Home Nieuws Een borgingsplan voor de instrumentencollectie va…

Een borgingsplan voor de instrumentencollectie van Stichting Logos

Tussen eind 2024 en eind 2025 ging Stichting Logos aan de slag met de instrumentencollectie gebouwd door Godfried-Willem Raes via een pilootproject kunstenerfgoed. De Stichting voerde hierbij een waardering van de instrumentencollectie uit, vervolgd door een toekomstplan voor diezelfde collectie.

Stichting Logos, het Gentse centrum voor experimentele muziek, bouwde doorheen hun meer dan 55-jarig bestaan een grote collectie aan experimentele muziekinstrumenten en klankinstallaties op. De grote meerderheid werd gebouwd door oprichter Godfried-Willem Raes, zijn instrumenten vermengen vaak technieken uit de traditionele instrumentenbouw met elektronische en digitale innovaties. De kunstenorganisatie draagt niet alleen zorg voor de instrumenten om ze te bewaren voor de toekomst, ze wil ze ook zo veel mogelijk bespeelbaar houden en inzetten in nieuwe producties en projecten. In 2024 – 25 waren er nog tentoonstellingen, concerten en producties met deze instrumenten in de gebouwen van Logos zelf en op verplaatsing in Brugge, Antwerpen, Brussel en Nederland, Duitsland, Polen, Oostenrijk. De collectie heeft dus zowel een kunst- als erfgoedwaarde. Het veiligstellen van deze levende erfgoedcollectie is urgent: sommige instrumenten uit de jaren 70 zijn zeer fragiel, de energie- en infrastructuurkosten in Logos lopen hoog op en Raes is nu 74 jaar (hij bouwde niet alleen de instrumenten maar stond ook in voor het gespecialiseerde deel van het onderhoudswerk). 

Tussen 2019 en 2021 ging Stichting Logos een eerste keer systematisch aan de slag met die erfgoedwaarde. De instrumenten van Raes werden op stukniveau beschreven en gedocumenteerd. Het resultaat is een online catalogus die raadpleegbaar is via de projectwebsite. Vanaf december 2024 ging de stichting van start met een pilootproject kunstenerfgoed. Tijdens dit project werkte de organisatie een borgingsplan uit voor de instrumentencollectie van Raes, met een overzicht van mogelijke toekomstscenario’s en samenwerkingsverbanden. Ter voorbereiding hiervan voerde Stichting Logos een waarderingstraject uit. 

Een voorbereidend waarderingstraject

Al snel werd duidelijk dat de toekomst van de instrumentencollectie onlosmakelijk verbonden is met de artistieke en historische waarde van de instrumenten. Daarom voerde Stichting Logos een waarderingstraject uit. In totaal ging het om 180 instrumenten en klankinstallaties. Het waarderingsrapport geeft een stand van zaken, een beeld van het nodige onderhoud en de waarde van de instrumenten. 

Intern voorbereidend werk 

In een eerste fase verzamelden medewerkers Dr. Hans Roels, Mattias Parent en Kristof Lauwers de nodige informatie over de staat, het onderhoud en het (artistiek) gebruik van de instrumenten. Deze stap werd door de projectmedewerkers zelf uitgevoerd, enerzijds omdat ze de collectie enorm goed kennen, anderzijds was het een manier om het traject haalbaar te houden. Het zou niet mogelijk geweest zijn om externe experten deze info te laten verzamelen en analyseren binnen de beschikbare tijd en middelen. Logos had voor het pilootproject middelen voor één jaar gekregen maar wel minder dan de helft van het oorspronkelijk aangevraagde bedrag. 

De medewerkers deelden de collectie op in vijf instrumentengroepen, namelijk: 

  • Experimentele Synthesizers & FX-apparaten; 
  • Experimentele instrumenten; 
  • Sensoren & Interfaces;
  • Muziekrobots;
  • Gangbare audioapparatuur en instrumenten.

Per instrumentengroep werd de staat van de instrumenten, het ruimtegebruik, de link met zowel interne al externe artistieke praktijken, de economische waarde en de educatieve en onderzoekswaarde beschreven. Daarnaast formuleerden de medewerkers per groep de noden voor toekomstig onderhoud en de benodigde expertise hiervoor, de bewaaromstandigheden en het potentieel voor kunst- en onderzoeksactiviteiten. 

Een externe blik op de waarde 

In een volgende fase werden vier externe experten betrokken om de (muziek)historische en artistieke waarde van de instrumentengroepen te bepalen: Dr. Laura Maes (klankkunstenares, Stad Oostende, Conservatorium aan Zee en Musica), Dr. Juan Parra (Orpheus Instituut), Dr. Maarten Quanten (de Bijloke) en Wim Verhulst (KMKGMIM). Hoewel de experten allemaal in meerdere of mindere mate voorkennis hadden over de collectie (wat opnieuw de haalbaarheid van het traject ten goede kwam), brachten ze door hun afstand tot de organisatie tegelijk een objectieve blik mee. 

