Wanneer het wiel draait, laat de kinderdraailier zich horen
De draailier is een instrument met geschiedenis, maar ook met toekomst. In Vlaanderen groeit een nieuwe generatie spelers op, geholpen door een initiatief van Muziekmozaïek Folk & Jazz vzw: de ontwikkeling van kinderdraailieren, speciaal gebouwd op maat van jonge leerlingen.
CEMPER sprak met Els Peeters (draailierdocente aan de academies van Ieper en Genk) en met Filip Verneert (directeur van Muziekmozaïek) over hoe het idee voor kinderdraailieren ontstond, waarom deze instrumenten nodig zijn en hoe ze vandaag kinderen laten kennismaken met de wereld van de draailier.
Maak kennis met Els Peeters en Filip Verneert
Wanneer Els Peeters over haar leerlingen vertelt, hoor je de toewijding van iemand die kinderen wil laten groeien door muziek. Ze geeft draailierles aan de academies van Ieper en Genk, waar ze naast haar muzieklessen ook zorgcoördinator is. “Ik heb twintig jaar lesgegeven aan jongeren met autisme.” Die achtergrond, zegt ze, bepaalt hoe ze lesgeeft: met geduld, in kleine stappen, en met veel aandacht voor het kind dat voor haar zit.
Haar eigen muzikale pad begon met viool, maar door de liefde kwam daar een tweede instrument bij. “Door te trouwen met iemand die doedelzak speelde, ging ik op zoek naar iets dat daarbij paste, om samen te kunnen spelen. Zo ben ik bij de draailier terechtgekomen.”
Aanvankelijk leerde ze zichzelf spelen, maar haar vioolachtergrond bleek niet zomaar vertaalbaar. “Dat is eigenlijk niet hoe het moet”, lacht ze. “Een draailier bespelen zoals een viool – dat werkt niet.” De echte klik kwam tijdens de muziekstage in Gooik, bij de Franse draailiermeester Gilles Chabenat. “Dat was denk ik in 2014. Toen is de vonk pas echt overgeslagen.” Wanneer haar leraar in Genk nadien besloot te stoppen, heeft Els de kans gekregen om zelf de lessen over te nemen. Zo maakte ze de overstap van het buitengewoon onderwijs naar het muziekonderwijs.
Tegenover haar zit Filip Verneert, directeur van Muziekmozaïek Folk & Jazz vzw. Vanuit zijn rol denkt hij dagelijks na over hoe volksmuziek en jazz een plek kunnen krijgen in het muziekonderwijs en in het bredere muzikale landschap. “We zijn een koepelorganisatie voor folk en jazzmuziek in Vlaanderen waarbij wij als organisatie optreden als breed cultureel platform dat artiesten, bouwers, lesgevers en publiek samenbrengt rond traditionele en hedendaagse folk en jazz.”
Filip combineert zijn werk bij Muziekmozaïek met onderzoek aan de Universiteit Gent, waar hij zich verdiept in sociale muziekpraktijken – hoe mensen samen leren, spelen en creëren. Die academische blik, zegt hij, versterkt wat Muziekmozaïek probeert te doen: muziek benaderen als iets levends, iets dat mensen verbindt. “Het gaat voor ons altijd over de praktijk”, zegt hij. “Over hoe we die muziek kunnen laten klinken, ook bij de volgende generatie.”
Van idee tot instrument
Vanuit Muziekmozaïek ziet Filip Verneert hoe waardevol het is wanneer jonge muzikanten van meet af aan met volksinstrumenten in aanraking komen. “We merkten dat er voor kinderen eigenlijk geen aangepaste draailier bestond”, vertelt hij. “Er zijn violen op kindermaat, gitaren, fluiten … maar bij de volksinstrumenten bestond dat gewoon niet. En dan is het idee gegroeid om ze zelf te laten maken.”
Dat idee past in een bredere visie van Muziekmozaïek: “We willen niet dat instrumenten zoals de draailier alleen in een museum eindigen”, zegt Filip. “Ze moeten gespeeld worden, door mensen van nu. En daarvoor moet je zorgen dat kinderen er ook mee kunnen starten.”
Samen met draailierdocent Thomas Hoste onderzocht Muziekmozaïek welke bouwer zo’n project kon realiseren. Zo kwamen ze bij de Nederlandse bouwer Jaap Brand, bekend van de Nerdy Gurdy. “Thomas had al contact met hem”, vertelt Filip. “Jaap werkt — naast het manueel assembleren — met gelaserde onderdelen en 3D-geprinte stukken. Dit maakte het mogelijk om snel een aantal instrumenten te bouwen, zonder dat de kwaliteit afneemt.” De samenwerking met bouwer Jaap Brand kreeg ook een extra warme toets: de kleuren en motieven op de kinderdraailieren werden ontworpen in samenwerking met zijn dochtertje.
