Muziekmuseum Vleeshuis: Klanken van de steden
Muziekmuseum Vleeshuis bevindt zich op een kantelpunt. Op dit moment is het museum gesloten voor restauratie. In de aanloop naar de heropening van het vernieuwde museum in 2030 willen de medewerkers actief meer stemmen, klanken en verhalen verzamelen dan wat tot nu binnen de museummuren werd getoond.
Klanken van de steden als laboratorium
Het meerjarige project Klanken van de Steden vormt daarin een laboratorium. Muziekmuseum Vleeshuis, Muziekinstrumentenmuseum (MIM), Muziekpublique en Merodefestival gaan samen aan de slag met diverse transculturele muziektradities en de personen die ze doorgeven, met als doel deze te integreren in de museumwerking via concerten en tentoonstellingen. We gingen in gesprek met Mirte Maes (conservator) en Maurane Baert (publiekswerker) over de visie en werking van Muziekmuseum Vleeshuis rond inclusie en diversiteit. We zoomden in op de samenwerking en ambities van Klanken van de Steden, een project dat startte in januari 2026.
Van collectie naar stad: een veranderende museumvisie
Het museum toonde lange tijd vooral de bestaande collectie, nu groeit de ambitie om over muziek te vertellen als een verhaal van stedelijke netwerken, sociale contexten en dagelijkse praktijken. Mirte verwoordt het als volgt: “We zijn echt op zoek naar meer verhalen voor het nieuwe museum, omdat het zal gaan over muziek in de stad. We hebben veel verhalen uit de geschiedenis van Antwerpen, maar het Antwerpen van vandaag ontbreekt nog een beetje, en zeker de diversiteit daarin.”
Die verschuiving impliceert ook een andere omgang met erfgoed. Instrumenten worden niet langer louter als esthetische of historische objecten gepresenteerd, maar als dragers van menselijke verhalen: wie maakte ze, wie speelde erop, in welke context klonken ze en hoe leven die praktijken vandaag verder? Deze benadering maakt het mogelijk om verbindingen te leggen tussen verleden en heden, en om herkenning te creëren bij een breder publiek.
Tegelijk is deze verbreding geen eenvoudige oefening. De basisfunctie van het museum blijft onlosmakelijk verbonden met de collectie, wat voortdurend vraagt om afwegingen tussen tonen en vertellen. Zoals Mirte aangeeft: “We zijn het erover eens dat we niet alleen klavecimbels gaan tonen en over de tijd van Rubens gaan praten in Antwerpen. De collectie is historisch gezien op klassieke muziek gericht, maar het is belangrijk om muziek in al haar gedaanten aan bod te laten komen.” Objecten zullen nog altijd een belangrijk deel uitmaken van de museumwerking en daarom streeft het museum ook naar collectieverbreding, onder andere via vakmanschapstrajecten. “Op die manier geven we immaterieel erfgoed door op een bredere en meer tastbare manier”, aldus Mirte.
Inclusie als proces, niet als afvinklijst
Voor Muziekmuseum Vleeshuis is inclusie geen snel te realiseren doel, maar een langdurig leerproces. Maurane benadrukt: “We gebruiken deze periode om vooral veel uit te proberen op verschillende vlakken. Het is ons streefdoel om in 2030 een duidelijk beeld te hebben van de diverse groepen in de stad.” Die openheid laat toe om te experimenteren, fouten te maken en bij te sturen.
Een belangrijk inzicht is dat duurzame samenwerking met gemeenschappen tijd, vertrouwen en nabijheid vraagt. Dat kan niet ‘erbij’ worden gedaan. Daarom investeert het museum in een specifieke community‑buildingrol. Ze kozen bewust voor iemand die zowel muzikaal als erfgoedmatig onderlegd is én het gewoon is om te werken met erfgoedgemeenschappen. “Een specifieke aanpak die voor ons goed werkt, hebben we nog niet volledig uitgeschreven. We gaan daar samen vooral proefondervindelijk mee aan de slag”, aldus Maurane. Vanuit die open houding gaat de nieuwe medewerker actief de stad in om duurzame relaties op te bouwen en bruggen te slaan tussen het museum en diverse muziekgemeenschappen.
