Haha humor: van variété tot cabaret | Erfgoeddag 2026
In de loop van de 19de eeuw ontstonden variété, vaudeville, music hall, revue en artistieke cabarets. De programma’s hiervan bestonden uit afzonderlijke acts. In de 20ste eeuw evolueerde cabaret in Vlaanderen – onder invloed van het Nederlandse cabaret – echter meer naar (solo)voorstellingen in theaters waarbij sketches worden afgewisseld met muziek. In het kader van Erfgoeddag 2026 spraken we met Peter Hens over deze genres en over zijn carrière met De Frivole Framboos.
Iets serieus, maar om te lachen
Peter Hens studeerde klassieke zang en cello aan het conservatorium van Antwerpen. Nadien deed hij ook lichte muziek in Rotterdam. Die combinatie was toen geen evidentie, vertelt Peter: “Toen studeerde je ofwel klassiek, ofwel lichte muziek, één van de twee.” Maar voor Peter waren er geen stijlverschillen. “Ik zong veel klassieke recitals, ik had een popgroep (Peter en Zout), ik zong Dowlandmuziek met gitaar, ik deed jazzconcerten in berookte kroegen …” Maar telkens miste hij contact met het publiek. Dat contact vond hij met De Frivole Framboos.
De Frivole Framboos startte ooit met één nummer tijdens een Sint-Ceciliafeest. “Ik was assistentdirigent bij de Chorale Caecilia van Antwerpen, een groot oratoriumkoor. En elk jaar doet dat koor Ceciliafeesten.” De beste muzikanten kwamen daar een stuk brengen. “Maar dat was saai, want de mensen wilden eten en drinken, en niet naar klassieke muziek luisteren.” Daarom vroeg Peter aan de toenmalige pianist Reinout de Smet of ze samen iets konden doen. “Iets serieus, maar om te lachen.” Peter kwam op in rokkostuum en kondigde Frans Schubert aan. “Ik nam een wit slabbetje met een framboos op, deed die aan en zong dat liedje met een spraakgebrek, zodanig dat het slabbetje zin had. Het publiek lag plat van het lachen, maar ik bleef altijd heel serieus.” Het succes van dat eerste nummer zorgde ervoor dat ze hun act tijdens de volgende Ceciliafeesten opnieuw deden, telkens wat meer uitgebreid. Onder de koorleden waren ook een aantal directeurs van muziekscholen, die hen uitnodigden om concerten te komen spelen. “En zo is De Frivole Framboos stilaan een eigen leven beginnen leiden.”
Meer dan 40 jaar na de start van De Frivole Framboos brengen Peter Hens en Bart Van Caenegem met Finalementhee een “Best off” als laatste show. Peter blikt terug op een succesvolle carrière: “Met Leon Lamal als manager hebben we gouden tijden meegemaakt. We speelden 250 voorstellingen per jaar. In België, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Italië; in het Nederlands, Frans, Engels en Duits. We speelden in de grote theaters. Het gaf me veel voldoening en energie.”
Deze Best off maken was niet makkelijk. “We hebben voor de gepeelde 14 Vlaamse shows veel interessante medleys gemaakt.” Gelukkig bewaarde De Frivole Framboos van elke show de voorbereidingen, teksten, partituren en opnames. “Ik dacht: kan nog van pas komen. En dat blijkt dan ook. Bart en ik dachten terug aan een stuk dat we lang geleden gespeeld hebben: Concerto pour une Voix van Saint-Preux. Als ik dat niet had bijgehouden, zouden we niet meer weten welke muziek daar allemaal in zat.” Peter vindt echter niet alleen de tastbare dingen belangrijk. “Ik hecht het meeste belang aan de herinnering van de ambiance van de mensen; het gevoel dat ik in mijn rug geduwd werd; dat het programma verliep zoals het bedoeld was.”
Klassieke muziek wordt doorprikt
“Wat Bart en ik doen onder de naam ‘De Frivole Framboos’ is eigenlijk een soort parodie. We spelen klassieke muziek, waarin andere thema’s en onderwerpen verweven zijn. Het resultaat is virtuositeit en humor.” De voorstellingen van De Frivole Framboos hebben een verhaal als rode draad. “Daar zoeken we dan muziek bij, met de bedoeling om de geschiedenis van de klassieke muziek om te buigen en er heel andere verhalen bij te verzinnen.” Peter geeft een voorbeeld uit een van hun shows waarbij een polonaise van Chopin (muziek gebaseerd op een Poolse dans, red.) werd verweven met de gelijknamige Nederlandse dans. “Bekende klassieke muziek wordt zo verweven met andere melodieën en dat maakt het interessant. Voor het publiek is dat dolle pret.” In Frankrijk noemen ze de voorstellingen van De Frivole Framboos ook wel l’humour avec la virtuosité. “Dat vind ik een mooie term. We spelen vloeiende, virtuoze muziek in verschillende stijlen. Dat vraagt veel werk om te creëren, in de strot en vingers te krijgen, en met de ideale timing te kunnen uitvoeren.”
“Mensen uit het publiek vertellen ons dikwijls dat ze tijdens de voorstelling op het puntje van hun stoel zitten om alles ‘gehoord’ te hebben. En dat ze zere kaken hebben van het lachen”, zegt Peter. Hij heeft dan ook het gevoel dat het ‘Framboos’-publiek dat het liefst naar De Frivole Framboos komt bestaat uit mensen die iets kennen van klassieke muziek. “Het zijn deze liefhebbers die meer muzikale thema’s herkennen.”
