Home Nieuws “De meeste beiaarden kan je nu met de vingers bes…

“De meeste beiaarden kan je nu met de vingers bespelen en niet alleen met de vuisten”

Koen Van Assche maakte van zijn passie zijn werk: als dertienjarige begon hij met lessen aan de beiaardschool van Mechelen, hij is ondertussen (stads)beiaardier en geeft beiaardlessen in verschillende scholen. Koen ontving ons in Museum Vleeshuis voor een interview over zijn passie en over de beiaardgeschiedenis van Antwerpen.

Koen Van Assche bij het 18de-eeuwse klavier dat in 2012 erkend werd als topstuk

Hoe ben je beiaardier geworden?

Ik kom uit Mortsel en zong vroeger in het kinderkoor van de Opera. Ik kwam dus vaak in het centrum van Antwerpen en luisterde regelmatig naar de beiaard. Toen ik dertien was, kreeg ik de baard in de keel en mocht ik niet langer in het kinderkoor zingen. Het geluid van de beiaard was me bijgebleven en ik besloot toen dat ik het instrument wou leren spelen. Internet bestond nog niet, dus ik plaatste een oproep in Het Nieuwsblad. Daarop kwam reactie van iemand van de beiaardschool van Mechelen. Normaal gezien moest je minstens achttien jaar zijn om daar te starten (nu geven we al initiaties vanaf zeven jaar). Maar gelukkig liet de nieuwe directeur en toenmalig stadsbeiaardier van Antwerpen, Jo Haazen, mij toch proberen. Ik ben daar volledig voor gegaan en op mijn 18de studeerde ik af als beiaardier. Ik had meteen mijn eerste beiaardbaan in Herentals, waar ik nog altijd speel. Ondertussen ben ik ook stadsbeiaardier van Antwerpen (samen met Liesbeth Janssens), Lier en Turnhout.”

Wat zijn jouw taken als stadsbeiaardier van Antwerpen?

We hebben drie bespelingen per week: op maandag, woensdag en vrijdag, telkens van 12 uur tot 13 uur. In de zomer spelen we ook maandagavondconcerten. Die concerten waren erg populair. Van de jaren 70 tot de jaren 90 was het dé uitgangsavond. Duizenden mensen trokken op maandagavond naar het centrum van Antwerpen. Ook mijn ouders namen me mee. Maar uiteindelijk is het uit zijn voegen gebarsten: er kwamen steeds meer mensen en er ontstonden gevechten. De stad heeft toen beslist om de concerten een uur vroeger te laten plaatsvinden, van 20u tot 21u. En het is moeilijk te verklaren, maar toen is die grote toeloop gestopt. Veel mensen denken nu dat de maandagavondconcerten niet meer bestaan, maar ze zijn altijd blijven doorgaan.

Naast de vaste concerten hebben we ook regelmatig projecten via Museum Vleeshuis. Zo werkte ik al samen met Jeroen Malaise. Hij is componist, docent aan het conservatorium van Antwerpen en ambassadeur van de Pleyelvleugelpiano die hier staat. Samen hebben we gewerkt aan nieuwe composities. We werken ook met studenten van het conservatorium die composities schrijven voor beiaard.”

Kom je ook in aanraking met de museumstukken die hier staan?

Ja, in de eerste plaats kom ik hier veel met mijn studenten. Ik neem hen mee naar het museum en vertel hun over de geschiedenis van de beiaard. Daarnaast heb ik het 18de-eeuwse beiaardklavier (dat in 2012 erkend werd als Vlaams topstuk) grondig bestudeerd. Op basis van de studie hebben we in 2014 een reconstructie gemaakt van het historische klavier. Daarbij namen we onder andere de lengte en de vorm van de toetsen over. Die reconstructie wordt nu gebruikt in de toren.”

Het klavier werd gebouwd in opdracht van Joannes De Gruijtters | Collectie Stad Antwerpen, Museum Vleeshuis | Klank van de Stad

Hoe zijn beiaardklavieren geëvolueerd doorheen de tijd?

Doorheen meer dan 500 jaar beiaardgeschiedenis is er eigenlijk niets veranderd aan het principe van beiaardklavieren. Er is bijvoorbeeld wel geëxperimenteerd met de diepgang van de toetsen. Dat is hoe diep je de toets kan indrukken voordat de klepel tegen de klok komt.

Als je het 18de-eeuwse klavier vergelijkt met het nieuwe klavier dat we in 2014 lieten maken, zijn ze qua uitzicht hetzelfde. Intern zijn ze wel verschillend. Zo had het historische klavier een houten frame. Wanneer de houten toetsen tegen het houten frame kwamen, moet dat ontzettend veel lawaai gemaakt hebben. Het klavier uit 2014 heeft een metalen frame met vilt, wat dus minder geluid maakt.

