Transmissie van griotcultuur door Amu Les Griots
Hoe kan immaterieel cultureel erfgoed dat verankerd is in de West-Afrikaanse sociale structuur vandaag verder leven in Europa? Met Amu Les Griots bouwen griot Zouratié Koné en cultureel producent Ombretta Moschella sinds 2016 nationaal en internationaal aan een praktijk waarin de griotcultuur wordt doorgegeven als een levende, hedendaagse en gedeelde ervaring. Hun werk vertrekt steeds vanuit de vraag hoe kunst opnieuw betekenisvol kan zijn binnen het sociale leven. Dit artikel baseert zich op een uitgebreid gesprek met Ombretta Moschella. We gingen in gesprek over de verschillende vormen van overdracht, de spanningen en mogelijkheden die hierbij opduiken, en hoe de toekomst van dit immaterieel erfgoed eruitziet binnen het Belgische culturele landschap.
Zouratié: drager van een belichaamde orale erfenis
Zouratié is een griot afkomstig uit Burkina Faso, deel van het Mandingo-culturele gebied dat zich uitstrekt over Burkina Faso, Mali, Guinee, Senegal en Ivoorkust. Binnen deze samenlevingen vormen griots een aparte groep met een duidelijke maatschappelijke rol: zij zijn de bewaarders van de orale geschiedenis. “Griots zijn de depositarissen van de traditionele orale cultuur. Wat zij doen, is via muziek, dans en storytelling de geschiedenis levend houden”, aldus Ombretta.
Die geschiedenis omvat niet alleen feiten of familiegeschiedenissen, maar ook waarden, sociale structuren en collectieve herinneringen. De griot is aanwezig op sleutelmomenten in het leven van de gemeenschap: huwelijken, feesten, sociale bijeenkomsten. Zijn of haar aanwezigheid heeft een rituele betekenis. “Het is heel belangrijk voor iemand die trouwt om een griot aanwezig te hebben. Dat is bijna magisch: een goede wens, een zegen.”
Hij maakte zich vertrouwd met een groot aantal traditionele instrumenten, die hij zelf vervaardigt: djembé (een West-Afrikaanse handtrommel met een smalle basis en brede bovenkant, bespeeld met de handen), dundun (een grote, cilindervormige trommel uit West-Afrika, vaak met stokken bespeeld, ook wel bas-trommel genoemd), tama (ook wel “talking drum” genoemd, een zandloper-vormige trommel die van toonhoogte verandert als je de koorden aanpast), kora (een snaarinstrument uit West-Afrika, lijkt op een harp met 21 snaren, gespeeld met de vingers), n’goni (een West-Afrikaanse snaarluit, kleiner dan een kora, vaak met 4 – 7 snaren, bespeeld met de vingers), balafon (een houten xylofoon uit West-Afrika met houten balkjes en onderliggende kalebassen als resonatoren, bespeeld met stokken), etc. Hij is innovatief in de bouw van instrumenten: zo maakt en bespeelt hij bijvoorbeeld n’goni’s met meer dan de traditionele 4 tot 7 snaren.
Zijn kennis is niet neergeschreven, maar belichaamd. “Hij heeft alles in zichzelf. Het is alsof hij een powerbank is van honderden ritmes. Hij weet perfect welk instrument wat moet spelen. Alles zit in zijn lichaam, zijn geheugen, zijn ziel.” Die belichaamde kennis vormt de kern van de transmissie die Amu Les Griots vandaag in Europa probeert mogelijk te maken.
Ombretta Moschella: motivatie en engagement
Ombretta Moschella is opgeleid als danser en werkte in Italië, waar zij vandaan komt, in professionele artistieke contexten. Later verschoof haar praktijk naar artistieke productie en begeleiding. Een terugkerende vraag in haar parcours is hoe kunst verbonden kan worden met het dagelijkse leven. “Vaak is er een kloof tussen kunst en het echte leven. Kunst wordt iets voor een kleine, hoogopgeleide groep. Maar iedereen is creatief, en iedereen heeft nood aan momenten om uit de routine te stappen.”
Ombretta verhuisde naar Brussel, waar ze in 2016 Zouratié ontmoette tijdens een concert van Afrikän Protoköl. Die ontmoeting bleek bepalend. “Wat mij zo raakte aan de griotcultuur, is dat kunst daar bestaat omdat de gemeenschap ze nodig heeft. In het westen moet kunst zichzelf bewijzen en moeten kunstenaars hun waarde telkens rechtvaardigen, passend binnen een kapitalistische logica.”
