Staf Vos - ‘Onbevangen erfgoedzorg’ als uitdaging voor de erfgoed- en kunstensector
In de openingslezing van CEMPER connect op 20 oktober 2026 schetste Staf Vos hoe we bij CEMPER tot het thema ‘onbevangen erfgoedzorg’ kwamen. Er zijn namelijk veel en diverse actoren betrokken bij erfgoedzorg en die bevinden zich niet allemaal in de (professionele) erfgoedsector. Om dat aan te tonen, stelde Staf een aantal vragen aan het publiek: Wie is hier beroepshalve? Wie is er freelancer of zelfstandige? Wie student? Wie werkt in de kunstensector? Wie in de erfgoedsector? ...
Zo bleek al meteen een grote diversiteit. Die werd vervolgens nog op scherp gesteld met vragen over hoe het publiek met erfgoed bezig is: als maker, als doorgever, als onderzoeker, als bewaarder, als gebruiker, als gemeenschap … Ook bij deze vragen bleek de grote diversiteit én de grote overlap in manieren om met erfgoed om te gaan.
Je kan dan ook enorm veel mensen tegenkomen die op een of andere manier met erfgoed bezig zijn — niet enkel in de zaal, maar in heel Vlaanderen. Die benaderingen van erfgoed zijn heel waardevol, maar ze vinden grotendeels plaats buiten de kaders van de erfgoedsector, waarbij ze moeilijk aansluiting vinden ondanks de nood aan hulp. Omgekeerd vinden we vanuit de erfgoedsector niet altijd een gepaste dienstverlening voor die ‘onbevangen’ erfgoedbenaderingen, of kunnen we veel leren van hun aanpak.
Het ecosysteem van de erfgoedsector
Daarom is het goed om eens terug te blikken op de erfgoedsector zoals die zich in Vlaanderen heeft ontwikkeld. Op die ontwikkeling kunnen (konden) we best trots zijn. Sinds het Cultureel-Erfgoeddecreet van 2008 werden de verschillende logica’s van musea, archieven, bibliotheken, immaterieel erfgoed en dienstverleners geïntegreerd in één enkel decreet dat sindsdien als een vruchtbaar ecosysteem is gaan functioneren met veel gedeelde overtuigingen en waarden.
Binnen dit ecosysteem werken de erfgoedprofessionals met vele kaders en logica’s om hun taken te volbrengen. Hieruit vloeien dan de bijhorende richtlijnen, definities, standaarden en handleidingen die we in de erfgoedsector zo goed kennen en toepassen om verantwoorde beslissingen te maken bij waarderingen, beschrijvingen, bewaring en borging.
Anderzijds zorgen die professionele handvaten ook voor afstand. Want zelfs de meest gangbare termen zoals ‘archief’, ‘immaterieel’, ‘toegankelijk maken’ kunnen verwarring oproepen bij onze doelgroepen.
Bovendien zijn er nog lacunes in ons erfgoedveld. Disciplines zoals dans, jazz of popmuziek hebben – ondanks het voluntarisme dat zeker aanwezig is in enkele bestaande instellingen – alsnog geen erfgoedinstelling die zich prioritair toelegt op hun erfgoed. Dienstverlening – zoals die gebeurt vanuit CEMPER en vanuit de erfgoedcellen – kunnen dit soort noden ten dele lenigen, maar botsten daarbij evenzeer op institutionele grenzen.
Onbevangen
De erfgoedzorg die buiten die kaders gebeurt, en die we ‘onbevangen’ genoemd hebben, laat zich minder gelegen aan directieven, richtlijnen en definities en is bottom-up ontstaan.
Op deze dag probeerden we de relatie met die diverse logica’s aan te gaan en trachtten we om met een open blik onze vanzelfsprekendheden te bevragen, en om te kijken naar een nog breder ecosysteem dan dat van de professionele erfgoedsector.
Die mogelijkheid zit overigens als ingebakken in het erfgoedveld. Dat is zich sinds 2008 niet alleen naar collecties of instellingen gaan richten, maar ook naar de zogenaamde erfgoedgemeenschappen. De dienstverlening naar die gemeenschappen om hen in hun erfgoedzorg te steunen, zit vandaag diep in ons DNA.
Buitenland
Om het ecosysteem van de erfgoedsector in Vlaanderen te begrijpen, is het nuttig om te kijken naar de ontwikkeldingen in het buitenland als reactie op vergelijkbare noden. We zien dan enerzijds prioriteiten en ontwikkelingen die we bij ons niet voor mogelijk houden, zoals instellingen die zich specifiek op dansarchieven of geluidsdragers richten. Of kunstinstellingen die een erfgoedwerking uitbouwen als onderdeel van hun werking — een hybride aanpak die in Vlaanderen nog steeds moeilijk ligt. Anderzijds merken we dat veel buitenlandse collega’s met veel bewondering kijken naar wat in Vlaanderen is (was) uitgebouwd.
Nalatenschappen van kunstenaars
CEMPER en zijn voorgangers ondersteunden altijd al individuele kunstenaars en erfgenamen onder de noemer ‘erfgoedzorg’. Toen de Vlaamse Regering enkele jaren terug een projectoproep verspreidde rond ‘nalatenschappen’ van kunstenaars, zette dat onze gangbare benadering op scherp. Het concept ‘nalatenschap’, vooral gangbaar in de beeldende kunst, bood immers een nét iets andere insteek dan de termen ‘erfgoed’ of ‘archief’. Het bleek voor sommigen herkenbaarder en gaf hen een groter gevoel van eigenaarschap dan de erfgoedterminologie. Wij voelden ons dan weer des te meer aangespoord tot een geïntegreerde benadering die de diverse erfgoedspecialismen oversteeg.
