Home Nieuws Topstuk voorgesteld: Muziek uit de cisterciënzera…

Topstuk voorgesteld: Muziek uit de cisterciënzerabdij Ten Duinen

Ten Duinen en Ter Doest waren cisterciënzerabdijen met een internationale culturele en religieuze uitstraling. Deze ambitie vertaalde zich in bijzonder rijke bibliotheken met handschriften, later ook gedrukte boeken. Vanaf 1627 vormden de collecties van de abdijen één geheel, een boekenschat van honderden manuscripten die toen reeds bijzonder werd gewaardeerd. (Priem & Vandamme, 2016)

Vandaag worden nog meer dan 500 handschriften uit die collectie bewaard in Brugge. In 2007 werd een antifonarium (zomerdeel), vervaardigd door Johannes van Vreckem, erkend als Vlaams topstuk. In 2015 werd de collectie van 582 handschriften beschermd.

Ten Duinen en Ter Doest

De Duinenabdij werd in 1128 gesticht vanuit een kluizenaarsgemeenschap in de duinen van Koksijde en sloot zich tien jaar later aan bij de cisterciënzerorde (Beernaert, 2002). De abdij bracht twee dochterstichtingen voort: in 1137 de abdij van Clairmarais bij Saint-Omer en in 1175 Ter Doest in Lissewege (Geirnaert & Vandamme, 2002). In de eerste helft van de 13de eeuw telde de Duinengemeenschap reeds 120 monniken en 248 lekenbroeders. De abdij had toen meer dan 10.000 hectare land onder haar beheer en behoorde tot de belangrijkste wolproducenten van Vlaanderen (Beernaert, 2002).

De tweede helft van de 16de eeuw was voor Ten Duinen, Clairmarais en Ter Doest een tijd van rampen, verwaarlozing en vernieling. Tijdens de Beeldenstorm in 1566 trokken gewapende plunderaars een spoor van vernieling in de Duinenabdij. Waarschijnlijk is toen het grootste aantal handschriften vernietigd. De monniken vluchtten naar Brugge, Saint-Omer, Veurne en Nieuwpoort. In 1584 werd het kloosterleven in Nieuwpoort weer aangevat. Daar poogde men de bibliotheek opnieuw samen te brengen en te inventariseren. (Geirnaert & Vandamme, 2002)

De abdij Ter Doest had eveneens te lijden onder de 16de-eeuwse oorlogsgebeurtenissen. De regering in Brussel besliste om deze kloostergemeenschap te laten uitsterven. Het patrimonium van de abdij moest dienen voor het onderhoud van het nieuwe bisdom Brugge dat in 1559 was opgericht. De inkomsten van Ter Doest vielen echter nogal tegen, ook omdat een groot deel van de landerijen in het opstandige Zeeland was gelegen. (Geirnaert & Vandamme, 2002)

In 1597 hervatten de resterende Duinheren hun monastieke leven in de abdijhoeve Ten Bogaerde in Koksijde. De gemeenschap kende een nieuwe intellectuele bloei in het begin van de 17de eeuw. Dankzij het economisch doorzicht van abt Bernard Campmans kwam ze er ook financieel bovenop. Het aantal monniken steeg tot 49 en het intellectuele leven herstelde zich. De hervatting van de vijandelijkheden na het Twaalfjarig Bestand (1609 – 1621) maakte echter het leven in Koksijde heel onveilig. Abt Campmans keek vanaf dan uit naar een rustige en veilige vestiging in een stad. (Beernaert, 2002)

In 1624, toen Ter Doest al meer dan een halve eeuw eigendom was van het bisdom Brugge, sloot abt Campmans een overeenkomst met de Brugse bisschop. Daardoor kon de Duinenabdij het patrimonium van Ter Doest overnemen en zich in Brugge vestigen, in het voormalige toevluchtsoord van Ter Doest. Op die manier fuseerden ook beide bibliotheken (Geirnaert & Vandamme, 2002). Op 3 mei 1627 vestigden de Duinheren zich er definitief, maar in april 1628 werd al gestart met de bouw van een nieuwe abdij (Beernaert, 2002).

