Home Nieuws Trino Colectivo: Cueca in Vlaanderen en Brussel

Trino Colectivo: Cueca in Vlaanderen en Brussel

In Brussel bouwt Trino Colectivo voort op de Chileense traditie van cueca. Hun werk vertrekt vanuit de wens om cueca in te zetten als een gemeenschapsvormend ritueel. Cueca is voor hen geen podiumact, maar een gedeelde ervaring waar de grenzen tussen artiesten en publiek vervagen. We gingen met enkele leden van Trino Colectivo in gesprek over cueca in een geglobaliseerde wereld, en over hoe evoluties rond de traditie in Chili mee vormgeven hoe cueca vandaag in België wordt beleefd. 

Cueca

Trino Colectivo is een groep Brusselse vrienden van Chileense afkomst: Giuliano Caffiero, Nedjelka Candina Polomer, Gonzalo Muñoz Tapia en Joaquin Guzman Shultz. De groep is ontstaan vanuit het verlangen om de muzikale rijkdom van Chili te delen in de vorm van cueca. Cueca is een kunstvorm waarin muziek, poëzie, zang en dans samenkomen. Zoals Gonzalo Muñoz Tapia het verwoordt: Cueca is de naam voor alles samen, maar ook voor elk onderdeel apart. De poëzie heet cueca, de dans heet cueca, de muziek heet cueca — en juist het geheel maakt het zo mooi.” 

De muziek wordt in driekwartsmaat gespeeld met zang en diverse instrumenten zoals gitaar, pandero en cajón, en heeft een poëtische structuur met vaste rijmschema’s. De dans is een dialogische interactie tussen twee dansers, gekenmerkt door draaien, stappatronen en het gebruik van een zakdoek.

De teksten van cueca zijn poëtisch en vaak narratief, met vaste rijmschema’s en ritmische structuren die de dans en muziek begeleiden. Ze behandelen meestal alledaagse thema’s, liefde, sociale situaties of historische verhalen, en fungeren als een vorm van communicatie tussen dansers en muzikanten. Ze versterken de dialogische aard van de dans, waarbij woorden en bewegingen elkaar aanvullen.

Trino Colectivo vermengt de tradities van Chili met hedendaagse en lokale klanken en zorgt voor een feestelijke en participatieve sfeer. Voor de Chileense gemeenschap – en steeds meer ook voor een breder publiek – is cueca vandaag een kunstvorm die zowel vreugde als strijd belichaamt. 

Van volkse traditie tot politiek symbool

Vóór de dictatuur van Pinochet was cueca in Chili een levende volkstraditie: divers, levendig en verbonden met het dagelijkse leven. Maar tijdens de militaire dictatuur werd de dans geclaimd door het regime, wettelijk uitgeroepen tot nationale dans en in een strak keurslijf geduwd van vaste kostuums, bewegingen en proper gemaakte” teksten. 

Giuliano legt uit hoe dat proces van standaardisering cueca voor velen vergiftigde: De militairen maakten er een norm van. Ze gebruikten folklore, maar maakten het leeg: vaste kleding, vaste muziekstijlen, teksten die niets meer betekenden — Viva Chile, te quiero mucho’ — dingen die niet uit het volk kwamen.” Veel Chilenen die in die periode naar België vluchtten, droegen daardoor een negatieve associatie met cueca met zich mee. Ik had hier zelfs onlangs nog een discussie met iemand die nog altijd denkt dat cueca fascistisch is,” vertelt hij, alsof we het regime zouden eren door cueca te spelen.” 

Toch leeft er binnen de diaspora een grote diversiteit aan benaderingen. In België heb je Chilenen van alle soorten”, zegt Nedjelka. Sommigen dansen cueca in het traditionele kostuum omdat ze daarmee zijn opgegroeid, anderen dansen zonder kostuum, en weer anderen zijn tegen cueca. Voor het voortbestaan van de traditie is het goed dat al die vormen kunnen bestaan. Ikzelf draag dat kostuum niet, maar ik respecteer dat anderen dat wél doen.” Volgens haar toont juist de muziek van onder meer Violeta Parra dat cueca niet te reduceren valt tot het decor van de dictatuur: Wie Violeta speelt, kan onmogelijk fascisme vertegenwoordigen.” 

