Home Nieuws Use it and/or lose it – Creatief (her)gebruik van…

Use it and/or lose it – Creatief (her)gebruik van Erfgoed

Erfgoed bestaat niet in isolatie, maar krijgt haar waarde door de context waarin het wordt getoond of gebruikt. Door creatief hergebruik ontstaan dan weer nieuwe netwerken en contexten. Tijdens CEMPER connect op 20 oktober 2026 hoorden we drie verhalen rond (her)gebruik van erfgoed. 

De sessie werd in goede banen geleid door Marc Jacobs (Erfgoedstudies UA en VUB), die alles goed wist samen te vatten: de erfgoedmakers zijn het netwerk van mensen die zowel zichtbaar als onzichtbaar zijn, en door slechts enkele objecten en spelers uit het netwerk te belichten, verlies je waardevolle context en verkleint de kans op uitwisseling.

© CEMPER

De EMS Synthi100 van IPEM Gent

Bart Moens en Ivan Schepers lichtten in hun lezing toe hoe net het actief gebruiken van een object met grote erfgoedwaarde actieve interesse en interactie kan aanwakkeren. De Synthi100 werd in Londen geproduceerd in de vroege jaren 70. IPEM is in het bezit van het laatste model waarvan slechts een dertigtal stuks werden aangemaakt. De ontwikkeling van synthesizers werd door Schepers beschreven als het gevolg van steeds meer elektronische apparaten die in muziekproductie werden benut, maar die allemaal hun eigen spanningsbron hadden en bijgevolg elkaar licht tegenwerkten. Door iets te ontwikkelen waar slechts één spanningsbron voor nodig was, kon veel stabieler worden gecomponeerd. Dat verklaarde ook waarom bij aanvang IPEM actiever betrokken was bij de ingenieurs dan bij de musicologen, het waren net die technische skills die nodig waren om een toestel als de Synthi100 te gebruiken en te onderhouden. Vroeger moest je voor dat soort materiaal wel naar een organisatie als IPEM. Mettertijd ontwikkelden bedrijven zoals YAMAHA compactere modellen. En vandaag de dag kan er met een computer of laptop al veel meer. 

In hun presentatie liet Moens ons zien op welke manier ze bij IPEM het erfgoed van niet alleen de Synthi100, maar ook ander materiaal, actief bleven houden. Zo creëerden ze bijvoorbeeld voor de EMT140 een VR-omgeving via dewelke een galmplaat die bij hen in het labo staat vanop afstand op het AntennA Festival kon worden bediend. Vanaf 2010 werden steeds vaker projecten met de Synthi ondernomen, maar het was nadat de broers Dewaele van Soulwax interesse hadden getoond dat een golf aan interesse voor gebruik en presentatie van de synthesizer merkbaar was. Waar de timing van Soulwax goed was – de Synthi werd tijdelijk bij hen in de studio gestockeerd en gerestaureerd tijdens de verhuis van IPEM naar De Krook – vroeg de hernieuwde interesse wel om een andere aanpak. Een combinatie van presentatiedagen zoals op Wintercircus (2024) of Deep Listening Night (2026), met repetitiedagen bij IPEM zelf maakte dat er een plan van aanpak en framework was om activatie van dit erfgoed mogelijk te maken. De artiesten noteerden de configuratie van hun creaties op dope sheets, die tijdens het presentatiemoment konden worden gebruikt om opnieuw te creëren wat in de labo’s bij IPEM tot stand kwam. 

Kostuumontwerp als erfgoed

Chris Snik, docent kostuumontwerp aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, startte haar presentatie met een kleine bevraging: Wat is een kostuum eigenlijk? Kostuumontwerp betreft kleding die gemaakt en gedragen wordt in functie van een ander medium en ook ander erfgoed, zoals podium, dans en muziek. Mode kan een rol spelen in kostuums, maar mode is meer een expressievorm op zich. Kostuums halen hun betekenis uit een specifiek geheel en de context waarin ze zich bevinden. Maar wat is dan het erfgoed van het kostuum, enkel het kostuum zelf of ook het erfgoed erachter? En ​‘van wie’ is dat erfgoed dan? Van de ontwerper, van de maker, of van de drager? Of van de productie waarvoor het gecreëerd is? 

