Home Nieuws Vioolbouwen als immaterieel erfgoed

Vioolbouwen als immaterieel erfgoed

Vioolbouw in Cremona is erkend op de Representatieve Lijst voor Immaterieel Cultureel Erfgoed van UNESCO. Tegenwoordig worden violen over de hele wereld gebouwd, ook in Vlaanderen. Maarten De Keukeleire is vioolbouwer en registreerde dit immaterieel erfgoed onlangs op immaterieelerfgoed​.be. We gingen digitaal naar zijn atelier. Daar vertelde hij ons meer over zijn ambacht – van het kiezen van het juiste hout tot de afwerking van het muziekinstrument – en kwamen we meer te weten over zijn traject als vioolbouwer.

Atelier Maarten De Keukeleire

Hoe kwam je voor het eerst in contact met vioolbouw?

Mijn oma was vroeger violiste. Haar viool lag al jaren onbespeeld onder het stof op zolder. Al van kinds af aan was ik enorm gefascineerd door het instrument. Toen ik een jaar of zeven was, wou ik graag beginnen met vioolles. Ik ging samen met mijn oma naar haar neef die vioolbouwer was. We zouden oma haar viool opnieuw speelklaar laten maken. Dat was de eerste keer dat ik met vioolbouw in aanraking kwam, maar ik was nog te jong om daar op dat moment interesse voor te krijgen.

Als kind heb ik ook altijd veel geknutseld. Je kon me vaak in de tuin vinden met zelfgemaakt speelgoed. Ik timmerde bijvoorbeeld bootjes uit het hout van oude appelsienkistjes. Mijn vioolleraar zei me op een bepaald moment dat ik ook eens iets nuttiger kon maken, een viool bijvoorbeeld. Op mijn vijftiende besloot ik mijn eerste viool te bouwen. Zonder voorkennis bouwde ik met brandhout uit ons tuinhuis, een verroeste zaag en een oude boormachine mijn eerste vioolachtig instrument’.”

Wanneer heb je besloten om daarin verder te gaan?

In het zesde middelbaar studeerde ik wetenschappen-wiskunde. We mochten het onderwerp voor ons eindwerk volledig zelf kiezen. Ik was toen enorm geïnteresseerd in de draailier en besloot om er een te bouwen als eindwerk. Ik ging op bezoek bij draailierbouwer Danny Van den Herrewegen. Met vele nieuwe ideeën ging ik opnieuw aan de slag in onze garage. Het was voor mij een echte opleving om s avonds na school aan het instrument te kunnen werken. Toen een vriendin me vertelde dat je instrumentenbouw aan het conservatorium in Gent kon studeren, was ik meteen verkocht.

In 2012 startte ik de bachelor waarvan het eerste jaar gefocust was op de basis van houtbewerking als ambacht. Ik maakte voor het eerst kennis met de schaaf, de beitel en nog veel meer handgereedschappen die alledaags zijn voor een houtbewerker. Alles was nieuw voor mij en ik was dus vaak in het atelier aan het werk. Het atelier was toegankelijk van s morgens vroeg tot s avonds laat. De studenten vormden dus snel een hechte vriendengroep. In het derde jaar was het tijd om een specialisatie te kiezen. Voor mij was de keuze makkelijk gemaakt. Ik was al van een jonge leeftijd enorm geïnteresseerd in violen. Het feit dat het een traditie is die al meer dan 350 jaar min of meer op dezelfde manier wordt uitgevoerd, vond ik erg fascinerend. Tijdens mijn masterjaren ging ik me volledig verdiepen in deze ambacht. Ik ging op Erasmus naar de vioolbouwschool in Poznan (Polen). Ik nam deel aan internationale masterclasses, lezingen en vioolbouwwedstrijden over heel Europa en ik deed verschillende stages in gerenommeerde ateliers in Brussel en Gdansk (Polen).”

Hoe verloopt het proces om een viool te bouwen?

