Topstuk voorgesteld: Davids psalmen door Petrus Dathenus
Tijdens de Reformatie ontstond de psalmzangtraditie in de eigen taal. In 1566 verscheen de Nederlandse vertaling van het Franse psalter door Petrus Dathenus (ca. 1531-1588). Dathenus’ berijming werd vrijwel meteen ingevoerd in de Nederlandse gereformeerde kerken en werd gebruikt tot 1773. Twee drukken die in de Universiteitsbibliotheek Gent bewaard worden, zijn unica: van de edities gedrukt door Nicolaes Gevaerts in 1574 en door Andries Verschout in 1579 bleef telkens maar één exemplaar bewaard. De twee drukken werden in 2007 erkend als Vlaams topstuk. Dr. Jaco van der Knijff deed onderzoek naar Nederlandstalige psalmboeken en vertelt ons meer over deze topstukken en hun ontstaanscontext.
De Reformatie: ontstaan van de psalmzangtraditie in de eigen taal
Dr. Jaco van de Knijff promoveerde in 2018 met een studie naar gezangen die voorkomen in Nederlandstalige psalmboeken. “Ik ben zelf christen en heb altijd psalmen gezongen in de zondagse kerkdiensten. Ik was benieuwd geraakt naar de traditie daarvan”, vertelt Jaco. “Waar komt deze psalmzangtraditie vandaan? Ik ontdekte al snel dat je daarvoor terug moet naar de 16de eeuw, toen Johannes Calvijn (1509 – 1564) deze traditie heeft geïnitieerd en uitgebouwd.”
Rond 1500 waren de christelijke erediensten nog in het Latijn. De priesterkoren namen de gezangen voor hun rekening. “Er waren wel psalmen, maar die werden in het Latijn gezongen, onberijmd, dus de Bijbeltekst reciteren, in motetvorm of in het gregoriaans.” Reformatoren – in Duitsland Luther, in Genève Calvijn, in Straatsburg Bucer — vonden dat de psalmen in de eigen moedertaal gezongen moesten worden.
“Calvijn liet alle 150 psalmen zoals die in de Bijbel staan – in het Oude Testament staan 150 liederen of psalmen – op rijm zetten, in strofevorm gieten, voor zijn Franstalige gemeente. En hij liet die zo berijmen zodat een grote gemeenschap – die vaak ongeletterd was – die kon zingen.” Dat project heeft even stilgelegen toen de eerste dichter, Clément Marot (1496 – 1544), overleed. “Toen waren er nog maar 49 psalmen klaar. Later heeft Theodorus Beza (1519 – 1605) het project afgemaakt.” Calvijn had daarnaast het ideaal dat elke psalm een eigen, nieuw gecomponeerde melodie moest krijgen. “Later hebben ze dat losgelaten. Vandaar dat er geen 150 verschillende melodieën zijn, maar 124. Psalm 36 heeft bijvoorbeeld dezelfde melodie als Psalm 68.” In 1562 kwam het volledige psalmboek van Calvijn uit.
Ook in het Nederlands verschenen psalmboeken. “In 1540 is er in Antwerpen een bundel verschenen met de Souterliedekens. ‘Souter’ is een oud woord voor ‘psalm’. Dat waren psalmen in het Nederlands, maar op de melodieën van populaire liedjes, straatliedjes en liefdesliedjes. Daar was men in de gereformeerde kerk niet zo blij mee. Al gauw werden er alternatieven gemaakt. In de Nederlandstalige vluchtelingengemeente in Londen was dat door Jan Utenhove (1516 – 1566).”