Op 15 november 1796 werd de Duinenabdij opgeheven. Het grootste deel van de in 1796 geconfisqueerde Duinenbibliotheek bleef ter plaatse, in de Brugse abdijgebouwen, die een nieuwe bestemming kregen als Ecole centrale. De geleerde schoolbibliotheek werd gevoed met boeken en handschriften van de Duinenbibliotheek en andere geconfisqueerde kerkelijke collecties. In 1804 werd deze schoolbibliotheek door de stad overgenomen en overgebracht naar de gotische zaal van het stadhuis, waar ze in 1819 als stadsbibliotheek werd opengesteld. Vandaag vormen de handschriften en oude drukken van de Duinenabdij (en van Ter Doest) nog steeds het kernbezit van het Historisch Fonds, de historische bibliotheekcollectie van de Openbare Bibliotheek Brugge. (Geirnaert & Vandamme, 2002)

Na de opheffing van de Duinenabdij in 1796 poogden Duinenheren in Brugge en andere plaatsen een nieuw bestaan op te bouwen. Enkelen onder hen hadden delen van het patrimonium met zich meegenomen. Het kunstkabinet, met onder meer de preciosa uit de bibliotheek, was in handen van Nikloaas de Roover († 1833), de laatste overlevende monnik van Ten Duinen. Zijn erfgenamen droegen het over aan de eerste bisschop van het pas heropgerichte bisdom Brugge (1833). Bisschop Boussen bracht deze boekenschat onder in het Grootseminarie, eveneens opgericht in 1833 in de gebouwen van de voormalige cisterciënzerabdij Ten Duinen. (Geirnaert & Vandamme, 2002)

Ruïnes van Ten Duinen | © Herman.vandenbroeck, via Wikimedia Commons

Antifonarium (zomerdeel)

Het handschrift GS73/32 wordt bewaard in het Grootseminarie en werd reeds in 2007 op de Vlaamse Topstukkenlijst gezet. In de literatuur wordt het meestal vermeld als antifonarium’, hoewel het qua inhoud eveneens gezangen bevat die in een graduale thuishoren. Het bevat immers zowel officie- als misgezangen, geschreven in kwadraatnotatie op vier lijnen. (Mannaerts, 2007)

Het eerste deel van dit handschrift (ff 1v-116r) is het zomerdeel van het temporale. Het temporale begint op de eerste zondag van de advent en omvat de vieringen op zon- en feestdagen waarin het leven van Christus wordt herdacht. Het zomerdeel heeft betrekking op het tweede deel van het kerkelijk jaar, vanaf Pasen. Het tweede deel (ff 116r-123r) bevat misgezangen. Het begint met In dedicatione templi, gevolgd door het Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei. Het derde deel (ff 129r-137v) omvat verscheidene hymnen voor de Terts. Dezelfde hymnen komen voor in het handschrift GS78/182 (zie onder). (Dewitte, 2002; Lambrecht & Strubbe, 2009)

Uit het colofon op folio 137v blijkt dat dit handschrift in 1525 werd vervaardigd door frater Johannes van Vreckem voor zijn confrater Johannes Hugonis: Hunc librum conscripsit frater Johannes van Vreckem, expensis fratribus Johannis Hugonis, et ad usum ipsius, anno Domin XVC XXV”. Ook het kleine formaat van dit manuscript (12x17cm) wijst op persoonlijk gebruik. De band bestaat uit eiken borden die met leder overtrokken zijn. De platten zijn versierd met panelen omgeven door wijnranken en het opschrift Ob laudem Christi librum hunc recte ligavi Ludovicus Bloc” [Ter ere van Christus heb ik dit boek correct ingebonden. Ludovicus Bloc]. Bloc was een vrij bekende boekbinder in Brugge in de periode 1484 – 1528. (Dewitte, 2002; Stad Brugge, 1981)