Voor de praktische en pedagogische kant werd nauw samengewerkt met docenten zoals Els. “We hebben samen besproken hoe zo’n draailier voor kinderen er moest uitzien”, herinnert Els zich. “Wat haalbaar was, hoeveel snaren, welke extra mogelijkheden we graag wilden. De feedback die wij gaven, ging terug naar Jaap.”
Het resultaat was een reeks van tien kinderdraailieren: kleiner, lichter en beter hanteerbaar, maar met dezelfde klank en bouwkwaliteit als de volwassen modellen. “Het is zeker niet dat het zomaar een speelgoedinstrumentje is”, benadrukt Els. “Het is vooral bedoeld zodat kinderen het goed kunnen vasthouden en een juiste, comfortabele houding kunnen hebben tijdens het spelen.”
Ook Filip vult aan: “Het zijn inderdaad volwaardige instrumenten. We hebben daar echt in geïnvesteerd.” De tangentenkast en het mechaniek zijn zelfs zo uitgewerkt dat ook volwassenen erop kunnen spelen. De eerste reeks werd in de loop van een jaar voltooid.
Van atelier tot klaslokaal
Na de bouw van deze eerste reeks kinderdraailieren, zorgde Muziekmozaïek ervoor dat ze niet in een atelier of magazijn bleven staan. De instrumenten kregen een plek in het muziekonderwijs en worden vandaag actief ingezet in de lessen en stages die de organisatie ondersteunt.
De keuze om de instrumenten enkel via het deeltijds kunstonderwijs (DKO) te laten circuleren was bewust. “We hebben ervoor gekozen om die instrumenten niet aan particulieren te verhuren”, zegt Filip. “Dan blijven ze in een pedagogische context, waar begeleiding en onderhoud verzekerd zijn.” Op die manier komen kinderen in contact met het instrument binnen een educatief kader, onder begeleiding van ervaren docenten.
Die samenwerking verloopt volgens Filip vanzelfsprekend dankzij het unieke karakter van deeltijds kunstonderwijs in Vlaanderen: “Er is een grote openheid bij de academies dankzij dit uniek netwerk”, zegt hij. “Binnen het Vlaams deeltijds kunstonderwijs zijn folk en jazz namelijk volwaardige richtingen geworden, dat is uitzonderlijk. Daardoor zien academies de meerwaarde van onze kinderdraailieren, omdat het kinderen de kans geeft om op jonge leeftijd te beginnen spelen.”
Dit bijzondere DKO-netwerk biedt volgens hem daarom de beste garantie om volksmuziek op een duurzame manier te verankeren. “De bouw van deze instrumenten is een investering geweest vanuit Muziekmozaïek met oog op de toekomst. Tegelijk heb je leerkrachten nodig die het op een toffe manier kunnen overbrengen. We hechten daar veel belang aan: wie lesgeeft, hoe hij of zij met kinderen omgaat. Het is anders dan lesgeven aan volwassenen.”
Voor Els Peeters sluit die visie perfect aan bij haar eigen lespraktijk. In haar lessen aan de academies van Ieper en Genk werkt ze met dezelfde aandacht voor luisteren, ervaren en individuele groei, ook vanuit haar jarenlange ervaring in het buitengewoon onderwijs. “Je leert in het buitengewoon onderwijs dat elk kind anders leert”, zegt ze, “Daar stem je je op af.”
Wat ze in de klas ontwikkelde, bundelde Els later ook in een handboek genaamd Liere draaie. “Ik wilde iets maken dat duidelijk laat zien hoe je met de rechterhand de slag speelt”, vertelt ze. “Ruimtelijk denken is niet voor iedereen even vanzelfsprekend, de mondelinge uitleg is niet voor iedereen voldoende. Daarom ontwierp ik zeven schijfjes die tonen waar tijdens het draaien de tik gegeven moet worden.”
Liere draaie is geen vaste methode, maar een uitnodiging om al spelend te ontdekken, te proberen, te luisteren. Filip Verneert herkent in haar werk de essentie van wat Muziekmozaïek probeert te bereiken. “Leren vanuit de praktijk, met respect voor het ambacht en oog voor de toekomst”, zegt hij.
