Home Nieuws re#encounter: Muzikale ontmoetingen tussen tradit…

re#encounter: Muzikale ontmoetingen tussen traditie, innovatie en gemeenschap

Robbe Latré is een Brusselse muzikant en antropoloog. Als trompettist beweegt hij zich tussen jazz, afrobeat, gnawa-invloeden en hedendaagse stedelijke ritmes. Zijn werk wordt gevoed door een diepgaande fascinatie voor “de ander” en voor de stad als laboratorium van superdiversiteit. Dat alles komt samen in zijn project re#encounter, een Brusselse formatie die met een mix van trance, jazz en stedelijke invloeden een ruimte creëert waarin muzikale tradities en hedendaagse klanken elkaar ontmoeten en versterken. Met Robbe Latré gingen we in gesprek over culturele transmissie (het doorgeven en delen van culturele kennis, tradities en praktijken) in Brussel én in transnationale muzikale netwerken. 

Robbe Latré op Couleurcafé | © Benjamin Struelens

Klassieke scholing, jazz, de fascinatie voor de stad

Robbes muzikale pad begint al vroeg: Ik speel van jongs af aan muziek. Als kind vond ik dat wel iets om later professioneel te doen.” Hij doorloopt een klassieke opleiding, maar voelt zich daar al snel minder thuis. 

Zijn wereld verandert wanneer hij op zijn achttiende vanuit het West-Vlaamse platteland naar Gent verhuist. Ik ben geboren op het platteland, en de stad was heel mythisch en attractief. Toen ik in Gent ging studeren, ging de wereld open. Muziek speelde daarin een enorm belangrijke rol. De stad werd mijn kosmos.” 

In Gent vindt Robbe een eerste artistieke thuis in de jazzscene, maar hij voelt er tegelijk ook een spanning. Hij herkent de levenskracht en rebellie van de Afro-Amerikaanse roots van jazz, maar ziet hoe de stijl binnen het conservatorium een geformaliseerde vorm aanneemt: Binnen de jazz is er ook een soort klassieke jazz gecreëerd. Muziek die ooit heel grassroots en rock-’n‑roll was, wordt hier soms iets heel gepolijst en stoffigs.” 

Robbe besluit uiteindelijk te stoppen aan het conservatorium, maar de muziek verlaat hij nooit. Hij blijft spelen en zoeken naar een vorm die beter past bij zijn energie en zijn fascinatie voor de relaties tussen mensen, steden en culturen. In die zoektocht ontstaan nieuwe wegen: hij richt mee NAFT op, een technoblazersformatie die koper verbindt met techno en house. 

Nieuwe werelden

Via NAFT ontmoet hij de drummer Jan Heirman, die hem uitnodigt om mee M.CHUZI op te richten — een Brusselse afrobeatband. Ik bleef naar jazz luisteren, maar wereldmuziek’ — nadrukkelijk tussen aanhalingstekens — vond ik ook altijd heel cool.” In die periode duikt hij steeds dieper in hedendaagse afrobeat- en afrodiasporische muziek uit Londen. Via Worldwide FM en de radioshows van Gilles Peterson ontdekt hij deze muziek: Ik ben echt beginnen luisteren naar moderne afrobeat van vandaag. Zo ben ik in de worldgroove-wereld beland, die heel hard vanuit Londen wordt getrokken.” 

Die ontdekkingstocht verruimt zijn artistiek palet ingrijpend. Hij hoort muzikanten die zich openlijk verbinden met hun migratieroots – want Lagos en Londen zijn natuurlijk connected” — en voelt bewondering voor hun kracht én nieuwsgierigheid naar de bredere structuren die zorgen voor de verspreiding van deze muziek. Want achter die bruisende scene schuilt ook een spanningsveld: wie krijgt een platform, wie bepaalt de context, en wie wordt gehoord? 

Robbe verwijst daarbij naar figuren zoals Gilles Peterson, de Londense curator en dj die een sleutelrol speelde in het zichtbaar maken van afrodiasporische artiesten voor een internationaal publiek. Zijn werk is tegelijk inspirerend en complex: Peterson fungeert zowel als facilitator, die wegen opent en artiesten verbindt, en als gatekeeper, die door zijn positie onvermijdelijk mee bepaalt welke verhalen centraal komen te staan. 