De berijming van Dathenus: twee eeuwen in gebruik
Petrus Dathenus (ook Pieter Datheen) werd rond 1531 geboren in Kassel en groeide op in de buurt van Ieper. “Toen hij overging naar de reformatie, werd het gevaarlijk voor hem en week hij uit naar Londen. Hij kwam terecht in de Nederlandstalige vluchtelingengemeente, waar voor het eerst erediensten in het Nederlands werden georganiseerd.” Gaandeweg werd hij een belangrijke reformator van de Nederlanden. “Daarbij is het interessant dat hij zowel Nederlands als Frans sprak. En dat hij Calvijn heel interessant vond en wilde aansluiten bij Genève.” In 1566 verscheen de Nederlandse vertaling van Calvijns psalter door Dathenus. “De indeling van de strofes is dezelfde als in het Franstalige psalter. Dathenus was een overzetter, een vertaler. Hij zette de psalmen letterlijk over. Ook de melodieën zijn exact dezelfde als degene die in Genève gezongen werden.”
De eerste uitgave werd gedrukt in Heidelberg door Michiel Chiraet. En hoewel het psalmboek van Dathenus – als gevolg van de inquisitie door de Rooms-Katholieke Kerk — op de lijst met verboden boekend stond, volgden er nog vele drukken. “Uit 1566 zijn er 5 drukken bekend, uit het jaar erop 8, het jaar daarop 3 … Dus dat psalmboek was booming. In die tijd was er geen auteursrecht. Dus iedere drukker die dacht: ‘Dat wordt waarschijnlijk een belangrijk boek, daar wil ik iets aan verdienen’, legde het op zijn drukpers. Maar omdat het gevaarlijk was om zo’n reformatorisch psalmboek te drukken, zijn de meeste van die eerste uitgaven anoniem.” Aan de hand van bijvoorbeeld lettertypes, drukkerskenmerken, randteksten … kunnen boekwetenschappers vandaag meestal wel vaststellen om welke drukkers het wellicht gaat.
Dat het boek zo snel opgenomen werd in de kerk en zo vaak gedrukt werd, heeft waarschijnlijk te maken met de betrokkenheid van Dathenus bij de eerste synodes (vergaderingen) van de Gereformeerde Kerk. Daar werd bepaald dat men voortaan de berijming van Dathenus zou zingen en niet langer die van Utenhove, noch de nieuwe berijming uit 1580 van Marnix van Sint-Aldegonde (1540 – 1598). “Dat is steeds herhaald. Tot in de 18de eeuw was Dathenus de enige officiële psalmberijming die gezongen mocht worden. Wat niet wil zeggen dat er geen alternatieven werden gemaakt, maar die kregen geen kans om voet aan de grond te krijgen.”
In 1773 werd de nieuwe Staatsberijming ingevoerd, die nu nog steeds in gebruik is bij veel gereformeerde kerkgenootschappen in Nederland. “Vlak daarvoor was iedereen ervan overtuigd: ‘Nu moet er iets gebeuren aan die berijming, want die is oud en gebrekkig’. En dan heeft de overheid, de Staat der Nederlanden, het bevel gegeven om een nieuwe psalmberijming te maken. Er kwam zelfs een boete op te staan als je de nieuwe Staatsberijming niet ging gebruiken in je gemeente. Maar eigenlijk deed iedereen dat wel.”
Toch zijn er nog een aantal gemeenten waar de berijming van Dathenus nog wordt gezongen. “In de 19de eeuw kwam er een afscheiding in de Nederlandse Hervormde Kerk. Die ging op allerlei punten teruggrijpen naar het verleden. De Dordtse Synode (1618 – 1619) werd heel belangrijk, en ook de psalmberijming van Dathenus. Nu zijn er zo’n 25 gemeenten — met name in Zeeland – waar ze nog Dathenuspsalmen zingen.”
Een volkommen handtboecxken: psalmen, catechismus, gebeden en meer
In het voorwoord noemt Dathenus zijn werk geen psalmboek, maar een volkommen handtboecxken. “Het is een dienstboek dat je nodig hebt om de eredienst in de kerk en thuis te kunnen vormgeven of volgen.” Het bevat dan ook niet alleen psalmen.