Kostuums kunnen een performer transformeren en kunnen helpen om weer te geven wat het gevoel of de emotie van een personage is, en in welk stadium zij zich bevinden. Het kan ook sociale verhoudingen of tijdsaanduidingen aangeven. Aan de hand van een fragment uit Les Pêcheurs de Perles (Bizet, uitgevoerd door FC Bergman, 2024) illustreert Chris Snik deze impressies. Maar, voegt ze toe, de ervaring van het publiek kan niet louter door beeldopname worden vastgelegd. Film is wat dat betreft een ander medium, waarbij het een rol speelt hoe een camera kostuums in beeld brengt, wanneer ze inzoomen op een slijtage, of blijven hangen op een lichtinval die het kostuum beïnvloedt. Het soort performatieve vorm waarvoor een kostuum wordt gemaakt, heeft dan ook erg veel invloed. Ze worden niet gemaakt voor een stilstaande paspop. In een grote zaal moet een kostuum tot op de laatste rij kunnen overkomen, dansers moeten kunnen bewegen, bij een opera mag het kostuum de zanger niet beperken. 

In haar presentatie beschreef Chris Snik kostuumontwerp als een cyclisch proces, waarbij iteratieve processen plaatsvinden en je steeds terug kan gaan. Dit kan gaan van inspiratie uit je eigen ervaringen, tot interacties en overleg met performers, regisseurs, lichtontwerpers, podiumtechnici … Ze pleit dan ook om alle fases in dit cyclisch proces te documenteren. Echter, dat kan heel breed gaan. Soms worden kostuums hergebruikt, verknipt, hersteld … In haar lessen kostuumontwerp aan de academie laat ze de studenten alles documenteren in hun onderzoeksboek, en daar worden ze ook op gequoteerd. Hierin staan bedenkingen genoteerd, zijn stoftesten aangebracht, zijn schetsen gemaakt … Het voorstel van Snik is om die documentatie ook na afwerking van het kostuum verder te zetten. Registreer welke herstellingen wanneer hebben plaatsgevonden. De kennis die een kostuum in zich draagt, is de kennis van een heel team. Als dat mee bewaard kan blijven, kan dit dienen als extra inspiratie voor makers. Daar ligt ook de verbinding tussen kostuumontwerp en erfgoed: het delen van kennis en ambacht, alsook bronnen van inspiratie. Een gezamenlijk depot voor gedeeld gebruik van kostuums zou op deze manier niet alleen ecologische voordelen kunnen hebben, maar ook heractivering van materiaal kunnen stimuleren. 

Inspirerende technieken op het podium

Pieter De Ketelaere Pirlet is van opleiding kunsthistoricus, maar heeft ook een eigen ontwerppraktijk als scenograaf, waar hij decors ontwerpt voor amateurgezelschappen. Hij was enkele jaren actief bij Stadsschouwburg Brugge – een 19e-eeuws theater – als projectmedewerker, waar hij mee collecties ontsloot, beschreef en onderzocht. Daarnaast werkte hij mee aan twee expo’s waarbij publiek op een interactieve manier theater(technisch) materiaal konden ontdekken, op de plaats waar het ooit stond. 

In zijn scenografisch werk maakt Pieter dan ook gebruik van technieken die geïnspireerd zijn op net die historische praktijken die ook in Stadsschouwburg Brugge aan bod kwamen. Daarbij was vooral sprake van een changement à vue, de kern van hoe een 19e-eeuws theater keek naar decor. Scènewissels vonden toen plaats in volle belichting, want een volledige black-out was niet mogelijk. Ook voor het publiek nu creëert dit een zekere esthetische en spectaculaire ervaring. Decors kunnen werkelijk langs alle kanten van de scène verschijnen. 

In zijn presentatie toonde Pieter ons hoe hij voor drie voorstellingen van een amateurmusicalvereniging in Brugge overgangen tussen scènes technisch in elkaar stak. 

Voor Big Fish (2022) werkte hij met concentrische cirkels met doeken – geïnspireerd op een ziekenhuisdoek dat ook in het stuk aan bod kwam – die uit kokers vielen, net zoals bij een toneeltoren. Ieder element was verbonden met wat gebeurde op scène, en kon afzonderlijk of gecombineerd uit deze kokers vallen, wat beweging mogelijk maakte. 