Die ambiguïteit – het emancipatorische potentieel én de ongelijke machtsverhoudingen in één en dezelfde beweging – prikkelt Robbes antropologische blik en verdiept zijn vragen over verspreiding van cultuur, sociale contexten, machtsdynamieken en muzikale overdracht en continuïteit en zijn eigen rol hierin. Het confronteert hem met de vraag hoe vaak witte makelaars (muzikanten, programmatoren, radiohosts) bepalen wat wereldmuziek’ is en welke stemmen centraal mogen staan. Deze vragen zullen later ook zijn eigen artistieke traject en projecten mee vormgeven. 

Culturele transmissie van buitenaf: Luc Mishalle en MetX

In de periode dat Robbe steeds verder in de afrodiasporische muziek duikt, leest hij een artikel van Luc Mishalle, oprichter van MetX, een Brussels productiehuis van en voor muziekmakers. Hij herkent in het artikel dezelfde spanning rond culturele ontmoeting en de zoektocht van een witte maker naar muzikale anderen’. Toen ik dat las, dacht ik: dit is exact wat ik wil zeggen. Ik heb hem meteen gemaild. MetX sprak me enorm aan: ze maken die culturele ontmoeting niet alleen expliciet, ze zetten ze ook om in de praktijk.” (Lees hier meer over hoe ze dit doen.)

MetX wordt voor Robbe een leerplek voor precies die culturele mengelmoes waar hij in de muziek naar op zoek is. Hij maakt kennis met de artistieke werkwijze van MetX en met een brede waaier aan muzikanten met diverse achtergronden en maakt van dichtbij mee hoe culturele transmissie, samenwerking en machtsdynamiek voortdurend met elkaar verweven zijn. Een interesse die gevoed wordt door zijn studie antropologie aan de KU Leuven, die hij ondertussen aan het afronden is. Via MetX wordt hij tourmanager van Ago! Benin Brass, een groep met Beninese en Brusselse muzikanten. Het is een vorm van participerende observatie pur sang: hij reist met de groep mee naar Benin en ziet van dichtbij hoe belangrijk het is voor deze muzikanten om hun muziek buiten de landsgrenzen te tonen — én hoe ze hun eigen tradities soms bewust vastzetten’ of herdefiniëren om ze verkoopbaar en begrijpelijk te maken voor internationale circuits. Hierover schrijft hij zijn masterthesis. 

Een jaar later krijgt Robbe van MetX de kans om een eigen artistiek project op te zetten. Toen MetX vroeg om een carte blanche te doen, dacht ik: oei, wat moet ik nu doen? Ik had mezelf nog nooit de ruimte gegeven om te denken wat ik zelf wilde op artistiek vlak.” 

De uitnodiging dwingt hem na te denken over zijn eigen positie binnen het veld van culturele transmissie, over zijn rol als maker, onderzoeker en bruggenbouwer, en over de mensen en ideeën die hem gevormd hebben. Hij beseft dat zijn fascinatie voor culturele diversiteit niet alleen artistiek is, gevoed door oudere peers als Luc Mishalle en Gilles Peterson, maar ook biografisch geworteld — in de humanistische en progressieve waarden van zijn grootvader en vader. Ik ben opgegroeid met een christelijke vorm van missie’ — het idee dat we moeten samenleven met de ander die deel is van ons verhaal.” Deze reflectie vormt het begin van een nieuwe fase in zijn werk, waarin zijn antropologische blik, zijn sociale engagement en zijn muzikale praktijk steeds meer in elkaar grijpen. 

Het ontstaan van re#encounter: gnawa en de afrodiasporische connectie

Op het moment dat Robbe over een mogelijk MetX-project nadenkt, ziet hij Black Koyo, een Brusselse gnawa-groep, optreden. Gnawa is een Marokkaanse spirituele muziek- en trancepraktijk die geworteld is in een rijke mengeling van Amazigh‑, Sub-Saharaanse en islamitische tradities. De diepe grooves, de rituele structuren en de rol van de maalem - de meester-muzikant — spreken hem onmiddellijk aan. 

Toch voelt Robbe aanvankelijk geen directe drang om zelf iets met gnawa te doen. Hij ziet dat er in Brussel al verschillende initiatieven bestaan die met deze muziek werken: MetX heeft lopende projecten, en etnomusicologe Hélène Sechaye verdiept zich al jaren in gnawa en haar diaspora. Robbe wil vermijden dat hij, als witte muzikant, opnieuw degene zou zijn die het initiatief neemt vanuit een persoonlijke fascinatie, zonder dat er een expliciete vraag of wens komt van binnenuit de traditie zelf. 