Heropleving en herontdekking

Na het einde van de dictatuur in 1989 begon in Chili een brede heropleving van cueca. Rockgroepen zoals Los Tres brachten de dans en muziek opnieuw naar het centrum van de populaire cultuur, waardoor jonge generaties cueca herontdekten. Die revival leidde tot een zoektocht naar oudere, complexere en minder gestandaardiseerde stijlen die in refugia (toevluchtsoorden) – families, cafés in havensteden, kleine gemeenschappen – de dictatuur hadden overleefd. Zo kwam er opnieuw aandacht voor een cueca die rauw, vrij, gelaagd en historisch geworteld is. 

Ook het ontstaan van Trino Colectivo hangt samen met een periode van heropleving en collectieve energie. Tijdens de estallido social (sociale onrust) van 2019 – 2020, toen honderdduizenden Chilenen de straat op gingen tegen ongelijkheid, privatisering en de stijgende kosten van levensonderhoud, kwamen ook in Brussel wekelijks leden van de Chileense diaspora samen. Felisa Cereceda Parra beschrijft hoe in die turbulente maanden nieuwe verbindingen ontstonden: Ik ging ook de straat op, ik wilde iets doen voor Chili. In Brussel ontmoetten heel veel Chilenen elkaar, van alle generaties en alle denkbeelden. We vormden een politieke groep en organiseerden evenementen om te delen wat er in Chili gebeurde.” Uit die bijeenkomsten groeiden al snel artistieke initiatieven. Er was zo’n ongelofelijke energie. Ik wilde een peña (een feestelijk, familiaal evenement uit Latijns-Amerika, vooral Argentinië en Chili, waar populaire tradities worden gevierd met livemuziek, volksdans, eten en drinken) organiseren en een workshop rond cueca. Gonzalo gaf toen les in cueca. Zo is de groep begonnen: iedereen bracht mee wat hij wist, zijn ervaring en zijn doelen.” 

Volgens Felisa had dit alles te maken met Chileen-zijn”: niet alleen omdat cueca een gedeelde culturele praktijk is, maar omdat het voor velen een manier werd om identiteit, herinnering en verbondenheid levend te houden, ver weg van het thuisland. In de politieke en emotionele context van de estallido social werd cueca voor hen zo een vorm van collectieve expressie én een manier om als diaspora te blijven definiëren wie ze zijn en wat ze willen doorgeven. 

Overdragen

Trino Colectivo wil cueca delen op een manier die zowel artistiek ambitieus als trouw aan de oorsprong is. Gonzalo beschrijft hoe de groep bewust twee lijnen volgt: We hebben een lijn waarin we ons goed voorbereiden, om op grote podia te staan — waar we al stonden, maar waar we nog verder in willen groeien. En daarnaast willen we de geest van de cueca bewaren, door ook in kleine cafés te spelen, soms zelfs zonder versterking.” Die intimiteit is voor hen essentieel. Cueca is immers muziek die de grens tussen artiest en publiek doorbreekt. De artiesten zijn een deel van wat er gebeurt, en als mensen respect en nieuwsgierigheid hebben, kunnen ze ook deel worden van het moment”, legt Gonzalo uit. In Chili is dat vanzelfsprekend: Iemand speelt met lepels, iemand anders met een fles of schotels — iedereen die wil, kan mee ritme maken. Het gaat om deelnemen en erbij horen.” 

Diezelfde openheid vormt de kern van hun workshops. Trino Colectivo nodigt tijdens optredens het publiek (zowel Chilenen als niet-Chilenen) uit om meteen mee te dansen. Ze delen zakdoekjes uit, tonen eenvoudige verplaatsingen en leggen de basis van de ritmiek uit. Hoewel cueca complexe codes kent, zoals de typische 6/​8‑structuur, staat toegankelijkheid voorop. Veel mensen denken dat er zoveel regels zijn dat je niet kunt aansluiten als je niet perfect kan dansen”, zegt Nedjelka Candina. Maar wij willen het helemaal omdraaien: het is niet belangrijk hoe je het doet. Als je wil deelnemen, dan kan dat. En als je wil blijven zitten, is dat ook goed.” Respect is daarbij het enige criterium. 

Ook de spontane energie van het publiek speelt een rol. Het proberen is voldoende”, zegt Nedjelka. Tijdens concerten zie je mensen meteen meedoen — zeker wanneer Gonzalo de vloer opgaat. Met de zakdoeken en de bewegingen voelen ze het ritme. En zodra ze dat voelen, beginnen ze te dansen. Dat is heel mooi om te zien.” 