Toen Afrikän Protoköl stopte en Zouratié zonder omkadering achterbleef, nam Ombretta een beslissing. “Zouratié is analfabeet. Hij vond moeilijk aansluiting bij de manier waarop onze samenleving is georganiseerd. Ik heb toen gezegd: oké, we moeten iets doen met deze rijke ervaring en kennis. Ik startte dit avontuur om hem te helpen dit immateriële erfgoed zichtbaar te maken.” In 2017 richtten ze de vzw Amu les Griots op en begonnen ze structureel te werken aan artistieke productie, boekingen, educatieve projecten en internationale samenwerkingen.
Ritueel als vorm van transmissie
Een centrale pijler van Amu Les Griots zijn de workshops muziek en dans. Die worden bewust niet opgevat als lessen, maar als rituelen. “Wanneer ik het woord ritueel gebruik, bedoel ik een ervaring die we samen doormaken. Er is geen scheiding tussen leraar en leerling. We doen het samen.”
De workshops vertrekken vanuit West-Afrikaanse ritmes, maar zijn niet gericht op technische beheersing of certificering. “Het gaat er niet om mensen kennis te geven die ze op een diploma kunnen zetten. Het gaat erom hun eigen competenties te activeren.”
Ombretta vergelijkt de impact van deze workshops met therapeutische processen. “Zo’n workshop van één uur is belangrijk omdat het moment zelf telt. Wat dat kan openen in het leven van iemand, dat is de echte kracht van educatie.” Ze ziet dat mensen dit in onze samenleving nodig hebben, om even uit de dagelijkse ratrace te stappen en aangesproken te worden op hun creativiteit. De focus ligt op gedeelde ervaring en heling — kernwaarden van de griottraditie, vertaald naar een Europese context.
Concerten en fusieprojecten
Zouratié speelt regelmatig concerten in binnen- en buitenland en heeft daarnaast verschillende muzikale creaties ontwikkeld. Hij gebruikt traditionele muziek niet als vaststaand repertoire, maar als vertrekpunt. “Hij speelt geen traditionele muziek om traditioneel te blijven. Hij gebruikt traditie om nieuwe dingen te creëren.”
Sinds 2017 werkte hij samen met verschillende Europese muzikanten, onder wie saxofonist Toine Thys. Hun album Waati (2018) ontstond vanuit improvisatie en wederzijds luisteren. Hierna volgden samenwerkingen met elektronische producers, waaronder de Belg Chris Hammes, bekend als SoFa Elsewhere, en de Italianen Massimiliano Troiani en Pietro Nicosia.
Met het muziektheaterstuk Waati ontwikkelde Ombretta een stuk waarin Zouratié zichtbaar wordt als muzikant én als drager van een cultuur die hier minder bekend is. “Het doel was om te laten merken dat hij aanwezig is in dit land en dat hij iets te vertellen en te delen heeft.” De voorstelling, gemaakt voor het programma van Jeunesses Musicales, richt zich op scholen en families. Het is geen les, geen etnografische voorstelling, en het pretendeert niet om een volledige culturele achtergrond te geven. Maar het doet méér: het creëert ruimte voor ervaring en ontmoeting, waarin kijkers via muziek en ritme leren wat het betekent om griot te zijn — niet als exotisch gegeven, maar als levende praktijk.
Waati betekent in Bambara (één van de Mandingo-talen) ‘tijd’, de voorstelling nodigt het publiek uit om geduld en aandacht te oefenen, en er op te vertrouwen dat alles op zijn tijd komt.
Thomas Jakubczyk, een Belgische muzikant met een sterke affiniteit met West-Afrikaanse muziek, fungeert als brugfiguur tussen Zouratié en het publiek. Thomas groeide op tussen Gambia en België en leerde ritme en cadans ook vanuit orale muzikale tradities. In de voorstelling speelt hij niet alleen, maar stelt hij vragen die uitnodigen tot persoonlijke reflectie. Zoals Ombretta zegt: “Na een lied over voorouders stelt hij vragen: hoe verbind jij je met je voorouders? Zo wordt het verhaal van het lied verbonden met het leven van elke toeschouwer.” Het publiek wordt uitgenodigd hun eigen ervaringen te koppelen aan wat op scène gebeurt, zonder dat er een geïmporteerd verhaal of een ‘les over Afrika’ wordt gegeven. Daarnaast introduceert Thomas ook rapmuziek in het stuk, een genre dat aansluit bij de jongere luisteraars en hun gevoel voor ritme en taal.
Ombretta schreef de voorstelling niet om bewust stereotypen en vooroordelen te bestrijden, maar ontkracht ze impliciet door ervaring en herkenning. Het is geen pedagogische lezing, maar een gedeelde muzikale ruimte waarin klanken, ritmes en interactie de perceptie van cultuur verschuiven. Zoals Ombretta zegt: “Wanneer we ritmes delen, is er geen culturele scheiding meer. Dat is inclusie.” Er is dus geen ‘exotische afstand’, maar een interculturele nabijheid gecreëerd door gedeelde aandacht.