Maar na het optreden gebeurt iets onverwachts. De maalem, Hicham Bilali van Black Koyo, stapt zelf op Robbe af en vraagt hem rechtstreeks of hij geïnteresseerd is om samen een project op te zetten. Voor Robbe voelt dit als een openbaring. Niet omdat hij toestemming’ nodig had, maar omdat het initiatief deze keer niet bij de witte gatekeeper ligt. Het is de ander die de deur opent, die de eerste stap zet, en precies dat maakt iets in hem los. 

De omkering verlicht voor hem de vaak ongelijke machtsverhoudingen die kunnen ontstaan wanneer een witte muzikant zich verdiept in een andere muzikale traditie uit persoonlijke fascinatie. Het gebaar van Hicham voelt als een uitnodiging op gelijke voet, een wederkerigheid die ruimte schept. Daardoor besluit Robbe om toch op de gnawa-trein te springen, maar dan op een manier die het verhaal verbreedt, zowel op menselijk als op muzikaal vlak. 

Hij besluit samen te werken met Hicham en nodigt nog zes muzikanten uit met wie hij een muzikale connectie voelt en die bovendien elk op hun manier toegang bieden tot verschillende afrodiasporische tradities in Brussel: Kaito Winse (Avalanche Kaito), Paula León (Indios Beta, AMAWA), Lúcia Pires (Kanda), Joos Vandueren (BSFOE, Abstract Inc., Aligaga), Falk Schrauwen (Echoes of Zoo, Compro Oro, Sylvie Kreusch) en Anaïs Moffarts (Araponga, AiFanamenco). 

Ze beginnen met een jam bij MetX, waarin ze vrij improviseren en elkaar muzikaal aftasten. Na de sessie luistert Robbe de opname terug om te analyseren wat er precies gebeurde. Hij merkt dat iedereen improviseert, behalve Hicham. In gnawa-muziek bestaan er namelijk vaste muzikale structuren die het ritueel, de lila-ceremonies, dragen. Zoals Robbe het verwoordt: Gnawa lijkt in zekere zin op jazz: het draait rond standards. Tijdens een nachtelijke ceremonie worden de djinns wakker gemaakt’. Elke djinn heeft een eigen kleur, naam en identiteit. In de Maghrebijnse cultuur gelooft men dat bepaalde problemen ontstaan doordat je door zo’n geest wordt bezield. De Gnawa spelen dan muziek om precies die djinn aan te spreken.” 

Robbe besluit deze traditionele kaders centraal te zetten en ze te verbinden met ieders eigen muzikale achtergronden en improvisaties. In de jams wordt volop geïmproviseerd, maar later begint Robbe arrangementen te schrijven waarin hij gnawa-muziek als uitgangspunt neemt en die bewust in dialoog brengt met afrodiasporische muziektradities waar andere bandleden thuis in zijn. Zo ontstaat het concept dat uiteindelijk re#encounter wordt: een project waarin traditie en innovatie elkaar ontmoeten en samen een nieuwe, gezamenlijke muzikale ervaring vormen. Gnawa-elementen worden niet als exotisch laagje toegevoegd, maar als integraal onderdeel van een breder proces van ontmoeting. Robbes aanpak is gebaseerd op wederkerigheid: luisteren, meespelen, leren en teruggeven, en op eigen onderzoek in Marokko, waar hij concerten en lila’s bijwoonde. 

Fusion

Robbe reflecteert kritisch over fusion - een term die vaak als vanzelfsprekend wordt gebruikt om allerlei muzikale samenvoegingen te beschrijven. Voor hem betekent fusion echter geen oppervlakkige mix van stijlen, maar wel samen nieuwe muzikale vormen verkennen. 

Hij refereert daarbij aan termen als afrofuturisme en post-multiculturalisme. Afrofuturisme combineert Afrikaanse diasporaculturen met sciencefiction, technologie en toekomstvisies om nieuwe verhalen en geluiden te creëren. Muzikaal vertaalt dit zich in een focus op improvisatie, zie bijvoorbeeld de muziek van Sun Ra. Post-multiculturalisme verwijst naar een benadering die verder gaat dan het simpel categoriseren van mensen op basis van cultuur of etniciteit, en die focust op interactie, hybride identiteiten en gedeelde creatie. Brussel vormt in dit opzicht een vruchtbare bodem: een stad waar identiteiten constant circuleren, zich mengen en elkaar beïnvloeden. 