Alles begint bij het selecteren van het juiste hout. Traditioneel gebruikt men voor het bovenblad vuren en het achterblad, de zijkanten en de krul esdoorn. Sommige vioolbouwers gaan zelf het bos in om een boom te zoeken, anderen gaan naar gespecialiseerde houthandelaars. De omstandigheden waar de boom gegroeid is, wanneer die gevild wordt en de duur van het droogproces spelen allemaal een grote rol in de uiteindelijke klank van het instrument. Het spreekt dus voor zich dat net zoals het bouwproces van een viool ook het oogsten en selecteren van het hout veel vakkennis en tijd vraagt.

De volgende stap is het ontwerpen van de mal. Dat kan tegenwoordig ook met de computer en CNC machines, maar dat ontneemt de artistieke vrijheid en de organische impressie naar mijn mening. In de tijd van Stradivarius bestonden de maateenheden (mm, cm, dm, m) zoals we die nu kennen nog niet. De viool werd getekend op basis van proporties, vertrekkend van één gegeven afmeting. Door het tekenen van de violen volgens die traditie, krijg je meteen het inzicht in het verloop van de contourlijnen. Dat inzicht komt goed van pas bij het plastisch uitwerken bij het verdere bouwproces van het instrument.

Wanneer je tevreden bent met jouw ontwerp, start je met het maken van een mal (nummer 1 op de foto). Rond deze mal ga je de viool bouwen. Dat begint met het buigen van de zijkanten. Dit zijn dunne strookjes esdoorn van 1,2 mm die je in water doopt en daarna rond een heet buigijzer buigt in de juiste vorm. De gebogen stukjes esdoorn lijm je met warme huiden/​beenderlijm op de hoek‑, boven- en onderklos van de mal. De gebogen zijkanten zullen de contourlijnen van de viool bepalen. Daarna worden de lijmreepjes (strookjes van 8 mm op 2 mm) toegevoegd om het lijmoppervlak van de zijkanten te vergroten bij het latere lijmen van het boven- en achterblad.

Nu kunnen het boven- en achterblad (nummer 2) gemaakt worden. Hiervoor start je met een blok hout dat als een taartstuk uit de boom komt. Dat stuk hout zaag je in twee zodat je twee exacte helften hebt die je als een open boek aan elkaar lijmt. Na het overbrengen en uitzagen van de contourlijnen kan de welving uitgewerkt worden. Voor het ruwe werk gebruik je een guts (nummer 3). Daarna gebruik je duimschaafjes en schraapstaal om het oppervlak af te werken. Na het bekomen van de buitenwelving worden het bovenblad en het achterblad op dezelfde manier uitgehold aan de binnenkant. De diktepatronen van de bladen zullen veel invloed uitoefenen op het uiteindelijke karakter van de klank van het instrument. Op het bovenblad worden de f‑gaten afgetekend die je met een figuurzaag uitzaagt. De basbalk die instaat voor het verspreiden van de klank in het bovenblad, wordt nauwkeurig in de binnenwelving van het bovenblad gepast en gelijmd. Nu kan de klankkast dichtgelijmd worden. Om de viool te verstevigen en als esthetische toevoeging worden in de contourlijnen drie stukjes zwart-wit-zwart fineer ingewerkt: de inleg.

De krul (nummer 4) wordt uit een massief stuk esdoorn gezaagd met de lintzaag. Daarna ga je met de gutsen de voluut (het slakkenhuis) uitsnijden. De schroevenkast, waar later de snaren inkomen, wordt uitgehaald met beitels. Als de krul klaar is, lijm je de ebbenhouten toets ertegen. De krul wordt samen met de toets in de klankkast geplaatst met een soort zwaluwstaartverbinding. Bij het positioneren van deze verbinding moet men rekening houden met zeven parameters. Na een aantal afwerkingen is de viool klaar in het wit.

Bij historische instrumenten heeft het hout een goud-grijze kleur gekregen grotendeels onder invloed van het uv-licht. Dat maakt dat de vernis van deze oude instrumenten een heel diepe en rijke impressie heeft. Als vioolbouwer proberen we dit effect bij nieuwe instrumenten artificieel toe te voegen door de witte viool enkele weken in de zon te hangen of onder de zonnebank te leggen. Na het zonnebaden wordt het instrument vaak gebeitst om de kleur nog meer diepgang en dimensie te geven, net als de oude instrumenten. De viool is nu klaar voor de vernis.

