Impressie studiedag ‘Hoe overleeft de Nederlandse muziekcultuur?’
Op zaterdag 7 februari hield de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis (KVNM) in samenwerking met Collecties Nederlands Muziek Instituut en de Muziekverdieping (conservatoriumbibliotheek Den Haag) een studiedag met als centrale vraagstelling: Hoe overleeft de Nederlandse muziekcultuur? Aan de hand van drie gesprekken over de samenwerking tussen opleidingen, onderzoekers, archieven, bibliotheken, stichtingen en verenigingen die muziek - al dan niet georiënteerd op specifieke genres en stijlen - promoten of op zijn minst de belangen ervan behartigen en eventueel het erfgoed ervan beheren, trachtte men oplossingen te formuleren en mogelijkheden tot samenwerkingen te zoeken.
Een eerste gesprek focuste op musicologisch onderzoek en onderwijs: De genodigde gesprekspartners presenteerden eerder een stand van zaken over hun opleiding/onderzoeksveld, of hielden een krachtig pleidooi over o.m. het toenemend belang van data met betrekking tot muziek. Helaas was de tijd wat beperkt en kon de moderator maar één algemene vraag stellen of er voorbeelden zijn over succesvolle samenwerkingen zijn tussen onderwijs- of onderzoeksdepartementen en archieven. Via stages kunnen studenten helpen, maar dat kan alleen als de archieven al zijn overgedragen naar instellingen.
Voor het tweede gesprek was er meer tijd voorzien. Via korte interviews slaagde Philomeen Lelieveldt (hoofd van Collecties Nederlands Muziek Instituut) er in de verschillende sprekers aan het woord te laten en de verwezenlijkingen van een aantal casussen voor te stellen. Die handelden over de herbestemming van een archief of een specifiek onderzoek waarbij de problemen aardig overeenkwamen met wat Marty Severs (voormalig hoofd van de conservatoriumbibliotheek Den Haag en onlangs op rust gesteld) schetste: Het veranderde bibliotheeklandschap van de lokale en regionale muziekcollecties (zowel met bladmuziek als met platen- of cd’s) is ingrijpend veranderd. Als de muziekcollectie verdwijnt, komt de muziekbibliothecaris vaak in een groter geheel terecht waar het management geen aandacht heeft voor de specificiteit van dit vakgebied. Ofschoon door de digitalisering muziekcollecties zijn afgebouwd of verdwenen, hebben de muziekbibliothecarissen wel meer contact, maar dat is ook tijdsintensief wat dan niet door het management wordt geapprecieerd. Een bijzonder pleidooi bij deze sessie kwam van Paul Oomens (voorzitter van Stichting Donemus Beheer), die een soort manifest tot samenwerking voorstelde. De afgelopen maanden heeft hij een dertigtal gesprekken gevoerd om te zien waar men elkaar kan versterken. Een vaststelling is alvast dat sinds de kaalslag van 2011 – 2012 (besparingen en afbouw muziekcollecties) er ondanks de versnippering nog steeds een grote passie is bij alle betrokkenen.
Het panelgesprek na de lunch onder moderatie van Jacqueline Oskamp (muziekjournalist, reensent en auteur) behandelde drie grote vragen:
- Hoe worden de collecties en archieven zichtbaarder?
- Hoe wordt de inhoud van die archieven zichtbaarder?
- Hoe kan men samenwerken?
Het bestaansrecht van muziekarchieven wordt gewaarborgd door het gebruik ervan. Kan hierbij een portal, een schil over verschillende catalogen heen helpen? Dergelijke vraag werd jaren geleden ook al gesteld en waren al inspanningen gedaan, maar door besparingen of door het opgaan in andere structuren/systemen liepen dergelijke inspanningen vast. Linked Open Data (LOD) maken dit tegenwoordig wel mogelijk, maar men moet dan goed weten wat zo’n portal moet kunnen. Daarnaast pleitte Nederlands LOD-muziekspecialist Eric van Balkum ervoor dat de data in catalogi ook elders op het internet beschikbaar moet zijn. Naast personeelskracht moet er in de grotere instellingen ook focus op muziek zijn. De onderbezetting van personeel is dan ook onvermijdelijk verbonden aan vraag twee. Het helpt om in te spelen op opportuniteiten, zoals een vraag of initiatief waarbij je een extraatje uit de collectie naar voor kan schuiven. Bovendien zijn vrijwilligers vaak onmisbaar bij de ontsluiting, maar coaching en coördinatie van hen door een vast personeelslid is evenzeer nodig. Vaststelling van de dag: niche-onderzoek door conservatoren in de musea wordt wel aanvaard en als relevant gezien, terwijl de muzieksector in de kou blijft staan.
De studiedag werd afgesloten met de uitreiking van de Hélène Nolthenius Prijs.
Ook interessant
Een borgingsplan voor de instrumentencollectie van Stichting Logos
Terugblik op de Week van de Belgische Muziek 2026
CEMPER op studietrip naar Keulen: inspiratie voor een dansarchief in Vlaanderen