De legacy van de kunstenaar – materieel of immaterieel – moet voor de nalatenschapswerkers immers maximaal ‘aanwezig’ kunnen zijn in het heden en de toekomst, en het nodige archief- en ander erfgoedwerk is daarvoor een middel, geen doel op zich. Het concept ‘nalatenschap’ liet ons op een andere manier kijken naar de klassieke opdelingen die we in de erfgoedsector maken, zoals die tussen materieel-immaterieel, collectie-archief, archiefvorming-documenteren, erfgoedwerk-public relations, publiek belang-particulier belang … Maar ook naar de nood aan samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid tussen de erfgoedsector, de kunstensector en het (kunst)onderwijs.
Hoe zo’n nalatenschapstraject zich kan ontwikkelen, en wat onze steun daarin kan betekenen, kunnen we vernemen in de lezing van Tatiana Pierre over de nalatenschap van haar vader, de componist Alain Pierre.
Gedeelde praktijken en hergebruik
De insteek die we met de projecten rond nalatenschappen ontwikkelden, was sterk gericht op het zichtbaar maken van de verdiensten van individuele kunstenaars. Nochtans werken ook veel ensembles en gezelschappen op een ‘onbevangen’ manier aan het doorgeven van een ‘nalatenschap’. Daarnaast zijn er nog heel wat kunstenaars die zich helemaal niet herkennen in zo’n individualistisch paradigma. Zij zijn meer geïnteresseerd in het onderzoeken en doorgeven van het collectieve, het gedeelde dat in veel praktijken uit muziek, podiumkunsten en circus zo belangrijk is. Daarvoor leent zich de term ‘erfgoed’ wel uitstekend. Ze kunnen een artistieke interesse hebben in collectieve en zorgzame processen, zoals we hoorden in het interview met Justine Maxelon en Arezoo Khazanbeig over de YouYou Groep. Of ze plaatsen zich als ‘beoefenaars’ en ‘doorgevers’ liever in een langere traditie. Kunstenaars in de marge wenden zich hiervoor vaker naar de erfgoedsector, bij gebrek aan andere institutionele ondersteuning. Vaak zien deze kunstenaars zich dan evenzeer als ‘gebruikers’ of ‘hergebruikers’ dan als ‘scheppende kunstenaars’. Ook hierover volgden een aantal lezingen in de parallelsessie Use it and/or lose it.
Diverse profielen
Onder dit hergebruik kan men zeker ook de diverse (online) uitgevers van teksten of bloemlezingen rekenen, of de platenlabels die gezochte muziek opnieuw beschikbaar maken op vinyl, cd of download, vaak begeleid van goede begeleidende teksten. De mensen hierachter zijn vaak zelf verwoede verzamelaars die hierbij geheel hun interesse kunnen volgen en dus vaak verzamelen wat elders veel minder of niet verzameld wordt. Zij vervullen daarmee een belangrijke rol in het ecosysteem, maar trekken het vaak niet alleen.
Een holistische benadering vinden we eveneens bij de ‘onderzoeker’, een term die we hier zeer breed invullen: van academisch onderzoeker tot alle zoekers erbuiten, van journalist tot criticus, van essayist tot biograaf, van podcaster tot documentairemaker. Vaak hebben deze actoren een veel losser, soms internationaal kader en kunnen zich richten op niches die nauwelijks aandacht krijgen.
Al deze inspanningen verdienen onze aandacht én onze zorg. Want veel van de onbevangen bottom-upinitiatieven die op CEMPER connect aan bod kwamen, voelen de nood aan een – fysieke of virtuele – plek om hun inspanningen te tonen, te waarderen, om erop verder te bouwen. Een laagdrempelige plek die robuust genoeg is om lang genoeg te bestaan, maar tegelijk ook dicht genoeg bij de noden van de erfgoedgemeenschappen staat.
Ons ecosysteem in de erfgoedsector is/was in de afgelopen decennia gegroeid en omarmde vele aspecten van erfgoedzorg. Met dit symposium willen we ook deze ‘onbevangen’ erfgoedzorg omarmen. Hierbij past het beeld van de mycorrhiza, de symbiotische samenlevingsvorm van fungi en planten die met hun wortels onderling levensnoodzakelijke mineralen en suikers uitwisselen. Ook het lot van kunstenaars, cultuurmakers, creatievelingen én erfgoedwerkers is onderling sterk verbonden, als we tenminste ‘onbevangen’ van elkaar blijven leren.
Meer van CEMPER connect 2026
Terugblik op CEMPER connect: Onbevangen Erfgoedzorg
Justine Maxelon, Arezoo Khazanbeig, Mieke Witkamp - De YouYou Groep en nieuwe vormen van documenteren
Tatiana Pierre - Een documentairemaakster kijkt naar de nalatenschap van haar vader, filmcomponist Alain Pierre
DIY! - Erfgoedzorg in popmuziek
Use it and/or lose it – Creatief (her)gebruik van Erfgoed
Slow Storytelling – Traag is mooi
Panelgesprek: Onbevangen erfgoedzorg
Ook interessant
Van partituur tot prompt: het archief van Serge Verstockt
De poesje speelt verder: over samenwerking en eigenaarschap | Verslag
Levend erfgoed heeft ruimte nodig | Verslag