Een versnipperde gemeenschap in Europa
Volgens Ombretta bestaat er in Europa nauwelijks een georganiseerde griotgemeenschap. “Deze mensen zijn hier over het algemeen om te overleven, om geld te sturen naar hun familie. Ze hebben geen tijd om georganiseerd erfgoedwerk te doen en zich te verenigingen.”
Daarnaast vraagt werken in het Europese culturele veld specifieke vaardigheden die niet altijd vanzelfsprekend zijn voor artiesten. “Administratie, netwerking, dossiers voor subisidie-aanvragen — dat zijn muren voor veel muzikanten.” Die drempels zijn niet alleen praktisch, maar ook symbolisch. Ze maken duidelijk hoe sterk het culturele systeem gebouwd is rond schriftelijkheid, bureaucratie en zelfpresentatie, terwijl orale kunstenaars juist werken vanuit belichaamde kennis, collectieve overdracht en verbinding. Zonder ondersteuning dreigt hun praktijk onzichtbaar te blijven of volledig te verdwijnen uit het professionele circuit.
Ombretta neemt in dat spanningsveld bewust een brugfunctie op zich. Niet alleen voor Zouratié, maar ook voor andere artiesten uit de West-Afrikaanse diaspora in België en daarbuiten. Ze ondersteunt hen bij het structureren van hun werk, het zoeken naar middelen en het navigeren door het institutionele landschap.
Over haar samenwerking met Zouratié zegt ze: “Hij blijft in zijn wereld, in zijn artistieke en culturele universum, en ik doe het bruggenwerk.” Die taakverdeling ziet ze niet als uitzonderlijk, maar als essentieel. “Ik denk dat elke artiest iemand nodig heeft die helpt bij de promotie en de vertaling van zijn of haar boodschap. Het is bijna onmogelijk om al die vaardigheden, het artistieke en het administratieve, in één persoon te verenigen.”
Op die manier is Ombretta bezig met het creëren van voorwaarden waarin artistieke en culturele kennis kan blijven bestaan zonder te moeten buigen voor een systeem dat daar niet op is afgestemd. In die zin is haar werk evenzeer erfgoedzorg als artistieke productie: het zichtbaar maken, ondersteunen en duurzaam verankeren van praktijken die anders dreigen te verdwijnen in de marge.
Engagement in Burkina Faso
Het engagement van Ombretta Moschella beperkt zich niet tot de Europese context. Parallel aan haar werk in België probeert ze ook in Burkina Faso bij te dragen aan de structurele versterking van de creatieve en muzikale sector. Volgens Ombretta wordt de waarde van griotcultuur ook daar steeds minder vanzelfsprekend. Jongere generaties kiezen andere levenspaden, sociale structuren veranderen en muzikale kennis die vroeger collectief werd doorgegeven, dreigt versnipperd of verloren te gaan. Ook Zouratiés persoonlijke verhaal weerspiegelt die realiteit: zijn kinderen in Burkina Faso nemen de muzikale traditie niet automatisch over.
“Het zou goed zijn dat er in Burkina Faso academies komen om deze kennis door te geven. Niet alleen omwille van het culturele aspect, maar ook economisch gezien zou dit interessant zijn.” Ombretta beseft dat dit geen eenvoudige doelstelling is. Burkina Faso bevindt zich in een complexe politieke context, met instabiliteit en heroriëntaties op internationaal vlak. Cultureel beleid staat er zelden bovenaan de agenda. Toch blijft Ombretta inzetten op dialoog en uitwisseling met invloedrijke ambtenaren. “Misschien niet morgen, maar over tien of twintig jaar kunnen we het verschil maken.”
Het culturele landschap in België
Ombretta spreekt met waardering over het Belgische culturele landschap. In vergelijking met veel andere landen ervaart zij België als een plek waar ondersteunende structuren bestaan voor muzikanten en artistieke projecten. Ze verwijst onder meer naar instellingen en organisaties die inzetten op begeleiding, internationalisering en professionele ondersteuning, zoals agentschappen die artiesten helpen bij internationale promotie, netwerking en aanwezigheid op muziekbeurzen. Ze is hoopvol over Belgium Booms, de samenwerking tussen VI.BE en Wallonie-Bruxelles Musique, en het verschil dat zij kunnen maken om Vlaanderen en Wallonië dichter bij elkaar te brengen en Belgische artiesten buiten België te promoten.
Tegelijkertijd wijst ze op de grenzen van het systeem. Die structuren zijn in haar ervaring vooral gericht op projectmatige ondersteuning, zichtbaarheid en circulatie binnen bestaande circuits. Voor kunstenaars uit orale tradities, wier praktijk zich ontwikkelt over langere tijd en sterk verbonden is met sociale context, schieten die formats vaak tekort. “Er is geen plek voor orale culturen. Geen huis waar deze praktijken echt kunnen leven en groeien.”