Het doel is niet om door het contact met gemeenschappen te werken aan collectie‑uitbreiding of publiekscijfers, maar om oprechte relaties op te bouwen. Mirte verwoordt die ethiek scherp: “Ik vind het niet leuk als de verbreding van de collectie als doel wordt gezien van de relaties die we opbouwen met diverse gemeenschappen. We hopen dat, als we een oprechte relatie hebben met een gemeenschap, mensen vanzelf zin krijgen om iets in een erfgoedcollectie onder te brengen.”
Diezelfde visie vertaalt zich ook in het concept voor het nieuwe museumgebouw. De evenement- en concertzaal is een plek voor eigen programmatie en voor partners en muziekgemeenschappen waarmee Muziekmuseum Vleeshuis samenwerkt. Zonder de verplichting om te resulteren in een tentoonstelling of collectie-uitbreiding, kan de zaal functioneren als een toonplek: een plaats waar muziekgemeenschappen activiteiten kunnen ontplooien op hun eigen tempo en volgens hun eigen logica. Dit is een manier om duurzame relaties op te bouwen en de stad actief in het museum binnen te brengen.
Klanken van de Steden: een interstedelijk en interdisciplinair project
Het project Klanken van de Steden ontstond vanuit een wens om meer diverse verhalen een plek te geven in het museum, maar ook vanuit een gedeelde vaststelling bij de partners: Brussel en Antwerpen kennen gelijkaardige muzikale realiteiten en gemeenschappen, maar werken zelden structureel samen. Mirte legt uit: “We werken vaak op een eiland, terwijl er toch heel veel muzikanten in beide steden actief zijn.”
De partners van het project hadden al kunnen proeven van een samenwerking binnen het project 100 jaar Derroll Adams. Daarbij werd duidelijk dat ze voor elkaar een grote meerwaarde betekenen. Muziekpublique en Merodefestival beschikken over een ruime achterban van muzikanten die Muziekmuseum Vleeshuis en MIM nog niet kennen én hebben ervaring in het organiseren van concerten. Omgekeerd brengen de musea hun expertise en ervaring in op het vlak van tentoonstellingswerking en het vertellen van het erfgoedverhaal achter muziektradities. Maurane vertelt: “Zij wilden meer leren over hoe je content bouwt rond zo’n concert. Hoe zorg je dat dat verder gevalideerd en verankerd wordt? Het ging echt om inhoudelijke uitwisseling: hoe schrijf je een goede tekst, hoe presenteer je een object op een museumwaardige manier, hoe zorg je voor context en veiligheid?” Die expertise bracht verdieping, en liet toe om concerten en expo’s te verbinden. Omgekeerd leren de musea van de muziekorganisaties hoe muziekpraktijken vandaag leven, hoe muzikanten werken en welke noden er bestaan binnen verschillende genres. Kortom: de kruisbestuiving die in gang was gezet binnen het project rond Derroll Adams smaakte naar meer. “Dat is het soort samenwerking waar we samen verder mee wilden experimenteren.”
Het project Klanken van de Steden loopt over drie jaar en omvat zes trajecten rond verschillende muziektradities die in de stedelijke context aanwezig zijn, maar weinig museale zichtbaarheid krijgen. Elke case bestaat uit meerdere componenten: onderzoek en documentatie, performances in beide steden, en een creatieopdracht voor muzikanten. Zo wordt muziek niet alleen uitgevoerd, maar ook actief verder ontwikkeld.
Een centrale ambitie van Klanken van de Steden is het overstijgen van de vluchtigheid van livemuziek. Door expo‑formats, video en mogelijk podcasts worden de trajecten duurzaam vastgelegd. Mirte ziet hierin een duidelijke rol voor het museum: “Door de verbinding te maken tussen de kunstensector en de erfgoedsector krijgt het werk een duurzamer karakter. Wat anders vluchtig of tijdelijk blijft, kan zo worden verankerd in het erfgoedlandschap en worden geborgd.”
De grens tussen kunst en erfgoed blijft complex, mede door verschillende beleidskaders en decreten. Klanken van de Steden positioneert zich expliciet op dat snijvlak, met als ambitie om artistieke praktijken niet alleen te tonen, maar ook duurzaam te verankeren als levend erfgoed.
