Tatiana Pierre - Een documentairemaakster kijkt naar de nalatenschap van haar vader, filmcomponist Alain Pierre
Tatiana Pierre is documentairemaakster. In 2024 overleed haar vader, Alain Pierre. Zijn naam zal misschien niet bij zovelen een belletje doen rinkelen, maar de meesten kennen hem wel, onder meer van de muziek van de succesvolle animatiefilm Jan zonder Vrees (1984) van Jef Cassiers.
Alain Pierre was vanaf begin jaren 60 actief met elektronische muziek, hij had als eerste een synthesizer-studio, componeerde en was leerkracht aan Nederlandstalige en Franstalige filmscholen. Maar wat gebeurt er wanneer zo'n kunstenaar een omvangrijk en veelzijdig oeuvre nalaat, en zijn nabestaanden zelf moeten uitzoeken hoe ze dat kunnen bewaren en doorgeven? Tatiana Pierre vertelde erover tijdens CEMPER connect op 20 oktober 2026.
"We moesten veel wegsmijten"
“Het gezin Pierre woonde boven de studio. In ons huis liep alles door elkaar: muziek, opnametechniek, ontmoetingen met mensen uit de film en muziek. Mijn vader werkte met veel mensen, nationaal en internationaal.
Toen hij overleed, gaf hij aan dat hij nog niet klaar was met zijn werk. Hij riep mij en mijn zussen bij elkaar en droeg ons op ‘dat we veel moesten wegsmijten’. Maar we voelden aan dat dit niet was wat hij bedoelde, integendeel.
Omdat ik filmproducent was en omdat ik het niet meteen kon loslaten, nam ik het beheer van de nalatenschap op me. Mijn professionele ervaring gaf me aanvankelijk het vertrouwen om dat te doen.
Maar daarin mispakte ik me. Mijn ervaring bleek niet voldoende; om een nalatenschap duurzaam te bewaren, had ik meer nodig dan dat. Wie had ik nodig om daar zorgvuldig mee om te gaan? Erfgoedzorg gaat niet alleen over het bewaren op zich, maar ook over het begrijpen en verbinden, het activeren en het nemen van de nodige verantwoordelijkheid.
Verantwoordelijkheid over wat er allemaal achterbleef. Dat was zeer veel. Zowel vintage instrumenten als nieuw materiaal; tot anderhalve maand voor zijn overlijden kocht hij materiaal aan.
Hij had een huurhuis in Wallonië, volgestouwd met instrumenten. Dat moesten we leegmaken. Elke instrument, elke module elke kabel moesten we daarvoor beschrijven, definiëren. Gelukkig kreeg ik hulp van bevriende muzikanten. Met de instrumenten, de oude Oberheims, de ARP’s, wilde ik wat doen. Wat kapot was, lieten we restaureren, want dit soort instrumenten zijn meer dan machines. Het leek me voor jonge makers belangrijk om te ervaren wat zo’n instrument met je doet.
Voorts was er veel muziek op analoge band. Om die te kunnen beluisteren, moesten de banden gedigitaliseerd worden.
Dan was er nog het archief: veel dagboeken en agenda’s, productiedossiers, correspondentie, nota’s, contracten, informatie over filmproducties … Hij was vaak al van bij het begin bij een filmproductie betrokken en dat zorgt voor een rijk archief. Op zichzelf lijken die documenten misschien banaal, maar ze vertellen wel het verhaal van een productie van het begin tot het einde.
En ten slotte was er de man zelf met zijn levensverhaal: een Franstalige Brusselaar, getrouwd met Hollandse, die vooral in Vlaanderen heeft gewerkt, maar ook internationaal zijn sporen verdiende, met onder meer een prijs op het filmfestival van Cannes.”
Hulp en ondersteuning
“Ik moest een vorm vinden waar ik verbanden kon zien: ik begon aan een scenario voor een documentaire over hem. Dat dwong mij om keuzes te maken en zo werd stilaan een ordening duidelijk die zichtbaar maakte wat ik wist en wat ik nog niet wist, wat en wie ik nodig had.