Ze droomt van een fysieke en mentale ruimte waar orale cultuur niet enkel gepresenteerd wordt, maar waar ze zich duurzaam kan ontwikkelen. Een plek waar kunstenaars niet één avond passeren voor een concert, maar waar ze meerdere keren terugkomen, een relatie kunnen opbouwen met een plek en een publiek. In die context ziet zij een belangrijke rol weggelegd voor culturele centra. Niet alleen als programmeerplekken, maar als actieve bemiddelaars tussen kunstenaars en de samenleving. Volgens Ombretta zouden culturele centra kunnen functioneren als plekken waar orale tradities ruimte krijgen.
Dat betekent concreet: herhaalde workshops, ontmoetingen met lokale gemeenschappen, gesprekken en educatieve trajecten naast presentaties. Niet de uitzonderlijke “wereldmuziekavond”, maar een trajectmatige aanpak waarin publiek de tijd krijgt om een artistieke praktijk te leren kennen. “Wat mij interesseert, is niet een concert van twee uur. Wat interessant is, is dat mensen een traject kunnen doorlopen, zich kunnen ontwikkelen en hun eigen creatieve potentieel kunnen ontdekken.”
Ze haalt hiervoor inspiratie uit voorbeelden uit het buitenland, zoals het Haus der Kulturen der Welt in Berlijn, waar ze expliciet ruimte maken voor mondiale en orale culturen, en waar kunstenaars langdurig in dialoog kunnen treden met publiek en andere makers. Ze ziet zo’n huis als een ontmoetingsruimte waar verschillen niet worden uitgevlakt, maar juist zichtbaar en bespreekbaar blijven, en waar kunst opnieuw een sociale functie kan opnemen. Tegelijk benadrukt ze dat de verantwoordelijkheid daarvoor niet uitsluitend bij instellingen ligt. Ook kunstenaars en producenten hebben een rol te spelen in het formuleren van visies, het aangaan van dialoog en het bouwen van netwerken. “Het is ook aan ons om dingen in beweging te zetten.”
Toekomstvisie
Voor Ombretta betekent de toekomst blijven verbinden. “Mijn werk is het verbinden van artistiek proces en samenleving. Dat is wat ik wil blijven doen”, zegt ze. Met Amu Les Griots toont ze hoe transmissie vandaag neerkomt op vertalen: met respect voor de bron én aandacht voor de context waarin die tradities verder leven. Voor de toekomst wil ze deze missie verder internationaal uitdragen. Ze streeft ernaar de promotie van immaterieel cultureel erfgoed te verbinden met de empowerment van creatieve industrieën, onder meer in West-Afrikaanse landen, en ziet Europese projecten als een manier om ervaringen en kennis te delen en verder te ontwikkelen.
Ze benadrukt dat volhouden, netwerkvorming en professionaliteit cruciaal zijn voor muzikanten en podiumkunstenaars, zeker voor wie uit andere culturen komt. “Soms sluiten deuren zich, maar het is belangrijk om manieren te vinden om gehoord te worden, met goed voorbereide presentaties, opnames en professioneel materiaal”, zegt ze. Ook roept ze op om niet in een eigen culturele bubbel te blijven, maar om open te staan voor nieuwe contexten en verbindingen.
In alles staat één idee centraal: culturele tradities zijn levende processen. De toekomst van immaterieel erfgoed ligt in het creëren van ontmoeting waarin tradities kunnen ademen, evolueren en gedeeld worden.
Nieuwsgierig geworden?
Ontdek meer van Zouratié’s muziek en projecten op zijn YouTube-kanaal Zouratié Koné (ZKE!) en op het kanaal van het label Electro Mandingo Records. Bekijk ook deze documentaire over Zouratié als bouwer van zijn eigen instrumenten, gemaakt door Guillaume Van Parys, oprichter van Afrikän Protoköl.
Dit praktijkvoorbeeld maakt deel uit van onze reeks over Muziek en podiumkunsten tussen culturen. In 2025 en 2026 interviewt CEMPER verschillende beoefenaars binnen de muziek en podiumkunsten die actief zijn in de overdracht van erfgoed tussen culturele contexten.
In dat kader organiseren we op 8 juni 2026 een uitwisselingsmoment waarbij erfgoeddragers die zich bewegen tussen twee culturen met elkaar in gesprek gaan. Ze delen hun ervaringen over werken binnen én tussen verschillende contexten, over het spanningsveld tussen traditie en vernieuwing, over overdracht, documentatie en nog veel meer.
Ook interessant
Borgen van folkdans op BalhallaFestival
Online moment Netwerk Danserfgoed
Body of Work 2026 & Dansstroom