Muziek in kwadraatnotatie op vier lijnen. Centraal links op het blad een miniatuur van de letter S in het goud op een blauwe achtergrond, en in het midden daarvan een witte duif.
Op folio 40r, bij de Mis op Pinksteren, staat een initiaal met een witte duif, die de verrijzenis voorstelt | © Grootseminarie Brugge, via Mmmonk

Andere muzikale handschriften

Hoe groot de handschriftencollecties van Ten Duinen en Ter Doest ooit waren, is niet bekend. Wel zijn er vandaag meer dan 500 handschriften bewaard gebleven in de Openbare Bibliotheek van Brugge (OB) en het Grootseminarie (GS). Het is zeldzaam dat er zoveel handschriften uit één middeleeuwse bibliotheek bewaard worden. Daarom werd de collectie van 582 handschriften in 2015 op de Vlaamse Topstukkenlijst gezet. Een groot deel van de collectie is gedigitaliseerd en online toegankelijk via Mmmonk, een databank waarop middeleeuwse manuscripten van de abdijen Ten Duinen, Ter Doest, Sint-Pieters en Sint-Baafs digitaal ontsloten worden.

Deze collectie bevat onder andere muzikale handschriften. Bovengenoemd antifonarium-graduale is het enige dat uitsluitend muzieknotatie bevat. Daarnaast zijn er verschillende teksthandschriften waar muzieknotatie onderdeel van uitmaakt:

  • OB139: Monita sancti Effrem en Acta sancti Iohannis Alexandri episcopi … Anastasio peccatori interpretari precepit (Ten Duinen, 12de eeuw, 86 ff). Folio 86rv bevat 13de-eeuwse antifonen met hoefnagelnotatie op vier lijnen.
  • OB307: Horae diurnae (Ter Doest, 13de eeuw, 130 ff). Folio 90v bevat muziek met hoefnagelnotatie op vier lijnen.
  • OB311: Missale cisterciense (Ten Duinen, 12de-13de eeuw, 214 ff). Dit missale bevat tussen folio’s 129r en 145r diverse liederen met kwadraatnotatie op twee, drie en vier lijnen: ff 129r-131r bevatten gebeden en hymnen van een latere hand; ff 140r-143r bevatten partituren en op ff 144v-145r staat het Pater Noster.
  • OB339: Rituale cisterciense (Ten Duinen, 15de eeuw, 87 ff). Folio’s 35rv (prefatio), 42v-44r (prefatio) en 50r-51r (Pater noster) bevatten kwadraatnotatie op drie lijnen.
  • OB406: Vita sancti Gregorii (Ter Doest, 12de eeuw, 66 ff). Folio 65v bevat een hymne met hoefnagelnotatie op vier lijnen.
  • GS49/18: Missale Cisterciense (Ter Doest, 15de eeuw, 376 ff). Dit missale bevat van folio’s 190r tot 200v gezangen voor de mis van Pasen, met kwadraatnotatie op vier lijnen. De Canon Missae (onderdeel van de Heilige Mis) bevat ook kwadraatnotatie op folio’s 203v tot 204v.
  • GS50/66: Missale Cisterciense (Ten Duinen, 15de eeuw, 186 ff). Dit missale bevat kwadraatnotatie op drie en vier lijnen op ff 33v-42v (Prefationes, communicantes, Hanc igitur, Pater noster, Gloria et Credo) en ff 168r-175r (Prefationes, Pater noster).
  • GS51/9: Missale Cisterciense [winterdeel] (Ten Duinen, 1547, 166 ff). Op ff 76r-80v (Communicantes en Hanc igitur) en 84v-86r (Canon missae) staat kwadraatnotatie op drie lijnen.
  • GS52/46: Missale Cisterciense [winterdeel] (Ten Duinen, 15de eeuw, 242 ff). In dit missale staat kwadraatnotatie op vier lijnen op ff 153v-157v (Prefationes, communicantes en Hanc igitur) en 160v-161v (Canon missae).
  • GS54/100: Breviarium Cisterciense (13de eeuw, 373 ff). In dit brevier staan officiegezangen voor drie feesten, met kwadraatnotatie op vier lijnen (ff 271v-282v, 308r-319v en 328v-338v). Het handschrift kan echter — op basis van het obituarium (jaargetijdenboek) — toegeschreven worden aan de cisterciënzerinnenabdij van Spermalie (Mannaerts, 2007).
  • GS55/171: [Breviarium cisterciense] (13de eeuw, 241 ff). Op folio’s 7r, 8r, 9r, 33rv, 48v, 57rv, 64v, 71rv, 80r, 84rv, 98rv, 111v-112v, 127rv, 138rv en 232v-238v zijn in een latere (15de-eeuwse?) hand motetten en responsoriën toegevoegd, in hoefnagelnotatie op vier lijnen.
  • GS77/98: Officium Divinum. Libri varii, quibus sub Officio Divino utitur Ordo Cisterciensis, [rituale] (Ten Duinen, 14de eeuw, 118 ff). Het Officium pro fidelibus defunctis (dodenofficie) van dit rituale bevat kwadraatnotatie op vier lijnen (ff 47r-75v).
  • GS78/182: Officium Divinum. Libri varii, quibus sub Officio Divino utitur Ordo Cisterciensis [Rituale en gezangen] (Ter Doest, 16de eeuw, 168 ff). In dit handschrift staat kwadraatnotatie op vier lijnen op folio’s 53r-167v (Processiën, Pro quibuscumque tribulationibus, Hymnen en Antifonen voor de Terts). Het binnenste schutblad vooraan en folio 167v bevatten kwadraatnotatie op vier lijnen in 16de- of 17de-eeuwse handen.
  • GS111/178: Libellus sancti thome de aquino de sortibus (12de-14de eeuw, 38ff). Dit is een muziektheoretisch handschrift (zie onder) en is het enige handschrift uit deze collectie met alfabetische letternotatie (ff 26rv en 32r) en neumen (f 32rv).
Tekst in zwarte en rode inkt, met daaronder hoefnagelnotatie in zwarte inkt op vier lijnen, met rode maatstrepen
Hoefnagelnotatie op folio 80r in GS55/171 | © Grootseminarie Brugge, via Mmmonk

