen heeft andere noden. Je moet uitproberen en dan zien: wat ontbreekt er nog, waar moeten we op focussen?” Net daarom werkte de één-op-één-context volgens hem zo goed: ze liet ruimte voor maatwerk en verdieping.
Inhoudelijk kozen ze ervoor om zich te concentreren op twee belangrijke domeinen binnen het vak: groepsvoorstellingen op het podium en close-upgoochelen. Die dubbele focus maakte het mogelijk om zowel theatrale opbouw, publieksinteractie en dramaturgie te verkennen als de fijnmazige techniek en directe communicatie die close-upwerk vereist. Door stap voor stap te werken, te testen, bij te sturen en opnieuw te proberen, groeide niet alleen Joppes technische bagage, maar ook zijn artistieke zelfvertrouwen.
De aanpak bestond uit intensieve één-op-één sessies, brainstorm- en oefenmomenten, reflectie over repertoire en stijl, én internationale inspiratie, onder meer via deelname aan het congres van FISM (Fédération Internationale des Sociétés Magiques). Zo bood het traject ruimte om niet alleen vaardigheden te verfijnen, maar ook artistieke keuzes bewuster te maken en bestaande technieken te vertalen naar een eigen signatuur.
Koenraad en Joppe namen samen deel aan het internationale congres van FISM
Geleerde lessen
Voor Joppe lag de grootste meerwaarde in het verbreden van zijn perspectief. “Ik had een basis en een streepje voor doordat mijn vader goochelaar is, maar door de sessies met Koenraad en het congres ontdekte ik hoeveel verschillende visies en manieren van werken er bestaan.” Die kruisbestuiving bleek cruciaal voor zijn leerproces. “Je denkt vaak dat je het zelf hebt uitgevonden, maar je merkt dat er andere oplossingen zijn die even goed of zelfs beter werken.”
Het traject maakte duidelijk hoe belangrijk uitwisseling is binnen een praktijk die zo veelzijdig is. Door samen te testen en te bespreken, groeide ook zijn vermogen om bewuste keuzes te maken en kritisch te kijken naar wat hij doet. “Iemand met ervaring ziet meteen of iets praktisch haalbaar is. Je leert niet alleen wat er leuk uitziet, maar ook wat echt werkt in de praktijk.”
Voor Koenraad lag de nadruk op coaching en het delen van zijn ervaring. “Ik probeer niet te zeggen: zo moet het. Ik stel liever vragen: Wat gebeurt er als je het anders doet?” Die houding stimuleerde een leerproces waarin Joppe zelf inzichten ontwikkelde, in plaats van ze simpelweg over te nemen. “Het gaat er vooral over dat je jouw eigen weg vindt. Hoe ik optreed is niet dezelfde stijl als die van mijn leermeester, en dat is ook niet de bedoeling”, zegt Joppe.
Een belangrijke inspiratiebron voor beiden was het internationale congres van FISM dat ze tijdens het traject samen bezochten. Dit is het grootste goochelcongres ter wereld. Er komen goochelaars, verenigingen en makers samen uit alle continenten voor lezingen, wedstrijden en demonstraties. “Het is alsof je een paar dagen een volledig andere wereld binnenstapt”, vertelt Joppe. “Je loopt van lezingen naar wedstrijden, ontdekt nieuwe technieken en hoort hoe anderen hun praktijk vormgeven. Je ziet niet alleen trucs maar ook de denkprocessen en artistieke keuzes die aan de basis liggen van de trucs.”
Wat gaat er verloren zonder overdracht
De noodzaak van meester-leerlingtrajecten voor het goochelen wordt duidelijk wanneer ze benoemen wat er op het spel staat. “Er is zoveel kennis die in hoofden zit. Als die niet wordt doorgegeven, gaat ze verloren”, aldus Koenraad. In een kleine sector zoals de goochelwereld, waar veel kennis informeel circuleert, is die bewuste, doordachte overdracht cruciaal.
Beide goochelaars zijn relatief optimistisch over de toekomst. De goochelwereld is klein, maar het is geen gesloten gemeenschap. “Goochelen kan maar blijven bestaan als mensen hun geheimen blijven delen”, aldus Joppe. Het idee dat dit niet gebeurt is volgens hen een mythe; wel is het zo dat geheimen niet met leken, maar alleen met insiders worden gedeeld. Tegelijk zien ze ook uitdagingen.
Toegang tot die insiders is immers niet zo vanzelfsprekend. “Als buitenstaander weet je vaak niet waar je moet beginnen om te leren goochelen. Je moet al iemand kennen om het netwerk en de informatie te vinden”, zegt Joppe. “En zelfs als je je weg hebt gevonden, blijf je meestal op een bepaald niveau steken”, voegt Koenraad toe. Boeken en online bronnen bieden slechts een deel van de kennis die je nodig hebt. De finesse, de kleine beslissingen die een optreden doen werken, leer je vooral via ervaring en begeleiding. “Je kunt 80% van de informatie vinden, maar die laatste 20% maakt het verschil. Daar heb je iemand met ervaring voor nodig.”
Daarnaast speelt oppervlakkige zichtbaarheid op sociale media een dubbelzinnige rol: ze maakt de kunst zichtbaarder, maar kan ook de diepgang verhullen. De grootste zorg ligt bij de toekomst van expertise: “De volgende generatie moet diep genoeg gaan. Anders blijft het bij oppervlakkige trucs”, vindt Koenraad.
“Er is zoveel kennis die in hoofden zit. Als die niet wordt doorgegeven, gaat ze verloren”, vertelt Koenraad
Het einde van het traject en een nieuw begin
Het traject mondt uit in een voorstelling waarin Joppe zijn groei zichtbaar maakt. De show, gepland in mei, wordt opgezet als een benefietvoorstelling. Het doel is niet om winst te maken, maar om via de kunst iets terug te geven. “We hebben zelf veel gekregen uit dit traject”, zegt Joppe. “Dan is het mooi om met die show ook een bijdrage te leveren.” Joppe onderzoekt nog welk goed doel centraal zal staan, maar ze zoeken bewust naar een organisatie met een link naar podiumkunsten, bijvoorbeeld projecten die kwetsbare jongeren ondersteunen via goochelen of circus. De voorstelling fungeert als een duidelijke deadline en een moment van reflectie. “Anders blijf je verbeteren en uitstellen”, zegt Koenraad. “Nu is er een moment waarop je zegt: dit is waar we staan.” Voor hem is het traject geslaagd omdat de vooruitgang zichtbaar is. “Joppe heeft echt een grote stap gezet. Dat zal je op het podium zien.”
Naast de voorstelling werken ze nog aan een handleiding om de goochelmicrobe ook bij anderen aan te wakkeren. Dit is een groeiende digitale gids die de goochelpraktijk toegankelijker maakt voor beginners. Het doel is niet alleen kennis vast te leggen maar ook richting, inspiratie en toegang te bieden tot de gemeenschap, zodat ervaring en vakmanschap duurzaam kunnen worden doorgegeven.
Beiden zien het traject niet als een eindpunt, maar als een nieuw vertrekpunt. De samenwerking blijft bestaan, al wordt ze minder intens. Voor Joppe betekent het traject een duidelijke sprong voorwaarts, zowel artistiek als professioneel: “Ik heb enorm veel opgestoken. Het is van onschatbare waarde.” Voor Koenraad ligt de voldoening in het doorgeven van zijn ervaring en het zien groeien van een mede-goochelaar.
Ook interessant
Borgen van folkdans op BalhallaFestival
Online moment Netwerk Danserfgoed
Body of Work 2026 & Dansstroom