Na de psalmen volgen nog andere gezangen. “In het begin waren dat zeven gezangen, maar later zie je dat drukkers tot dertien gezangen toevoegden.” Die gezangen omvatten berijmingen van de hoofdpunten van de leer – zoals de Tien Geboden, het Credo en het Onze Vader – schriftberijmingen en een enkel vrij lied. “In de Bijbel kom je naast het Boek der Psalmen ook op andere plekken liederen tegen. Bekende voorbeelden zijn het Magnificat — Maria die een lofzang zingt als ze de engel bij zich heeft gehad – en de lofzang van Zacharias. Daar heeft Dathenus ook een schriftberijming van gemaakt.” Maar niet alle gezangen gaan terug op een Bijbeltekst. “Het zevende gezang dat Dathenus toevoegde was Een cort ghebedt voor de Predicatie. Dat was een vrij lied van Jan Utenhove dat in de Nederlandse vluchtelingengemeente in Londen werd gezongen voordat de dominee zijn preek begon.”
Daarna volgt een catechismus, een leerboekje voor de jeugd in vraag-en-antwoordvorm. “In die tijd vonden ze het heel belangrijk dat de kinderen een boekje voor de christelijke leer hadden. Dathenus zat op dat moment in Heidelberg, onder bescherming van de keurvorst van de Palts. In 1563 werd door de keurvorst een nieuwe kerkorde uitgegeven en een nieuwe catechismus.” Die Duitstalige catechismus werd bijna meteen vertaald naar het Nederlands. “Dathenus moet gedacht hebben: ‘Ik breng een psalmboek op de markt, die catechismus moet daarbij in’.”
Na de catechismus voegde Dathenus ook nog formulieren en christelijke gebeden toe. “Die formulieren had de predikant nodig om de doop, de belijdenis, het heilig avondmaal en het huwelijk te bedienen of bevestigen.” De Christelicke Ghebeden diemen in de Vergaderinge der Geloovighen ende elders ghebruycken zal, zijn gebeden voor de eredienst, maar ook voor huiselijk gebruik. Zo staan er een morgen- en avondgebed in, en een gebed voor en na het eten. “Vaak waren dat vertalingen van al bestaande gebeden in het Duits of het Frans die Dathenus overgezet heeft.”
De psalmen, gezangen, catechismus, formulieren en christelijke gebeden waren vaste onderdelen van dit psalmboek. Toch zie je ook verschillen in de uitgaven. “Tot 1773 werd het psalmboek van Dathenus steeds herdrukt. Ik denk dat ik wel 300 uitgaven heb gezien tijdens mijn onderzoek, steeds van andere drukkers, altijd net iets anders.” Zo staan in de eerste druk uit 1566 door Michiel Chiraet twee voorredes: eentje van Calvijn en eentje van Dathenus. In de uitgave van Nicolaes Gevaerts (1574) staat enkel die van Dathenus en in de uitgave van Andries Verschout (1579) staat vooraan geen voorwoord, maar wel een kalender met feestdagen. Een ander voorbeeld zie je bij de psalmen. In de uitgaven van Gevaerts (1574) en Verschout (1579) staat naast de bladmuziek in de marge ook de Bijbeltekst, zoals die in het Oude Testament staat. “Dat staat niet in die eerste editie van Dathenus uit Heidelberg.”
“Voor onderzoekers is het interessant om te bekijken wat de varianten zijn, waar die vandaan komen en wie dat gedaan heeft.” Zo onderzocht Jaco van der Knijff de herkomst en ontwikkeling van de gezangen voor zijn dissertatie Heilige gezangen (2018). “Recent deden we ook onderzoek naar de formulieren en gebeden achter in de psalmboeken.” Daarover verscheen in 2024 het boek De Nederlands gereformeerde Liturgie 1566 – 1639.
Wie had zo’n psalmboek en hoe werd het gebruikt?