Bladmuziek die niet meer gebruikt werd, werd vaak gerecupereerd om boeken te (her)inbinden. Daarom vind je ook regelmatig muzieknotatie op dek- en schutbladen. Zo ook in de collecties van Ten Duinen en Ter Doest:

  • OB092: Tractatus magistri Alani de diuersa significatione vocabulorum sacre scripture secundum ordinem alphabeti (Ter Doest, 13de eeuw, 79 ff). Het voorste dekblad is afkomstig uit een antifonarium en bevat een rijkelijk gedecoreerde initiaal en kwadraatnotatie op vier lijnen.
  • OB130: Libri beati Bernardi de consideratione cum Miraculis beati Eugenii papae III (Ten Duinen, 12de eeuw, 112 ff). Het achterdekblad bevat muzieknotatie.
  • OB343: Expositio orationis dominice, en andere teksten (Ten Duinen, 15de eeuw, 163 ff). Het voordekblad en de schutbladen zijn afkomstig uit een zangboek en bevatten hymnes met muzieknotatie, waaronder O quam suauis est Domine Spiritus tuus, Noctis recolitur cena nouissima en Posuit fines tuos pacem.
  • OB471: Diete particulares. Speculum medicine et Macer de virtutibus herbarum (Ter Doest, 13de eeuw, 95 ff). Het achterdekblad bevat een fragment uit de 13de eeuw met een hymne aan Maria, in kwadraatnotatie op vier lijnen.
Verticaal op het blad staat muziek in kwadraatnotatie in zwarte inkt op vier rode lijnen
Het voordekblad en de schutbladen van OB343 zijn afkomstig uit een zangboek | © Openbare Bibliotheek Brugge, via Mmmonk