In het voorjaar van 2025 kwamen de experten een eerste keer samen in de gebouwen van Stichting Logos. Hier stelde de organisatie haar voorbereidend werk voor, werd de collectie getoond en gedemonstreerd, en konden de experten vragen stellen over de collectie en het verdere traject. Vervolgens kregen de experten ongeveer drie maanden de tijd om, aan de hand van een vragenlijst, een individuele waardering te maken van de collectie. 

Per instrumentengroep werd gepolst naar onder meer: 

  • de representativiteit of waarde voor het oeuvre van Raes;
  • de betekenis voor de nieuwe muziek;
  • het technisch vakmanschap;
  • de mate van originaliteit in ontwerp, vorm of functie.

Om ook nuance binnen instrumentengroepen mogelijk te maken, werd gevraagd om per groep de instrumenten op te lijsten die sterk positief beantwoorden aan deze criteria en die welke slechts in geringe mate hieraan voldoen. Tot slot kregen de experten enkele algemene reflectievragen, zoals: welke mogelijkheden of scenario’s zijn wenselijk/​haalbaar in de toekomst om de collectie veilig te stellen? 

Drie maanden later kwamen de experten opnieuw samen voor een waarderingssessie. Hier werden al hun antwoorden overlopen en was er ruimte voor aanvullingen, opmerkingen en eventuele discussies bij onenigheid. Aangezien de antwoorden duidelijk in dezelfde richting wezen, bleek dat laatste nauwelijks nodig. Tijdens deze sessie kwamen gezamenlijke conclusies tot stand. 

Uit het traject kwam naar voor dat vooral de Experimentele Synthesizers en FX-apparaten, Experimentele Instrumenten, Sensoren en Interfaces (vooral de instrumenten Invisible Instrument (1985), Holosound, Quadrada (2003) en Picradar binnen deze groep) en de Muziekrobots zeer waardevol zijn. Instrumenten als Pneumafoon, Invisible Instrument & Holosound, HEX en de Muziekrobots worden herhaaldelijk door de experten als bijzonder waardevol gezien, terwijl de instrumentengroep Gangbare Audioapparatuur slecht een beperkte waarde krijgt. De experten benadrukken dat een combinatie van bewaring en actief gebruik van de collectie de voorkeur verdient. Bij voorkeur wordt de collectie ook op één plaats bewaard, waar beide functies vervuld kunnen worden. Tegelijk wijzen experten ook op de grote uitdaging rond expertise omtrent de bewaring en het onderhoud van de collectie. Ze pleiten daarom voor meer onderzoek naar de zorg voor dergelijke collecties die een mix van mechanische, elektronische en digitale componenten omvatten. Logos bundelde al deze inzichten in een uitgebreid waarderingsrapport. 

Opstellen van een borgingsplan

Kerninformatie verzamelen voor mogelijke samenwerkingspartners 

Parallel aan het waarderingstraject werkte Stichting Logos een borgingsplan uit. In een eerste deel van dat plan verzamelde de organisatie kerninformatie over de collectie, met als doel een helder, samenvattend beeld voor te leggen aan mogelijke samenwerkingspartners. De tekst geeft onder meer een korte beschrijving van de collectie, de belangrijkste conclusies uit het waarderingstraject en informatie over ruimtegebruik, onderhoud, benodigde expertise en de verbonden artistieke praktijken. 

Het was daarbij een groot voordeel dat Stichting Logos kon voortbouwen op eerder geleverde inspanningen, zoals de online catalogus en (de eerste versies van) het waarderingsrapport. Toch bleek het verzamelen van al deze informatie een uitdaging. De omvang van de collectie speelt daarin een belangrijke rol. Daarnaast was het moeilijk om bronnen voor de vroegste periode te vinden. De organisatie kon hiervoor wel een beroep doen op de kennis van Godfried-Willem Raes. 

In gesprek met partners 

Tegelijkertijd startte de stichting verkennende gesprekken met mogelijke samenwerkingspartners. Het doel hiervan was oplossingen vinden voor het behoud van de collectie, door bijvoorbeeld expertise of ruimte te delen. Hierbij legde de organisatie voorlopige versies van zowel het waarderingsrapport als het borgingsplan voor aan gesprekspartners, wat hielp bij het scheppen van een duidelijk beeld van de collectie en haar waarde. In totaal sprak Stichting Logos met twaalf partners, waaronder kunstenorganisaties, overheden en erfgoedorganisaties. 