Naast de educatieve momenten” tijdens concerten, waarin één van de muzikanten even de dansvloer opgaat en de dans begint voor te doen, geven Gonzalo en Nedjelka ook dansworkshops waarin ze cueca aanleren. Ze richten zich daarbij niet enkel op de Chileense gemeenschap, maar juist op een breder publiek. Zoals Nedjelka uitlegt: We mikken niet in eerste instantie op Chileense mensen. Wanneer Europeanen of Belgen de dans zien, zeggen ze vaak: Dat ziet er vrij uit’. En dat klopt — je kan het vrij dansen. Maar als je het echt goed wil doen, zijn er bepaalde bewegingen en ritmes die je moet kennen.” Volgens Gonzalo is cueca technisch niet extreem moeilijk, maar vraagt het wel een andere manier van bewegen en luisteren: Op papier is het makkelijk. Maar dan moet je het bewegen, ruimte innemen, in het ritme stappen. Hier is men meer gewend aan symmetrische muziek — twee of vier tellen. Cueca is in zes. We kunnen het eenvoudiger uitleggen in drie, maar eigenlijk is het zes.” Hij merkt dat deelnemers soms te snel denken dat ze de dans beheersen: Ze zeggen: Ik weet hoe het moet’. En dan zeg ik: Ja, maar nu op het juiste tempo, en op de juiste tijd, en luister naar het instrument’. Het wordt stap voor stap complexer.” 

Toch zien ze mooie resultaten: Met de methode die we ontwikkeld hebben, leren mensen echt van nul dansen. En ze zijn trots: Wauw, ik heb een nieuwe dans geleerd!’” De groep rond de workshops groeit intussen gestaag; geïnteresseerden worden opgenomen in een WhatsApp-groep met informatie over cueca en toekomstige optredens. Tijdens concerten dansen deelnemers vaak mee, samen met meer ervaren dansers. 

Voor Gonzalo zit er nog een dieper doel achter de workshops: het terugwinnen van bewegingsvrijheid. Mensen willen dansen. Je ziet het aan hun lichaam. Maar als iemand ooit zei dat je niet goed danst, dan klap je dicht. Het is alsof je wil praten en voortdurend te horen krijgt: Zwijg’.” Met hun workshops proberen ze precies dat taboe te doorbreken en mensen opnieuw vertrouwen te geven in hun eigen lichaam en expressie. 

Oorsprong en innovatie

Trino Colectivo kiest bewust voor een stijl die aansluit bij oudere, rijkere vormen van cueca – vormen die volgens hen respectvoller voor de oorsprong” zijn en zich onderscheiden van de gestandaardiseerde, uitgeholde versie die tijdens de dictatuur werd opgelegd. Tegelijk staat het collectief open voor vernieuwing. Cueca is voor hen een levende kunstvorm, plastisch en dynamisch”, die zich mag aanpassen aan tijd en plaats. In Brussel en Vlaanderen experimenteren ze daarom met nieuwe instrumenten, mogelijke vertalingen van teksten en met de vraag hoe een Europese” of zelfs Belgische” tak van cueca eruit zou kunnen zien. Evolutie is voor hen geen bedreiging, maar een noodzakelijke voorwaarde om de traditie levend te houden. 

Gonzalo legt uit hoe aanpassing altijd al deel uitmaakte van de cueca-praktijk: Toen de cueca op het platteland ontstond, had het een eigen structuur. Als je dat hoort, weet je: dat is cueca campesina. Maar zodra cueca naar de stad ging, veranderde die. De instrumenten waren anders, de manier van zingen veranderde, de cueca van de stad kreeg eigen codes.” Tegelijk bewaakt Trino Colectivo een duidelijke kern: De structuur – de strofen, de herhalingen – die veranderen we niet. Maar de instrumenten? Die zijn altijd anders geweest, overal.” Diezelfde balans tussen trouw blijven aan de kern en openstaan voor transformatie zie je ook in hun bredere artistieke aanpak: naast muziek, dans en poëzie speelt ook beeld een actieve rol. Dankzij het grafische en visuele werk van Joaquín Guzmán ontwikkelde Trino Colectivo een eigen visuele taal, die hun praktijk versterkt en bijdraagt aan een vernieuwde manier waarop cueca vandaag het publiek aanspreekt. 