In hun tijd waren Ten Duinen en Ter Doest de belangrijkste centra voor muziektheorie in Vlaanderen. De middeleeuwse muziektheorie heeft als belangrijkste autoriteiten drie aartsvaders’ uit de late Oudheid en vroege Middeleeuwen: Boethius (ca. 480-ca. 530), Cassiodorus (ca. 485-сa. 580) en Isidorus van Sevilla (ca. 599 – 636). Met name in monastieke context bleek er voor Boethius een vrij grote belangstelling. Zo is zijn De institutione musica in talrijke handschriften uit Noord-Frankrijk overgeleverd. Meerdere Duinen-handschriften bevatten redacties van deze tekst. (Mannaerts, 2007) We vinden dus ook muziektheoretische handschriften terug in de collectie:

  • OB74: Nicholaus super Lucam. … et magister Symon Tornacen. super simbolum (Ter Doest, 13de eeuw, 95 ff). Dit is een is een samengesteld manuscript, dat vijf teksten van verschillende aard combineert. Op folio 79v staat een Note relative au plain chant.
  • OB528: Compotus Magistri Conrardi. Liber de natura planetarum et signorum (Ter Doest, 13de eeuw, 59 ff). Dit handschrift bevat fragmenten uit Boethius’ De institutione musica, zeer uitvoerig geglosseerd met fragmenten uit de Micrologus van Guido van Arezzo (ca 991 — na 1033) en De mensurabili musica van Johannes de Garlandia (ca 1270 – 1320). Aan de hand van Boethius’ tekst wordt met behulp van uitvoerige randglossen en notenvoorbeelden een commentaar gegeven op de mensurale muziek — die ten tijde van Boethius uiteraard nog niet bestond — uit de 13de-eeuwse Parijse Notre Dameschool. De tekst zou uit Parijse milieus afkomstig zijn, en werd mogelijk door Brugse studenten meegebracht naar Ter Doest. (Mannaerts, 2007)
  • OB531: [De musica met glossen; Enchirias; De organo] (Ten Duinen, 10de eeuw, 61 ff). Deze codex bevat de zogenaamde Glossa maior in institutionem musicam Boethii, de grondtekst van Boethius voorzien van een zeer uitvoerige commentaar. Verder bevat het twee kortere traktaten, beide ook zeldzame stukken, de Musicae enchiriadis elaboratio Parisiensis uit de 10de eeuw, en het Parijse Tractatus de organo. (Mannaerts, 2007)
  • OB546: Morale scolarium Iohannis de Garlandia. Dictionnarius eiusdem. Clavis compendii et misteria ipsius. Quedam dictamina et multi alii tractatus in grammatica (Ter Doest, 13de eeuw, 174 ff). Op folio’s 81v-82r staat de Commentarius van Johannes de Garlandia.
  • GS110/80: Musica boecii (Ter Doest, 12de eeuw, 72 ff). Behalve Boethius’ De instituione musica bevat het diens grafschrift (Epitaphium Boethii, folio 11), twee anonieme traktaten (Musica est divisio vocum, ff 59v-69, en Mensure monochordi, ff 69 – 70), en een aantal schema’s van interval- en oktaafsystemen (ff 70v-72). (Mannaerts, 2007)
  • GS111/178: Libellus sancti thome de aquino de sortibus (Ter Doest, 12de-14de eeuw, 38ff). Dit is een verzamelhandschrift waarin Thomas van Aquino’s De sortibus de eerste plaats inneemt, gevolgd door een anoniem traktaat (Arithmetica et Geometrica et Geomantia). In dit laatste traktaat is een katern tussengevoegd (ff 25r- 32v) die naast een korte tekst over wiskunde (ff 27v ‑31v) een aantal muzikale items bevat: Guidonische handen, twee didactische liederen over intervallen, een sequens, een agnus-trope, een conductus-test die mogelijk gerelateerd is aan de Parijse Notre-Dame, een gedicht van Walter van Châtillon en drinkliederen uit de Carmina Burana. (Mannaerts, 2007)
Liedtekst in zwarte inkt met daarboven de toonhoogte aangeduid in alfabetische letternotatie
Alfabetische letternotatie in GS111/178 | © Grootseminarie Brugge, via Mmmonk

