Haha humor & vrijetijdstheater | Erfgoeddag 2026
In Vlaanderen wordt door heel wat kringen vrijetijdstheater gespeeld. Sommige verenigingen spelen jaarlijks een goede klucht, andere zoeken het luchtige op in dramatischere stukken. “Je hebt stukken die misschien wat zwaarder op de hand zijn, maar dan ga ik toch altijd op zoek naar de lichtheid in zo’n tekst”, zegt Bert Daems, voorzitter van KT Streven (Mortsel). Volgens bestuurslid Philip Maes “zit er vaak een glimlach van herkenning in”. In het kader van Erfgoeddag 2026 spreken we met Bert en Philip – beiden ook acteur en regisseur – over KT Streven en hoe zij met humor in theaterstukken omgaan.
Vier stukken per jaar
Elk theaterseizoen brengt de Koninklijke Toneelkring Streven uit Mortsel vier stukken op de planken. Bij hun programmatie gaan ze op zoek naar een evenwicht tussen die stukken. “We beginnen het seizoen met een kleine productie waarmee we op reis kunnen gaan”, vertelt Philip. “Dat is dan een stuk met niet te veel spelers en een klein decor. Daarnaast willen we een geëngageerd stuk spelen. De Vader van Zeller – dat gaat over dementie — is daar een goed voorbeeld van.”
“Verder proberen we ook een komedie te boeken”, vervolgt Philip. Zo speelde KT Streven in hetzelfde seizoen als De Vader het stuk Ene Gast, twee bazen. Dat was een bewerking van de commedia dell’arteklassieker Knecht van twee meesters van Goldoni. “Voor het vierde stuk kijken we wat zich nog aandient.” Dat kan dan bijvoorbeeld een stuk zijn dat wordt voorgesteld door een regisseur waarmee de kring wil samenwerken. Of soms gaat de toneelkring de uitdaging aan om bijvoorbeeld een stuk te vertalen en in Nederlandse première te brengen.
Doorheen alle stukken die KT Streven speelt, zoeken ze vooral naar een manier om het publiek te raken. “Soms is dat door goed te lachen, soms door over iets na te denken”, zegt Philip. “We willen dat het iets losmaakt. Dat het iets beweegt. En dat kan iets ter hoogte van het hart zijn, of iets ter hoogte van de lachspieren.”
KT Streven zoekt in alle stukken ook naar herkenbaarheid. “Het is een heel persoonlijk gegeven wat iemand geestig vindt”, vertelt Bert. “Maar ik denk dat de sleutel vaak herkenbaarheid is; dat je op een of andere manier een spiegel voorhoudt. En als je daarin slaagt, maak je ook echt een connectie met het publiek.”
Humor is werken
Of ze nu een komisch stuk of iets dramatischer brengen, Bert en Philip gaan daarin altijd op zoek naar wat ze “lucht” noemen. “Je hebt stukken die misschien wat zwaarder op de hand zijn, maar dan ga ik toch altijd op zoek naar de lichtheid in zo’n tekst”, zegt Bert. Hij gebruikt een ventiel als metafoor: “Je bouwt een spanning op, en af en toe moet die spanning even weg, zodat je opnieuw kan beginnen bouwen. Ik ga dan heel bewust op zoek welke momenten we kunnen gebruiken om dat ventieltje open te draaien, zodat die lucht eruit kan.” Zo’n moment hoeft niet te betekenen dat er echt wordt gelachen met het onderwerp. “Er zit vaak een glimlach van herkenning in”, vindt Philip.
Ook tijdens de repetities moet er ruimte zijn voor een lach. “Je bent uiteindelijk drie maanden aan het repeteren met een groep. Ik vind het dan belangrijk dat het repetitieproces leuk is en dat er gelachen kan worden”, vertelt Philip. Hij merkt ook als zij moeten lachen tijdens de repetities, dat het publiek dan wellicht ook moet lachen. Wellicht, want dat is niet altijd het geval. Die ruimte voor een lach moet er trouwens ook zijn bij repetities voor dramatische stukken. Bert vult aan: “Als je iets serieus doet, voel je dat de ploeg behoefte heeft om af en toe onnozel te doen.”
Een humoristisch stuk brengen, valt ook niet te onderschatten. “Mijn ervaring is dat een stuk met humor hard werken is”, vindt Bert. “Er zit een stukje ambacht in.” Philip is het daarmee eens: “Het is werken om dat goed te laten overkomen; om de grap niet te telefoneren; om te zorgen dat je ze niet van kilometers ver ziet aankomen; om daar ook niet in te overdrijven.”