Concreet zoekt Robbe met re#encounter naar manieren om samen muziek te maken zonder terug te vallen op vormen van multiculturalisme die cultuur reduceren tot cliché, het idee van iedereen zijn kleur, iedereen zijn cultuur”. Het project wil voorbij die hokjes denken en nieuwe manieren van samenzijn en collectieve expressie verkennen. Zo denkt hij na over de kledingstijl van de groep, zodat traditionele’ kostuums niet opnieuw de nadruk zouden leggen op verschillen. Door die esthetiek los te laten, wil hij ruimte scheppen voor een hedendaagse, hybride praktijk waarin gnawa niet verschijnt als een museumstuk, maar als een actuele, dynamische stroming. 

Een belangrijke inspiratiebron in dit proces is Kaito Winse, griot, multi-instrumentalist en performer. Kaito improviseert binnen re#encounter met lofzangen en belichaamt zowel traditie als experiment: geworteld in de griot-lijn van zijn familie, en steeds op zoek naar nieuwe vormen. Die houding — vernieuwen vanuit traditie — komt ook naar voren in projecten als Avalanche Kaito, waarin hij griot-elementen verweeft met punk. 

Voor Robbe fungeert Kaito’s aanpak als een spiegel: hij toont hoe je respect voor traditie kunt behouden én ruimte maken voor innovatie. Dat is precies wat de kern van re#encounter vormt — verder gaan dan elkaar ontmoeten vanuit je eigen eiland en daarna weer naar huis gaan, zonder eigenlijk echt samen iets duurzaams te creëren.” 

Toekomst: moeilijkheden en dromen

De meer zakelijke kant van de ontwikkeling van re#encounter laat zien hoe complex het is om een artistieke praktijk te realiseren die bewust inzet op kruisbestuiving, gedeeld auteurschap en collectieve kennisvorming. In een cultuursector die sterk leunt op categorieën, formats en herkenbare profielen, worden projecten die zich juist aan die grenzen onttrekken vaak moeilijk leesbaar. Dat werd meteen tastbaar in de subsidieaanvraag voor de opname van een album. Het project past niet in de gebruikelijke kaders van afgelijnde categorieën, duidelijke doelgroepen en een eenduidige artistieke leiding”. Robbe merkt bovendien hoe termen als fusion”, cross-over” en wereldmuziek” vaak verkeerd worden begrepen — als exotisme, als simplificatie, of juist als vrijblijvende mengsoep zonder historische of politieke diepte. Er ontstaat een culturele schijnlogica, en de feedback klinkt dan: er is al iets met gnawa gedaan”. Alsof een hele traditie met één voorstelling kan worden afgevinkt, terwijl niemand ooit beweert dat er al genoeg jazz is gedaan”. Het toont hoe sommige tradities als monolithisch worden bekeken, als iets waarvan één representatie volstaat, terwijl andere als eindeloos vernieuwbaar worden gezien. 

Ook bij het zoeken naar boekingen botst hij op grenzen die niet alleen zijn traject bepalen, maar iets blootleggen over het bredere veld. Programmatoren werken met beperkte middelen, strakke formats en begrijpelijke voorzichtigheid. De programmatorische grenzen staan niet los van een bredere maatschappelijke beweging. De toenemende individualisering in de samenleving maakt dat het steeds moeilijker wordt om projecten te verdedigen waarin het collectieve, het relationele of het hybride centraal staat. Er wordt verwacht dat één persoon het gezicht” wordt van het werk, een herkenbare brand die in communicatie past. Maar juist dat gaat in tegen Robbes artistieke visie én tegen de manieren waarop muziektradities en immaterieel erfgoed functioneren: via gemeenschap, delen, transmissie, en rolwisselingen eerder dan via de figuur van de solistische auteur. De vraag is dan: in welke mate moet je je praktijk aanpassen aan een systeem dat eigenlijk precies die culturele mengvormen tegenwerkt? 

Te midden van die spanningen blijft Robbe dromen. Brussel ziet hij als een laboratorium: een plek waar muzikanten uit verschillende tradities niet alleen samenkomen, maar samen iets nieuws proberen te maken — zonder hiërarchie, zonder dat één stem de rest overstemt. Nu hij de groep muzikanten heeft verbreed, wil hij ook een ander publiek bereiken. Ik ben nu al zo lang naar dezelfde witte zalen aan het sturen,” zegt hij, dat ik soms vergeet dat het ook mijn ambitie was om het publiek te verbreden.” 