Het aantal bewaarde handschriften dat het muzikale leven aan de abdijen Ten Duinen en Ter Doest documenteert is relatief klein. Toch tonen de handschriften de verscheidenheid aan muzieknotatietypes waarmee de cisterciënzers bekend waren. Ook laten de handschriften, met name GS111/178, een grote variëteit aan muzikale en poëtische genres zien. We mogen aannemen dat deze veelzijdigheid wellicht een reflectie is van muziektheoretisch en poëtisch repertoire dat circuleerde in de Parijse studentenkringen van de 14de eeuw. Nauwgezet en gedetailleerd onderzoek van de bronnen kan verder informatie aan het licht brengen. (Mannaerts, 2007)

Bronnen en literatuur

  • Beernaert, B. (2002). Abdij Ten Duinen in Brugge: de onvoltooide droom van abt Bernard Campmans – Een historische monumentenbeschrijving. In L. Busine (Red.), Besloten wereld, open boeken (pp. 34 – 35).
  • Derolez, A. (2004). Ten Duinen of Ter Doest? De herkomst van de handschriften in de Openbare Bibliotheek en het Grootseminarie te Brugge. Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis, 141(3 – 4), 219 – 277. doi: https://doi.org/10.21825/hvgg.v141i34.19038
  • Dewitte, A. (2002). Catalogus. In L. Busine (Red.), Besloten wereld, open boeken (pp. 171).
  • Geirnaert, N., & Vandamme, L. (2002). Cisterciënzerbibliotheken in het middeleeuwse Vlaanderen: handschriften uit de abdijen Ten Duinen, Ter Doest en Clairmarais. In L. Busine (Red.), Besloten wereld, open boeken (pp.57 – 78).
  • Lambrecht, J. & Strubbe, E.I. (2009). Catalogus van de handschriften van het Grootseminarie Brugge. Openbare Bibliotheek Brugge.
  • Mannaerts, P. (2007). Muziek en muziektheorie in handschriften uit Ten Duinen en Ter Doest. Novi Monasterii, 6, 3 – 20.
  • Stad Brugge. (1981). Vlaamse kunst op perkament: handschriften en miniaturen te Brugge van de 12de tot de 16de eeuw.
  • Topstukkendatabank. (z.d.a). Middeleeuwse bibliotheek van de cisterciënzerabdijen Ten Duinen.
  • Topstukkendatabank. (z.d.b). Antifonarium (zomerdeel).
  • Priem, K., & Vandamme, L. (2016). Woord vooraf. In D. Van Belleghem (Red.), De Duinenhandschriften : over de manuscripten van de cisterciënzerabdij Ten Duinen in het Grootseminarie Brugge en de Openbare bibliotheek Brugge (pp. 2 – 3). Openbare Bibliotheek Brugge.

Ook interessant

Peter Hens en Bart Van Caenegem van De Frivole Framboos zitten achter de piano
07 jan 2026

Haha humor: van variété tot cabaret | Erfgoeddag 2026

In het kader van Erfgoeddag 2026 spraken we met Peter Hens over variété, vaudeville, music hall, revue en cabaret; en over zijn carrière met De Frivo…
Lees meer
19 dec 2025

Topstuk voorgesteld: Liber Boonen

Bijzonder in het 'Liber Boonen' zijn de beschrijvingen en waterverftekeningen van de Leuvens ommegang van 1594, die met zijn tableaux vivants en opvo…
Lees meer
15 dec 2025

Amadou: een vertelling tussen twee werelden

Met Amadou brengt Aminata Demba een eeuwenoude verteltraditie naar het podium: die van de griots, de vertellers van West-Afrika.
Lees meer
12 dec 2025

Haha humor & opera | Erfgoeddag 2026

We spraken met Tom Goossens over zijn ervaring met komische opera’s en verkennen diverse komische operagenres.  
Lees meer