Voor The Hello Girls (2024) haalde hij zijn inspiratie echt uit historische theatermachinerie. In dit stuk was het primaire thematische uitgangspunt de grote archiefrekken, die in zekere zin de functie van beschilderde theaterdoeken overnamen, via rails bovenaan en met geleiding in de vloer zelf. Daarnaast werden rijdbare plateaus benut, die aan de zijkant met tamboers werden bediend. Om dit mogelijk te maken, werd de vloer opgehoogd, zodat onderin staalkabels heen en weer konden bewegen. Op die manier kon het changement à vue langs zodanig veel kanten in het zicht van het publiek gebeuren, dat het bijna een verrassing werd langs waar de volgende scènewissel zou worden geactiveerd. 

In The Wedding Singer (2026) werden de technieken van historische machinerie nog een beetje aangescherpt. De drie grote elementen waren dan een draaischijf die handmatig werd geduwd, drie bogen die apart met onder andere doeken konden worden ingevuld, en een bewegend bed. Deze laatste twee werden bediend met een touwtjessysteem, dat het mogelijk maakte op enkele seconden een volledig nieuwe setting te creëren. 

Meer van CEMPER connect 2026

02 nov 2026

Terugblik op CEMPER connect: Onbevangen Erfgoedzorg

Op 20 oktober 2026 vond onze jaarlijkse netwerkdag CEMPER connect plaats. Ontdek de verslagen van alle sessies.
Lees meer
02 nov 2026

Staf Vos - ‘Onbevangen erfgoedzorg’ als uitdaging voor de erfgoed- en kunstensector

In de openingslezing van CEMPER connect 2026 schetste Staf Vos hoe we tot het thema ‘onbevangen erfgoedzorg’ kwamen. 
Lees meer
02 nov 2026

Justine Maxelon, Arezoo Khazanbeig, Mieke Witkamp -  De YouYou Groep en nieuwe vormen van documenteren

Tijdens CEMPER connect 2026 vertelden Justine Maxelon en Arezoo Khazanbeig van de YouYou Groep over manieren en methodieken om hun praktijk te docume…
Lees meer
02 nov 2026

Tatiana Pierre - Een documentairemaakster kijkt naar de nalatenschap van haar vader, filmcomponist Alain Pierre

Tatiana Pierre vertelde tijdens CEMPER connect 2026 over haar zoektocht naar manieren om de nalatenschap van Alain Pierre te bewaren, te ontsluiten e…
Lees meer
02 nov 2026

DIY! - Erfgoedzorg in popmuziek

Deze sessie tijdens CEMPER connect 2026 maakte duidelijk dat particuliere initiatieven een cruciale rol spelen in het bewaren van muzikaal erfgoed, m…
Lees meer
02 nov 2026

Slow Storytelling – Traag is mooi

Tijdens een panelgesprek op CEMPER connect 2026 kwamen projecten aan bod die tijd en ruimte maken voor de verhalen achter muziekerfgoed.
Lees meer
02 nov 2026

Panelgesprek: Onbevangen erfgoedzorg

Ter afsluiting van CEMPER connect 2026 gingen verschillende erfgoedprofessionals met elkaar in gesprek over inzichten, uitdagingen en kansen voor de …
Lees meer

Ook interessant

27 okt 2026

Passie binnen circusfamilies | Erfgoeddag 2027

In het kader van Erfgoeddag 2027 vertelt Bert Loenders hoe passie tot uiting komt bij circusduo Bert & Fred. 
Lees meer
22 okt 2026

Tongerse bladmuziekcollecties opnieuw beschreven in RISM

In de zomer van 2026 verbeterde CEMPER beschrijvingen van Tongerse bladmuziekcollecties in RISM.
Lees meer
24 sep 2026

Het IAML-congres in Thessaloniki, een verslag

We lichten thematisch een aantal casussen, lezingen, ontwikkelingen en bezorgdheden toe die aan bod kwamen tijdens het IAML-congres van 28 juni tot 3…
Lees meer
22 sep 2026

Belgian Music Days 2026: Sectormeeting Nieuwe Muziek

Op 9 november 2026 organiseren we een sectormoment voor Nieuwe Muziek, samen met MATRIX [Centrum voor Nieuwe Muziek].
Lees meer