Muzikanten centraal: fair practice en creatie
De inhoud van het project zal groeien in dialoog met muzikanten die aanwezig zijn in de stad. Het eerste traject (voorjaar 2026) rond Griekse muziek in Antwerpen en Brussel fungeerde als een ‘try‑out’, voortbouwend op bestaande relaties vanuit de samenwerking tussen Vleeshuis en IN ΣKIPPERΣTREET en de schenking van de bouzouki aan het museum. Volgende trajecten, zoals rond Iraanse muziek (najaar 2026), zullen meer verkennend zijn en nieuwe netwerken aanspreken.
Een belangrijk aspect van het project is de nadruk op eerlijke vergoeding en artistieke ruimte voor muzikanten. De partners delen de overtuiging dat muziek in musea geen vrijblijvende ‘extra’ mag zijn. Maurane stelt: “De muzikanten staan op de voorgrond van onze werkingen. Dat was nooit een discussie aan tafel bij het schrijven van het project.”
Elke case bevat een creatieopdracht, waarbij muzikanten worden uitgenodigd om nieuw werk te ontwikkelen of bestaande tradities op een hedendaagse manier te herinterpreteren. Dat kan een compositie zijn, een nieuwe groepssamenstelling of een audiovisueel experiment. Belangrijk is dat het meer is dan een herhaling van een bestaand concertprogramma. Merodefestival en Muziekpublique zullen vervolgens zoeken naar opportuniteiten voor de muziekgroepen om de creaties ook op andere plekken te brengen.
De tijdelijke sluiting van Muziekmuseum Vleeshuis voegt een extra laag toe aan het project. Concerten en kleine tentoonstellingen moeten noodgedwongen op andere locaties plaatsvinden, wat het werken in en met de stad nog versterkt, maar ook extra inspanningen vraagt. Zoals Maurane het verwoordt: “Daardoor moeten we een beetje meer uit onze comfortzone breken dan het MIM.”
Drempels verlagen, zonder cijferfetisj
Hoewel het project kan bijdragen aan publieksverbreding, benadrukken Maurane en Mirte dat succes niet in bezoekersstatistieken wordt uitgedrukt. Het gaat eerder om wie zich welkom voelt, wie zich herkent en wie het museum als relevante plek ervaart.
Toch denken ze zeker dat een meer diverse programmatie effecten zal hebben op de diversiteit in het publiek. Maurane merkt op: “Bij het programma rond Derroll Adams zaten we plots in een folk‑countrypubliek dat we normaal niet over de vloer krijgen.” Zulke ervaringen bevestigen dat het openstellen van het museum voor andere muzikale verhalen ook nieuwe publieken aantrekt.
Naar een open museum in 2030
Klanken van de Steden is geen kant-en-klaar model, maar een leerproces dat richting geeft aan de toekomst van Muziekmuseum Vleeshuis. Het project helpt het muziekmuseum om zijn rol als stedelijke ontmoetingsplek te herdenken, waarin muziek fungeert als brug tussen erfgoed, hedendaagse creatie en diverse gemeenschappen.
Zoals Maurane het samenvat: “Het zou mooi zijn als we in 2030 gezorgd hebben dat er wat arduin is weggekapt, en dat we een meer open, verwelkomende plek zijn waar meer soorten mensen zich thuis voelen.” In die ambitie ligt de kern van de werking en visie van Muziekmuseum Vleeshuis: muziek niet alleen bewaren, maar laten leven – in al haar stedelijke diversiteit.
Dit praktijkvoorbeeld maakt deel uit van onze reeks over Muziek en podiumkunsten tussen culturen. In 2025 en 2026 interviewt CEMPER verschillende (ondersteuners van) beoefenaars binnen de muziek en podiumkunsten die actief zijn in de overdracht van erfgoed tussen culturele contexten.
Ook interessant
Verslag | Algemene Vergadering van de UNESCO-Conventie van 2003 en accreditatie voor CEMPER
Verslag ontmoetingsmoment voor muziek en podiumkunsten met roots buiten België
‘CEMPER connect: onbevangen erfgoedzorg’ - 20 oktober