Verder is de verbinding tussen de toetsen en de klepel anders. Aan de toetsen vertrekken kabels die verticaal omhooggaan, want de klokken hangen meestal boven het klavier. Maar die kabel moet bij de klepel horizontaal toekomen. Dat gebeurt met behulp van tuimelaars. Tegenwoordig worden verschuifbare tuimelaars gebruikt om de ideale hoek te bekomen voor de klepelbeweging. Er zijn nu ook tuimelassen met kogellagers. Die bestaan uit allemaal kleine bolletjes die zorgen voor een soepelere beweging. Door die nieuwe technieken, kan je de beiaard subtieler bespelen. De meeste beiaarden kan je nu ook met de vingers bespelen en niet alleen met de vuisten. Ik ben zelf een grote voorstander van die speeltechniek.

Een andere recente ontwikkeling is een nieuw soort draadregelaar. Zo’n draadregelaar is nodig omdat de kabels waarmee de toetsen en klepels verbonden zijn erg gevoelig zijn voor temperatuurwisselingen. Een klein verschil in temperatuur kan er al voor zorgen dat de kabels krimpen of uitzetten. Een draadregelaar is een kleine cilinder die boven de toets hangt. Wanneer je die cilinder een kwartslag draait, maak je de kabel korter of langer met 1/​12de millimeter.”

Wat kan je vertellen over de geschiedenis van de beiaard in Antwerpen?

Er hingen al lang klokken in de torens die vooral gebruikt werden in functie van kerkdiensten. In begin van de 15de eeuw werd er al gesproken van beieren’. Dat was toen nog met touwen die met de handen en voeten bediend werden. Uiteindelijk is dat uitgegroeid tot een beiaardklavier. Er zijn enkele theorieën waarom dat klavier in de Lage Landen ontstaan is, zoals de overeenkomsten met het bouwen van weefgetouwen, of de aanwezige kennis van houtbewerkingstechnieken.

De eerste keer dat er in stadsrekeningen van Antwerpen melding wordt gemaakt van een beiaardier, was in 1481. Toen werd een zekere Eliseus aangesteld als kerkbeiaardier. De eerste melding van de installatie van een beiaardklavier was pas in 1510 in Oudenaarde.

Lang nadat de torenachthoek van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in 1507 voltooid werd, heeft ook de stad haar eigen beiaard met een aparte klavierkamer geïnstalleerd. Sindsdien had Antwerpen zowel een kerkbeiaard als een stads- of kermisbeiaard. Afhankelijk van de gelegenheid werd bepaald welke bespeeld moest worden.

In het midden van de 17de eeuw werden nieuwe klokken voor zowel de kerkbeiaard als de stadsbeiaard gegoten door de gebroeders Hemony. In 1751 liet de stadsbeiaardier van Antwerpen, Joannes de Gruijtters, de stadsbeiaard uitbreiden met drie kleine klokjes, die gegoten werden door de Brugse Joris Dumery. Voor die uitbreiding was een nieuw klavier nodig met drie bijkomende toetsen. In 1767 kreeg ook de kerkbeiaard een nieuw klavier. Toen de klavieren op hun beurt vervangen werden, moet er toch iemand geweest zijn die het de moeite vond om ze bij te houden. Want het 18de-eeuwse klavier van de stadsbeiaard staat nu in de permanente tentoonstelling van Museum Vleeshuis.

Het was een lange periode dat er twee beiaarden in de toren hingen. Totdat in 1957 het grootste deel van de klokken van de kerkbeiaard in bruikleen werd gegeven aan de kerk van Hoogstraten. Die klokken hangen er nog altijd. Twee jaar geleden is die trouwens gerestaureerd waarbij hetzelfde klavier is geplaatst dat in 2014 in Antwerpen is gemaakt.”

Ook interessant

20 feb. 2024

Topstuk in de kijker: Grisildis gedicht en liederen

Antonius Ghijselers verzamelde in 1517-1518 25 van zijn gedichten en liederen in een handschrift. Dat werd in 2007 erkend als Vlaams topstuk.
Lees meer
08 feb. 2024

De unieke muziekcollectie van de Openbare bibliotheek van Kortrijk

Vinyl en cd’s: de Bib Kortrijk bewaart ze allemaal.
Lees meer
25 jan. 2024

Topstuk in de kijker: ’t Dor wert groeyende

Hubert Meeus en Timothy De Paepe vertellen over ‘t Dor wert groeyende, een verzamelhandschrift van de Lierse rederijkerskamer De Groeiende Boom.
Lees meer
13 dec. 2023

Cellobouwer Tim Duerinck combineert het klassieke ambacht met nieuwe productietechnieken

We gingen langs in het pop-upatelier van Tim Duerinck waar hij ons vertelde over zijn onderzoek en productietechnieken.
Lees meer