Naast die interne zoektocht naar balans tussen traditie en vernieuwing, botsen ze soms op externe verwachtingen. Globalisering biedt kansen, maar draagt ook het risico dat complexe tradities worden versimpeld tot exotische clichés. Sommige Chilenen houden bovendien vast aan een strikt traditionele interpretatie van cueca en staan wantrouwig tegenover vernieuwing. Nedjelka omschrijft waarom Trino Colectivo toch kiest voor openheid: Wat ik mooi vind aan het project, is dat we een muzikale taal delen die uit Latijns-Amerika komt maar niet past in de typische clichés. We willen het palet van de collectieve verbeelding vergroten, laten zien dat Latijns-Amerika veel meer is dan salsa en reggaeton. Dat vind ik het mooie aan ons werk.” 

Protest en fiesta

De zoektocht naar vernieuwing en betekenis vertaalt zich ook in hun schrijf- en maakprocessen. Ik ben begonnen met het schrijven van nieuwe cueca’s”, vertelt Nedjelka. Op dit moment schrijf ik over media, over de invloed op mensen en politieke beslissingen. Ik ben heel blij dat ik hier in Europa de mogelijkheid heb om dat artistieke en politieke deel van mezelf te ontwikkelen. Ik leef nu hier, dus ik moet ook over mijn leven hier spreken.” 

Ze zoeken naar manieren om diepere thema’s toegankelijk te maken. Gonzalo legt uit: Wanneer je zware of gevoelige onderwerpen combineert met een opgewekte melodie en veel kracht en ritme, dan komt de boodschap op een andere manier binnen. Dat is één van onze benaderingen. We hebben ook tragere, meer melancholische nummers, maar we willen laten zien dat het allebei kan, protest en fiesta tegelijk.” 

Die spanning tussen lichtheid en ernst wordt nog duidelijker in hun meer confronterende repertoire. We hebben een cueca die Congo’ heet. Mensen worden er soms onrustig van. Het is onze manier om te zeggen: vergeet niet wat er in Congo is gebeurd. Het is geen schuldgevoel waar we op mikken, maar een uitnodiging tot luisteren. Wij komen ergens anders vandaan, en sommige dingen die ons zijn overkomen, lijken op wat kolonisatie elders heeft veroorzaakt. De impact daarvan is blijvend.” 

Uitdagingen

Voor buitenlandse kunstenaars is de culturele sector in België een lastig te doorgronden landschap. Ook de muzikanten van Trino Colectivo botsen op die complexiteit: het kunstenaarsstatuut, subsidieregels, de nood aan een netwerk en de vaak onzichtbare regels. Zoals Nedjelka het verwoordt: We hebben geen netwerk, geen contacten. We beginnen echt van minder dan nul. België is geen groot land, maar toch is het moeilijk om een plek te vinden. We moeten die plek zelf opbouwen, zoals elke kunstenaar, maar zonder netwerk is dat extra zwaar. Je kent de codes gewoon niet.” 

Gonzalo ziet bovendien een kloof in professionaliseringscultuur. Waar veel Latijns-Amerikaanse kunstenaars vertrekken vanuit creatie, intuïtie en gemeenschap, verwacht de Belgische kunstwereld sterke administratieve vaardigheden, planning en kennis van institutionele structuren. Hij benoemt het zo: Hier word je als kunstenaar vooral erkend via bepaalde codes’: diploma’s, legitimiteit op papier. In onze landen telt in de eerste plaats of je een goede artiest bent. Hier moet je als kunstenaar in een bepaald kader passen. De kunstwereld werkt met systemen die veel mensen intuïtief begrijpen, maar voor kunstenaars uit Latijns-Amerika of Afrika is dat helemaal niet vanzelfsprekend. Het voelt soms bijna binair: of je hebt een wetenschappersbrein’, of een kunstenaarsbrein’. De discipline die hier nodig is, gaat niet over kunst maken, maar over het bestaan binnen die structuren.” 

De kernleden van Trino Colectivo combineren hun artistieke werk met andere jobs, wat duurzame artistieke groei bemoeilijkt. Zelfs praktische zaken, zoals het openen van een bankrekening voor een vereniging, bleken ingewikkeld: informele kunstpraktijken en cashtransacties worden al snel met wantrouwen bekeken. Ondanks die obstakels bouwt Trino Colectivo stap voor stap aan zichtbaarheid en erkenning. De eerste optredens waren vaak onbetaald; intussen vragen ze een vergoeding, al gaat die vooral naar organisatorische kosten. 