Timing is daarbij van groot belang, waarbij je ook moet meegaan met de golven van het publiek. “Je zegt jouw tekst, de zaal reageert, dus je moet even wachten en dan pas het volgende doen”, legt Philip uit. Bert vervolgt: “Je moet leren dat je moet wachten op de adem van de zaal, zodanig dat je die bij de hand blijft nemen. Dat is iets dat je alleen in de praktijk kunt leren. Je kunt dat 100 keer doen op een repetitie, maar dan zitten er geen mensen in de zaal.” En wanneer je dat goed toepast en de zaal echt in de hand hebt, geeft dat een fijn gevoel, vindt Philip: “Het is heerlijk om een hele zaal gewoon met wat je zegt of net niet zegt, of met jouw timing een lach te bezorgen. Mensen een lach bezorgen is ook ontzettend fijn. Ik word er vanzelf vrolijk van wanneer mensen zeggen ‘We hebben toch goed gelachen!’.”
Samenwerking binnen en buiten de kring
Drie à vier maanden voor de voorstelling starten de repetities. Bij de eerste bijeenkomst betrekt KT Streven ook de mensen van het decor, kostuums, licht …. “Ik noem dat dan eerder een productiebijeenkomst”, vertelt Bert. “Zij vinden het leuk om vanaf het begin betrokken te worden, wanneer er nog een wit blad is en hun ideeën gehoord kunnen worden.” De samenwerking tussen de verschillende betrokkenen kan er dan ook voor zorgen dat ideeën verrijkt worden. Bert en Philip halen als voorbeeld de decorploeg aan. De regisseur kan met een idee afkomen, maar het is dan aan de decorploeg om daar een systeem voor te vinden om dat idee uit te voeren. Zo maakte de ploeg voor De Jossen een systeem om kalk naar beneden te laten dwarrelen bij een geweerschot. “En het is dan belangrijk om aan uw decorploeg te zeggen: Het zou plezant zijn als dat kan, maar dat is niet het allerbelangrijkste”, vindt Bert.
Niet alleen binnen de toneelkring wordt samengewerkt. “Ik vind het als regisseur heel tof om samenwerkingen te zoeken met andere Mortselse verenigingen”, vertelt Philip. Zo werd voor De Vader samengewerkt met het Mayerhof, een woonzorgcentrum uit de buurt die een aparte dementieafdeling heeft, met onder andere een livepodcast vanuit het wzc over het stuk, maar ook over de omgang met dementie. En voor De Jossen van Tom Lanoye werkte Streven samen met Araumi Daiko die taiko (Japanse drum) kwamen spelen tijdens de voorstelling. “Het is leuk om met andere disciplines aan de slag te gaan”, vindt Philip.
Al 80 jaar toneel op de planken
Vorig jaar vierde KT Streven zijn 80e verjaardag. “Na de Tweede Wereldoorlog waren er een aantal Mortselse notabelen die begonnen met een toneelvereniging”, vertelt Bert. “De naam ‘Streven’ moet je dus ook in de context van de geschiedenis zien. Toen was dat: ‘wij streven naar het hoogste’. Maar voor mij is dat woord daar volledig van losgekomen.” Streven heeft dus een lange traditie van theater op de planken brengen, waarbij verschillende keren het prestigieuze landjuweel gewonnen werd.
Van die 80 jaar toneelspelen, bleef ook heel wat materiaal bewaard. “In het pre-digitale tijdperk werden van elke productie een affiche, programmaboekje en foto’s bewaard in het fysieke archief,” licht Bert toe. Nu heeft Streven ook een digitaal archief, dat met elke productie uitgebreid wordt. “Er is de traditie om in de generale week een fotograaf te laten komen”, vertelt Bert. “We vinden dat belangrijk omdat foto’s heel vaak iets zeggen over hoe een vereniging werkt.” Daarom toont de toneelkring zijn archief ook online: op de website van Streven vind je per productie een korte samenvatting, de speeldata, medewerkers, affiche en foto’s. Daarnaast heeft de toneelkring een uitgebreider online fotoarchief.
Niet alleen digitaal laat Streven zijn erfgoed zien. “Toen wij 50 jaar bestonden, is er een jubileumboek gemaakt met allemaal mooie foto’s”, zegt Bert. “En toen we 75 jaar bestonden, is er een tweede jubileumboek gemaakt dat de volgende 25 jaar besloeg.” Hun theatererfgoed ontsluiten, doen ze om toch iets tastbaars bij te houden van de vluchtige voorstellingen. “Het is een soort levende materie”, vindt Bert. “Het is fijn om daar toch een overzicht van te behouden.” Al kruipt er ook heel wat tijd in en ligt de focus vooral op het theaterspelen. De toneelkring wil het overzicht op hun website wel verder aanvullen, maar “we zijn al zo druk bezig met het maken van producties”. Werken aan hun (online) archief is iets wat ze wel belangrijk vinden, maar er tussenin moeten bijnemen.
Ook interessant
Verslag van het MACCH/MERIAN-Congres 2026
‘In goede handen’ en ‘Stadslandschap’: Thema’s Open Monumentendagen 2026
35 keer vrouwen op Wikipedia | Vrouwendag 2026