Enkele uitgangspunten waren daarbij essentieel voor Stichting Logos. De organisatie zocht in de eerste plaats naar oplossingen voor de volledige collectie, of minstens voor grote gehelen ervan. Daarbij wilde de organisatie samenwerkingen vermijden die enkel interesse toonden in individuele instrumenten of kleinere deelverzamelingen. Daarnaast hoopte Stichting Logos ook Gentse partners te vinden. Doorheen het traject werd besloten het archiefmateriaal over te dragen aan de Universiteitsbibliotheek Gent. De organisatie hoopt dat de collectie (en de informatie daarrond) raadpleegbaar blijft in één stad. Tegelijk waren gesprekken met partners buiten Gent ook belangrijk voor kennisuitwisseling. 

De gesprekken verliepen in het algemeen positief en begripvol, al bleven vele gesprekspartners voorzichtig in het formuleren van concrete toekomstplannen voor de lange termijn. Dit enerzijds omdat het om een grote collectie gaat, zowel in aantallen als in ruimtegebruik. Anderzijds maakt de verwevenheid van de instrumenten met de huidige werking van Stichting Logos de oefening complex. Met twee partners werden gesprekken over langdurige samenwerking gevoerd. Die gesprekken lopen verder, ook na afloop van het project. 

Toekomstscenario’s voor de collectie 

Om zowel Stichting Logos als mogelijke samenwerkingspartners houvast te geven bij beslissingen over de toekomst van de collectie, werkte de stichting verschillende toekomstscenario’s uit. Per scenario maakte de organisatie een inschatting van de financiële kosten, infrastructuur- en personeelsvereisten, de voornaamste uitdagingen en de belangrijkste voor- en nadelen. De scenario’s vertrekken los van de huidige bewaarplaats bij Logos zelf en schetsen verschillende mogelijkheden: 

  • Een passief scenario, waarbij de focus ligt op het louter bewaren van de collectie. 
  • Een scenario waarin passieve bewaring wordt gecombineerd met producties buitenshuis. 
  • Een actief scenario waarin de collectie gebruikt wordt door bijvoorbeeld componisten, kunstenaars en performers en ook regelmatig publiek getoond wordt. 
  • Een scenario waarin naast bewaring en actief gebruik ook structureel onderzoek wordt opgezet naar zowel nieuwe instrumenten en installaties als de bestaande collectie. 

Wat brengt de toekomst?

Hoewel het pilootproject officieel afliep eind 2025, werkt Stichting Logos verder aan een duurzaam toekomstplan voor de collectie. Een eerste positief, maar onverwacht, resultaat van het project is de geplande overdracht van het archiefmateriaal (zowel papieren documenten als audio- en audiovisuele dragers) aan de Universiteitsbibliotheek Gent in de loop van 2026

Verder worden de gesprekken met mogelijke partners voortgezet. Het uittekenen van een toekomst voor de collectie laat zich moeilijk strak in de tijd afbakenen. Die toekomst wordt onvermijdelijk ook beïnvloed door politieke beslissingen en veranderingen binnen organisaties. Met het waarderingsrapport en het borgingsplan beschikt Stichting Logos echter over stevige aanknopingspunten en goede tools om deze gesprekken verder te zetten en samen met partners na te denken over de toekomst van de instrumentencollectie. Zowel het waarderingsrapport als het borgingsplan zijn beschikbaar op de website van Stichting Logos

Ook interessant

09 mrt 2026

Erfgoedcel Brussel: Muziek en podiumkunsten als levend immaterieel erfgoed

Erfgoedcel Brussel ondersteunt diverse erfgoedgemeenschappen in de stad en zet daarbij ook specifiek in op immaterieel erfgoed. 
Lees meer
26 feb 2026

Vormingenreeks Erfgoedzorg voor muziek en podiumkunsten in de Druivenstreek

In drie laagdrempelige sessies in de Druivenstreek reiken CEMPER en AMVB je enkele belangrijke richtlijnen en handvaten aan.
Lees meer
26 feb 2026

Oproep – Lerend netwerk Kunstenaarsnalatenschappen uit de muziek en podiumkunsten

Tussen juni 2026 en juni 2027 gaan we aan de slag met maximaal 8 initiatieven rond de nalatenschap van een individuele kunstenaar of kunstenaarsduo.
Lees meer
23 feb 2026

Trino Colectivo: Cueca in Vlaanderen en Brussel

In Brussel bouwt Trino Colectivo voort op de Chileense traditie van cueca. Hun werk vertrekt vanuit de wens om cueca in te zetten als een gemeenschap…
Lees meer