Van variété tot hedendaags cabaret
Peter Hens vindt het moeilijk om een etiket te plakken op wat ze doen met De Frivole Framboos. “Of dat dan cabaret heet, een klassiek concert dat grappig is, of vaudeville omdat het theater is, dat weet ik niet.” Genres als cabaret, vaudeville en variété hebben dan ook een lange geschiedenis en hebben veel eigenschappen met elkaar gemeen. “Het belangrijkste is dat de mensen, die gecatalogeerd werden in één van deze genres, altijd de norm van de bestaande klassieke uitvoeringspraktijken (zij het nu theater of concert) overstegen. Met andere woorden: deze artiesten creëerden iets dat uniek was.”
In de loop van de 19de eeuw ontstond het variététheater uit een mengvorm van café-chantants – cafés waarin kleine groepjes muzikanten optraden – en huurschouwburgen – die verhuurd werden aan diverse amateur- en rondreizende gezelschappen. Variététheaters hadden een scène à l’italienne en rijen met zitplaatsen zoals in de huurschouwburg, omgeven door stoeltjes en tafeltjes zoals in het café-chantant. Variétéprogramma’s waren ‘voor elk wat wils’ met een mix van zang, dans, acrobatie, komedie, fenomenen, uitvindingen … gebracht door opeenvolgende artiestengroepen. De acts werden niet langer als randanimatie opgevoerd, maar waren de hoofdact van de avond.
In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië had je gelijkaardige fenomenen: vanuit de Amerikaanse concert saloons ontstond vaudeville; en vanuit de Engelse tavern lords ontstond music hall. Programma’s van vaudeville en music hall bestonden, net als variété, uit afzonderlijke acts van goochelaars, acrobaten, komieken, jongleurs, dansers …
Het variététheater was nauw verbonden met revue. Daar werden liederen of coupletten, waarin actualiteiten en faits divers aan bod kwamen, gezongen op gekende melodieën. Ze werden gebundeld in liedboekjes die te koop aangeboden werden. De liederen werden afgewisseld met humoristische sketches door Vlaamse volkstypes en variétéattracties. Revues werden ook vaak getoond in variététheaters, vooral bij speciale gelegenheden als Nieuwjaar.
Ook de leden van artistieke cabarets maakten jaarlijks een satirische revue. Die leden waren doorgaans studenten en kunstenaars die zich verzamelden in kleine kroegen, zoals de Brusselse Diable au Corps en Parijse Le Chat Noir. Daar werden acts als poëzievoordrachten, schaduwspelen, liedjes en komische sketches aan elkaar gesproken door een MC (master of ceremonies). Met meer satirische en artistieke activiteiten kon het artistieke cabaret gezien worden als een kunstzinnig antwoord op het commerciële en grootschalige variététheater.
Doorheen de 20ste eeuw werden cabarets populair in verschillende landen, waar het telkens zijn eigen kenmerken kreeg. Zo behield het Duitse Kabarett de intieme sfeer en het improvisatiekarakter van het Franse cabaret, maar ontwikkelde het zijn eigen galgenhumor. Kabaretts werden het centrum voor ondergrondse politieke en literaire bewegingen. Het Nederlandse cabaret evolueerde meer naar optredens in theaters. Het werd een theatervorm waarin sketches worden afgewisseld met muziek. De Nederlandse cabaretiers Wim Sonneveld, Wim Kan en Toon Hermans begonnen met het spelen van solovoorstellingen, een avondvullend programma waarin de cabaretier centraal staat. Het Vlaamse cabaret volgde aanvankelijk de Nederlandse stroming, maar in de jaren 70 werd een Vlaamse stempel gedrukt, met onder andere Urbanus. Latere voorbeelden zijn Kommil Foo, De Nieuwe Snaar en Neveneffecten (met Zinloos geweldig).
Voor Peter Hens is cabaret “Iets dat verdergaat dan wat je kan leren op school”. “Ik heb cabaret altijd iets gevonden voor iemand die niet in de lijn wil lopen, iemand die net iets meer wil doen.”
Bronnen en literatuur
- Encyclopaedia Britannica. (2025, 2 augustus). Cabaret.
- Jonckheere, E. (2009). Kijklust en sensatiezucht: Een geschiedenis van revue en variété. Meulenhoff/Manteau.
- Notte, P. (1992). Cabaret in Vlaanderen: het kleine broertje. In De Vlaamse kleinkunstbeweging na de tweede wereldoorlog [scriptie], via Ethesis.net.
- Schepers, M., & van der Plas, J. (2003). Cabaret. Popmuziek Encyclopedie, via Ensie.
- Struik, H., van Bork, G.J., Verkruijsse, P.J., & Vis, G.J. (2002). Cabaret. Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek, via DBNL.
Haha Humor in muziek en podiumkunsten | Erfgoeddag 2026
Ook interessant
Soundwest: Aan de slag met je muziekarchief?
Project Dance as ICH afgerond: nieuwe inzichten, publicaties en toekomstperspectieven
re#encounter: Muzikale ontmoetingen tussen traditie, innovatie en gemeenschap