Eén van zijn dromen is om de muziek te brengen binnen de context van een gnawa lila. Niet als exotisch spektakel voor een wit publiek, maar als een gedeelde ruimte die gedragen wordt door de bredere gemeenschap rond deze spirituele nachtrituelen. Robbe vertelt hoe hij in april een lila bijwoonde in Brussel: Daar was echt een hele community rond, dat was een fantastische belevenis.” Hij hoopt dat mensen die zo’n lila kennen zijn project meteen zullen herkennen en zich aangesproken voelen, juist omdat hij bewust dicht bij de traditionele opbouw blijft. 

Die keuze komt voort uit verantwoordelijkheidszin. Ja, natuurlijk voel ik verantwoordelijkheid om die traditie juist door te geven”, zegt hij. Hij zoekt naar manieren om improvisatie en vernieuwing toe te laten, zonder het plat te spelen” en de traditie te versimpelen. Daarom wil hij meer jams organiseren, echte gnawa-jams, om uit te testen wat mogelijk is zonder het rituele gewicht te verliezen. Wat hij echt fantastisch zou vinden? Dat de mensen die naar een lila komen het ook op die manier kunnen beleven — misschien met een iets minder harde trance — maar wel als iets dat opnieuw muziek, ritueel, spiritualiteit en gemeenschap bij elkaar brengt.” 

Robbe gaat een podcast maken waarin de verhalen, achtergronden en muziekpraktijken van alle betrokken muzikanten centraal staan. Geen randprogramma, maar een wezenlijk onderdeel van het project. Als je naar de podcast luistert, wil ik dat je de muziek én de muzikanten leert kennen”, zegt hij. Het zou echt een Brusselse podcast worden, een taalbad. Dat zit ook in het project: iedereen zingt in zijn eigen taal. Re#encounter is een Babylonische toren, maar dan in positieve zin.” Zoals Robbe al in de wereld van de gnawa is gedoken, zou hij dat ook bij de anderen willen doen. Iedereen heeft een eigen verhaal, en die verhalen samen maken het grotere verhaal, net dat maakt re#encounter zo interessant.” 

Slot

Het werk van Robbe Latré staat in het teken van beweging: tussen genres, tussen steden, tussen mensen, tussen artistiek en antropologisch denken. Met re#encounter formuleert hij een hedendaags, Brussels antwoord op de vraag hoe muziek vandaag kan verbinden: niet door te vereenvoudigen, maar door de complexiteit te omarmen. Het project laat zien dat echte culturele ontmoeting vraagt om luisteren, leren, delen en durven experimenteren, en dat het proces even belangrijk is als het resultaat. 

Dit praktijkvoorbeeld maakt deel uit van onze reeks over Muziek en podiumkunsten tussen culturen’. In 2025 interviewt CEMPER verschillende beoefenaars binnen de muziek en podiumkunsten die actief zijn in de overdracht van erfgoed tussen culturele contexten.

Als afsluiter organiseren we een uitwisselingsmoment waarbij erfgoeddragers die zich bewegen tussen twee culturen met elkaar in gesprek gaan. Ze delen hun ervaringen over werken binnen én tussen verschillende contexten, over het spanningsveld tussen traditie en vernieuwing, over overdracht, documentatie en nog veel meer.

Ben je geïnteresseerd om deel te nemen of op de hoogte te blijven? Neem dan zeker contact met ons op!

Ook interessant

Peter Hens en Bart Van Caenegem van De Frivole Framboos zitten achter de piano
07 jan 2026

Haha humor: van variété tot cabaret | Erfgoeddag 2026

In het kader van Erfgoeddag 2026 spraken we met Peter Hens over variété, vaudeville, music hall, revue en cabaret; en over zijn carrière met De Frivo…
Lees meer
06 jan 2026

Soundwest: Aan de slag met je muziekarchief?

Zuidwest en CEMPER organiseren een laagdrempelige vormingenreeks omtrent zorg voor het verenigings- of muziekarchief. 
Lees meer
05 jan 2026

Mondelinge geschiedenis als sleutel tot een dansarchief: de nalatenschap van Jeanne Brabants

In het pilootproject 'Archief in dialoog' werd de nalatenschap van dansicoon Jeanne Brabants verrijkt met mondelinge getuigenissen.
Lees meer
02 jan 2026

Zeven generaties in archiefdozen: het nalatenschapsproject van Circus Ronaldo

In 2023 ontving Circus Ronaldo projectsubsidies om aan de slag te gaan met hun erfgoed.
Lees meer