Vormen van bladmuziek
De term 'bladmuziek' verwijst naar alle soorten neergeschreven muziek, ongeacht de vorm waarin of manier waarop dat gebeurt: met de notenbalken onder of naast elkaar, in moderne of een andere vorm van muzieknotatie, als handschrift of als druk, enz.
Snel naar ...
Partituur
De meest herkenbare vorm is die van de partituur waarbij de verschillende partijen van een meerstemmig werk onder elkaar genoteerd zijn in moderne muzieknotatie. Deze vorm zou pas in de zeventiende eeuw haar definitieve vorm aannemen: zeg dus nooit zomaar ‘partituur’ tegen elke vorm van bladmuziek.
Een partituur beschrijft doorgaans het totale klinkende werk: elke noot staat er in opgenomen. Maar er zijn ook minder volledige vormen, zoals de directiepartituur (bedoeld als samenvatting voor de dirigent, waarbij de verschillende partijen gecondenseerd zijn weergegeven), pianoreducties (waarin het werk wordt gereduceerd tot een overzichtelijke pianopartij) of de studiepartituur (een kleinere uitgave van een partituur, bedoeld voor analyse en studie eerder dan voor uitvoering). De ‘partijen’ (en hun voorloper: de ‘stemboeken’) bevatten dan weer de uit te voeren melodische lijnen en/of samenklanken voor de afzonderlijke stemmen en/of instrumenten.
Oudere bladmuziekvormen
Oudere bladmuziekvormen hebben hun best wat specialistische terminologie. Soms is de muzikale inhoud bepalend voor hoe we een bepaalde vorm benoemen (met eenzelfde soort werken of een repertoire dat vanuit functioneel oogpunt is samengebracht), soms bepaalt de uiterlijke vorm of de gebruikte muzieknotatie de term waarmee we de bron aanduiden, soms een combinatie van die elementen. Denk onder meer aan: liedboek, graduale, antifonarium, koorboek en stemboek, chansonnier …
Het koorboek maakt gebruik van een specifieke notatietechniek. In de zogenaamde koorboeknotatie staan de verschillende partijen van een meerstemmig werk op twee tegenover elkaar liggende bladzijden genoteerd. De hoogste stem (superius) en tenor staan meestal op de linkerbladzijde; de contratenor of altus en de bassus op het rechterblad. Een koorboek kan verschillende groottes hebben, van klein (ter grootte van een A4-blad) tot groot (zo’n 64 x 43 cm), zodat ensembles bestaande uit acht à vijftien zangers uit hetzelfde boek konden zingen. Koorboeken werden doorgaans gemaakt voor kerkelijk gebruik in het koor, kopellen en hoven. Soms werden ze versierd met miniaturen, initialen en cadellen.