Hoewel er veel uitgaven van dit psalmboek verschenen, is er weinig bekend over wie zo’n boek in handen heeft gehad en hoe het gebruikt werd. Zo was er veel ongeletterdheid toen het psalmboek geïntroduceerd werd. “Niet iedereen ging naar school, dus niet iedereen kon lezen. Hadden alleen mensen die konden lezen een psalmboekje? Of hadden ongeletterden ook een psalmboek als symbool van: ‘Ik hoor erbij’? Er zijn aanwijzingen dat dat laatste het geval is.”
Een ander punt is dat men plots 150 nieuwe teksten en 124 nieuwe melodieën in handen kreeg. “Niemand kende deze gezangen en het orgel mocht toen niet gebruikt worden, omdat de reformatoren dat zagen als iets van de Rooms-Katholieke Kerk, waarvan ze afstand wilden nemen.” Daarom was er een voorzanger – vaak de koster, klokkenluider of schoolmeester – die de opdracht kreeg om met de mensen uit het psalmboek te zingen. “Als dat de schoolmeester was, kon die doordeweeks oefenen met de jongens van de school. De kinderen moesten dan ‘s zondags voorin zitten om te helpen.” Zo werd het nieuwe psalmboek geïntroduceerd, “maar er zijn signalen uit die eerste periode dat dat niet altijd goed ging”. Rond 1640 werd de vraag gesteld of het orgel niet mocht begeleiden. “In de grote stadskerken hingen wel orgels uit de tijd voor de Reformatie. Die werden doordeweeks gebruikt bij marktconcerten, maar moesten zwijgen in de erediensten.” Oorspronkelijk waren de psalmen dus bedoeld om a capella te zingen, maar rond 1640 ontstond de psalmenzangtraditie met orgel.
“Verder zijn we heel benieuwd wie deze psalmboeken in zijn bezit heeft gehad. Soms vinden we plots aanwijzingen.” Zo werd een psalmboek van Dathenus gevonden in de boekenvoorraad in Het Behouden Huys op Nova Zembla. “We weten dat er tijdens die grote reizen naar de Oost dagsluitingen werden gehouden op het schip aan de hand van het psalmboek van Dathenus.” Een ander voorbeeld zijn notulen van kerkraadsvergaderingen waarin verwijzingen staan naar het psalmzingen. “In Ridderkerk bij Rotterdam schreven ze op een bepaald moment dat het publiek de psalmen van Dathenus heel moeilijk vond. Daarbij werd voorgesteld om tijdens de middagdienst, wanneer er uit de catechismus gepreekt werd, te zingen uit de gezangen achterin, want die waren makkelijker.”
Voor verder onderzoek is het dus belangrijk dat zo veel mogelijk uitgaven van dit psalmboek onderzocht kunnen worden. Daarom zijn unica zoals de uitgaven van Nicolaes Gevaerts (1574) en Andries Verschout (1579) die in de Universiteitsbibliotheek Gent bewaard worden zo waardevol. Ben jij nog in het bezit van een oude uitgave van het psalmboek van Dathenus? Laat het zeker weten aan dr. Jaco van der Knijff via info@jacovanderknijff.nl
De edities gedrukt door Nicolaes Gevaerts in 1574 en door Andries Verschout in 1579 zijn online toegankelijk via de website van Universiteitsbibliotheek Gent. Het psalmboek van Dathenus komt ook aan bod in het project Rebellie in de Gentse letteren van Universiteit Gent, dat resulteerde in een boek en podcast.
Lees meer over Vlaamse topstukken
Topstukken
Lijst van muzikale topstukken
Lijst van topstukken uit de podiumkunsten
Ook interessant
Haha humor & vrijetijdstheater | Erfgoeddag 2026
Haha humor: commedia dell’arte in theater en circus | Erfgoeddag 2026
Golden River Music - het verhaal van een uitgeverij van bladmuziek