In dat complexe Belgische cultuurlandschap speelt de ondersteuning van organisaties als AIF+ (Actieve Interculturele Federatie) een cruciale rol. Trino Colectivo vond daar een eerste vorm van begeleiding via Karl Struyf, medewerker bij AIF+, zelf half-Peruaans, Spaanstalig en muzikant. Die gedeelde culturele en muzikale achtergrond maakte het contact meteen laagdrempelig. Karl begrijpt niet alleen de artistieke taal van het collectief, maar ook de realiteit van migrerende kunstenaars die in België opnieuw moeten beginnen. Via AIF+ helpt hij zoeken naar repetitieruimtes, wijst op mogelijke podiumkansen en brengt de groep in contact met mensen die hen wegwijs kunnen maken in de financiële en administratieve kant van het kunstenaarschap. Voor Trino Colectivo is die steun van individuen én organisaties die hun situatie begrijpen van onschatbare waarde: het creëert niet alleen praktische mogelijkheden, maar ook het gevoel dat ze niet helemaal alleen staan in een nieuw en ingewikkeld veld. 

Toekomstplannen

De stuwende figuur achter Trino Colectivo, Gonzalo Muñoz Tapia, ziet de toekomst van cueca als mondiaal, inclusief en radicaal open”. Hij ziet cueca niet als iets Chileens”, maar als een universele artistieke taal die betekenis krijgt over grenzen heen. 

Hij verwoordt het zo: Omdat ik van cueca houd, wil ik graag zien hoe ze zich hier verder ontwikkelt – bij mensen die er nog niets van kennen. De dichtste oorsprong ligt misschien in Chili, maar het instrument zélf behoort niet aan Chili toe. Het is een instrument van de wereld. Vaak eigenen culturen zich dit soort kunstvormen toe en leggen ze beperkingen op, waardoor het lijkt alsof je er geen recht op hebt als je er niet vandaan komt. Maar cueca is niet toegeëigend, en precies dat geeft haar kracht. Er zit geen slot op. Er zijn geen restricties. We moeten haar laten bewegen.” 

Het ideaalbeeld is een artistieke ruimte waarin iedereen zich op een eigen manier kan verbinden: Als er een feestje is waar cueca wordt gemaakt, is er een groep die de muziek speelt en leidt. Maar wie kan dansen, danst. Wie niet kan zingen, kan toch meedoen. Wie graag schrijft, kan schrijven. Wie alleen wil kijken, hoort er evenzeer bij. We hebben zelfs al eens iemand gehad die live schilderde tijdens een presentatie. Ik zie de toekomst van de cueca als een middel voor artistieke ontmoeting tussen allerlei mensen – artiesten én publiek, met film, beeldende kunst, lezingen, feesten en Chileense gastronomie.” Cueca moet zo kunnen uitgroeien tot de motor van een breder sociaal-cultureel ecosysteem. 

Volg Trino Colectivo op Facebook, Instagram of YouTube voor meer informatie en speeldata.

Dit praktijkvoorbeeld maakt deel uit van onze reeks over Muziek en podiumkunsten tussen culturen. In 2025 en 2026 interviewt CEMPER verschillende beoefenaars binnen de muziek en podiumkunsten die actief zijn in de overdracht van erfgoed tussen culturele contexten.

Als afsluiter organiseren we een uitwisselingsmoment waarbij erfgoeddragers die zich bewegen tussen twee culturen met elkaar in gesprek gaan. Ze delen hun ervaringen over werken binnen én tussen verschillende contexten, over het spanningsveld tussen traditie en vernieuwing, over overdracht, documentatie en nog veel meer.

Ben je geïnteresseerd om deel te nemen of op de hoogte te blijven? Neem dan zeker contact met ons op!

Ook interessant

05 mrt 2026

Zeven nieuwe borgingspraktijken op het Register van Inspirerende Voorbeelden

Twee borgingsprakijken die toegevoegd werden aan het Register zijn gelinkt aan muziek en podiumkunsten: HalfmOon | Chaabi Habibi en Klankarchitecten.
Lees meer
27 feb 2026

Een borgingsplan voor de instrumentencollectie van Stichting Logos

Stichting Logos werkte tijdens een pilootproject kunstenerfgoed een borgingsplan uit voor hun collectie experimentele muziekinstrumenten en klankinst…
Lees meer
27 feb 2026

Ontmoetingsmoment muziek en podiumkunsten met roots buiten België

Op 8 juni 2026 brengen we makers, gemeenschappen en ondersteuners van kunstpraktijken met roots buiten België samen om ervaringen te delen, elkaar te…
Lees meer
24 feb 2026

Vanessa Peeters over het erfgoedproject rond de collectie Jop Pollmann

De erfgoedbibliotheek van het Brussels conservatorium verwierf de collectie liedboeken van Jop Pollmann.
Lees meer