Ook de vernis maken veel vioolbouwers zelf op basis van gekookte lijnzaadolie en gekookte hars. Zoals te verwachten is het ook een heel delicaat proces waar heel veel tijd en kennis aan te pas komt en waar de perfectie altijd onbereikbaar lijkt. De vernis droogt in reactie met uv-licht. De viool mag dus opnieuw in de zon na iedere laag vernis. Na het vernissen is het tijd voor de set-up van het instrument: de kam snijden, stemsleutels passen, staartstuk afregelen, snaren uitkiezen en de stapel plaatsen. De stapel of de ziel van het instrument is een stokje dat net achter de kam binnenin het instrument wordt geplaatst via het f‑gat. Het zorgt voor de verbinding tussen het bovenblad en het achterblad en staat in voor het doorgeven van de resonantie van het bovenblad – dat vooral zorgt voor de warmte en klankkleur – naar het achterblad – dat vooral zorgt voor de projectie en de dynamiek van de klank. Het spreekt dus voor zich dat de positie van de ziel enorm veel invloed heeft op de uiteindelijke klank van het instrument.

De viool is nu klaar om bespeeld te worden. Net zoals je een schoen inloopt, wordt een viool ingespeeld omdat het instrument zich nog kan zetten naar het vioolspel van de muzikant. Daarom is er in het begin vaak een nauwe samenwerking tussen de muzikant en de bouwer.”

Hoe zie je de toekomst van het vioolbouwen?

Sowieso is er al een grote evolutie geweest van de viool als structureel instrument. De klank en de eisen van de muzikanten en de muziekwereld evolueerden en het instrument evolueerde mee. Voor een leek is een viool altijd een viool geweest, maar voor een vioolbouwer en muzikant gaat dat veel kanten uit. Zo heeft mijn oma bijvoorbeeld nog op darmsnaren gespeeld, maar sinds de laatste decennia worden metalen en synthetische snaren gebruikt. Het klankverschil tussen de twee is heel groot. Er is dus constant beweging, maar een viool gaat nu niet ineens vierkant worden. Ik denk dat de viool altijd het instrument zal blijven dat we nu bewonderen, meegaand met de ideeën van zijn tijd. Ik denk dat er altijd verschillende soorten instrumentenbouwers zullen zijn. Sommigen zijn heel innovatief en werken met alternatieve materialen en ideeën. Zo worden er bijvoorbeeld 3D-printers gebruikt in de vioolbouwwereld. Anderen vinden het belangrijk om het handwerk in leven te houden, zoals ik.”

Wat zijn jouw toekomstplannen?

Sinds 2019 werk ik in Duitsland in het atelier van Ulrich Hinsberger. Hij is gespecialiseerd in de nieuwbouw van strijkinstrumenten en heeft doorheen zijn carrière zijn eigen oeuvre gemaakt. Dat is ook de droom die ik altijd heb gehad: ik wil mijn eigen instrumenten kunnen bouwen en mijn eigen stijl en interpretatie ontdekken. De volgende stap in mijn carrière is om zelf een atelier te runnen in Gent en nauw samen te werken met professionele muzikanten en collega-vioolbouwers op internationale schaal.”

Meer info over immaterieel erfgoed

Ook interessant

20 feb. 2024

Topstuk in de kijker: Grisildis gedicht en liederen

Antonius Ghijselers verzamelde in 1517-1518 25 van zijn gedichten en liederen in een handschrift. Dat werd in 2007 erkend als Vlaams topstuk.
Lees meer
08 feb. 2024

De unieke muziekcollectie van de Openbare bibliotheek van Kortrijk

Vinyl en cd’s: de Bib Kortrijk bewaart ze allemaal.
Lees meer
25 jan. 2024

Topstuk in de kijker: ’t Dor wert groeyende

Hubert Meeus en Timothy De Paepe vertellen over ‘t Dor wert groeyende, een verzamelhandschrift van de Lierse rederijkerskamer De Groeiende Boom.
Lees meer
11 jan. 2024

Jachthoornblazen op Fürst-Pless- en Parforcehoorn erkend als immaterieel erfgoed!

Op 10 januari 2024 werd het jachthoornblazen op Fürst-Pless- en Parforcehoorn door de minister van cultuur Jan Jambon opgenomen op de Inventaris Vlaa…
Lees meer