Dat waren mensen die mijn vader gekend hadden, journalisten, mensen uit de filmwereld, de muziek én ook mensen uit de erfgoedsector. Ik nam contact op met CEMPER en meemoo met vragen over bewaring, digitalisering, ordening en financiering.
Ik kreeg een zeer uitgebreid adviesverslag van CEMPER. Over nalatenschappen, over juridische vormen, over digitalisering, over herbestemmen, en begeleiding vanuit de erfgoedsector zelf.
Daaruit puurde ik drie inzichten: (1) een globaal overzicht is belangrijk en niet alles hoeft gedetailleerd beschreven te worden; (2) digitaliseren behelst ook een beschrijving en een waardering; (3) niet alles hoeft op dezelfde plek te blijven, sommige onderdelen blijven best bij de familie, andere kunnen voor muziekeducatie dienen, voor creatief hergebruik, of naar een erfgoedinstelling gaan.
Met dit advies bleek ook mijn holistische manier van kijken naar de nalatenschap bevestigd; dat gaf me rust.”
Ontdekkingen en heruitgaven
“De digitalisering nam ik zelf in handen. Filmmuziekliefhebber Robin Broos en zijn vriend Tom ‘Pélé’ Peeters boden me hierbij hulp aan. Voor hun project van The Belgian soundtrack over Belgische filmmuziek, hadden zij een paar jaar geleden een interview met mijn vader opgenomen. En voor de cd die naar aanleiding van dit project uitkwam, had mijn vader zijn soundtrack van de film De Proefkonijnen meegegeven. Robin en Pélé waren aanwezig op de begrafenis en daar ontstond een band die intussen een hechte vriendschap is. Volgend jaar komt een dubbel-lp uit met onuitgegeven muziek van mijn vader uit bij het label sdban, waar eerder al The Belgian Soundtrack op verscheen.
Pélé had een grote voorliefde voor analoog materiaal en voor het werk van mijn vader. Hij ging aan de slag het digitaliseren van de banden. Dat heeft hem een jaar gekost! Alles werd overzichtelijk beschreven in Excel-files. In totaal bleek er 4000 km muziek aan analoge band! Dat zegt iets over de schaal, over de omvang, maar ook over hoe belangrijk tijd en aandacht zijn.
Over het algemeen wist ik wel wat er op de banden te horen was, maar er waren toch nog verrassende ontdekkingen, onder meer fragmenten met Toots Thielemans of een Franstalige versie van Superman van Laurie Anderson. Die Franse vertaling werd door mijn vader gemaakt en opgenomen.
Toen het label Stroom in 2016 werd opgericht, koos men als eerste release voor een heruitgave van de soundtrack van Jan zonder Vrees. Mijn vader gaf voor deze gelegenheid een concert in wat toen nog de Vooruit heette. Daar kreeg hij de smaak te pakken en dat werd het startschot van een aantal concerten.
Stroom bestaat intussen tien jaar en we gaan samen een tweede uitgave doen van mijn vader: zijn meest persoonlijke plaat, L’enfant grandit. Daar hebben we het op het eind van zijn leven nog over gehad; het is een mooi eerbetoon aan hem en zijn muziek.”
Creatief gebruik door jonge makers en nood aan ontsluiting
“Intussen bleef ik nadenken over de bestemming van instrumenten. Ik had ze makkelijk kunnen verkopen want er waren veel gegadigden, collectioneurs, maar dat voelde niet goed. Ik wilde dat de instrumenten toegankelijk zouden zijn voor muzikanten. En edmond factory bood de mogelijkheid om daar een studio met deze instrumenten te bouwen. Ze werden hersteld, gedocumenteerd en werden bespeeld. Jonge makers kregen de tijd om te experimenteren, om de instrumenten te leren kennen. Het maakte duidelijk wat dit allemaal kon betekenen voor die mensen. Het advies dat niet alles moet samenblijven, maar dat alles de juiste plek moet krijgen, bewees zijn nut.