Buiten het klaslokaal op Gooik-stage
Naast de circulatie in het DKO-netwerk, worden de tien kinderdraailieren ook jaarlijks gebruikt op de Stage voor Traditionele Volksmuziek in Gooik, georganiseerd door Muziekmozaïek. Deze stage is voor veel jonge spelers het beginpunt van hun muzikale traject. Daar leren kinderen het instrument kennen in een sfeer van creativiteit en plezier. De tien draailieren worden voor deze stage ook speciaal teruggeroepen uit het verhuursysteem zodat elk deelnemend kind de mogelijkheid heeft om meteen op het instrument te spelen. “Dat is de mooiste week van de zomer”, glimlacht Els. “We spelen, zingen, maken verhalen bij de muziek. Het is geen droge les, het is beleven.”
Voor Filip is dit een enorm belangrijk verschil tussen de stage en de lessen aan de academie. “Op de stage willen we niet hetzelfde doen als in het DKO. We proberen juist te vermijden dat het lessen met veel partituren en dril worden. Het zijn groepslessen, waar we van elkaar leren en proberen te stimuleren om op gehoor te leren spelen. Hoe moeilijk dat ook is, het is een belangrijke pedagogische methodiek. Muziek in het algemeen wordt hier nog te veel van blad geleerd. Er is ook onderzoek naar gebeurd, overal ter wereld. We weten dat het een grote invloed heeft op de motivatie en op het luisteren naar elkaar. Dat is belangrijk voor samenspel. Als je alleen naar je partituur kijkt, mis je dat contact en dat aanvoelen. Het heeft echt een positieve invloed.”
Op het toonmoment aan het einde van de week komen al die puzzelstukjes samen. Dit toonmoment was voor bouwer Jaap Brand ook de allereerste test van zijn werk na een jaar intens bouwen. “Hij stond daar met zo een grote glimlach, tien instrumenten die hij had gemaakt werden bespeeld door een groep blije kinderen. Waaronder zijn eigen dochtertje. Een heel mooi moment waar alles samenkwam”, vertelt Els.
Naar een duurzame toekomst
De kinderdraailier heeft intussen haar plaats gevonden binnen het Vlaamse muziekonderwijs. Maar voor Els Peeters is het verhaal nog maar net begonnen. Ze ziet in haar leerlingen niet alleen jonge muzikanten, maar ook toekomstige dragers van een traditie. “Ik hoop dat ze blijven spelen”, zegt ze. “Dat ze ontdekken hoe veelzijdig de draailier is.”
Ze gelooft dat de kracht van het instrument ligt in zijn toegankelijkheid én zijn diepte. “Kinderen kunnen er snel iets op spelen, maar je kunt er je hele leven mee blijven groeien en experimenteren. Dat maakt het zo’n rijk instrument.” Els droomt van een groter bewustzijn rond de draailier, ook buiten de folkwereld. “Ik wens dat het instrument zijn stoffig imago wat kan afschudden. Het leeft, het ademt, het past in zoveel stijlen.”
Filip Verneert deelt die overtuiging. Voor hem en Muziekmozaïek is de kinderdraailier meer dan een educatief experiment: het is een symbool van hoe de organisatie traditie en toekomst met elkaar verbindt. “We willen niet dat de draailier een museumstuk wordt”, zegt hij. “Ze moet klinken, ook bij de volgende generatie. Daarom investeren we in lesgevers, instrumenten en netwerken.”
Hij ziet een belangrijke rol voor het deeltijds kunstonderwijs in die continuïteit. Muziekmozaïek blijft DKO-scholen ondersteunen die met folk en jazz werken, en stimuleert de oprichting van nieuwe opleidingen. “Door samen te werken met het DKO veranker je volksmuziek in de toekomst”, legt Filip uit. “Het gaat niet alleen om overlevering, maar om vernieuwing.”
Die vernieuwing hoeft volgens hem niet te stoppen bij folk. “De draailier past evengoed in pop, jazz of hedendaagse muziek. Dat geluid is uniek – het verdient een plek in alle genres.”
Voor Els komt de toekomst van het instrument vooral neer op blijven delen. “Lesgeven is mijn manier om iets door te geven”, zegt ze. “Je ziet een kind binnenkomen, verlegen, voorzichtig, en dan na wat experimenteren komt er muziek, dat is telkens weer een mooi moment.”
De kinderdraailier vertelt meer dan het verhaal van één instrument. Ze belichaamt hoe vakmanschap en onderwijs elkaar versterken. Dankzij de inzet van mensen als Jaap Brand, Els Peeters, Filip Verneert en de vele partners van Muziekmozaïek klinkt de draailier vandaag niet alleen in handen van ervaren spelers, maar ook in die van kinderen die haar toekomst vormen.
Ook interessant
Haha humor & opera | Erfgoeddag 2026
Archief op de scène: theatervoorstelling 'Nooit nooit' van WOLF WOLF
Haha humor & mime | Erfgoeddag 2026