Om de nalatenschap goed te kunnen beheren, heb ik een vzw opgericht. Kunstenpunt heeft me daarbij goed geholpen. Een vzw bleek een goed kader om al die samenwerkingen aan te gaan. Mijn wens is dat die vzw een volwaardige werking krijgt en niet alleen op mij leunt. Ik heb veel vrijwillige hulp gekregen, van muzikanten, van vrienden van mijn vader, maar we kunnen daar niet op blijven rekenen. Er moet een eerlijk kader tegenover staan. Als je wil dat mensen zich blijven inzetten, behoor je dat te doen.
Toch werden aanvragen om subsidie afgewezen, onder meer met de beoordeling dat Alain Pierre onvoldoende relevant zou zijn. Dat toont voor mij aan dat het ontsluiten van zijn oeuvre dringend is. Relevantie is immers moeilijk te bewijzen als het materiaal niet ontsloten is en opgesloten in een archief.
Bovendien gaat het niet alleen over mijn vader: zijn archief houdt verband met filmmakers, met andere artiesten, met technici, met culturele bewegingen over de grenzen heen. Zijn archief maakt niet alleen één oeuvre zichtbaar, maar je herstelt ook verbindingen. Verbindingen die we meer en meer ontdekten. En dat moet je zichtbaar maken vooraleer de anderen dat erkennen.”
Beheer van rechten en steun van de erfgoedsector
“Een jongere generatie, onder andere de mensen van de labels, reageert enthousiast op mijn vaders werk en doet er onderzoek naar. Die nieuwe belangstelling brengt ook andere verantwoordelijkheden met zich mee, namelijk het beheer van rechten. Via diverse beheersmaatschappijen moet ik nagaan of de werken correct geregistreerd staan, moet ik aanvullingen doen … dat is een voortdurende zorg.
Net daarom is samenwerken met de erfgoedsector zo belangrijk. Afgelopen zomer kwamen AMVB en CEMPER op bezoek. Beide organisaties hielpen me met inventariseren, want dat is echt een specialisme op zich. Daarom hebben we een stage uitgeschreven voor deze taak. En ik neem deel aan het ‘lerend netwerk nalatenschappen’ van CEMPER samen met andere mensen die een nalatenschap beheren.
Al die hulp en steun die ik vanuit de erfgoedsector gehad heb, staat nu op de helling. Daarom ben ik vandaag zo droevig en boos. Organisaties met deze kennis, met deze expertise betekenen veel voor mensen zoals ik, voor makers, voor families, die niet altijd weten waar ze moeten beginnen. Die de know how niet hebben. Als die expertise verdwijnt, verliezen we meer dan een aanspreekpunt, verliezen we kennis om het artistieke te bewaren en opnieuw betekenis te geven. Voor onderwijs, onderzoek, nieuwe creaties of gewoon om van te genieten. Zonder archieven geen geheugen en zonder geheugen geen democratie.
Ik ben zeer dankbaar voor alle hulp en steun van deze sector.”
Meer van CEMPER connect 2026
Terugblik op CEMPER connect: Onbevangen Erfgoedzorg
Staf Vos - ‘Onbevangen erfgoedzorg’ als uitdaging voor de erfgoed- en kunstensector
Justine Maxelon, Arezoo Khazanbeig, Mieke Witkamp - De YouYou Groep en nieuwe vormen van documenteren
DIY! - Erfgoedzorg in popmuziek
Use it and/or lose it – Creatief (her)gebruik van Erfgoed
Slow Storytelling – Traag is mooi
Panelgesprek: Onbevangen erfgoedzorg
Ook interessant
Tongerse bladmuziekcollecties opnieuw beschreven in RISM
Dwi Mekar: een familie die Balinese dans laat bloeien
Company Midnight combineert traditioneel messenwerpen met jongleren en technologie